Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 31 augustus 2020, 2020-0000036179, tot uitvoering van het Besluit onderstand BES (Regeling onderstand BES)

Type Ministeriele Regeling Bes
Publication 2021-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 12, vierde lid, 18a, tweede lid, onderdeel d, 37 en 40 van het Besluit onderstand BES;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Opleggen van een maatregel

Paragraaf 2.1. Algemene bepalingen ten aanzien van een maatregel

Artikel 2. Het opleggen van een maatregel
1.

Indien de belanghebbende naar het oordeel van de minister tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel de uit het besluit voortvloeiende verplichtingen niet of niet voldoende nakomt, wordt overeenkomstig deze regeling een maatregel opgelegd.

2.

Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.

Artikel 3. Berekeningsgrondslag
1.

De maatregel wordt toegepast op de berekeningsgrondslag, die wordt bepaald door het basisbedrag van de algemene onderstand en de voor belanghebbende geldende toeslagen waarmee het basisbedrag van de algemene onderstand wordt verhoogd.

2.

Voor de toepassing van artikel 19 van het besluit wordt de onderstand in aanmerking genomen alsof de maatregel niet is toegepast.

Artikel 4. De beschikking tot opleggen van een maatregel

In de beschikking tot het opleggen van een maatregel worden in ieder geval vermeld:

Artikel 5. Horen van de belanghebbende
1.

Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.

2.

Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten indien:

Artikel 6. Afzien van het opleggen van een maatregel
1.

De minister ziet af van het opleggen van een maatregel indien:

2.

De minister kan afzien van het opleggen van een maatregel indien hij daarvoor dringende redenen aanwezig acht.

3.

Indien de minister afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.

Artikel 7. Ingangsdatum en duur van een maatregel
1.

De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerstvolgende tweewekelijke betaalperiode volgend op de datum waarop de beschikking tot het opleggen van de maatregel aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die betaalperiode geldende bedragen van de algemene onderstand.

2.

Een maatregel wordt opgelegd voor de duur van vier weken.

Artikel 8. Samenloop van gedragingen

Indien een belanghebbende zich tegelijkertijd schuldig maakt aan verschillende gedragingen die het niet nakomen van een verplichting als genoemd in artikel 2, eerste lid, inhouden, worden de verlagingen voor de onderscheiden gedragingen gelijktijdig toegepast met inachtneming van artikel 7.

Artikel 9. Recidive

De duur van de maatregel kan worden verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een beschikking waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld de beschikking om daarvan af te zien op grond van dringende redenen als bedoeld in artikel 6, tweede lid.

Paragraaf 2.2. Geen of onvoldoende medewerking aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid

Artikel 10. Indeling in categorieën

Gedragingen van belanghebbenden waardoor de verplichting tot inschakeling in de arbeid op grond van artikel 5 van het besluit niet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:

Artikel 11. De hoogte van de maatregel

Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel als volgt vastgesteld:

Paragraaf 2.3. Niet nakomen van de inlichtingenplicht

Artikel 12. Niet tijdig verstrekken van gegevens
1.

Indien een belanghebbende de inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 11 van het besluit, niet is nagekomen door informatie die van belang is voor de verlening van onderstand of de voortzetting daarvan niet binnen de door de minister daartoe gestelde termijn te verstrekken, wordt een maatregel opgelegd van 5% van de berekeningsgrondslag, onverminderd artikel 2, tweede lid.

2.

Van het opleggen van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, kan worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.

Artikel 13. Verstrekken onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de onderstand
1.

Indien een belanghebbende aan de minister onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt en dit heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van onderstand, wordt een maatregel opgelegd die is afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.

2.

Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel, bedoeld in het eerste lid, op de volgende wijze vastgesteld:

Artikel 14. Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen zonder gevolgen voor de onderstand
1.

Indien een belanghebbende aan de minister onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt en dit niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van onderstand, wordt een maatregel opgelegd van 10% van de berekeningsgrondslag, onverminderd artikel 2, tweede lid.

2.

Van het opleggen van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, kan worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.

Paragraaf 2.4. Overige gedragingen die leiden tot een maatregel

Artikel 15. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
1.

Indien een belanghebbende tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van het besluit, wordt een maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.

2.

Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel, bedoeld in het eerste lid, op de volgende wijze vastgesteld:

Artikel 16. Zeer ernstige misdragingen

Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover de minister of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het besluit wordt een maatregel opgelegd van minimaal 20% van de berekeningsgrondslag, onverminderd artikel 2, tweede lid.

Hoofdstuk 3. Vrijlating uitkeringen en vergoedingen

Artikel 17. Vrijlating uitkering Schadefonds geweldsmisdrijven

Als uitkeringen als bedoeld in artikel 18a, tweede lid, onderdeel d, van het besluit wordt aangewezen de uitkering als bedoeld in de Wet schadefonds geweldsmisdrijven, met uitzondering van het deel van de uitkering dat vanwege de derving van levensonderhoud wordt verstrekt aan nabestaanden.

Hoofdstuk 4. Gegevensuitwisseling

Artikel 18. Gegevensverstrekking aan de minister
1.

De hieronder vermelde instanties en personen zijn verplicht desgevraagd aan de minister kosteloos opgaven en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het besluit:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.