Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 november 2020, nr. MBO/25458774, houdende de verstrekking van een specifieke uitkering voor extra financiële middelen voor de RMC-functie (Regeling specifieke uitkering extra financiële middelen RMC-functie)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-02-13
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel specifieke uitkering

Onze Minister verstrekt in 2020 een specifieke uitkering aan de RMC-contactgemeenten voor het in de RMC-regio’s uitvoeren van de taken, bedoeld in de artikelen 8.22 en 8.23 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, 147, eerste tot en met derde lid, van de Wet op de expertisecentra en 8.3.2, eerste tot en met derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Artikel 3. Hoogte specifieke uitkering
1.

Voor de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 2, is een bedrag van ten hoogste € 8.000.000,– beschikbaar.

2.

Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt over de RMC-contactgemeenten verdeeld conform de bijlage bij deze regeling.

Artikel 4. Betaling specifieke uitkering

De specifieke uitkering wordt behoudens de eventueel uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen betaald in twee gelijke delen. Het eerste deel wordt betaald op uiterlijk 31 december 2020 en het tweede deel op uiterlijk 28 februari 2021.

Artikel 5. Besteding van de specifieke uitkering
1.

De specifieke uitkering dient op uiterlijk 31 december 2026 te zijn besteed.

2.

Onze minister vordert bedragen die blijkens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 6 eerste lid, alsdan niet zijn besteed aan het doel waarvoor zij waren bestemd, terug.

Artikel 6. Financiële en beleidsmatige verantwoording
1.

Voor de jaren 2020 tot en met 2026 verantwoordt het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende RMC-contactgemeente zich over de besteding van de specifieke uitkering conform artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

Voor de studiejaren 2020–2021 tot en met 2023–2024 en voor de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2025 beantwoordt het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende RMC-contactgemeente naast de vragen als bedoeld in bijlage 5 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020–2024, onder ‘Toelichting op de cijfers’, de volgende aanvullende vragen in de effectrapportage voor dat studiejaar:

Artikel 7. Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 mei 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt.

Artikel 8. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering extra financiële middelen RMC-functie.

Bijlage. bij de Regeling specifieke uitkering extra financiële middelen RMC-functie

RMC-regio Naam regio RMC-contactgemeente Bedrag per regio
1 Oost-Groningen Veendam 65.264,75
2 Noord-Groningen-Eemsmond Delfzijl 42.931,36
3 Centraal en Westelijk Groningen Groningen 147.175,59
4 Friesland Noord Leeuwarden 109.377,45
5 Zuid-West Friesland Sneek 58.480,9
6 De Friese Wouden Smallingerland 107.431,42
7 Noord- en Midden Drenthe Assen 69.152,51
8 Zuid-Oost Drenthe Emmen 81.055,00
9 Zuid-West Drenthe Hoogeveen 55.449,04
10 IJssel-Vecht Zwolle 180.512,50
11 Stedendriehoek Apeldoorn 186.849,57
12 Twente Enschede 280.712,23
13 Achterhoek Doetinchem 137.456,62
14 Arnhem Arnhem 180.123,08
15 Rivierenland Tiel 118.869,87
16 Eem en Vallei Amersfoort 261.793,45
17 Noordwest-Veluwe Harderwijk 86.124,38
18 Flevoland Almere 197.430,05
19 Utrecht Utrecht 385.007,34
20 Gooi en Vechtstreek Hilversum 106.503,32
21 Agglomeratie Amsterdam Amsterdam 790.430,48
22 West-Friesland Hoorn 93.538,48
23 Kop van Noord-Holland Den Helder 70.759,71
24 Noord-Kennemerland Alkmaar 116.966,58
25 Zuid-Kennemerland en IJmond Haarlem 167.849,26
26 Zuid-Holland-Noord Leiden 172.729,93
27 Zuid-Holland-Oost Gouda 164.685,47
28 Haaglanden Den Haag 579.379,23
29 Rijnmond Rotterdam 754.966,35
30 Zuid-Holland-Zuid Dordrecht 210.429,85
31 Oosterschelde regio Goes 73.423,07
32 Walcheren Middelburg 53.240,40
33 Zeeuwsch-Vlaanderen Terneuzen 48.993,68
34 West-Brabant Breda 332.600,25
35 Midden-Brabant Tilburg 194.079,71
36 Noord-Oost-Brabant Den Bosch 300.144,83
37 Zuidoost-Brabant Eindhoven 355.957,51
38 Gewest Limburg-Noord Venlo 245.765,54
39 Gewest Zuid-Limburg Heerlen 288.428,32
40 Rijk van Nijmegen Nijmegen 127.930,95

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.