← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 5 oktober 2020, nr. IENW/BSK-2020/186839, houdende vaststelling van een specifieke uitkering in verband met implementatie van ERTMS in materieel voor regionaal personenvervoer per trein (Tijdelijke regeling specifieke uitkering ERTMS regionaal personenvervoer per trein 2020–2031)

Geldende tekst a fecha 2022-07-01

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet,artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdelen a en f, 4, eerste en tweede lid, en 5, van de Kaderwet subsidies I en M, artikel 2, derde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M en artikel 8, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet Infrastructuurfonds;

BESLUIT:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderbesluit subsidies I en M

Op deze regeling zijn de artikelen 6, eerste lid, 8, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel a, en derde lid, aanhef en onderdelen a, b en d, 10, eerste tot en met vierde lid, 11, 12, aanhef en onderdelen b tot en met e en g tot en met k, 14, eerste, tweede en vierde lid, 17, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met c en e tot en met g, en tweede lid, 18, 21, 23, derde en vijfde lid, en 24, eerste lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3. Plafond van de specifieke uitkering en wijze van verdelen
1.

Het plafond van de specifieke uitkering voor de jaren 2020 tot en met 2031 bedraagt € 125.000.000.

2.

Bij wijziging van het plafond doet de Minister daarvan mededeling in de Staatscourant.

3.

De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 4. Verlening specifieke uitkering
1.

De Minister verleent op aanvraag een specifieke uitkering aan de ontvangers ten behoeve van de implementatie van ERTMS.

2.

De programmadirectie ERTMS adviseert de Minister over de hoogte van de specifieke uitkering aan de hand van de kostenraming uit het implementatieplan.

3.

Het implementatieplan, de daarbij behorende kostenraming en het advies worden bij de aanvraag gevoegd.

Artikel 5. Voorwaarden
1.

De ontvangers zijn verplicht om als voorwaarde in de respectieve concessies voor regionaal personenvervoer per trein op te nemen dat ERTMS wordt geïmplementeerd in het materieel dat ter uitvoering van de concessies wordt ingezet.

2.

Voor deze implementatie gelden de vigerende ERTMS-programmakaders, waaronder de zes criteria voor materieelbekostiging, en de PSO-Verordening.

3.

De ontvangers zijn verplicht de specifieke uitkering uitsluitend te besteden aan de uitvoering van het implementatieplan, overeenkomstig het advies.

Artikel 6. Voorschotverlening
1.

Na afgifte van de beschikking tot verlening van de specifieke uitkering kan de Minister een voorschot verlenen.

2.

De beschikking tot verlening van het voorschot wordt gegeven na ontvangst van een deelprojectplan dat een nadere uitwerking vormt van een onderdeel van het implementatieplan.

3.

De hoogte van dit voorschot wordt afgestemd op de liquiditeitsbegroting uit de respectieve deelprojectplannen.

Artikel 7. Inwerkingtreding en horizonbepaling
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2032, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op uitkeringen die voor die datum zijn verleend.

Artikel 8. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling specifieke uitkering ERTMS regionaal personenvervoer per trein 2020–2031.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.