Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 28 augustus 2020, nr. PO/17896773, houdende regels voor de voorzieningenplanning bij scholen in het primair onderwijs in Caribisch Nederland (Regeling voorzieningenplanning po CN 2021)

Type Ministeriele Regeling Bes
Publication 2022-09-15
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 72, negende lid, 72a, eerste, derde en zevende lid, 75, tweede lid, van de Wet primair onderwijs BES;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Melding voorgenomen aanvraag tot bekostiging
1.

Het bevoegd gezag maakt melding van een voorgenomen aanvraag als bedoeld in artikel 75, tweede lid, van de wet, tussen 1 juni tot en met 30 juni in het kalenderjaar van de aanvraag, bedoeld in artikel 75, eerste lid, van de wet.

2.

De melding bevat de volgende gegevens:

3.

De gegevens in het tweede lid, onderdeel d en de onderdelen f tot en met j, worden openbaar gemaakt op de website www.duo.nl.

4.

Publicatie op de website www.duo.nl geschiedt slechts indien de gegevens voor 1 juli volledig zijn aangeleverd.

5.

De melding van de voorgenomen aanvraag tot bekostiging wordt gedaan met een formulier dat is bekendgemaakt op de website www.duo.nl.

Artikel 3. Aanvraag tot bekostiging
1.

Een aanvraag als bedoeld in artikel 75, eerste lid, van de wet, bevat naast de gegevens, genoemd in artikel 72, derde lid, van de wet de volgende gegevens:

2.

Uit het document, bedoeld in artikel 72, derde lid, onderdeel c, van de wet, blijkt dat de in dat lid bedoelde partijen zijn gevraagd om te overleggen over de aanvraag, waarbij de voorgestelde datum van het overleg dient te liggen in de periode van 15 september in het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag en 14 september van het kalenderjaar van de aanvraag.

3.

De aanvraag tot bekostiging wordt ingediend met een formulier dat is bekendgemaakt op de website www.duo.nl.

Artikel 4. Verklaring omtrent gedrag
1.

De verklaring omtrent het gedrag, bedoeld in artikel 72, derde lid, onderdeel d, van de wet, is afgegeven volgens het screeningsprofiel onderwijs.

2.

De verklaring omtrent het gedrag wordt zowel met het formulier langs digitale weg, bedoeld in artikel 3, derde lid, als in originele vorm aan DUO verstrekt.

Artikel 5. Nadere regels belangstellingsmeting
2.

Indien sprake is van een overlappend voedingsgebied als bedoeld in artikel 72a, zesde lid, van de wet, voert de minister de vermindering na 1 november van het kalenderjaar van de aanvraag uit en wordt dit opgenomen in het besluit, bedoeld in artikel 75, derde lid, van de wet.

3.

De aantallen, bedoeld in artikel 72a, derde lid, onderdeel a, letter x en w, en onderdeel b, letter w, van de wet, stelt DUO vanaf 1 juli in het jaar van de aanvraag beschikbaar aan de aanvrager.

Artikel 6. Nadere regels ouderverklaringen
1.

De ouderverklaring, bedoeld in artikel 72a, eerste lid, van de wet, wordt door de ouder ingediend bij de afdeling OCW Caribisch Gebied, ondergebracht bij de Rijksdienst Caribisch Nederland in de periode van 1 juli tot en met 29 oktober in het kalenderjaar van de aanvraag.

2.

Na indiening van de aanvraag kan daarvoor geen ouderverklaring meer worden ingediend.

3.

De ouder kan de ouderverklaring uiterlijk op 29 oktober, bedoeld in het eerste lid, intrekken. Deze maakt dan geen onderdeel meer uit van de belangstellingsmeting.

4.

Na indiening van de aanvraag kan de ouderverklaring niet meer worden ingetrokken.

5.

Indien de aanvrager een melding van een voorgenomen aanvraag intrekt, vervallen de hierbij behorende ingediende ouderverklaringen.

6.

De ouder kan in een volgend kalenderjaar opnieuw een ouderverklaring als bedoeld in artikel 72a, eerste lid, van de wet ten aanzien van hetzelfde kind indienen, indien de aanvraag waarvoor eerder een ouderverklaring is ingediend:

7.

Vanaf 30 oktober in het jaar van de aanvraag stelt DUO aan de aanvrager het aantal geldige ouderverklaringen beschikbaar.

8.

Degene die een ouderverklaring indient ontvangt daarvoor geen beloning in enige vorm.

9.

Bij overtreding van het achtste lid kan de minister besluiten dat alle ingediende ouderverklaringen geen deel meer uitmaken van de desbetreffende belangstellingsmeting.

Artikel 7. Uitzonderingssituaties toepassing marktonderzoek
1.

Een marktonderzoek als bedoeld in artikel 72a, derde lid, onderdeel b, van de wet, is uitsluitend toegestaan indien:

2.

Bij het aantonen van een groei als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, gebruikt het bevoegd gezag in ieder geval gegevens verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek en een voorspelling ten aanzien van de woningbouw van het openbaar lichaam waar het viercijferig postcodegebied in is gelegen.

Artikel 8. Nadere regels marktonderzoek
1.

Een marktonderzoek als bedoeld in artikel 72a, derde lid, onderdeel b, van de wet, wordt schriftelijk uitgevoerd, waarbij de anonimiteit van de ondervraagden wordt gegarandeerd.

2.

Per kind vult de ouder een vragenlijst in.

3.

Het marktonderzoek inventariseert de voorkeur van de ondervraagden voor een school doordat de ondervraagden een keuze kunnen maken uit de bestaande scholen binnen het voedingsgebied en de school waar de aanvraag betrekking op heeft.

4.

Het marktonderzoek heeft als hoofdvraag ‘Op welke gepresenteerde school zou u uw kind inschrijven?’.

5.

De vraagstelling en de informatie die voorafgaand aan en tijdens het marktonderzoek wordt verstrekt door het onderzoeksbureau, is ten aanzien van scholen als bedoeld in het derde lid, op dezelfde wijze vormgegeven en gepresenteerd, neutraal opgesteld en op geen enkele wijze sturend.

6.

De informatie die wordt verstrekt per school, bedoeld in het derde lid, is in ieder geval voorzien van de naam van de school, de naam van het bevoegd gezag, een website van de school, en de naam van het eiland dat de beoogde plaats van vestiging omvat. De informatie voor de school waarop de aanvraag betrekking heeft omvat tevens een korte beschrijving van het onderwijskundig concept van de school.

7.

Voor controle door de minister op de juistheid van de berekeningen levert de aanvrager een volledig onderzoeksrapport aan, waarin de volgende gegevens zijn opgenomen:

8.

Het minimale aantal leerlingen, bedoeld in artikel 72a, derde lid, onderdeel b, letter y, van de wet, ten aanzien van wie is aangegeven dat er belangstelling is voor de school waar de aanvraag betrekking op heeft, is 5.

9.

Indien de onderzoekspopulatie, bedoeld in artikel 72a, vijfde lid, onderdeel a, van de wet, minder dan 5.000 leerlingen bedraagt, is het totaal aantal leerlingen ten aanzien van wie aan het marktonderzoek is deelgenomen, bedoeld in artikel 72a, derde lid, onderdeel b, letter x, van de wet, minimaal 10% van de onderzoekspopulatie. Indien de onderzoekspopulatie 5.000 of meer leerlingen bedraagt, is het totaal aantal leerlingen ten aanzien van wie aan het marktonderzoek is deelgenomen, bedoeld in artikel 72a, derde lid, onderdeel b, letter x, van de wet, minimaal 500.

Artikel 9. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2021.

Artikel 10. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling voorzieningenplanning po CN 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3a. Aanvragen tot bekostiging 2022

In afwijking van artikel 3, tweede lid, blijkt voor aanvragen die worden ingediend in 2022 uit het document, bedoeld in artikel 72, derde lid, onderdeel c, van de wet, dat in de periode van 15 september 2022 en 15 september 2022 de in dat artikel bedoelde partijen zijn uitgenodigd om te overleggen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.