Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 28 augustus 2020, nr. VO/5375953, houdende regels voor de voorzieningenplanning bij scholen in het voortgezet onderwijs (Regeling voorzieningenplanning vo 2020)

Type Ministeriële regeling
Publication 2022-09-15
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 64, derde lid, onderdeel b, 64a, derde lid, 67, tweede lid, 67a, vierde lid, 68, eerste, derde en zevende lid, 71, eerste lid, 72, eerste lid, 72a, eerste lid, en 76 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Hemelsbreed afstand meten

De hemelsbreed gemeten afstand tussen twee adressen, bedoeld in artikel 4.15, onderdeel b, artikel 4.16, eerste lid, artikel 4.17 of artikel 4.20, eerste lid, onderdelen a en c van de wet, wordt berekend door de afstand in meters te bepalen met de formule: √((x1 - x2)2 + (y1 - y2)2), waarin x1 en y1 de BAG-coördinaten zijn van het ene adres en x2 en y2 de BAG-coördinaten zijn van het andere adres.

Artikel 3. Beschikbaar stellen gegevens over voedingsgebied

DUO stelt een overzicht van de viercijferige postcodegebieden die behoren tot het voedingsgebied via de elektronische weg beschikbaar aan de aanvrager.

Artikel 4. Melding voorgenomen aanvraag tot bekostiging
1.

Het bevoegd gezag maakt melding van een voorgenomen aanvraag als bedoeld in artikel 4.5, tweede lid, van de wet, tussen 1 juni tot en met 30 juni in het kalenderjaar van de aanvraag, bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, van de wet.

2.

De melding bevat de volgende gegevens:

3.

De gegevens in het tweede lid, onderdeel d en de onderdelen f tot en met j, worden openbaar gemaakt op de website www.duo.nl.

4.

Publicatie op de website www.duo.nl geschiedt slechts indien de gegevens voor 1 juli volledig zijn aangeleverd.

5.

De melding van de voorgenomen aanvraag tot bekostiging wordt gedaan in het digitale portaal via de website www.duo.nl.

Artikel 5. Aanvraag tot bekostiging
1.

Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, van de wet, bevat naast de gegevens, genoemd in artikel 4.5a van de wet de volgende gegevens:

2.

Uit het document, bedoeld in artikel 4.5a, tweede lid, onderdeel c, van de wet, blijkt dat de in dat lid bedoelde partijen zijn gevraagd om te overleggen over de aanvraag, waarbij de voorgestelde datum van het overleg dient te liggen in de periode van 15 september in het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag en 14 september van het kalenderjaar van de aanvraag.

3.

De aanvraag tot bekostiging wordt ingediend in het digitale portaal via de website www.duo.nl.

Artikel 6. Verklaring omtrent het gedrag
1.

De verklaring omtrent het gedrag, bedoeld in artikel 67a, tweede lid, onderdeel d, van de wet, is afgegeven volgens het screeningsprofiel onderwijs.

2.

De verklaring omtrent het gedrag wordt zowel via het digitale portaal, bedoeld in artikel 5, derde lid, als in originele vorm aan DUO verstrekt.

Artikel 7. Verblijfsjaren
1.

Het aantal verblijfsjaren, bedoeld in artikel 4.6, derde lid, onderdeel a, letter w en onderdeel b, letter w, van de wet, is voor de schoolsoort:

2.

Het aantal verblijfsjaren voor een nevenvestiging is voor de schoolsoort:

3.

Het aantal verblijfsjaren voor de afdeling havo, bedoeld in artikel 8, onderdeel b, van de wet, is 2,00.

Artikel 8. Nadere regels belangstellingsmeting
2.

Bij een overlappend voedingsgebied als bedoeld in artikel 68, zesde lid, van de wet, voert de minister de vermindering na 1 november van het kalenderjaar van de aanvraag uit en wordt dit opgenomen in het besluit, bedoeld in artikel 67, vierde lid, van de wet.

3.

De aantallen, bedoeld in artikel 4.6, derde lid, onderdeel a, letters x en w, en onderdeel b, letter w, van de wet, stelt DUO vanaf 1 juli in het jaar van aanvraag beschikbaar aan de aanvrager.

Artikel 9. Nadere regels ouderverklaringen
1.

De ouderverklaring, bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de wet, wordt door de ouder ingediend via de website www.duo.nl in de periode van 1 juli tot en met 29 oktober in het kalenderjaar van de aanvraag.

2.

Na indiening van de aanvraag kan daarvoor geen ouderverklaring meer worden ingediend.

3.

De ouder kan de ouderverklaring uiterlijk op 29 oktober, bedoeld in het eerste lid, intrekken. Deze maakt dan geen onderdeel meer uit van de belangstellingsmeting.

4.

Na indiening van de aanvraag kan de ouderverklaring niet meer worden ingetrokken.

5.

Indien de aanvrager een melding van een voorgenomen aanvraag intrekt, vervallen de hierbij behorende ingediende ouderverklaringen.

6.

De ouder kan in een volgend kalenderjaar opnieuw een ouderverklaring als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de wet, indienen ten aanzien van hetzelfde kind, indien de aanvraag waarvoor eerder een ouderverklaring is ingediend:

7.

Vanaf 30 oktober in het jaar van de aanvraag stelt DUO aan de aanvrager het aantal geldige ouderverklaringen beschikbaar.

8.

Degene die een ouderverklaring indient ontvangt daarvoor geen beloning in enige vorm.

9.

Bij overtreding van het achtste lid kan de minister besluiten dat alle ingediende ouderverklaringen geen deel meer uitmaken van de desbetreffende belangstellingsmeting.

Artikel 10. Uitzonderingssituaties toepassing marktonderzoek
1.

Een marktonderzoek als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de wet, is uitsluitend toegestaan indien:

2.

Bij het aantonen van een groei als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, gebruikt het bevoegd gezag in ieder geval gegevens verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek en een voorspelling van de gemeente ten aanzien van de woningbouw waar het betreffende viercijferig postcodegebied in is gelegen.

Artikel 11. Nadere regels marktonderzoek
1.

Een marktonderzoek als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de wet, wordt schriftelijk uitgevoerd, waarbij de anonimiteit van de ondervraagden wordt gegarandeerd.

2.

Per individuele leerling vult de ouder een vragenlijst in.

3.

Het marktonderzoek inventariseert de voorkeur van de ondervraagden voor een school en schoolsoort, doordat de ondervraagden een keuze kunnen maken uit het reeds bestaande scholenaanbod binnen het voedingsgebied aangevuld met de school en schoolsoort waarop de aanvraag betrekking heeft. Het reeds bestaande scholenaanbod omvat alleen scholen die de schoolsoort aanbieden waarop de aanvraag betrekking heeft.

4.

Het marktonderzoek heeft als hoofdvraag ‘Op welke gepresenteerde school en schoolsoort zou u uw kind inschrijven?’.

5.

De vraagstelling en de informatie die voorafgaand en tijdens het marktonderzoek wordt verstrekt door het onderzoeksbureau, is ten aanzien van scholen als bedoeld in het derde lid, op dezelfde wijze vormgegeven en gepresenteerd, neutraal opgesteld en op geen enkele wijze sturend.

6.

De informatie die wordt verstrekt per school, bedoeld in het derde lid, is in ieder geval voorzien van de naam van de school, de naam van het bevoegd gezag, een website van de school, en de plaats of de beoogde plaats van vestiging, door middel van een viercijferige postcode. De informatie voor de school en schoolsoort waarop de aanvraag betrekking heeft omvat tevens een korte omschrijving van het onderwijskundig concept.

7.

Voor controle door de minister op de juistheid van de berekeningen levert het bevoegd gezag een volledig onderzoeksrapport aan, waarin de volgende gegevens zijn opgenomen:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.