Beleidsregel van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 26 augustus 2020, nr. VO/25236992, tot nadere regels voor de verstrekking van een licentie Topsporttalentschool voor scholen in het voortgezet onderwijs (Beleidsregel verstrekking licentie Topsporttalentschool VO 2020)

Type Beleidsregel
Publication 2023-08-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 25 en 29, zevende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel van de regeling

Het doel van deze regeling is om sporttalenten met een officiële talent-, of topsportstatus van het NOC*NSF of een beloftestatus van de KNVB op een Topsporttalentschool in staat te stellen topsport en onderwijs zo optimaal mogelijk te combineren. De beleidsregel draagt bij aan het bevorderen van talentontwikkeling op het hoogst mogelijke sportniveau in het voortgezet onderwijs.

Artikel 3. Procedure voor aanvraag van een licentie Topsporttalentschool
1.

De minister kan op verzoek van het bevoegd gezag van een school een licentie Topsporttalentschool verstrekken.

2.

Een aanvraag van het bevoegd gezag van een school wordt in behandeling genomen indien is voldaan aan de vereisten in de artikelen 4 en 5. De Minister kan in uitzonderlijke gevallen van de genoemde aantallen in artikel 5 afwijken indien leerlingendaling of schoolsplitsing hier aanleiding toe geeft.

3.

Scholen waar op het moment van de aanvraag of op het moment van besluiten de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is als bedoeld in artikel 2.94, eerste en derde lid, van de wet of door de inspectie ingevolge artikel 11 van de Wet op het onderwijstoezicht het onderwijs als onvoldoende is beoordeeld, komen niet in aanmerking voor een licentie Topsporttalentschool.

4.

De aanvraag voor een licentie Topsporttalentschool wordt op uiterlijk 1 oktober van het schooljaar ingediend.

5.

Het Expertisecentrum adviseert de minister over de aanvraag op uiterlijk 1 december van het desbetreffende jaar.

6.

De minister beslist binnen 26 weken na ontvangst van een aanvraag.

Artikel 4. De aanvraag van een licentie Topsporttalentschool

De aanvraag gaat vergezeld van de volgende documenten:

Artikel 5. Voorschriften voor het verstrekken van een licentie Topsporttalentschool

De school, waarvoor het bevoegd gezag een aanvraag als bedoeld in artikel 3 heeft ingediend, voldoet aan de volgende voorschriften:

Artikel 6. Periodieke visitatie door het Expertisecentrum
1.

Het Expertisecentrum visiteert een school met een licentie Topsporttalentschool elk derde jaar na de datum waarop de licentie Topsporttalentschool is verstrekt.

2.

Op basis van de visitaties adviseert het Expertisecentrum de minister of een school met een licentie Topsporttalentschool nog steeds voldoet aan de voorschriften, als bedoeld in artikel 5.

Artikel 7. Gebruik terminologie Topsporttalentschool

Alleen een school met de licentie Topsporttalentschool kan zich profileren als een Topsporttalentschool.

Artikel 8. Intrekken van de licentie Topsporttalentschool

Indien uit het advies van het Expertisecentrum als bedoeld in artikel 6, tweede lid, volgt dat Topsporttalentschool niet meer aan de voorschriften voldoet kan de minister besluiten:

Artikel 9. Consequentie van de intrekking van de aanwijzing van een Loot-leerling
1.

Indien het NOC*NSF of de KNVB oordeelt dat een betrokken leerling niet langer kan worden beschouwd als een topsporttalentleerling, neemt die leerling vanaf dat moment weer deel aan het reguliere onderwijsprogramma.

2.

Indien het voor de leerling als bedoeld in het eerste lid redelijkerwijs niet mogelijk is om de gemiste vakonderdelen nog in te halen, blijft een reeds geëffectueerde ontheffing op grond van artikel 10 tot en met 14 van kracht, evenals een reeds lopende spreiding van het examen op grond van artikel 15.

Artikel 10. Consequentie voor de topsporttalentleerling bij het intrekken van de licentie Topsporttalentschool

Indien de licentie Topsporttalentschool wordt ingetrokken, behouden de betrokken leerlingen de onder de oorspronkelijke licentie Topsporttalentschool verkregen mogelijkheden aan die school. Indien dit niet mogelijk is, verzorgt de school een alternatief.

Artikel 11. Afwijking onderbouw

Het bevoegd gezag dat beschikt over een licentie Topsporttalentschool kan in afwijking van de artikelen 2.14, tweede lid, en 2.33 van de wet, de topsporttalentleerling in de eerste twee leerjaren ontheffing verlenen van de onderdelen van het onderwijsprogramma die betrekking hebben op de kerndoelen bewegen en sport, in onderdeel G van bijlage 1, behorende bij artikel 2.1 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.

Artikel 12. Afwijking van de vakken in de bovenbouw vmbo

Het bevoegd gezag dat beschikt over een licentie Topsporttalentschool kan, in afwijking van artikel 2.33 van de wet en de artikelen 2.20, 2.22, 2.24, 2.26, 3.4, eerste lid, onder a en c, 3.5, eerste lid, onder a en c, 3.6, eerste lid, onder a en c en 3.7, eerste lid, onder a en c, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, een topsporttalentleerling in het vmbo ontheffing verlenen voor:

Artikel 13. Afwijking van de vakken in de bovenbouw havo

Het bevoegd gezag dat beschikt over een licentie Topsporttalentschool kan, in afwijking van artikel 2.33 van de wet, paragraaf 3 van hoofdstuk 2 en artikel 3.3, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, een topsporttalentleerling in de havo ontheffing verlenen voor:

Artikel 14. Afwijking van vakken in de bovenbouw vwo

Het bevoegd gezag dat beschikt over een licentie Topsporttalentschool kan, in afwijking van artikel 2.33 van de wet, paragraaf 2 van hoofdstuk 2 en artikel 3.1 dan wel 3.2 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, een topsporttalentleerling in het vwo ontheffing verlenen voor:

Artikel 15. Gespreid examen
1.

In uitzonderlijke gevallen kan het bevoegd gezag, dat beschikt over een licentie Topsporttalentschool, voor een topsporttalentleerling beroep doen op artikel 3.56 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 voor het doen van gespreid examen.

2.

Alleen een topsporttalentleerling die in het laatste leerjaar wordt geconfronteerd met activiteiten in het kader van uitoefening van de sport, waardoor het niet mogelijk is het eindexamen in het laatste leerjaar volledig af te leggen, komt voor toepassing van artikel 3.56 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in aanmerking.

Artikel 16. Topsporttalentleerlingen op reguliere scholen
1.

De minister kan op aanvraag van het bevoegd gezag van een school, niet zijnde een Topsporttalentschool, waarbij een topsporttalentleerling is ingeschreven, voor de duur van het schooljaar waarin de aanvraag wordt gedaan, toestaan om de topsporttalentleerling ontheffingen te verlenen als bedoeld in de artikelen 11 tot en met 14 of een beroep te doen op de mogelijkheid voor het doen van een gespreid examen als bedoeld in artikel 15.

2.

Uit de aanvraag bedoeld in het eerste lid moet het volgende blijken:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.