Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 16 oktober 2020, nr. IENW/BSK-2020/195119, houdende vaststelling van een tijdelijke regeling voor versnelling van maatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie 2021-2027 (Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027)

Type Ministeriële regeling
Publication 2021-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 17, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet en de artikelen 4, eerste en tweede lid, en 5, onderdelen a tot en met f en h, van de Kaderwet subsidies I en M;

BESLUIT:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel regeling

Het doel van deze tijdelijke regeling is door middel van het verstrekken van specifieke uitkeringen decentrale overheden in staat te stellen tot het versneld uitvoeren van kosteneffectieve maatregelen en voorzieningen die bijdragen aan het voorkomen of beperken van wateroverlast of het beperken van de gevolgen van droogte of overstromingen in hun werkregio.

Artikel 3. Indeling Nederland in werkregio’s
1.

Voor de toepassing van deze regeling wordt het grondgebied van Nederland ingedeeld in werkregio’s. De werkregio’s worden aangewezen in de bij deze regeling behorende bijlage, eerste kolom.

2.

In de bijlage, tweede kolom, wordt vermeld welke decentrale overheden deel uitmaken van een werkregio.

Artikel 4. Specifieke uitkering
1.

Op aanvraag van een provincie of gemeente kan de Minister ten behoeve van een werkregio een specifieke uitkering verlenen voor versnelde uitvoering van een maatregelenpakket.

2.

Het maatregelenpakket geeft uitvoering aan een plan van aanpak voor het voorkomen of beperken van wateroverlast of het beperken van de gevolgen van droogte of overstromingen in de werkregio.

3.

Het plan van aanpak, bedoeld in het tweede lid, is gebaseerd op de uitkomsten van een analyse van de kansen op en de gevolgen van wateroverlast, droogte en overstromingen in de werkregio.

Artikel 5. Kosten die niet in aanmerking komen voor een specifieke uitkering

Voor een specifieke uitkering komen niet in aanmerking:

Artikel 6. Percentage van de kosten dat in aanmerking komt voor een specifieke uitkering

Een specifieke uitkering bedraagt ten hoogste een derde van de kosten van een maatregelenpakket.

Artikel 7. Budget specifieke uitkering
1.

In de bijlage bij deze regeling, derde kolom, wordt voor elke werkregio bepaald welk percentage van het budget voor specifieke uitkeringen voor de werkregio ten hoogste beschikbaar is.

2.

Het budget, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld door middel van de begrotingen van het deltafonds voor de jaren 2021 tot en met 2024.

Artikel 8. Begrotingsvoorbehoud

Specifieke uitkeringen die worden verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 9. Termijn voor indiening aanvraag, maximum aantal aanvragen en maximum bedrag
1.

Een aanvraag van een specifieke uitkering kan worden ingediend vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023.

2.

Per werkregio kan gedurende de in het eerste lid genoemde periode ten hoogste eenmaal per kalenderjaar een aanvraag worden ingediend.

3.

Het totaalbedrag van de specifieke uitkeringen die per werkregio worden verstrekt, bedraagt niet meer dan het op basis van artikel 7 vastgestelde maximum verminderd met de omzetbelasting over de kosten van een maatregelenpakket die in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.

Artikel 10. Aanvraag voor verlening specifieke uitkering
1.

Een aanvraag gaat vergezeld van:

2.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking gesteld digitaal formulier.

Artikel 11. Verlening specifieke uitkering
1.

De minister beslist binnen dertien weken na ontvangst over de aanvraag van een specifieke uitkering.

2.

Een besluit tot verlening vermeldt in ieder geval:

3.

Indien een beschikking niet binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met dezelfde termijn worden verlengd.

Artikel 12. Voorschotverlening

De minister verstrekt bij een besluit tot verlening als bedoeld in artikel 11 een voorschot van 100% van het verleende bedrag.

Artikel 13. Verplichtingen ontvanger
1.

Een maatregelenpakket waarvoor een specifieke uitkering is verleend, wordt uitgevoerd voor 1 januari 2028.

2.

Een maatregel uit een maatregelenpakket kan vervangen worden door een andere maatregel die in overeenstemming is met het doel van de specifieke uitkering, mits dit tijdig aan de Minister wordt gemeld.

3.

Decentrale overheden die middelen ontvangen die afkomstig zijn uit een specifieke uitkering, werken mee aan een door de Minister ingesteld evaluatieonderzoek ten behoeve van een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de specifieke uitkering in de praktijk als bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht.

4.

De Minister kan bij het besluit tot verlening, bedoeld in artikel 11, tweede lid, ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de specifieke uitkering.

Artikel 14. Verantwoording
1.

Verantwoording over de besteding van een specifieke uitkering vindt plaats op de wijze die is bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

Een waterschap dat middelen heeft ontvangen die afkomstig zijn uit een specifieke uitkering, legt over de besteding hiervan verantwoording af met overeenkomstige toepassing van artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 15. Vaststelling specifieke uitkering
1.

De Minister stelt de specifieke uitkering uiterlijk op 31 december van het tweede kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de maatregelen, bedoeld in artikel 13, eerste en tweede lid, volledig zijn uitgevoerd en volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 13, ambtshalve vast.

2.

De vaststelling vindt plaats op basis van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 16. Inwerkingtreding en verval

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021 en vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt.

Artikel 17. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027.

Bijlage

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.