← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 17 september 2020, nr. WJZ/ 20210006, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de productie van duurzame energie en klimaattransitie in 2020

Geldende tekst a fecha 2022-01-01

Gelet op de artikelen 1, tweede lid, 2, tweede, derde, vierde en vijfde lid, zevende en achtste lid, 3, eerste lid, onderdelen a, c en d, tweede lid, onderdeel a en b, derde lid, onderdeel a, c en d, vierde en zesde lid, 6, derde lid, 7, 8, 10, eerste en derde lid, 11, eerste lid, 12, eerste lid, 14, vijfde lid, 15, derde, vierde, vijfde en zesde lid, 25, 27, eerste en derde lid, 28, eerste lid, 29, eerste lid, 31, vijfde lid, 32, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid, 42, 43a, eerste en derde lid, 44, eerste lid, 45, eerste lid, 47, vijfde lid, 48, derde, vierde, vijfde en zevende lid, 55c, 55e, eerste en derde lid, 55f, eerste lid, 55g, eerste lid, 55i, derde lid, 55j, tweede derde, vierde, vijfde en zesde lid, 56, tweede, derde, vijfde, zesde en zevende lid, 59, tweede en vierde lid, 61, eerste en derde lid, en 62, vierde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Algemene bepalingen

Artikel 2
1.

Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte en voor de vermindering van broeikasgas op grond van de artikelen 4, 6, 8, eerste lid, 10, eerste lid, 12, eerste lid, 14, eerste lid, 16, eerste lid, 18, 20, 22, eerste lid, 24, 26, eerste lid, 28, eerste lid, 30, 32, 34, 36, eerste lid, 38, eerste lid, 40, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, 46, eerste lid, 48, eerste lid, 50, eerste lid, 52, eerste lid, 54, eerste lid, 56, eerste lid, 58, eerste lid, 60, eerste lid, 62, eerste lid, 64, eerste lid, 66 en 68, die wordt aangevraagd in de periode van 24 november 2020, 09:00 uur, tot 17 december 2020, 17:00 uur, bedraagt € 5.000.000.000.

2.

Het productieplafond voor het verlenen van subsidie op grond van artikel 68 die wordt aangevraagd in het eerste lid genoemde periode voor de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide:

3.

De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

4.

Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend.

5.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, indien geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie kan worden overgelegd met gebruikmaking van het middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld of indien geen gedoogplichtbeschikking op grond van artikel 2, vijfde lid, of artikel 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht ten aanzien van de beoogde locatie voor het plaatsen van de productie-installatie kan worden overgelegd.

6.

Een subsidie als bedoeld in het eerste lid van meer dan € 400.000.000,– alsmede een subsidie als bedoeld in artikel 68, onderdelen c en d, worden verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen twee weken na afgifte van die beschikking een uitvoeringsovereenkomst overeenkomstig de overeenkomst opgenomen in bijlage 1 tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidieontvanger en onder de opschortende voorwaarde dat de subsidieontvanger binnen vier weken na afgifte van de beschikking heeft aangetoond dat een bankgarantie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de uitvoeringsovereenkomst is afgegeven.

7.

Het zesde lid is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998.

8.

Indien voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, meer beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie, worden voor de toepassing van het zesde lid de subsidies die de subsidieontvanger ontvangt, bedoeld in artikel 48 van het besluit of het Besluit SDE, van de beschikkingen waarvan de periode waarover subsidie wordt verstrekt nog niet zijn aangevangen bij elkaar opgeteld.

Artikel 3
1.

Productie-installaties als bedoeld in artikel 4, onderdeel c, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, onderdeel c, van het besluit.

2.

Productie-installaties als bedoeld in artikel 20, 38, eerste lid, en 50, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het besluit.

3.

Productie-installaties als bedoeld in artikel 30, onderdeel f, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het besluit.

5.

Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 4, 6, 8, eerste lid, 10, eerste lid, 12, eerste lid, en 14, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 15, derde, vierde en zesde lid, van het besluit met dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

6.

Productie-installaties als bedoeld in artikel 16, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 15, derde, vierde en zesde lid, van het besluit met dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt en dat bij de benutting van de opgetelde kWh, bedoeld in artikel 15, vierde lid van het besluit, geldt dat de productie wordt verdeeld in een deel netlevering en een deel niet-netlevering op basis van de verhouding tussen de geproduceerde energie die aan het net geleverd is en de energie die niet aan het net geleverd is in het voorgaande jaar.

7.

Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 18, 20, 22, eerste lid, 24 en 26, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 32, derde en vierde lid, van het besluit met dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 32, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

8.

Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 18, 20, 22, eerste lid, 24 en 26, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 32, zesde lid, van het besluit.

9.

Productie-installaties als bedoeld in de artikel 34 en artikel 36, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 32, zevende lid van het besluit.

10.

Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 28, eerste lid, 30, 34, 36, eerste lid, 38, eerste lid, 40, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, 46, eerste lid, 48, eerste lid, 50, eerste lid, en 52, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 48, derde en vierde lid, van het besluit met dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

12.

Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, 10, eerste lid, 12, eerste lid, 14, eerste lid, 18, 20, en 34, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 56, tweede lid, van het besluit.

13.

Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 32, 54, eerste lid, 56, eerste lid, 58, eerste lid, 62, eerste lid, 64, eerste lid, en 68, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 55j, derde en vierde lid, van het besluit, met dien verstande dat het verschil in kg verminderde broeikasgas dat bij het aantal kg verminderde broeikasgas van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 55j, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kg verminderde broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

14.

Productie-installaties als bedoeld in artikel 60, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 55j, derde lid, van het besluit, met dien verstande dat het verschil in kg verminderde broeikasgas dat bij het aantal kg verminderde broeikasgas van het volgende jaar kan worden opgeteld ten hoogste 100% bedraagt van het aantal kg verminderde broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

15.

Productie-installaties als bedoeld in artikel 66, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 55j, derde lid, van het besluit met dien verstande dat het verschil in kg verminderde broeikasgas dat bij het aantal kg verminderde broeikasgas van het volgende jaar kan worden opgeteld ten hoogste 100% bedraagt van het aantal kg verminderde broeikasgas dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

§ 3. Categorieën

§ 3.1. Hernieuwbare elektriciteit

§ 3.1.1. Waterkracht

Artikel 4

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door middel van hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt:

Artikel 5
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 4 wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 4, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.2. Osmose

Artikel 6

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd door middel van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s.

Artikel 7
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 6 wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 6, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.3. Wind op land

Artikel 8
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, niet zijnde een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie als bedoeld in de artikelen 10, 12 of 14, die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 31 december 2019, bedoeld in bijlage 2, een windsnelheid heeft van:

2.

De productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone.

3.

Indien de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, wordt opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen één of meer windturbines staan of hebben gestaan, verstrekt de minister de subsidie, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien:

Artikel 9
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.4. Wind op land met hoogtebeperking

Artikel 10
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, met een tiphoogte kleiner dan of gelijk aan 150 meter, die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 31 december 2019, bedoeld in bijlage 2, een windsnelheid heeft van:

2.

De productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone.

3.

Indien de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, wordt opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen één of meer windturbines staan of hebben gestaan, verstrekt de minister de subsidie, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien:

4.

De subsidieontvanger toont bij de indiening van de aanvraag aan dat voor de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, op de locatie waar de productie-installatie wordt opgericht, een hoogterestrictie op grond van landelijke wet- en regelgeving in verband met de aanwezigheid van een luchthaven in de omgeving van toepassing is waardoor de tiphoogte van de windturbine beperkt is tot 150 meter of lager.

Artikel 11
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 10, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.5. Wind op waterkering

Artikel 12
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die is opgericht binnen het waterstaatswerk of een beschermingszone van een voorliggende waterkering, dan wel binnen het waterstaatswerk of de zeewaartsgerichte beschermingszone van een primaire waterkering grenzend aan de Noordzee, de Westerschelde, de Oosterschelde, de Waddenzee, de Dollard of de Eems, dan wel in de harde zeewering of zachte zeewering van Maasvlakte 2, en die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten volgens de gemeentelijke indeling op 31 december 2019, bedoeld in bijlage 2, een windsnelheid heeft van:

2.

Indien de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, wordt opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen één of meer windturbines staan of hebben gestaan, verstrekt de minister de subsidie, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien:

Artikel 13
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 12, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 12, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.6. Wind in meer

Artikel 14
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, en waarvan de fundering volledig in het water van een meer van minimaal één vierkante kilometer staat, waarbij het hart van de fundering op een afstand van ten minste 25 meter van de waterkant staat.

2.

Indien de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, wordt opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen één of meer windturbines staan of hebben gestaan, verstrekt de minister de subsidie, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien:

Artikel 15
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 14, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 14, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.7. Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 16
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A:

2.

Voor de werking van dit artikel wordt onder gebouw tevens verstaan een aan de grond gebonden overkapping ten behoeve van het tegen weersinvloeden beschermd parkeren van voertuigen.

Artikel 17
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 16 wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel a, binnen achttien maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel b, binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

4.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdelen c, d, e en f, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

5.

Op aanvragen van een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel a, is artikel 3, eerste en tweede lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.

§ 3.2. Hernieuwbaar gas

§ 3.2.1. Biomassavergisting

Artikel 18
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door:

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch uitgangsvermogen van de groengasinstallatie gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

Artikel 19
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 18 wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 18, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.2.2. Biomassavergisting, verlengde levensduur

Artikel 20
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie waarmee uitsluitend door middel van allesvergisting hernieuwbaar gas wordt geproduceerd, waarvoor reeds subsidie op grond van het Besluit SDE is verstrekt als productie-installaties voor de productie van elektriciteit of warmte en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen.

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch uitgangsvermogen van de groengasinstallatie gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

Artikel 21
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 20 wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 20, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.2.3. Verbeterde slibgisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 22
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij er verbeteringen zijn uitgevoerd in het productieproces waarna er per ton slib sprake is van ten minste 25% meer biogasproductie ten opzichte van voor de verbetering en waarbij ten minste de installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de aanvullende productie van biogas nieuw zijn.

2.

De installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de aanvullende productie, bedoeld in het eerste lid, worden niet in gebruik genomen voor de subsidie is aangevraagd.

3.

De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer de producent minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag.

4.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch uitgangsvermogen van de groengasinstallatie gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

Artikel 23
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 22, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 22, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.2.4. Rioolwaterzuiveringsinstallaties bestaande slibgisting

Artikel 24
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib, waarbij ten minste de opwerkinstallatie waarmee biogas op aardgaskwaliteit wordt gebracht nieuw is.

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch uitgangsvermogen van de groengasinstallatie gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

Artikel 25
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 24, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 24, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.2.5. Biomassavergassing

Artikel 26
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas, niet zijnde biosyngas, geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas door middel van vergassing, waarbij ten minste de vergasser nieuw is, uit:

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch uitgangsvermogen van de groengasinstallatie gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

Artikel 27
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 26, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3. Hernieuwbare of koolstofdioxide-arme warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

§ 3.3.1. Zonthermie voor warmte

Artikel 28
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie die uitsluitend voorziet in de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie, en waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren waarbij de transparante isolerende laag, niet zijnde beglazing van kassen of fotovoltaïsche zonnepanelen, een geïntegreerd geheel vormt met de collector, met een totaal thermisch vermogen:

2.

Het vermogen in kWth van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door de apertuuroppervlakte in vierkante meter te vermenigvuldigen met een factor 0,7.

3.

Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstrekt indien reeds op basis van artikel 4.5.2. van de Regeling nationale EZ-subsidies subsidie is verstrekt.

Artikel 29
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 28, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 28, eerste lid, binnen drie jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.2. Geothermie voor hernieuwbare warmte

Artikel 30

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door:

Artikel 31
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 30 wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 30, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.3. Geothermie voor koolstofdioxide-arme warmte

Artikel 32

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door:

Artikel 33
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 32 wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 32, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.4. Biomassavergisting voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 34
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door:

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

Artikel 35
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 34 wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 34, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.5. Verbeterde slibgisting bij rioolwaterzuiveringsinstallaties voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 36
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van een biologische afbraakreactie van gisting van zuiveringsslib waarbij er verbeteringen zijn uitgevoerd in het productieproces waarna er per ton slib sprake is van ten minste 25% meer biogasproductie ten opzichte van voor de verbetering:

2.

De installatiedelen die verantwoordelijk zijn voor de meerproductie, bedoeld in het eerste lid, worden niet in gebruik genomen voor de subsidie is aangevraagd.

3.

De subsidieaanvrager maakt aannemelijk dat de voorgestelde aanpassingen een verbetering van 25% inhouden ten opzichte van de gemiddelde productie van het jaar voorafgaande aan de aanvraag, of, wanneer de producent minder dan een jaar produceert, ten opzichte van de totale gemiddelde productie tot het moment van de aanvraag.

4.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 2 MW gebruikte biomassa voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

Artikel 37
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 36, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 36, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.6. Ketel vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 38
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW voor de productie van warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 512, 514, 517, 518, 543, 545, 550 tot en met 579, 587, 594, 595 en 800 tot en met 809 van de NTA 8003: 2017, met een brander in een ketel.

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

Artikel 39
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 38, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 38, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.7. Grote ketel vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 40
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2017, met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is en waarbij het aantal subsidiabele vollasturen:

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte vaste biomassa, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

Artikel 41
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 40, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 40, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.8. Grote ketel op B-Hout voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 42
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van biomassa als bedoeld in NTA 8003: 2017, met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is.

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

Artikel 43
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 42, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 42, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.9. Ketel op houtpellets voor warmte en gecombineerde opwekking voor verwarming van gebouwde omgeving

Artikel 44
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets, in een ketel met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 10 MWth, waarbij ten minste de ketel nieuw is waarin:

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, levert de warmte uitsluitend ten behoeve van de verwarming van gebouwde omgeving.

4.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling.

Artikel 45
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 44, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.10. Stoomketel op houtpellets voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 46
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van warmte of hernieuwbare elektriciteit en warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van stoom door middel van verbranding van houtpellets, in een ketel met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth, waarbij ten minste de stoomketel nieuw is waarin:

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat in voldoende mate aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling.

Artikel 47
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 46, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 46, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.11. Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 48
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, door middel van verbranding van houtpellets, met een brander in een ketel, een oven of een fornuis met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MWth en een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MWth waarin:

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat in voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa, bedoeld in artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling.

Artikel 49
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 48, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 48, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.12. Verlengde levensduur voor ketel vaste of vloeibare biomassa voor warmte en gecombineerde opwekking

Artikel 50
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2017, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2017, met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 5 MWth, waarvoor reeds subsidie op grond van het Besluit SDE is verstrekt en waarvoor op het moment van aanvraag ten minste negen jaar voordien de subsidieperiode is aangevangen.

2.

De biomassa die in de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast, is voor ten minste 95% van de energetische waarde biogeen.

3.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa, dan wel de in een installatie met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 20 MW gebruikte vaste biomassa, voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

Artikel 51
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 50, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 50, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.13. Composteringsinstallatie op champost voor warmte

Artikel 52
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte die vrijkomt bij het composteren van uitsluitend biomassa als bedoeld in nummer 256 van de NTA 8003: 2017, met een vermogen van ten minste 500 kWth.

2.

De biomassa die in de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast, is voor ten minste 95% van de energetische waarde biogeen.

Artikel 53
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 52, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 52, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.4. Andere technieken ter vermindering van broeikasgas

§ 3.4.1. Thermische energie uit oppervlaktewater

Artikel 54
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte onttrokken uit oppervlaktewater en opgewaardeerd door middel van een warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 3,0 met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth.

2.

De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid:

Artikel 55
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 54, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 54, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.4.2. Thermische energie uit drink- of afvalwater

Artikel 56
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte onttrokken uit drinkwater of afvalwater door middel van een warmtepomp met een COP-waarde van ten minste 3,0 en met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 500 kWth.

2.

De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, levert uitsluitend warmte aan de gebouwde omgeving.

Artikel 57
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 56, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 56, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.4.3. Zonthermie voor warmte met toepassing in daglichtkas

Artikel 58
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte uit zonne-energie die integraal onderdeel uitmaakt van een nieuwe tuinbouwkas.

2.

De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid:

Artikel 59
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 58, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 58, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.4.4. Elektroboiler voor warmte

Artikel 60
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van elektriciteit in een ketel.

2.

De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, heeft een nominaal thermisch vermogen van ten minste 5 MWth, waarbij de geproduceerde warmte wordt toegepast in een systeem met een ontwerptemperatuur van ten minste 100 °C.

3.

Het vermogen van de aansluiting op het elektriciteitsnet is ten minste even groot als het vermogen van de elektroboiler.

4.

Het vermogen van de elektroboiler is niet groter dan het thermisch vermogen van de op de locatie aanwezige boilers die gestookt worden op fossiele brandstoffen.

Artikel 61
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 60, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 60, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.4.5. Industriële warmtepomp

Artikel 62
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van:

2.

De productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, produceert warmte ten behoeve van een industriële toepassing en levert geen koude.

Artikel 63
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 62, eerste lid, wordt voor een periode van twaalf jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 62, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.4.6. Restwarmtebenutting

Artikel 64
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee restwarmte wordt uitgekoppeld met een thermisch vermogen van ten minste 5 MWth en naar een andere locatie wordt getransporteerd waar deze warmte nuttig wordt aangewend, waarbij:

2.

De transportleiding, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kent ten minste 0,3833 kilometer transportleiding per MWth gezamenlijk outputvermogen van de productie-installatie en andere op de transportleiding invoedende installaties.

3.

De levering van stoom wordt uitgesloten van subsidie.

Artikel 65
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 64, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 64, eerste lid, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.4.7. Waterstof uit elektrolyse

Artikel 66

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van waterstof geproduceerd door een productie-installatie die waterstof produceert met behulp van elektrolyse met een nominale capaciteit van ten minste 500 kW.

Artikel 67
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 66, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 66, binnen vier jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.4.8. Vermindering broeikasgas door afvang en permante opslag van koolstofdioxide

Artikel 68

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of doet opslaan in een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide waarbij:

Artikel 69
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 68, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 68, binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 4. Fasebedragen

Artikel 70
1.

Voor de fase genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel wordt:

1 2 3
fase periode openstelling fasebedrag in euro/1000 kg broeikasgas
1 Van 24 november 2020, 9:00 uur tot 30 november 2020, 17:00 uur 65
2 Van 30 november 2020, 17:00 uur tot 7 december 2020, 17:00 uur 85
3 Van 7 december 2020, 17:00 uur tot 14 december 2020 17:00 uur 180
4 14 december 2020 17:00 uur tot 17 december 2020 17:00 uur 300
2.

Voor de fase een tot en met vier bedoeld in het eerste lid, wordt in afwijking van het fasebedrag bedoeld in de derde kolom van de tabel in het eerste lid, het omgerekende fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, artikel 27, eerste lid en 43a, eerste lid en 55e, eerste lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking en vermindering van broeikasgas, vastgesteld op het respectievelijk in de derde, vierde, vijfde en zesde kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag.

1 2 3 4 5 6
Artikel regeling Categorie fasebedrag in euro/kWh fasebedrag in euro/kWh fasebedrag in euro/kWh fasebedrag in euro/kWh
Artikel regeling Categorie Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4
Artikel 4, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,0652 0,0689 0,0867 0,1090
Artikel 4, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,0652 0,0689 0,0867 0,1090
Artikel 4, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,0652 0,0689 0,0867 0,0970
Artikel 6 Osmose 0,0652 0,0689 0,0867 0,1090
Artikel 8, eerste lid, onderdeel a Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,0400 0,0400 0,0400 0,0400
Artikel 8, eerste lid, onderdeel b Wind op land, ≥ 8,0 en < 8,5 m/s 0,0420 0,0420 0,0420 0,0420
Artikel 8, eerste lid, onderdeel c Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0450 0,0450 0,0450 0,0450
Artikel 8, eerste lid, onderdeel d Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0480 0,0480 0,0480 0,0480
Artikel 8, eerste lid, onderdeel e Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0520 0,0520 0,0520 0,0520
Artikel 8, eerste lid, onderdeel f Wind op land, < 6,75 m/s 0,0552 0,0560 0,0560 0,0560
Artikel 10, eerste lid, onderdeel a Wind op land, ≥ 8,5 m/s, hoogtebeperkt 0,0450 0,0450 0,0450 0,0450
Artikel 10, eerste lid, onderdeel b Wind op land, ≥ 8,0 en < 8,5 m/s, hoogtebeperkt 0,0470 0,0470 0,0470 0,0470
Artikel 10, eerste lid, onderdeel c Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s, hoogtebeperkt 0,0520 0,0520 0,0520 0,0520
Artikel 10, eerste lid, onderdeel d Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s, hoogtebeperkt 0,0550 0,0550 0,0550 0,0550
Artikel 10, eerste lid, onderdeel e Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s, hoogtebeperkt 0,0552 0,0589 0,0590 0,0590
Artikel 10, eerste lid, onderdeel f Wind op land, < 6,75 m/s, hoogtebeperkt 0,0552 0,0589 0,0630 0,0630
Artikel 12, eerste lid, onderdeel a Wind op waterkeringen, ≥ 8,5 m/s 0,0430 0,0430 0,0430 0,0430
Artikel 12, eerste lid, onderdeel b Wind op waterkeringen, ≥ 8,0 en < 8,5 m/s 0,0460 0,0460 0,0460 0,0460
Artikel 12, eerste lid, onderdeel c Wind op waterkeringen, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,0490 0,0490 0,0490 0,0490
Artikel 12, eerste lid, onderdeel d Wind op waterkeringen, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,0520 0,0520 0,0520 0,0520
Artikel 12, eerste lid, onderdeel e Wind op waterkeringen, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,0552 0,0570 0,0570 0,0570
Artikel 12, eerste lid, onderdeel f Wind op waterkeringen, < 6,75 m/s 0,0552 0,0589 0,0610 0,0610
Artikel 14, eerste lid Wind in meer, water ≥ 1 km2 0,0552 0,0589 0,0590 0,0590
Artikel 16, eerste lid, onderdeel a Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 15 kWp en < 1 MWp, aansluiting 3*80A 0,0748 0,0785 0,0800 0,0800
Artikel 16, eerste lid, onderdeel b Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, gebouwgebonden 0,0694 0,0731 0,0740 0,0740
Artikel 16, eerste lid, onderdeel c Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, op land 0,0595 0,0632 0,0690 0,0690
Artikel 16, eerste lid, onderdeel d Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, zonvolgend op land 0,0595 0,0632 0,0690 0,0690
Artikel 16, eerste lid, onderdeel e Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, drijvend op water 0,0595 0,0632 0,0800 0,0800
Artikel 16, eerste lid, onderdeel f Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0595 0,0632 0,0800 0,0800
Artikel 18, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,0359 0,0396 0,0569 0,0640
Artikel 18, onderdeel b Monomestvergisting > 400 kW, gas 0,0458 0,0526 0,0680 0,0680
Artikel 18, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 400 kW, gas 0,0458 0,0526 0,0845 0,0880
Artikel 20 Allesvergisting verlengde levensduur, gas 0,0359 0,0396 0,0569 0,0640
Artikel 22, eerste lid Verbeterde slibgisting RWZI, gas 0,0359 0,0396 0,0420 0,0420
Artikel 24 RWZI bestaande slibgisting, gas 0,0300 0,0300 0,0300 0,0300
Artikel 26, eerste lid, onderdeel a Biomassavergassing (≥95% biogeen) 0,0359 0,0396 0,0569 0,0730
Artikel 26, eerste lid, onderdeel b Biomassavergassing (uitgezonderdB-hout) 0,0359 0,0396 0,0569 0,0790
Artikel 28, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kW en < 1 MW 0,0547 0,0592 0,0807 0,0950
Artikel 28, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MW 0,0477 0,0522 0,0737 0,0800
Artikel 30, onderdelen a en d Diepe geothermie < 20 MWth, basislast 0,0382 0,0425 0,0440 0,0440
Artikel 30, onderdelen b en e Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,0380 0,0410 0,0410 0,0410
Artikel 30, onderdeel c Diepe geothermie, verwarming gebouwde omgeving 0,0378 0,0421 0,0623 0,0830
Artikel 30, onderdeel f Diepe geothermie basislast, aanvullende put 0,0310 0,0310 0,0310 0,0310
Artikel 30, onderdeel g Geothermie, diepte ≥ 4.000 meter 0,0381 0,0424 0,0631 0,0650
Artikel 32, onderdeel a Ondiepe geothermie, basislast 0,0438 0,0471 0,0600 0,0600
Artikel 32, onderdeel b Ondiepe geothermie voor verwarming gebouwde omgeving 0,0438 0,0471 0,0629 0,0810
Artikel 34,onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,0477 0,0522 0,0600 0,0600
Artikel 34,onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,0565 0,0606 0,0670 0,0670
Artikel 34, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 400 kW 0,0576 0,0620 0,0620 0,0620
Artikel 34, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 400 kW 0,0663 0,0735 0,0740 0,0740
Artikel 34, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 400 kW 0,0576 0,0652 0,0980 0,0980
Artikel 34, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,0863 0,0935 0,1210 0,1210
Artikel 36, eerste lid, onderdeel a Verbeterde slibgisting RWZI, warmte 0,0290 0,0290 0,0290 0,0290
Artikel 36, eerste lid, onderdeel b Verbeterde slibgisting RWZI, gecombineerde opwekking 0,0440 0,0440 0,0440 0,0440
Artikel 38, eerste lid Ketel vloeibare biomassa 0,0477 0,0522 0,0690 0,0690
Artikel 40, eerste lid, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,0387 0,0432 0,0470 0,0470
Artikel 40, eerste lid, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,0387 0,0432 0,0460 0,0460
Artikel 40, eerste lid, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,0387 0,0432 0,0460 0,0460
Artikel 40, eerste lid, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,0387 0,0432 0,0450 0,0450
Artikel 40, eerste lid, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,0387 0,0432 0,0450 0,0450
Artikel 40, eerste lid, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,0387 0,0432 0,0440 0,0440
Artikel 40, eerste lid, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,0387 0,0432 0,0440 0,0440
Artikel 40, eerste lid, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,0387 0,0432 0,0440 0,0440
Artikel 40, eerste lid, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,0387 0,0432 0,0440 0,0440
Artikel 42, eerste lid Grote ketel op B-hout 0,0270 0,0270 0,0270 0,0270
Artikel 44, eerste lid Ketel stadsverwarming op houtpellets 0,0387 0,0432 0,0647 0,0660
Artikel 46, eerste lid Stoomketel op houtpellets 0,0387 0,0432 0,0640 0,0640
Artikel 48, eerste lid Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,0447 0,0492 0,0520 0,0520
Artikel 50, eerste lid Verlengde levensduur ketel vaste of vloeibare biomassa 0,0310 0,0310 0,0310 0,0310
Artikel 52, eerste lid Composteringsinstallatie champost 0,0430 0,0430 0,0430 0,0430
Artikel 54, eerste lid, Thermische energie uit oppervlaktewater 0,0508 0,0541 0,0699 0,0900
Artikel 56, eerste lid Thermische energie uit drink- of afvalwater 0,0508 0,0541 0,0699 0,0770
Artikel 58, eerste lid Daglichtkas 0,0360 0,0397 0,0573 0,0770
Artikel 60, eerste lid Elektroboiler 0,0387 0,0432 0,0647 0,0720
Artikel 62, eerste lid, onderdeel a Industriële warmtepomp (gesloten) 0,0352 0,0380 0,0380 0,0380
Artikel 62, eerste lid, onderdeel b Industriële warmtepomp (open) 0,0369 0,0370 0,0370 0,0370
Artikel 64, eerste lid, onderdeel a Restwarmtebenutting (zonder warmtepomp) 0,0330 0,0330 0,0330 0,0330
Artikel 64, eerste lid, onderdeel b Restwarmtebenutting (met warmtepomp) 0,0347 0,0380 0,0440 0,0440
Artikel 66 Waterstof uit elektrolyse 0,0512 0,0556 0,0764 0,1030
Artikel regeling categorie Maximum fasebedrag in euro/1.000 kg CO2 Maximum fasebedrag in euro/1.000 kg CO2 Maximum fasebedrag in euro/1.000 kg CO2 Maximum fasebedrag in euro/1.000 kg CO2
Artikel regeling categorie Fase 1 Fase 2 Fase 3 Fase 4
Artikel 68, onderdeel a Bestaande afvang koolstofdioxide bij bestaand proces (ten hoogste 4.000 vollasturen) 86,9640 86,9640 86,9640 86,9640
Artikel 68, onderdeel b Bestaande afvang koolstofdioxide bij bestaand proces (ten hoogste 8.000 vollasturen) 62,4760 62,4760 62,4760 62,4760
Artikel 68, onderdeel c Nieuwe afvang koolstofdioxide bij bestaand proces 96,1773 100,3310 100,3310 100,3310
Artikel 68, onderdeel d Nieuwe afvang koolstofdioxide bij nieuw proces 92,3040 92,3040 92,3040 92,3040
3.

In afwijking van de fasebedragen genoemd in de derde, vierde, vijfde en zesde kolom van de tabel in het tweede lid geldt voor de productiecategorieën, bedoeld in de artikelen 4, 6, 8, eerste lid, 10, eerste lid, 12, eerste lid, 14, eerste lid, 16, eerste lid, 18, 20, 22, eerste lid, 24, 26, eerste lid, 28, eerste lid, 30, 32, 34, 36, eerste lid, 38, eerste lid, 40, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, 46, eerste lid, 48, eerste lid, 50, eerste lid, 52, eerste lid, 54, eerste lid, 56, eerste lid, 58, eerste lid, 60, eerste lid, 62, eerste lid, 64, eerste lid, en 66 het fasebedrag in euro per kWh in vier decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, mits dat bedrag per kWh lager is dan het fasebedrag dat voor de fase waarin de aanvraag is ingediend van toepassing is.

4.

In afwijking van de fasebedragen genoemd in de derde, vierde, vijfde of zesde kolom van de tabel in het tweede lid geldt voor de productiecategorieën, bedoeld in artikel 68 het fasebedrag in euro per 1.000 kg broeikasgas in vier decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, mits dat bedrag per 1.000 kg broeikasgas lager is dan het fasebedrag, genoemd in de respectievelijke derde, vierde, vijfde of zesde kolom van de tabel in het tweede lid dat voor de fase waarin de aanvraag is ingediend van toepassing is.

Artikel 71
1.

Het rangschikkingsbedrag, bedoeld voor de vergelijking van de fasebedragen op grond van artikel 58, tweede lid, van het besluit wordt berekend volgens de formule in het tweede lid en ten behoeve van de uitdrukking in euro per 1.000 kg vermindering van broeikasgas vermenigvuldigd met de factor 1.000 en afgerond op drie decimalen.

2.

De formule voor de berekening van het rangschikkingsbedrag luidt

1 2 3 4
Artikel regeling Categorie Langetermijn energieprijs of langetermijnbroeikasgasbedrag in euro/kWh Omrekenfactor in kg CO2/ kWh
Artikel 4, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm 0,053 0,187
Artikel 4, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,053 0,187
Artikel 4, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,053 0,187
Artikel 6 Osmose 0,053 0,187
Artikel 8, eerste lid, onderdeel a Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,043 0,187
Artikel 8, eerste lid, onderdeel b Wind op land, ≥ 8,0 en < 8,5 m/s 0,043 0,187
Artikel 8, eerste lid, onderdeel c Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,043 0,187
Artikel 8, eerste lid, onderdeel d Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,043 0,187
Artikel 8, eerste lid, onderdeel e Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,043 0,187
Artikel 8, eerste lid, onderdeel f Wind op land, < 6,75 m/s 0,043 0,187
Artikel 10, eerste lid, onderdeel a Wind op land, ≥ 8,5 m/s, hoogtebeperkt 0,043 0,187
Artikel 10, eerste lid, onderdeel b Wind op land, ≥ 8,0 en < 8,5 m/s, hoogtebeperkt 0,043 0,187
Artikel 10, eerste lid, onderdeel c Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s, hoogtebeperkt 0,043 0,187
Artikel 10, eerste lid, onderdeel d Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s, hoogtebeperkt 0,043 0,187
Artikel 10, eerste lid, onderdeel e Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s, hoogtebeperkt 0,043 0,187
Artikel 10, eerste lid, onderdeel f Wind op land, < 6,75 m/s, hoogtebeperkt 0,043 0,187
Artikel 12, eerste lid, onderdeel a Wind op waterkeringen, ≥ 8,5 m/s 0,043 0,187
Artikel 12, eerste lid, onderdeel b Wind op waterkeringen, ≥ 8,0 en < 8,5 m/s 0,043 0,187
Artikel 12, eerste lid, onderdeel c Wind op waterkeringen, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,043 0,187
Artikel 12, eerste lid, onderdeel d Wind op waterkeringen, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,043 0,187
Artikel 12, eerste lid, onderdeel e Wind op waterkeringen, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,043 0,187
Artikel 12, eerste lid, onderdeel f Wind op waterkeringen, < 6,75 m/s 0,043 0,187
Artikel 14, eerste lid Wind in meer, water ≥ 1 km2 0,043 0,187
Artikel 16, eerste lid, onderdeel a Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 15 kWp en < 1 MWp, aansluiting 3*80A 0,0626 0,187
Artikel 16, eerste lid,, onderdeel b Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, gebouwgebonden 0,0572 0,187
Artikel 16, eerste lid, onderdeel c Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, op land 0,0473 0,187
Artikel 16, eerste lid, onderdeel d Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, zonvolgend op land 0,0473 0,187
Artikel 16, eerste lid, onderdeel e Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, drijvend op water 0,0473 0,187
Artikel 16, eerste lid, onderdeel f Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,0473 0,187
Artikel 18, onderdeel a Allesvergisting, gas 0,024 0,183
Artikel 18, onderdeel b Monomestvergisting > 400 kW, gas 0,024 0,336
Artikel 18, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 400 kW, gas 0,024 0,336
Artikel 20, Allesvergisting verlengde levensduur, gas 0,024 0,183
Artikel 22, eerste lid Verbeterde slibgisting RWZI, gas 0,024 0,183
Artikel 24 RWZI bestaande slibgisting, gas 0,024 0,183
Artikel 26, eerste lid, onderdeel a Biomassavergassing (≥95% biogeen) 0,024 0,183
Artikel 26, eerste lid, onderdeel b Biomassavergassing (uitgezonderd B-hout) 0,024 0,183
Artikel 28, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kW en < 1 MW 0,040 0,226
Artikel 28, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MW 0,033 0,226
Artikel 30, onderdelen a en d Diepe geothermie < 20 MWth, basislast 0,024 0,218
Artikel 30, onderdelen b en e Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,024 0,215
Artikel 30, onderdeel c Diepe geothermie, verwarming gebouwde omgeving 0,024 0,213
Artikel 30, onderdeel f Diepe geothermie basislast, aanvullende put 0,024 0,218
Artikel 30, onderdeel g Geothermie, diepte ≥ 4.000 meter 0,024 0,217
Artikel 32, onderdeel a Ondiepe geothermie, basislast 0,033 0,166
Artikel 32, onderdeel b Ondiepe geothermie voor verwarming gebouwde omgeving 0,033 0,166
Artikel 34,onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,033 0,226
Artikel 34,onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,043 0,207
Artikel 34, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 400 kW 0,033 0,379
Artikel 34, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 400 kW 0,043 0,359
Artikel 34, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 400 kW 0,033 0,379
Artikel 34, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,063 0,359
Artikel 36, eerste lid, onderdeel a Verbeterde slibgisting RWZI, warmte 0,033 0,226
Artikel 36, eerste lid, onderdeel b Verbeterde slibgisting RWZI, gecombineerde opwekking 0,047 0,202
Artikel 38, eerste lid Ketel vloeibare biomassa 0,033 0,226
Artikel 40, eerste lid, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,024 0,226
Artikel 40, eerste lid, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,024 0,226
Artikel 40, eerste lid, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,024 0,226
Artikel 40, eerste lid, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,024 0,226
Artikel 40, eerste lid, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,024 0,226
Artikel 40, eerste lid, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,024 0,226
Artikel 40, eerste lid, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,024 0,226
Artikel 40, eerste lid, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,024 0,226
Artikel 40, eerste lid, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,024 0,226
Artikel 42, eerste lid Grote ketel op B-hout 0,024 0,226
Artikel 44, eerste lid Ketel stadsverwarming op houtpellets 0,024 0,226
Artikel 46, eerste lid Stoomketel op houtpellets 0,024 0,226
Artikel 48, eerste lid Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,030 0,226
Artikel 50, eerste lid Verlengde levensduur ketel vaste of vloeibare biomassa 0,024 0,226
Artikel 52, eerste lid Composteringsinstallatie champost 0,033 0,226
Artikel 54, eerste lid, Thermische energie uit oppervlaktewater 0,040 0,166
Artikel 56, eerste lid Thermische energie uit drink- of afvalwater 0,040 0,166
Artikel 58, eerste lid Daglichtkas 0,024 0,185
Artikel 60, eerste lid Elektroboiler 0,024 0,226
Artikel 62, eerste lid, onderdeel a Industriële warmtepomp (gesloten) 0,024 0,173
Artikel 62, eerste lid, onderdeel b Industriële warmtepomp (open) 0,024 0,199
Artikel 64, eerste lid, onderdeel a Restwarmtebenutting (zonder warmtepomp) 0,024 0,223
Artikel 64, eerste lid, onderdeel b Restwarmtebenutting (met warmtepomp) 0,024 0,165
Artikel 66 Waterstof uit elektrolyse 0,037 0,219
Artikel regeling categorie Langetermijn broeikasgasbedrag in euro/1.000 kg CO2 Emissie-factor in kg CO2/1.000 kg CO2
Artikel 68, onderdeel a Bestaande afvang koolstofdioxide bij bestaand proces (ten hoogste 4.000 vollasturen) 37,895 976,625
Artikel 68, onderdeel b Bestaande afvang koolstofdioxidebij bestaand proces (ten hoogste 8.000 vollasturen) 37,895 976,625
Artikel 68, onderdeel c Nieuwe afvang koolstofdioxide bij bestaand proces 37,895 896,650
Artikel 68, onderdeel d Nieuwe afvang koolstofdioxide bij nieuw proces 37,895 902,549

§ 5. Maximaal aantal vollasturen, basiselektriciteits- en basisenergieprijzen, basisbedragen en correctiebedragen

§ 5.1. Hernieuwbare elektriciteit

Artikel 72

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:

1 2 3 4 5 6 7 7
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basiselektriciteitsprijs in euro/kWh Voorlopige correctie voor elektriciteitsprijs 2020 in euro/kWh Voorlopige correctie voor waarde garanties van oorsprong 2020 in euro/kWh Voorlopige correctie voor waarde garanties van oorsprong 2020 in euro/kWh
Artikel 4, onderdeel a Waterkracht, valhoogte < 50 cm waaronder vrije stroming en golfenergie 0,109 3.700 0,035 0,049 0 0
Artikel 4, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,109 5.700 0,035 0,049 0 0
Artikel 4, onderdeel c Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,097 2.600 0,035 0,049 0 0
Artikel 6 Osmose 0,109 8.000 0,035 0,049 0 0
Artikel 8, eerste lid, onderdeel a Wind op land, ≥ 8,5 m/s 0,040 netto P50-waarde vollasturen 0.029 0,043 0,007 0,007
Artikel 8, eerste lid, onderdeel b Wind op land, ≥ 8,0 en < 8,5 m/s 0,042 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 0,007
Artikel 8, eerste lid, onderdeel c Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,045 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 0,007
Artikel 8, eerste lid, onderdeel d Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,048 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 0,007
Artikel 8, eerste lid, onderdeel e Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,052 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 0,007
Artikel 8, eerste lid, onderdeel f Wind op land, < 6,75 m/s 0,056 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 0,007
Artikel 10, eerste lid, onderdeel a Wind op land, ≥ 8,5 m/s, hoogtebeperkt 0,045 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 0,007
Artikel 10, eerste lid, onderdeel b Wind op land, ≥ 8,0 en < 8,5 m/s, hoogtebeperkt 0,047 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 0,007
Artikel 10, eerste lid, onderdeel c Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s, hoogtebeperkt 0,052 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 0,007
Artikel 10, eerste lid, onderdeel d Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s, hoogtebeperkt 0,055 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 0,007
Artikel 10, eerste lid, onderdeel e Wind op land, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s, hoogtebeperkt 0,059 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 0,007
Artikel 10, eerste lid, onderdeel f Wind op land, < 6,75 m/s, hoogtebeperkt 0,063 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 0,007
Artikel 12, eerste lid, onderdeel a Wind op waterkeringen, ≥ 8,5 m/s 0,043 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 0,007
Artikel 12, eerste lid, onderdeel b Wind op waterkeringen, ≥ 8,0 en < 8,5 m/s 0,046 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 0,007
Artikel 12, eerste lid, onderdeel c Wind op waterkeringen, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,049 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 0,007
Artikel 12, eerste lid, onderdeel d Wind op waterkeringen, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,052 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 0,007
Artikel 12, eerste lid, onderdeel e Wind op waterkeringen, ≥ 6,75 en < 7,0 m/s 0,057 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 0,007
Artikel 12, eerste lid, onderdeel f Wind op waterkeringen, < 6,75 m/s 0,061 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 0,007
Artikel 14, eerste lid Wind in meer, water ≥ 1 km2 0,059 netto P50-waarde vollasturen 0,029 0,043 0,007 0,007
Artikel 16, eerste lid, onderdeel a Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 15 kWp en < 1 MWp, aansluiting 3*80A 0,080 950 Netlevering: 0,029 Netlevering: 0,047 Netlevering: 0,007 Netlevering: 0,007
Artikel 16, eerste lid, onderdeel a Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 15 kWp en < 1 MWp, aansluiting 3*80A 0,080 950 Niet netlevering: 0,060 Niet netlevering: 0,078 Niet netlevering: 0 Niet netlevering: 0
Artikel 16, eerste lid, onderdeel b Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, gebouwgebonden systeem 0,074 950 Netlevering: 0,029 Netlevering: 0,047 Netlevering: 0,007 Netlevering: 0,007
Artikel 16, eerste lid, onderdeel b Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, gebouwgebonden systeem 0,074 950 Niet netlevering: 0,051 Niet netlevering: 0,069 Niet netlevering: 0 Niet netlevering: 0
Artikel 16, eerste lid, onderdeel c Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, niet gebouwgebonden systeem 0,069 950 Netlevering: 0,029 Netlevering: 0,047 Netlevering: 0,007 Netlevering: 0,007
Artikel 16, eerste lid, onderdeel c Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, niet gebouwgebonden systeem 0,069 950 Niet netlevering: 0,051 Niet netlevering: 0,069 Niet netlevering: 0 Niet netlevering: 0
Artikel 16, eerste lid, onderdeel d Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, zonvolgend niet gebouwgebonden systeem 0,069 1.045 Netlevering: 0,029 Netlevering: 0,047 Netlevering: 0,007 Netlevering: 0,007
Artikel 16, eerste lid, onderdeel d Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, zonvolgend niet gebouwgebonden systeem 0,069 1.045 Niet netlevering: 0,051 Niet netlevering: 0,069 Niet netlevering: 0 Niet netlevering: 0
Artikel 16, eerste lid, onderdeel e Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, drijvend op water 0,080 950 Netlevering: 0,029 Netlevering: 0,047 Netlevering: 0,007 Netlevering: 0,007
Artikel 16, eerste lid, onderdeel e Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, drijvend op water 0,080 950 Niet netlevering: 0,051 Niet netlevering: 0,069 Niet netlevering: 0 Niet netlevering: 0
Artikel 16, eerste lid, onderdeel f Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,080 1190 Netlevering: 0,029 Netlevering: 0,047 Netlevering: 0,007 Netlevering: 0,007
Artikel 16, eerste lid, onderdeel f Fotovoltaïsche zonnepanelen ≥ 1 MWp, zonvolgend op water 0,080 1190 Niet netlevering: 0,051 Niet netlevering: 0,069 Niet netlevering: 0 Niet netlevering: 0

§ 5.2. Hernieuwbaar gas

Artikel 73

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:

1 2 3 4 5 6
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in eur/kWh Vollasturen Basisenergie-prijs in eur/kWh Voorlopige correctie voor energieprijs 2020 in eur/kWh
Artikel 18, onderdeel a Allesvergisting 0,064 8.000 0,016 0,020
Artikel 18, onderdeel b Monomestvergisting > 400 kW 0,068 8.000 0,016 0,020
Artikel 18, onderdeel c Monomestvergisting ≤ 400 kW 0,088 8.000 0,016 0,020
Artikel 20, eerste lid Biomassavergisting verlengde levensduur 0.064 8.000 0,016 0,020
Artikel 22, eerste lid Verbeterde slibgisting bij rioolwater-zuiverings-installaties 0,042 8.000 0,016 0,020
Artikel 24 Rioolwaterzuiveringsinstallaties bestaande slibgisting 0,030 8.000 0,016 0,020
Artikel 26, eerste lid, onderdeel a Biomassavergassing (≥95% biogeen) 0,073 7.500 0,016 0,020
Artikel 26, eerste lid, onderdeel b Biomassavergassing (uitgezonderd B-hout) 0,079 7.500 0,016 0,020

§ 5.3. Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

Artikel 74

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:

1 2 3 4 5 6 7
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro/kWh Vollasturen Basisenergie-prijs in euro/kWh Voorlopige correctie voor energieprijs 2020 in euro/kWh Andere correctie 2020 in euro/kWh
Artikel 28, eerste lid, onderdeel a Zonthermie ≥ 140 kW en < 1 MW 0,095 600 0,030 0,035 0,005
Artikel 28, eerste lid, onderdeel b Zonthermie ≥ 1 MW 0,080 600 0,023 0,028 0,005
Artikel 30, onderdelen a en d Diepe geothermie < 20 MWth, basislast 0,044 6.000 0,016 0,020 0,005
Artikel 30, onderdelen b en e Diepe geothermie ≥ 20 MWth, basislast 0,041 6.000 0,016 0,020 0,005
Artikel 30, onderdeel c Diepe geothermie, verwarming gebouwde omgeving 0,083 3.500 0,016 0,020 0,005
Artikel 30, onderdeel f Diepe geothermie basislast, aanvullende put 0,031 6.000 0,016 0,020 0,005
Artikel 30, onderdeel g Geothermie, diepte ≥ 4.000 meter 0,065 7.000 0,016 0,020 0,005
Artikel 34,onderdeel a Allesvergisting, warmte 0,060 7.000 0,023 0,028 0,005
Artikel 34,onderdeel b Allesvergisting, gecombineerde opwekking 0,067 7.622 0,029 0,038 0,003
Artikel 34, onderdeel c Monomestvergisting, warmte > 400 kW 0,062 7.000 0,023 0,028 0,005
Artikel 34, onderdeel d Monomestvergisting, gecombineerde opwekking > 400 kW 0,074 7.353 0,029 0,039 0,003
Artikel 34, onderdeel e Monomestvergisting, warmte ≤ 400 kW 0,098 7.000 0,023 0,028 0,005
Artikel 34, onderdeel f Monomestvergisting, gecombineerde opwekking ≤ 400 kW 0,121 6.374 0,049 0,059 0,003
Artikel 36, eerste lid, onderdeel a Verbeterde slibgisting RWZI, warmte 0,029 7.000 0,023 0,028 0,005
Artikel 36, eerste lid, onderdeel b Verbeterde slibgisting RWZI, gecombineerde opwekking 0,044 5.729 0,033 0,043 0,002
Artikel 38, eerste lid Ketel vloeibare biomassa 0,069 7.000 0,023 0,028 0,005
Artikel 40, eerste lid, onderdeel a Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (4.500 vollasturen) 0,047 4.500 0,016 0,020 0,005
Artikel 40, eerste lid, onderdeel b Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.000 vollasturen) 0,046 5.000 0,016 0,020 0,005
Artikel 40, eerste lid, onderdeel c Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (5.500 vollasturen) 0,046 5.500 0,016 0,020 0,005
Artikel 40, eerste lid, onderdeel d Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.000 vollasturen) 0,045 6.000 0,016 0,020 0,005
Artikel 40, eerste lid, onderdeel e Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (6.500 vollasturen) 0,045 6.500 0,016 0,020 0,005
Artikel 40, eerste lid, onderdeel f Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.000 vollasturen) 0,044 7.000 0,016 0,020 0,005
Artikel 40, eerste lid, onderdeel g Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (7.500 vollasturen) 0,044 7.500 0,016 0,020 0,005
Artikel 40, eerste lid, onderdeel h Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.000 vollasturen) 0,044 8.000 0,016 0,020 0,005
Artikel 40, eerste lid, onderdeel i Grote ketel op vaste of vloeibare biomassa (8.500 vollasturen) 0,044 8.500 0,016 0,020 0,005
Artikel 42, eerste lid Grote ketel op B-hout 0,027 7.500 0,016 0,020 0,005
Artikel 44, eerste lid Ketel stadsverwarming op houtpellets 0,066 6.000 0,016 0,020 0,005
Artikel 46, eerste lid Stoomketel op houtpellets 0,064 8.500 0,016 0,020 0,005
Artikel 48, eerste lid Directe inzet (brander) van houtpellets voor industriële toepassingen 0,052 3.000 0,021 0,025 0,005
Artikel 50, eerste lid Verlengde levensduur ketel vaste of vloeibare biomassa 0,031 8.000 0,016 0,020 0,005
Artikel 52, eerste lid Composteringsinstallatie champost 0,043 5.200 0,023 0,028 0,005

§ 5.4. Andere technieken ter vermindering van broeikasgas

Artikel 75
1.

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:

1 2 3 4 5 6
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro per kWh Vollasturen Basisbroeikasgasbedrag in euro per kWh Voorlopige correctie productprijs 2020 in euro per kWh Voorlopige correctie ETS 2020 in euro per kWh
Artikel 54, eerste lid, Thermische energie uit oppervlaktewater 0,090 3.500 0,030 0,035 0,005
Artikel 56, eerste lid Thermische energie uit drink- of afvalwater 0,077 6.000 0,030 0,035 0,005
Artikel 58, eerste lid Daglichtkas 0,077 3.850 0,016 0,020 0,005
Artikel 60, eerste lid Elektroboiler 0,072 2000 0,016 0,020 0,005
Artikel 62, eerste lid, onderdeel a Industriële warmtepomp (gesloten) 0,038 8.000 0,016 0,020 0,005
Artikel 62, eerste lid, onderdeel b Industriële warmtepomp (open) 0,037 8.000 0,016 0,020 0,005
Artikel 64, eerste lid, onderdeel a Restwarmtebenutting (zonder warmtepomp) 0,033 6.000 0,016 0,020 0,005
Artikel 64, eerste lid, onderdeel b Restwarmtebenutting (met warmtepomp) 0,044 6.000 0,016 0,020 0,005
Artikel 66 Waterstof uit elektrolyse 0,103 2.000 0,027 0,032 0,000
Artikel 32, onderdeel a Ondiepe geothermie, basislast 0,060 6.000 0,023 0,028 0,005
Artikel 32, onderdeel b Ondiepe geothermie voor verwarming gebouwde omgeving 0,081 3.500 0,023 0,028 0,005
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in euro per 1.000 kg broeikasgas Vollasturen Basisbroeikasgasbedragin euro per 1.000 kg broeikasgas Voorlopige correctie productprijs 2020 in euro per 1.000 kg broeikasgas Voorlopige correctie ETS 2020 in euro per 1.000 kg broeikasgas
Artikel 68, onderdeel a Afvang en permanente opslag koolstofdioxide (ten hoogste 4.000 vollasturen) 86,964 4.000 25,264 0 25,264
Artikel 68, onderdeel b Afvang en permanente opslag koolstofdioxide (ten hoogste 8.000 vollasturen) 62,476 8.000 25,264 0 25,264
Artikel 68, onderdeel c Afvang en permanente opslag koolstofdioxide (bestaand proces, nieuwe installatie) 100,331 8.000 25,264 0 25,264
Artikel 68, onderdeel d Afvang en permanente opslag koolstofdioxide (nieuw proces, nieuwe installatie) 92,304 8.000 25,264 0 25,264
2.

De feitelijke productie van een productie-installatie als bedoeld in de artikelen, 60, eerste lid, en 66, die in aanmerking komt voor subsidie bedraagt in de kalenderjaren 2021 tot en met 2026 ten hoogste de productie bij het respectievelijke aantal vollasturen, bedoeld in de onderstaande tabel.

Jaar Vollasturen elektroboiler Vollasturen waterstof uit elektrolyse
2021 1.490 0
2022 1.670 0
2023 1.790 1.490
2024 1.860 1.590
2025 1.820
2026 2.330

§ 6. Slotbepalingen

Artikel 76

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 2020.

Artikel 77

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2020.

Bijlage 1. behorende bij artikel 2, zesde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2020

Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de afvang en opslag van koolstofdioxide en van activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2020

.....

(hierna te samen ook te noemen: Partijen);

overwegen:

Partijen komen daartoe het volgende overeen:

Artikel 1. Tijdige ingebruikname van de productie-installatie

De Ondernemer verplicht zich jegens de Staat de productie-installatie tijdig in gebruik te nemen en wel binnen de in artikel 61 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie bedoelde periode of, indien op grond van artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie een ontheffing is verleend, binnen de in de ontheffing opgenomen periode.

Artikel 2. Inhoud en omvang van de garantie

De Ondernemer verplicht zich om tot zekerheid voor de nakoming van de in artikel 1 bedoelde verplichting, alsmede de bij niet tijdige nakoming verschuldigde boetes, binnen vier weken nadat de Beschikking is afgegeven ten behoeve van de Staat financiële zekerheid te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot 2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33, 49 en 55k van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie, door middel van de afgifte aan de Staat van een door een binnen de Europese Unie gevestigde bank afgegeven bankgarantie welke is opgemaakt onder gebruikmaking van het model bankgarantie.

Artikel 3. Vrijval van de garantie

Artikel 4. Boetes

Artikel 5. Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst

Artikel 6. Domiciliekeuze en berichtgevingen

Artikel 7. Rechtskeuze

Artikel 8. Citeertitel

Deze Uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie en klimaattransitie Staat/.....’.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend

te.....

Ondernemer

te 's-Gravenhage op.....

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

Model bankgarantie

DE ONDERGETEKENDE,

....., gevestigd te....., hierna te noemen de ‘Bank’,

IN AANMERKING NEMENDE DAT:

VERKLAART ALS VOLGT

Getekend te

op

De Bank

Bijlage 2. behorende bij de artikelen 8, 10 en 12 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2020

Gemeentenaam Provincie Windcategorie
Ameland Friesland ≥ 8,5 m/s
Den Helder Noord-Holland ≥ 8,5 m/s
Schiermonnikoog Friesland ≥ 8,5 m/s
Terschelling Friesland ≥ 8,5 m/s
Texel Noord-Holland ≥ 8,5 m/s
Vlieland Friesland ≥ 8,5 m/s
Bergen (NH.) Noord-Holland ≥ 8,0 en < 8,5 m/s
Het Hogeland Groningen ≥ 8,0 en < 8,5 m/s
Harlingen Friesland ≥ 8,0 en < 8,5 m/s
Hollands Kroon Noord-Holland ≥ 8,0 en < 8,5 m/s
Noordeast-Fryslân Friesland ≥ 8,0 en < 8,5 m/s
Rotterdam Maasvlakte (wijk 23 buurt 8) Zuid-Holland ≥ 8,0 en < 8,5 m/s
Schagen Noord-Holland ≥ 8,0 en < 8,5 m/s
Súdwest-Fryslân Friesland ≥ 8,0 en < 8,5 m/s
Waadhoeke Friesland ≥ 8,0 en < 8,5 m/s
Zandvoort Noord-Holland ≥ 8,0 en < 8,5 m/s
Achtkarspelen Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Alkmaar Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Appingedam Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Beemster Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Beverwijk Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Bloemendaal Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Castricum Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Dantumadiel Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
De Fryske Marren Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Delfzijl Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Drechterland Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Edam-Volendam Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Enkhuizen Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Goeree-Overflakkee Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Heemskerk Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Heerenveen Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Heerhugowaard Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Heiloo Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Hillegom Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Hoorn Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Katwijk Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Koggenland Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Langedijk Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Leeuwarden Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Lisse Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Loppersum Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Medemblik Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Noord-Beveland Zeeland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Noordoostpolder Flevoland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Noordwijk Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Oldambt Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Opmeer Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Opsterland Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Schouwen-Duiveland Zeeland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Smallingerland Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Stede Broec Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Tytsjerksteradiel Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Uitgeest Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Urk Flevoland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Veere Zeeland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Velsen Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Wassenaar Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Westerkwartier Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Westland Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Westvoorne Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Aa en Hunze Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Aalsmeer Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Aalten Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Almere Flevoland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Alphen aan den Rijn Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Altena Noord-Brabant ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Amstelveen Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Amsterdam Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Assen Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Bodegraven-Reeuwijk Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Borger-Odoorn Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Borsele Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Brielle Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Coevorden Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Culemborg Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Dalfsen Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
De Ronde Venen Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
De Wolden Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Delft Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Diemen Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Dronten Flevoland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Emmen Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Goes Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Gouda Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Groningen Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Haarlem Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Haarlemmermeer Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Hardenberg Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Hardinxveld-Giessendam Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Heemstede Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Hellevoetsluis Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Hoeksche Waard Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Hoogeveen Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Hulst Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
IJsselstein Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Kaag en Braassem Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Kampen Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Kapelle Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Krimpenerwaard Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Landsmeer Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Lansingerland Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Leiden Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Leiderdorp Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Leidschendam-Voorburg Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Lelystad Flevoland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Lopik Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Maassluis Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Meppel Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Middelburg Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Midden-Delfland Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Midden-Drenthe Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Midden-Groningen Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Moerdijk Noord-Brabant ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Molenlanden Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Montfoort Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Nieuwkoop Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Nissewaard Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Noordenveld Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Oegstgeest Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Oost Gelre Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Ooststellingwerf Friesland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Oostzaan Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Ouder-Amstel Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Oudewater Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Pekela Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Pijnacker-Nootdorp Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Purmerend Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Reimerswaal Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Rijswijk Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Rotterdam-West (wijk 17, wijk 23 excl. buurt 8, en wijk 27) Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
's-Gravenhage Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Sluis Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Stadskanaal Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Staphorst Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Steenbergen Noord-Brabant ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Steenwijkerland Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Stichtse Vecht Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Terneuzen Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Teylingen Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Tholen Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Tynaarlo Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Uithoorn Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Veendam Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Vijfheerenlanden Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Vlissingen Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Voorschoten Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Waddinxveen Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Waterland Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Weesp Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
West Betuwe Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Westerveld Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Westerwolde Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Weststellingwerf Friesland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Woerden Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Wormerland Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zaanstad Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zaltbommel Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zoetermeer Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zoeterwoude Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zuidplas Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zwartewaterland Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zwolle Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Alblasserdam Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Albrandswaard Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Barendrecht Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Bergen op Zoom Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Berkelland Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Beuningen Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Bunnik Utrecht ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Bunschoten Utrecht ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Buren Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Capelle aan den IJssel Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Dordrecht Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Drimmelen Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Druten Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Duiven Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Etten-Leur Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Geertruidenberg Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Gooise Meren Noord-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Gorinchem Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Haaksbergen Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Halderberge Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Hattem Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Hellendoorn Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Hendrik-Ido-Ambacht Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Houten Utrecht ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Krimpen aan den IJssel Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Lingewaard Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Maasdriel Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Neder-Betuwe Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Nieuwegein Utrecht ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Nijkerk Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Oldebroek Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Olst-Wijhe Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Ommen Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Oss Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Oude IJsselstreek Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Overbetuwe Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Papendrecht Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Raalte Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Ridderkerk Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Roosendaal Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Rotterdam (excl. wijk 17, 23 en 27) Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Schiedam Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Simpelveld Limburg ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Sliedrecht Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Tiel Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Tubbergen Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Twenterand Overijssel ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Utrecht Utrecht ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Vlaardingen Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Waalwijk Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
West Maas en Waal Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Wijchen Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Wijdemeren Noord-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Wijk bij Duurstede Utrecht ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Winterswijk Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Zeewolde Flevoland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Zevenaar Gelderland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Zundert Noord-Brabant ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Zwijndrecht Zuid-Holland ≥ 6,75 en < 7,0 m/s
Almelo Overijssel < 6,75 m/s
Alphen-Chaam Noord-Brabant < 6,75 m/s
Amersfoort Utrecht < 6,75 m/s
Apeldoorn Gelderland < 6,75 m/s
Arnhem Gelderland < 6,75 m/s
Asten Noord-Brabant < 6,75 m/s
Baarle-Nassau Noord-Brabant < 6,75 m/s
Baarn Utrecht < 6,75 m/s
Barneveld Gelderland < 6,75 m/s
Beek Limburg < 6,75 m/s
Beekdaelen Limburg < 6,75 m/s
Beesel Limburg < 6,75 m/s
Berg en Dal Gelderland < 6,75 m/s
Bergeijk Noord-Brabant < 6,75 m/s
Bergen (L.) Limburg < 6,75 m/s
Bernheze Noord-Brabant < 6,75 m/s
Best Noord-Brabant < 6,75 m/s
Bladel Noord-Brabant < 6,75 m/s
Blaricum Noord-Holland < 6,75 m/s
Boekel Noord-Brabant < 6,75 m/s
Borne Overijssel < 6,75 m/s
Boxmeer Noord-Brabant < 6,75 m/s
Boxtel Noord-Brabant < 6,75 m/s
Breda Noord-Brabant < 6,75 m/s
Bronckhorst Gelderland < 6,75 m/s
Brummen Gelderland < 6,75 m/s
Brunssum Limburg < 6,75 m/s
Cranendonck Noord-Brabant < 6,75 m/s
Cuijk Noord-Brabant < 6,75 m/s
De Bilt Utrecht < 6,75 m/s
Deurne Noord-Brabant < 6,75 m/s
Deventer Overijssel < 6,75 m/s
Dinkelland Overijssel < 6,75 m/s
Doesburg Gelderland < 6,75 m/s
Doetinchem Gelderland < 6,75 m/s
Dongen Noord-Brabant < 6,75 m/s
Echt-Susteren Limburg < 6,75 m/s
Ede Gelderland < 6,75 m/s
Eemnes Utrecht < 6,75 m/s
Eersel Noord-Brabant < 6,75 m/s
Eijsden-Margraten Limburg < 6,75 m/s
Eindhoven Noord-Brabant < 6,75 m/s
Elburg Gelderland < 6,75 m/s
Enschede Overijssel < 6,75 m/s
Epe Gelderland < 6,75 m/s
Ermelo Gelderland < 6,75 m/s
Geldrop-Mierlo Noord-Brabant < 6,75 m/s
Gemert-Bakel Noord-Brabant < 6,75 m/s
Gennep Limburg < 6,75 m/s
Gilze en Rijen Noord-Brabant < 6,75 m/s
Goirle Noord-Brabant < 6,75 m/s
Grave Noord-Brabant < 6,75 m/s
Gulpen-Wittem Limburg < 6,75 m/s
Haaren Noord-Brabant < 6,75 m/s
Harderwijk Gelderland < 6,75 m/s
Heerde Gelderland < 6,75 m/s
Heerlen Limburg < 6,75 m/s
Heeze-Leende Noord-Brabant < 6,75 m/s
Helmond Noord-Brabant < 6,75 m/s
Hengelo Overijssel < 6,75 m/s
Heumen Gelderland < 6,75 m/s
Heusden Noord-Brabant < 6,75 m/s
Hilvarenbeek Noord-Brabant < 6,75 m/s
Hilversum Noord-Holland < 6,75 m/s
Hof van Twente Overijssel < 6,75 m/s
Horst aan de Maas Limburg < 6,75 m/s
Huizen Noord-Holland < 6,75 m/s
Kerkrade Limburg < 6,75 m/s
Laarbeek Noord-Brabant < 6,75 m/s
Landerd Noord-Brabant < 6,75 m/s
Landgraaf Limburg < 6,75 m/s
Laren Noord-Holland < 6,75 m/s
Leudal Limburg < 6,75 m/s
Leusden Utrecht < 6,75 m/s
Lochem Gelderland < 6,75 m/s
Loon op Zand Noord-Brabant < 6,75 m/s
Losser Overijssel < 6,75 m/s
Maasgouw Limburg < 6,75 m/s
Maastricht Limburg < 6,75 m/s
Meerssen Limburg < 6,75 m/s
Meierijstad Noord-Brabant < 6,75 m/s
Mill en Sint Hubert Noord-Brabant < 6,75 m/s
Montferland Gelderland < 6,75 m/s
Mook en Middelaar Limburg < 6,75 m/s
Nederweert Limburg < 6,75 m/s
Nijmegen Gelderland < 6,75 m/s
Nuenen, Gerwen en Nederwetten Noord-Brabant < 6,75 m/s
Nunspeet Gelderland < 6,75 m/s
Oirschot Noord-Brabant < 6,75 m/s
Oisterwijk Noord-Brabant < 6,75 m/s
Oldenzaal Overijssel < 6,75 m/s
Oosterhout Noord-Brabant < 6,75 m/s
Peel en Maas Limburg < 6,75 m/s
Putten Gelderland < 6,75 m/s
Renkum Gelderland < 6,75 m/s
Renswoude Utrecht < 6,75 m/s
Reusel-De Mierden Noord-Brabant < 6,75 m/s
Rheden Gelderland < 6,75 m/s
Rhenen Utrecht < 6,75 m/s
Rijssen-Holten Overijssel < 6,75 m/s
Roerdalen Limburg < 6,75 m/s
Roermond Limburg < 6,75 m/s
Rozendaal Gelderland < 6,75 m/s
Rucphen Noord-Brabant < 6,75 m/s
Scherpenzeel Gelderland < 6,75 m/s
's-Hertogenbosch Noord-Brabant < 6,75 m/s
Sint Anthonis Noord-Brabant < 6,75 m/s
Sint-Michielsgestel Noord-Brabant < 6,75 m/s
Sittard-Geleen Limburg < 6,75 m/s
Soest Utrecht < 6,75 m/s
Someren Noord-Brabant < 6,75 m/s
Son en Breugel Noord-Brabant < 6,75 m/s
Stein Limburg < 6,75 m/s
Tilburg Noord-Brabant < 6,75 m/s
Uden Noord-Brabant < 6,75 m/s
Utrechtse Heuvelrug Utrecht < 6,75 m/s
Vaals Limburg < 6,75 m/s
Valkenburg aan de Geul Limburg < 6,75 m/s
Valkenswaard Noord-Brabant < 6,75 m/s
Veenendaal Utrecht < 6,75 m/s
Veldhoven Noord-Brabant < 6,75 m/s
Venlo Limburg < 6,75 m/s
Venray Limburg < 6,75 m/s
Voerendaal Limburg < 6,75 m/s
Voorst Gelderland < 6,75 m/s
Vught Noord-Brabant < 6,75 m/s
Waalre Noord-Brabant < 6,75 m/s
Wageningen Gelderland < 6,75 m/s
Weert Limburg < 6,75 m/s
Westervoort Gelderland < 6,75 m/s
Wierden Overijssel < 6,75 m/s
Woensdrecht Noord-Brabant < 6,75 m/s
Woudenberg Utrecht < 6,75 m/s
Zeist Utrecht < 6,75 m/s
Zutphen Gelderland < 6,75 m/s

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.