Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 7 juli 2020, nr. 24674751, houdende tegemoetkoming voor studievertraging in verband met de uitbraak van COVID-19 (Tijdelijke regeling tegemoetkoming studenten in verband met de uitbraak van COVID-19)
Gelet op de artikelen 13.1, tweede lid, en 13.2 van de Wet Studiefinanciering 2000 en artikel 8.3 van de Wet studiefinanciering BES:
Besluit:
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
In deze regeling wordt in paragrafen 2, 3 en 4a verstaan onder:
- a. bankrekening: het bij de Minister bekende bankrekeningnummer waarop de student studiefinanciering op grond van de Wsf 2000 ontvangt;
- b. opleiding:
- 1°. een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste en tweede lid, van de WEB, verzorgd aan een bekostigde instelling in de zin van artikel 1.1.1 van de WEB; of
- 2°. een opleiding hoger onderwijs als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onder b, en tweede lid, van de WHW met accreditatie in de zin van artikel 1.1 van de WHW aan een bekostigde instelling in de zin van artikel 1.8, eerste lid, van de WHW;
- c. student: degene die een opleiding volgt, niet zijnde extraneus, en voor zover het een student aan een beroepsopleiding betreft, die op 1 augustus 2020 de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt;
- d. Wsf 2000: Wet studiefinanciering 2000.
In deze regeling wordt in paragraaf 4 verstaan onder:
- a. bankrekening: het bij de Minister bekende bankrekeningnummer waarop de student studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering BES ontvangt;
- b. opleiding:
- 1°. een beroepsopleiding die vergelijkbaar is met een beroepsopleiding in de zin van artikel 1.1 van de Wsf BES waarvoor in artikel 2 van de Regeling studiefinanciering BES criteria zijn vastgesteld; of
- 2°. een opleiding hoger onderwijs in de zin van artikel 1.1, eerste lid, van de Wsf BES;
- c. student: degene die een opleiding volgt, niet zijnde extraneus;
- d. Wsf BES: Wet studiefinanciering BES.
Paragraaf 2. Tegemoetkoming voor extra kosten vanwege studievertraging
Artikel 2. Rechthebbenden
Vervallen
Artikel 3. Omvang tegemoetkoming
Vervallen
Artikel 4. Toekenning en uitbetaling
Vervallen
Artikel 5. Aanvraag nadat geen tegemoetkoming is ontvangen
Vervallen
Paragraaf 3. Tegemoetkoming voor studenten voor wie de aanspraak op een basis- of aanvullende beurs afloopt in de periode juni 2020 tot en met de laatste maand van het studiejaar 2022–2023
Artikel 6. Rechthebbenden
Vervallen
Artikel 7. Omvang tegemoetkoming
Vervallen
Artikel 8. Toekenning en uitbetaling
Vervallen
Artikel 9. Aanvraag nadat geen tegemoetkoming is ontvangen
Vervallen
Paragraaf 4. Tegemoetkoming studenten Caribisch Nederland
Artikel 10. Rechthebbenden BES
Vervallen
Artikel 11. Omvang tegemoetkoming BES
Vervallen
Artikel 12. Toekenning en uitbetaling tegemoetkoming lesgeld of collegegeld
Vervallen
Artikel 13. Toekenning en uitbetaling tegemoetkoming prestatiebeurs
Vervallen
Artikel 14. Aanvraag nadat geen tegemoetkoming prestatiebeurs is ontvangen
Vervallen
Paragraaf 4a. Extra reisvoorziening
Artikel 15. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 16. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling tegemoetkoming studenten in verband met de uitbraak van COVID-19.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 14a. Extra reisvoorziening
Een ho-student die in de periode maart tot en met december 2020 voor de duur van minimaal 1 kalendermaand aanspraak had op een reisvoorziening en voor wie in die periode voor een of meerdere maanden een vorm van reguliere studiefinanciering als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Wsf 2000 is toegekend, komt in aanmerking voor een extra reisvoorziening, bestaande uit een verlenging van de duur van de aanspraak op een reisvoorziening, als bedoeld in artikel 5.2 van de Wsf 2000, met de duur van 12 kalendermaanden.
De verlengde aanspraak op reisvoorziening wordt toegekend aansluitend aan de laatste maand van de reguliere aanspraak op reisvoorziening.
Artikel 14b. Wijze van toekenning
De extra reisvoorziening, bedoeld in artikel 14a, wordt ambtshalve toegekend.
In afwijking van het eerste lid, vindt toekenning van de extra reisvoorziening, bedoeld in artikel 14a, plaats op aanvraag in het geval waarin de reguliere reisvoorziening vóór 1 april 2021 was geëindigd.
Artikel 14c. Terugwerkende kracht
De extra reisvoorziening wordt uitsluitend met terugwerkende kracht toegekend voor de maand of maanden waarover een student voor wie de aanspraak op de reguliere reisvoorziening reeds was geëindigd een bedrag als bedoeld in artikel 3.27, tweede lid, van de Wsf 2000 aan de Minister is verschuldigd.
Artikel 14d. Vorm
De extra reisvoorziening wordt toegekend in de vorm van een prestatiebeurs.
Paragraaf 5. Slotbepalingen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Paragraaf 5. Slotbepalingen
Artikel 14e. Weigeringsgrond
Geen tegemoetkoming wordt toegekend aan een student van wie de aanspraak op tegemoetkoming pas ontstaat na het studiejaar 2022–2023.
Artikel 15a. Verval paragrafen 2, 3 en 4
Met ingang van 1 januari 2024 vervallen de paragrafen 2, 3 en 4 van deze regeling.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.