Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 28 september 2020, nr. 2020-0000499860, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een specifieke uitkering aan de gemeente Delfzijl, de gemeente Groningen, de gemeente Loppersum, de gemeente Oldambt en de provincie Groningen in het kader van een derde tranche in verband met de uitvoering van het Nationaal Programma Groningen

Type Ministeriële regeling
Publication 2020-10-02
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 17, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet en artikel 4:23, derde lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Specifieke uitkering
1.

De minister verstrekt een specifieke uitkering aan de gemeenten en de provincie Groningen voor de uitvoering van projecten en werkzaamheden ten behoeve van het Nationaal Programma Groningen.

2.

De specifieke uitkering bedraagt voor de gemeente:

3.

De specifieke uitkering bedraagt voor de provincie Groningen € 46.235.000, waarvan:

4.

De specifieke uitkering wordt in één keer uitbetaald.

5.

De specifieke uitkering wordt niet verstrekt voor BTW verschuldigd over kosten voor de uitvoering van projecten en werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, voor zover het bedrag van de BTW in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds of voor zover de kosten in aanmerking komen voor aftrek op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968.

Artikel 3. Voorwaarden

De gemeenten en de provincie Groningen besteden de specifieke uitkering uitsluitend aan de projecten of werkzaamheden waarvoor dat deel van de specifieke uitkering is toegekend.

Artikel 4. Verantwoording en terugvordering
1.

De gemeenten en de provincie Groningen leggen verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, blijkt dat de uitkering, bedoeld in artikel 2, niet volledig of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan het college van Gedeputeerde Staten of het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 5. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.