Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 8 oktober 2020 , nr. IENW/BSK-2020/186487, houdende regels in verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht (Loodsplichtregeling 2021)
Gelet op artikel 14a Scheepvaartverkeerswet en de artikelen 1, 2, tweede en derde lid, 3, 4, derde en vijfde lid, 5, eerste en derde lid, 8, onderdeel c, 14, eerste lid, 18, eerste en tweede lid, 19, vierde en vijfde lid, van het Loodsplichtbesluit 2021;
BESLUIT:
Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond, Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
§ 1. Definities
Artikel 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –. algemene PEC: PEC A, -B, -C of –D;
- –. besluit: Loodsplichtbesluit 2021;
- –. breedte: grootste breedte van een zeeschip;
- –. diepgang: grootste diepgang van een zeeschip;
- –. klein zeeschip: zeeschip met een lengte over alles van minder dan 115 meter, met een afstand van de kiel tot het hoogste vaste punt van het schip van ten hoogste 18 meter en welk schip gebruikt wordt of gebruikt zal worden in een beperkt vaargebied op zee tot ten hoogste 200 mijl uit de kust;
- –. lengte over alles: lengte over alles volgens Lloyd’s Register of Ships;
- –. LNG: Liquefied Natural Gas;
- –. LNG-brandstof: LNG dat wordt gebruikt als brandstof voor de voortstuwing of hulpbedrijf van een schip;
- –. LNG-bunkeren: aan boord van een schip brengen van LNG-brandstof of aardgas brandstof voor eigen gebruik door dat schip;
- –. LNG-bunkerschip: tankschip gebruikt voor het LNG-bunkeren;
- –. module 1, 2, 3, 4 of 5: module 1, 2, 3, 4 of 5 als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het besluit.
§ 2. Bepalingen in verband met het PEC-houderschap
Artikel 2. Aanwijzen regionale autoriteiten
Als regionale autoriteit wordt aangewezen voor de zeehavenregio:
- a. Noord-Nederland: de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat;
- b. Amsterdam-IJmond: de directeur van het Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied;
- c. Rotterdam-Rijnmond-Scheveningen: de havenmeester van Rotterdam, werkzaam bij Havenbedrijf Rotterdam N.V.;
- d. Scheldemonden: de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat.
Artikel 3. Te onderscheiden algemene PEC’s en daarbij behorende modules
Om voor een van de op grond van deze regeling genoemde algemene PEC in aanmerking te kunnen komen, voldoet de aanvrager aan:
- a. PEC A: modules 1, 2 en 3 en praktische en theoretische kennis van de door de bevoegde autoriteit aangegeven lokale scheepvaartbegeleidingsprocedures; en
- b. PEC B, C en D: modules 1, 2, 3, 4 en 5.
De bevoegde autoriteit kan aan de persoon die als gevolg van een afgeronde opleiding die is genoten voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze regeling voldoende kennis heeft van de voor het betreffende zeehavengebied voor module 1 of 4 op grond van deze regeling vastgestelde eisen, ontheffing van deze modules verlenen.
De bevoegde autoriteit kan aan de persoon die op andere wijze dan via een opleiding voldoende actieve of passieve kennis van de voor het betreffende zeehavengebied voor module 2 op grond van deze regeling aangeduide relevante talen heeft, ontheffing van deze module verlenen.
Indien de aanvrager een ander zeeschip of traject wil toevoegen aan zijn PEC, verleent de bevoegde autoriteit hem ontheffing van de modules waarover hij al beschikt. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing in het geval de aanvrager een PEC aanvraagt voor een ander zeehavengebied.
Artikel 4. Frequentie-eis algemene PEC’s
Om de kundigheid en ervaring, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van het besluit, voor de algemene PEC’s te behouden, geldt de volgende frequentie-eis bij:
- a. PEC A: 3 calls of 6 enkele reizen per jaar;
- b. PEC B: 6 calls of 12 enkele reizen per jaar;
- c. PEC C: 12 calls of 24 enkele reizen per jaar; en
- d. PEC D: 18 calls of 36 enkele reizen per jaar.
Op verzoek van de houder van een PEC kan de bevoegde autoriteit ook instemmen met een andere dan de in het eerste lid bedoelde combinatie van calls of enkele reizen.
In afwijking van het eerste lid geldt in het geval een kapitein of eerste stuurman voor twee of meer schepen in het bezit van een PEC is voor een zelfde traject, slechts eenmaal de hoogste frequentie-eis onafhankelijk van het zeeschip waarmee het traject wordt afgelegd.
Indien een kapitein of eerste stuurman voor een traject niet aan de frequentie-eis voldoet maar wel ten minste aan de helft van de frequentie-eis, kan de bevoegde autoriteit hem onder voorschriften en beperkingen ontheffing van de frequentie-eis verlenen. De bevoegde autoriteit kan daarbij bepalen dat een aantal reizen als bedoeld in module 3 of 5 wordt afgelegd.
Hoofdstuk 2. Zeehavenregio Noord Nederland
§ 1. Zeehavengebied Delfzijl-Eemshaven
Artikel 5. Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen
Het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven omvat de hieronder genoemde loodsplichtige scheepvaartwegen met inbegrip van de daaraan gelegen havens:
- a. aanloopgebied Westereems: het gebied vanaf de vuurtoren Borkum (53°35’.33 N 006°39’.72 E), vandaar naar de boei Riffgat (53°38’.89 N 006°27’.04 E), vandaar naar boei Westerems (53°36’.949 N 006°17’.736 E), vandaar naar boei H1 (53°34’.86 N 006°17’.96 E), vandaar naar boei H2 (53°34’.73 N 006°22’.01 E), vandaar naar de Grote Kaap op Rottumeroog (53°32’.48 N 006°34’.54 E), vandaar naar punt 53°33’.05 N 006°35’.43 E, vandaar naar punt 53°34’.21 N 006°37’.75, vandaar naar punt 53°31’.91 N 006°42’.79 E, vandaar naar punt 53°32’.56 N 006°43’.70 E, vandaar naar punt 53°34’.76 N 006°38’.79 E, vandaar naar de vuurtoren Borkum (53°35’.33 N 006°39’.72 E).
- b. Borkum - Delfzijl: het gebied tussen Borkum en Delfzijl dat wordt begrensd door het punt 53°33’.05 N 006°35’.43 E, vandaar naar punt 53°34’.21 N 006°37’.75, vandaar naar punt 53°31’.91 N 006°42’.79 E, vandaar naar punt 53°32’.56 N 006°43’.70 E, vandaar naar de Duitse kust nabij Campen (53°24’.25 N 007°00’.87 E), de kust zuidwaarts volgend naar Knock (53°20’.31 N 007°02’.59 E), vandaar naar Termunten (53°17’.89 N 007°002’.78 E), tot en met de havens van Delfzijl, inclusief de zeesluis en de scheepvaartweg vanaf de zeesluis via het Oosterhornkanaal tot en met de Oosterhornhaven, vandaar de Groningse kustlijn volgend tot en met de Eemshaven, vandaar van het westelijk havenhoofd Eemshaven (53°27’.74 N 006°50’.08 E), vandaar naar de Grote Kaap op Rottumeroog (53°32’.48 N 006°34’.54 E).
Artikel 6. Aanwijzing bevoegde autoriteiten
Bevoegde autoriteiten voor de loodsplichtige scheepvaartwegen van het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven zijn:
- a. voor scheepvaartwegen in beheer bij het Rijk: de Directeur - Generaal Rijkswaterstaat;
- b. voor scheepvaartwegen in beheer bij een ander openbaar lichaam: de persoon die door het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Havenschap Groningen Seaports is aangewezen voor de zorg voor een veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer.
Artikel 7. Categorale vrijstelling van de loodsplicht
In het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, de kapitein van een zeeschip op:
- a. het traject haven Delfzijl - Eemshaven, inclusief de Oosterhornhaven in Delfzijl met een zeeschip met een lengte over alles tot en met 95 meter en een breedte tot en met 13 meter en een diepgang tot en met 6 meter;
- b. het traject haven Delfzijl - Borkum, inclusief de Oosterhornhaven in Delfzijl met een zeeschip met een lengte over alles tot en met 95 meter en een breedte tot en met 13 meter en een diepgang tot en met 6 meter;
- c. het traject Eemshaven - Borkum, met een zeeschip met een lengte over alles tot en met 95 meter en een breedte tot en met 13 meter en een diepgang tot en met 7 meter;
- d. het traject Borkum - Westereems, met een zeeschip met een lengte over alles tot en met 155 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 7 meter.
In het zeehavengebied Delfzijl-Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, de kapitein van een zeeschip, ongeacht de lengte van het zeeschip, indien het schip binnen de grenzen van de in het vaarwater gelegen ankerplaatsen voor anker gaat.
In het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel e, van het besluit, de kapitein van een zeeschip indien het schip:
- a. met een lengte over alles tot en met 95 meter een verplaatsing maakt binnen een havenbekken in de haven van Delfzijl, zonder daarbij de hoofdvaarweg te bevaren;
- b. met een lengte over alles tot en met 130 meter een verplaatsing maakt binnen een havenbekken in de Eemshaven, zonder daarbij de hoofdvaarweg te bevaren.
Artikel 8. Vrijstelling voor werkschepen
In het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel f, van het besluit, de kapitein van een werkschip:
- a. met een lengte over alles tot en met 140 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 6 meter op het traject haven Delfzijl-Eemshaven, vanaf de zeesluis in de haven van Delfzijl, met uitzondering van de Beatrixhaven in de Eemshaven waarvoor een lengte over alles tot en met 140 meter en een breedte tot en met 18 meter en een diepgang tot en met 6 meter geldt;
- b. met een lengte over alles tot en met 140 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 6 meter op het traject haven Delfzijl - Borkum, vanaf de zeesluis in de haven van Delfzijl;
- c. met een lengte over alles tot en met 140 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 8 meter op het traject Eemshaven-Borkum, met uitzondering van de Beatrixhaven in de Eemshaven waarvoor een lengte over alles tot en met 140 meter en een breedte tot en met 18 meter en een diepgang tot en met 8 meter geldt;
- d. met een lengte over alles tot en met 170 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 8 meter op het traject Borkum - Westereems.
Artikel 9. Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC A, B of C
In het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, de kapitein of eerste stuurman van een zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een:
- a. op het traject haven Delfzijl-Eemshaven vanaf de zeesluis in de haven van Delfzijl:
- 1°. PEC A voor zeeschepen met een lengte over alles van meer 95 meter tot en met 115 meter en een breedte tot en met 18 meter en een diepgang tot en met 6 meter;
- 2°. PEC B voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 115 meter tot en met 125 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 6 meter, met uitzondering van de Beatrixhaven in de Eemshaven waarvoor een lengte over alles van meer dan 115 tot en met 125 meter en een breedte tot en met 18 meter en een diepgang tot en met 6 meter geldt;
- 3°. PEC C voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 125 meter tot en met 140 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 6 meter, met uitzondering van de Beatrixhaven in de Eemshaven waarvoor een lengte over alles van meer dan 125 tot en met 140 meter en een breedte tot en met 18 meter en een diepgang tot en met 6 meter geldt;
- b. op het traject haven Delfzijl-Borkum vanaf de zeesluis in de haven van Delfzijl:
- 1°. PEC A voor zeeschepen met een lengte over alles van meer 95 meter tot en met 115 meter en een breedte tot en met 18 meter en een diepgang tot en met 6 meter;
- 2°. PEC B voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 115 meter tot en met 125 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 6 meter;
- 3°. PEC C voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 125 meter tot en met 140 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 6 meter;
- c. op het traject Eemshaven - Borkum:
- 1°. PEC A voor zeeschepen met een lengte over alles van meer 95 meter tot en met 115 meter en een breedte tot en met 18 meter en een diepgang tot en met 7 meter;
- 2°. PEC B voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 115 meter tot en met 125 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 8 meter, met uitzondering van de Beatrixhaven in de Eemshaven waarvoor een lengte over alles van meer dan 115 tot en met 125 meter en een breedte tot en met 18 meter en een diepgang tot en met 8 meter geldt;
- 3°. PEC C voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 125 meter tot en met 140 meter en een breedte tot en met 25 meter en een diepgang tot en met 8 meter, met uitzondering van de Beatrixhaven in de Eemshaven waarvoor een lengte over alles van meer dan 125 tot en met 140 meter en een breedte tot en met 18 meter en een diepgang tot en met 8 meter geldt;
- d. op het traject Borkum-Westereems:
- 1°. PEC C voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 155 meter tot en met 170 meter en een breedte tot en met 25 meter en diepgang tot en met 8 meter;
- 2°. PEC C voor zeeschepen met een lengte over alles van meer dan 170 meter, een breedte tot en met 40 meter en diepgang tot en met 8 meter, voor zover het betreft een roll-on-roll-offschip dat in een vaste veerverbinding vaart, waarbij door het betreffende zeeschip ten minste een maal per week een vaste aanmeerplek in het zeehavengebied wordt aangedaan.
Artikel 10. Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC kleine zeeschepen
In het zeehavengebied Delfzijl-Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, de kapitein of eerste stuurman van een klein zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een PEC kleine zeeschepen.
In afwijking van het eerste lid, is het PEC kleine zeeschepen niet van toepassing:
- a. op het traject haven Delfzijl – Eemshaven, de Oosterhornhaven inclusief toeleiding via het Oosterhornkanaal en de zeesluis in de haven van Delfzijl, indien het kleine zeeschip een lengte over alles van meer dan 95 meter of een breedte van meer dan 13 meter of een diepgang van meer dan 6 meter heeft;
- b. op het traject haven Delfzijl - Eemshaven indien het kleine zeeschip een breedte van meer dan 18 meter of een diepgang van meer dan 6 meter heeft;
- c. op het traject haven Delfzijl - Borkum indien het kleine zeeschip een breedte van meer dan 18 meter of een diepgang van meer dan 6 meter heeft;
- d. op het traject Eemshaven - Borkum indien het kleine zeeschip een breedte van meer dan 18 meter of een diepgang van meer dan 7 meter heeft;
- e. op het traject Borkum - Westereems indien het kleine zeeschip een breedte van meer dan 25 meter of een diepgang van meer dan 8 meter heeft.
Om voor een PEC kleine zeeschepen in aanmerking te kunnen komen, voldoet de aanvrager aan de modules 1 en 2.
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.