Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 8 oktober 2020 , nr. IENW/BSK-2020/186487, houdende regels in verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht (Loodsplichtregeling 2021)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-27
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 14a Scheepvaartverkeerswet en de artikelen 1, 2, tweede en derde lid, 3, 4, derde en vijfde lid, 5, eerste en derde lid, 8, onderdeel c, 14, eerste lid, 18, eerste en tweede lid, 19, vierde en vijfde lid, van het Loodsplichtbesluit 2021;

BESLUIT:

Treedt voor de zeehavengebieden Delfzijl-Eemshaven, Den Helder-Harlingen-Terschelling, Amsterdam-IJmond, Rotterdam-Rijnmond-Zuid-Holland-achterland en Scheveningen in werking met ingang van 1 januari 2021. Treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip waarop de wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en enige andere wetten in verband met verdere flexibilisering van de loodsplicht en het Loodsplichtbesluit 2021 in werking treedt voor het zeehavengebied Scheldemonden, voor zover hoofdstuk III van het Scheldereglement daarop niet van toepassing is.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

§ 1. Definities

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Bepalingen in verband met het PEC-houderschap

Artikel 2. Aanwijzen regionale autoriteiten

Als regionale autoriteit wordt aangewezen voor de zeehavenregio:

Artikel 3. Te onderscheiden algemene PEC’s en daarbij behorende modules
1.

Om voor een van de op grond van deze regeling genoemde algemene PEC in aanmerking te kunnen komen, voldoet de aanvrager aan:

2.

De bevoegde autoriteit kan aan de persoon die als gevolg van een afgeronde opleiding die is genoten voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze regeling voldoende kennis heeft van de voor het betreffende zeehavengebied voor module 1 of 4 op grond van deze regeling vastgestelde eisen, ontheffing van deze modules verlenen.

3.

De bevoegde autoriteit kan aan de persoon die op andere wijze dan via een opleiding voldoende actieve of passieve kennis van de voor het betreffende zeehavengebied voor module 2 op grond van deze regeling aangeduide relevante talen heeft, ontheffing van deze module verlenen.

4.

Indien de aanvrager een ander zeeschip of traject wil toevoegen aan zijn PEC, verleent de bevoegde autoriteit hem ontheffing van de modules waarover hij al beschikt. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing in het geval de aanvrager een PEC aanvraagt voor een ander zeehavengebied.

Artikel 4. Frequentie-eis algemene PEC’s
1.

Om de kundigheid en ervaring, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van het besluit, voor de algemene PEC’s te behouden, geldt de volgende frequentie-eis bij:

2.

Op verzoek van de houder van een PEC kan de bevoegde autoriteit ook instemmen met een andere dan de in het eerste lid bedoelde combinatie van calls of enkele reizen.

3.

In afwijking van het eerste lid geldt in het geval een kapitein of eerste stuurman voor twee of meer schepen in het bezit van een PEC is voor een zelfde traject, slechts eenmaal de hoogste frequentie-eis onafhankelijk van het zeeschip waarmee het traject wordt afgelegd.

4.

Indien een kapitein of eerste stuurman voor een traject niet aan de frequentie-eis voldoet maar wel ten minste aan de helft van de frequentie-eis, kan de bevoegde autoriteit hem onder voorschriften en beperkingen ontheffing van de frequentie-eis verlenen. De bevoegde autoriteit kan daarbij bepalen dat een aantal reizen als bedoeld in module 3 of 5 wordt afgelegd.

Hoofdstuk 2. Zeehavenregio Noord Nederland

§ 1. Zeehavengebied Delfzijl-Eemshaven

Artikel 5. Nadere aanduiding loodsplichtige scheepvaartwegen

Het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven omvat de hieronder genoemde loodsplichtige scheepvaartwegen met inbegrip van de daaraan gelegen havens:

Artikel 6. Aanwijzing bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten voor de loodsplichtige scheepvaartwegen van het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven zijn:

Artikel 7. Categorale vrijstelling van de loodsplicht
1.

In het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, de kapitein van een zeeschip op:

2.

In het zeehavengebied Delfzijl-Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, de kapitein van een zeeschip, ongeacht de lengte van het zeeschip, indien het schip binnen de grenzen van de in het vaarwater gelegen ankerplaatsen voor anker gaat.

3.

In het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel e, van het besluit, de kapitein van een zeeschip indien het schip:

Artikel 8. Vrijstelling voor werkschepen

In het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel f, van het besluit, de kapitein van een werkschip:

Artikel 9. Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC A, B of C

In het zeehavengebied Delfzijl - Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, de kapitein of eerste stuurman van een zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een:

Artikel 10. Vrijstelling van de loodsplicht met een PEC kleine zeeschepen
1.

In het zeehavengebied Delfzijl-Eemshaven heeft vrijstelling van de loodsplicht, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, de kapitein of eerste stuurman van een klein zeeschip, tenzij het een zeeschip met gevaarlijke lading betreft, die in het bezit is van een PEC kleine zeeschepen.

2.

In afwijking van het eerste lid, is het PEC kleine zeeschepen niet van toepassing:

3.

Om voor een PEC kleine zeeschepen in aanmerking te kunnen komen, voldoet de aanvrager aan de modules 1 en 2.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.