← Geldende tekst · Geschiedenis

(Besluit van het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand van 28 oktober 2020 krachtens artikel 33b van de Wet op de Rechtsbijstand, goedgekeurd bij besluit van het Ministerie van Justitie en Veiligheid van 20 november 2020)

Geldende tekst a fecha 2020-12-16

Inleiding

Uitgangspunt van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) is dat mediators die mediation in de zin van de wet willen verrichten zich daartoe inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand (verder: de Raad). De gerechten en het Juridisch Loket verwijzen alleen door naar mediators die staan ingeschreven bij de Raad voor Rechtsbijstand en die aan de gestelde eisen in de inschrijvingsvoorwaarden voldoen. Indien een mediator niet ingeschreven staat, kan hij geen toevoegingen voor de rechtzoekende aanvragen.

De Raad kan op grond van de artikelen 33 a en volgende van de Wrb voorwaarden aan de inschrijving verbinden die betrekking hebben op:

In het onderstaande zijn deze inschrijvingsvoorwaarden uitgewerkt. Deze inschrijvingsvoorwaarden zijn algemeen verbindende voorschriften, die regels bevatten waarnaar mediators die zich bij de Raad inschrijven zich behoren te richten.

De Raad en het MfN-register hebben in 2018 een informatieprotocol afgesloten waarin afspraken zijn gemaakt omtrent het uitwisselen van informatie die van belang kan zijn voor de inschrijving bij de Raad dan wel de registratie bij het MfN-register en die als doel heeft de kwaliteit van mediators binnen het stelsel te borgen. Deze afspraken worden jaarlijks geëvalueerd en zo nodig aangepast. Door zich bij de Raad in te schrijven stemt de mediator met deze afgesproken informatie uitwisseling in en geeft hij daarvoor toestemming aan de Raad.

De Raad heeft voorts een privacyverklaring opgesteld waarin is aangegeven op welke wijze zij persoonsgegevens verwerkt.1http://www.rvr.org/Informatie-over-de-raad/organisatie/privacy/privacy-raad-voor-rechtsbijstand.html

Inschrijvingsvoorwaarden

Artikel 1. Registratie/ vakbekwaamheidseisen (artikel 33c sub a Wrb)
Artikel 2. Organisatie kantoor/ praktijk en verhouding met de Raad (33c sub g Wrb)
Artikel 3. Verslaglegging van de door de mediator verrichte werkzaamheden (artikel 33c sub e Wrb)

De mediator voert in zaken waarin hij is toegevoegd een deugdelijke en transparante tijdregistratie. Daarin wordt de aan mediation bestede tijd op juiste en verantwoorde wijze bijgehouden op datum en naar verrichting. Indien gebruik wordt gemaakt van vaste tijdseenheden, mogen deze niet groter zijn dan zes minuten. In een urenspecificatie moet minimaal onderscheid gemaakt worden tussen overige werkzaamheden en contacturen zoals nader omschreven in artikel 6 van deze voorwaarden en moet een korte aanduiding worden gegeven met wie is gesproken of gecorrespondeerd. De mediator draagt er zorg voor dat het aantal uren aan overige werkzaamheden niet hoger is dan het aantal contacturen.

Artikel 4. Beroepsaansprakelijkheidsverzekering (Artikel 33c sub f Wrb)

De mediator heeft een deugdelijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering ten bedrage van € 450.000,- per gebeurtenis. Bij inschrijving verklaart de mediator aldus verzekerd te zijn, dan wel bereid te zijn dadelijk na toelating een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten voor minimaal € 450.000 per gebeurtenis.

Artikel 5. Verwijzingsvoorzieningen van de rechtspraak en Juridisch Loket (artikel 33c sub d, e en g Wrb)
Artikel 6. Vergoeding voor de niet toegevoegde partij
Artikel 7. Klacht- en tuchtrecht (artikel 33c sub c Wrb)

De mediator committeert zich aan de klachtenregeling van het MfN-register en het Reglement Stichting Tuchtrechtspraak Mediators. Ook stemt hij/zij in met de plicht van het MfN-register om de uitkomst van klachten, waarbij een onherroepelijke maatregel van onvoorwaardelijke schorsing of schrapping is opgelegd, te melden aan de verwijzingsvoorziening van de Rechtspraak.

Artikel 8. Co-mediation (artikel 33c sub a Wrb)

De mediator is bereid tot het laten bijwonen van mediations door een (onervaren) co-mediator. De verwijzingsvoorzieningen bieden mediators die nog geen MfN-registermediator zijn, maar wel een erkende mediationopleiding hebben voltooid, de gelegenheid ervaring op te doen als co-mediator. Alle door de Raad ingeschreven mediators mogen zelf co-mediators meenemen die voldoen aan de hiervoor genoemde kwalificatie.

Hierbij dienen de volgende regels in acht te worden genomen:

Artikel 9. Registratie van affiniteiten door de Raad voor Rechtsbijstand (artikel 33c sub a Wrb)

Bij zijn verzoek tot inschrijving bij de Raad voor Rechtsbijstand kan de mediator één of meer affiniteiten opgeven. De registratie van affiniteiten is een voorwaarde voor het in aanmerking komen voor verwijzingen van het Juridisch Loket en de rechtspraak op het terrein van de betreffende affiniteit. Een affiniteit wordt door de Raad alleen geregistreerd als per hoofdcategorie waarbinnen de affiniteit wordt opgegeven tenminste drie mediations10Het moet gaan om mediations in overeenstemming met de MfN-reglementen, aangevangen met een schriftelijke mediationovereenkomst. Andere vormen van bemiddeling, zoals buurtbemiddelingen tellen niet mee. Co-mediations kunnen meetellen als sprake is van een gelijkwaardige positie tussen de mediators. zijn behandeld. Dit moet aan de hand van (geanonimiseerde) mediationovereenkomsten aangetoond worden. Dit geldt niet voor het registreren van affiniteiten op het terrein van het Personen- en Familierecht, daarop is artikel 13 van toepassing.

Artikel 10. Deskundigheidseisen voor het behandelen van zaken op het terrein van het personen - familierecht (artikel 33c sub a Wrb)

Om ingeschreven te kunnen worden voor dit vakgebied dient een mediator, naast de in artikel 1 omschreven eisen, te voldoen aan het volgende vereiste:

Om vervolgens ingeschreven te blijven voor dit vakgebied dient een daarvoor toegelaten mediator te voldoen aan de volgende vereisten:

De mediator die niet (langer) aan de in dit artikel gestelde deskundigheidseisen voldoet of wil voldoen, verzoekt uit eigen beweging de Raad om zijn inschrijving voor de specialisatie personen- en familierecht door te halen.

Indien de mediator eerder bij de Raad voor de specialisatie personen- en familierecht ingeschreven heeft gestaan, dan geldt bij herinschrijving de eis dat de mediator 10 opleidingspunten op het terrein van het personen- en familierecht, behaald in het jaar voorafgaand aan het verzoek tot herinschrijving, dient te overleggen.

De Raad toetst steekproefsgewijs of de ingeschreven mediator heeft voldaan aan de gestelde eisen voor het onderhouden van zijn deskundigheid. De Raad verstrekt nadere informatie omtrent deze toetsing via de e-nieuwsbrief. De Raad kan daarnaast ook op eigen initiatief (op basis van signalen of wanneer hij dat nodig acht) besluiten te toetsen of aan de eisen wordt voldaan.

In die gevallen waar de mediator minimaal één van de partijen op toevoegbasis bijstaat en een advocaat dient in te schakelen om de vaststellingsovereenkomst in een rechterlijke uitspraak op te laten nemen, draagt de mediator er zorg voor dat de ingeschakelde advocaat bij de Raad ingeschreven is voor de specialisatie Personen- en familierecht. Als de advocaat niet voor deze specialisatie is ingeschreven, dan heeft de mediator geen recht op de zogenaamde afhechtingstoeslag op grond van artikel 8 lid 4 van het Besluit Toevoeging Mediation.

Artikel 11. Deskundigheidseisen voor het behandelen van zaken betreffende internationale kinderontvoering (artikel 33c sub a Wrb)

Naast de voorwaarden uit de artikelen 1 tot en met 13 behoren mediators die zaken betreffende internationale kinderontvoering willen behandelen zich daarvoor apart in te inschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand. Bij het verzoek moeten zij aantonen dat zij voldoen aan onderstaande criteria:

Artikel 12. Deskundigheidseisen voor bijzondere curatoren in artikel 1:250 BW zaken (artikel 33c sub a Wrb)

De vereisten voor het verstrekken van toevoegingen aan bijzondere curatoren in artikel 1:250 BW zaken zijn:

Om ingeschreven te blijven staan onderhoudt de bijzondere curator zijn deskundigheid door het jaarlijks behalen van ten minste vier opleidingspunten op dit specifieke gebied en behoort deze tevens te voldoen aan de in de inschrijvingsvoorwaarden gestelde deskundigheidseisen voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht. Indien de bijzondere curator niet meer voldoet aan de gestelde eisen, kan de Raad de bijzondere curator voor de specialisatie uitschrijven. Voordat de Raad hiertoe beslist, zal betrokkene indien deze dat wenst worden gehoord.

Artikel 13. Maximum (artikel 33c sub b Wrb)

Om te voorkomen dat de kwaliteit van de door de mediator te verrichten werkzaamheden in het gedrang komt, door onder meer het te snel en te veel aanvragen van toevoegingen of door het onvoldoende tijd en aandacht besteden aan zaken, worden aan een mediator jaarlijks niet meer dan 250 toevoegingen afgegeven.

Het maximum van 250 toevoegingen per jaar sluit aan bij de door de beroepsgroep algemeen aanvaarde norm van het aantal van omstreeks 1200 declarabele uren per jaar dat maximaal verricht zou moeten kunnen worden zonder dat de kwaliteit van de werkzaamheden in het gedrang komt.

Indien een mediator het maximumaantal toevoegingen heeft bereikt, zullen in het betreffende kalenderjaar geen toevoegingen meer aan hem of haar worden afgegeven

De Raad verwacht in dat geval ook van de mediator dat deze gedurende het resterende kalenderjaar geen nieuwe toevoegingsaanvragen indient. In het geval dat gebleken is dat de Raad toch toevoegingen boven het maximum heeft verstrekt, dan stemt de mediator met intrekking van deze toevoegingen in.

De Raad informeert het MfN-register over het bereiken van de grens van het maximumaantal af te geven toevoegingen. De mediator stemt door zijn inschrijving bij de Raad, op voorhand met deze melding in.

De mediator kan in het volgend kalenderjaar opnieuw om inschrijving verzoeken. Als hij in het jaar daarop opnieuw toevoeging verzoekt in zaken waarin vorig jaar vanwege het bereiken van het maximum, aan hem toevoegingen zijn geweigerd,

zal - indien de toevoeging alsnog wordt verleend - de ingangsdatum in het jaar van de nieuwe aanvraag liggen.

De Raad kan een mediator die het maximum binnen een half jaar heeft bereikt - na hem voorafgaand te hebben gehoord - definitief van de verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand uitsluiten

Artikel 14. Informatieplicht en verplichting tot medewerking in het geval van een door de Raad geëntameerd ambtshalve onderzoek naar de kwaliteit van de mediation (artikel 33c sub c, d en e Wrb)
Artikel 15. Wijziging van gegevens en beëindiging deelname

Het doorgeven van wijzigingen van gegevens en beëindiging van deelname dient schriftelijk te geschieden bij de Raad voor Rechtsbijstand.

Artikel 16. Doorhaling Inschrijving (Artikel 33d en Artikel 17 Wrb)
1.

De inschrijving van de mediator kan door de Raad worden doorgehaald:

2.

De Raad heeft met betrekking tot de toepassing van artikel 17, tweede lid Wrb maatregelbeleid vastgesteld.11Dit maatregelbeleid is gepubliceerd op www.rvr.org.

3.

Doorhaling van de inschrijving voor een specifiek rechtsgebied kan plaatsvinden indien de mediator niet langer voldoet aan de bij deze regeling gestelde (deskundigheids)vereisten. Deze doorhaling geldt voor een periode van minimaal één jaar. Voor herinschrijving gelden de voor het specifieke rechtsgebied gestelde voorwaarden.

4.

De Raad kan herinschrijving weigeren indien de inschrijving van een mediator is doorgehaald in de gevallen beschreven in het eerste lid onder e, f, g en h.

Artikel 17. Algemene bepaling

De mediator onthoudt zich van gedragingen die met de doelstelling van deze voorwaarden in strijd komen. Zo is het niet toegestaan om toevoegingen aan te vragen ten behoeve van een andere mediator of rechtsbijstandverlener, bijvoorbeeld voor een niet ingeschreven mediator of voor een mediator die niet aan specifieke deskundigheidseisen voldoet of het maximum aantal toevoegingen heeft bereikt. Het is evenmin toegestaan de gevolgen van algehele uitschrijving of uitschrijving van een specifiek rechtsgebied te ontgaan door andere mediators toevoegingen te laten aanvragen