Addendum bij het Reglement Stimuleringsmaatregel Filmproductie in Nederland (‘Reglement’) voor High End Series & Single Episodes

Type ZBO-regeling
Publication 2020-12-11
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Annex to the Netherlands Film Production Incentive Scheme (‘Scheme’) for High End Series & Single Episodes

Artikel a

Ten behoeve van aanvragen voor televisieseries worden aan artikel 1 van het Reglement de volgende definities toegevoegd:

Op aanvragen voor televisieseries zijn de volgende definities uit artikel 1 van het Reglement niet van toepassing: ‘animatiefilm’, ‘bioscoopuitbreng’, ‘DAC-landenlijst’, ‘DCP’, ‘documentairefilm’, en ‘speelfilm’.

Bij aanvragen voor televisieseries worden de volgende definities uit artikel 1 van het Reglement in aangepaste vorm gelezen, luidende als volgt:

filmplan:

Achter het woord ‘filmproductie’ wordt ingevoegd “of televisieserie”.

filmprofessional /-bedrijf:

Achter het woord ‘filmproducties’ wordt ingevoegd “of televisieseries”.

internationale coproductie

Hieraan wordt toegevoegd: “en in het geval van televisieseries een internationaal gefinancierde drama-, documentaire- of animatieserie, primair bestemd voor televisie-/VOD-uitzending in twee of meer landen waarbij Nederland één van de landen van herkomst van de coproducenten is en die (i) ofwel kwalificeert als ‘Europese productie’ als bedoeld in artikel 1, eerste lid tot en met vierde lid, van de Europese Richtlijn audiovisuele mediadiensten, ofwel (ii) valt onder het toepassingsgebied van een door Nederland afgesloten bilateraal verdrag inzake coproducties”;

majoritair (co)producent

Hieraan wordt toegevoegd: “waarbij in het geval van televisieseries gaat om een productiemaatschappij van een televisieserie bestemd voor televisie-/VOD-uitzending in onder meer Nederland;

minoritair coproducent:

Hieraan wordt toegevoegd: “waarbij in het geval van televisieseries gaat om een productiemaatschappij van een televisieserie bestemd voor televisie-/VOD-uitzending in onder meer Nederland;

openbaarmaking:

Hieraan wordt toegevoegd: “of middels verspreiding van de televisieserie via onder meer, maar niet beperkt tot, televisie-/VOD-uitzending;”

picture lock:

Achter het woord ‘filmproductie’ wordt ingevoegd “of televisieserie”.

productiekosten:

Achter het woord ‘filmproductie’ wordt ingevoegd “of televisieserie”.

Voor aanvragen voor televisieseries worden overal in de artikelen 2 tot en met 22 van het Reglement de woorden ‘animatiefilm’, ‘bioscoopuitbreng’, ‘documentairefilm’, ‘filmproductie’ en ‘speelfilm’ gelezen als: ‘animatieserie’, ‘televisie-/VOD-uitzending’, ‘documentaireserie’, ‘televisieserie’ en ’dramaserie’, tenzij hierna in Artikel B anders is aangegeven.

Artikel b

Met in achtneming van artikel A, zijn de artikelen 1 tot en met 22 van het Reglement van overeenkomstige toepassing op aanvragen voor televisieseries, met in achtneming van de hierna genoemde aanpassingen:

Artikel b*

Met in achtneming van artikel A, zijn de artikelen 1 tot en met 22 van het Reglement van overeenkomstige toepassing op aanvragen voor televisieseries, met in achtneming van de hierna genoemde aanpassingen:

Artikel 4

Het vierde lid is niet van toepassing op aanvragen voor televisieseries.

Artikel 5

In artikel 5 van het Reglement worden voor televisieseries de woorden ‘referentiefilm(s)’ en ‘een bioscoopuitbreng gehad te hebben’ gelezen als: ‘referentieserie(s)’ en ‘primair openbaar gemaakt te zijn via televisie-/VOD-uitzending in Nederland’.

Voor televisieseries wordt aan het tweede lid een slotzin toevoegd, luidende als volgt, waarbij het woord ‘filmproducties’ uitdrukkelijk niet moet worden gelezen als ‘televisieseries’:

Een aanvrager voor een bijdrage voor televisieseries voldoet tevens aan de in dit lid gestelde eisen indien hij een track record heeft met filmproducties dat voldoet aan in dit lid gestelde eisen.”

Artikel 6

Het elfde lid van artikel 6 van het Reglement luidt voor televisieseries als volgt:

“11. De aanvrager overlegt bij de aanvraag de verklaring(en) van de voor televisie-/VOD-uitzending verantwoordelijke mediabedrijven en/of derde partijen die zich wat betreft financiering, televisie-uitzending, vertoning of exploitatie onvoorwaardelijk en schriftelijk aan de televisieserie hebben verbonden.”

Artikel 7

Het tweede lid van artikel 7 van het Reglement luidt voor televisieseries als volgt:

Het derde lid van artikel 7 van het Reglement luidt voor televisieseries als volgt:

Het zesde lid sub j.) van artikel 7 van het Reglement luidt voor televisieseries als volgt:

j.) het voornemen tot televisie-/VOD-uitzending voldoende onderbouwd is door het filmplan met alle daartoe behorende bijlagen en stukken;

In het zesde lid sub l.) van artikel 7 van het Reglement worden voor televisieseries de woorden “verfilmings- en exploitatierechten” gelezen als “verfilmings- en uitzendrechten”.

Aan het zesde lid van artikel 7 sub m.) luidt als volgt:

m.) de aanvrager, in geval het een internationale coproductie betreft, aantoonbaar verzekerd heeft dat de televisieserie ook via televisie-/VOD-uitzending in Nederland voor het publiek beschikbaar zal zijn;

Artikel 8

Het zesde lid is niet van toepassing op aanvragen voor televisieseries.

Artikel 10

Voor televisieseries luidt artikel 10 van het Reglement lid 1 sub g.) als volgt, waarbij het woord ‘filmproducties’ in afwijking van artikel A uitdrukkelijk niet als ‘televisieseries’ dient te worden gelezen:

“f.) verlening van de gevraagde financiële bijdrage ertoe zou leiden dat aan de aanvrager op grond van dit reglement in een kalenderjaar voor een totaalbedrag groter dan 3 miljoen euro voor televisieseries aan financiële bijdragen wordt verleend;”

Voor televisieseries wordt sub k.) een weigeringsgrond toegevoegd, die luidt:

k.) Indien de aanvraag een televisieserie betreft die is aan te merken als een ‘soap’, ‘situation comedy’, pornografie, een voorlichtingsproductie, informatieve productie, bedrijfsfilmproductie, reportage- dan wel journalistieke productie, zuiver wetenschappelijke of didactische productie, reclame of educatieve productie.

Artikel 13

Het tweede lid sub b.) van artikel 13 van het Reglement luidt voor televisieseries als volgt:

b.) ervoor te zorgen dat de opnamen, of in het geval van animatieseries de uitvoering, van de televisieserie waarvoor de financiële bijdrage is verleend, niet eerder starten dan nadat én door het Fonds is bericht dat de aanvrager heeft voldaan aan de verplichtingen, zoals bedoeld in dit lid onder a.), én de in artikel 12 bedoelde verzekeraars definitieve dekking hebben verleend;”

Het tweede lid sub c.) van artikel 13 van het Reglement luidt voor televisieseries als volgt:

“c.) het bestuur voorafgaand in kennis te stellen van het moment waarop de opnamen, of in het geval van animatieseries de uitvoering van de televisieserie waarvoor een financiële bijdrage is verleend, starten en ervoor te zorgen dat de uitzendkopie 36 maanden na de ondertekening van de uitvoeringsovereenkomst gereed en geleverd is en via televisie-/VOD-uitzending wordt meegedeeld aan het publiek;

Artikel 16

Artikel 16 van het Reglement luidt voor televisieseries als volgt:

De aanvrager verplicht om tijdig, dat wil zeggen ten tijde van de afwerking van de televisieserie contact op te nemen met het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, of een andere met het oog op het behoud en conservering van cultureel erfgoed geëigende instelling, en dit instituut toegang te verschaffen tot (bronmaterialen van) de televisieserie conform de voorwaarden zoals vastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocol Stimuleringsmaatregel.

Artikel 17

Het eerste lid sub c) van artikel 17 van het Reglement luidt voor televisieseries als volgt:

c. informeert het Fonds adequaat en schriftelijk over de tijdstippen c.q. start van de televisie-/VOD-uitzending, het publieksbereik en de kosten en de opbrengsten die door exploitatie van de televisieserie worden gerealiseerd.;

In het eerste lid d) van artikel 17 van het Reglement vervallen voor televisieseries de woorden “een DCP en”.

Artikel 18

De eerste zin van het eerste lid van artikel 18 van het Reglement luidt voor televisieseries als volgt:

Binnen vier maanden na gereedkoming en levering van de uitzendkopie dient de ontvanger van de financiële bijdrage een aanvraag tot vaststelling in, tenzij een andere termijn is vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst.

Aan het vijfde lid wordt een zin toegevoegd die luidt:

Het Fonds is bevoegd het verzoek tot vaststelling aan te houden zo lang geen televisie-/VOD-uitzending in Nederland heeft plaatsgevonden van de televisieserie.

Artikel 22

Artikel 22, vierde lid, luidt voor televisieseries als volgt:

In artikel 22, zevende lid, van het Reglement wordt voor televisieseries ingevoegd na de woorden ’20 mei 2014’ de woorden ‘en voor televisieseries op 1 oktober 2017’.

Aan het negende lid wordt een zin toegevoegd, luidende:

“ Per 1 oktober 2017 is voor televisieseries een addendum op de Stimuleringsmaatregel ingevoerd met goedkeuring van de Raad van Toezicht op 7 juli 2017 met een looptijd van in eerste instantie twaalf maanden vanaf inwerkingtreding, danwel (indien zulks eerder gebeurt) een looptijd vanaf inwerkingtreding tot het moment waarop het totaal aan bijdragen dat het Fonds verleent aan televisieseries en single episodes het bedrag van 10 miljoen euro overstijgt. Bij uitputting van dit budget kan het Fonds uit de onbenutte middelen van het beschikbare budget van de stimuleringsregeling, middelen toevoegen voor ‘High end televisieseries & Single Episodes’. Uiterlijk drie maanden voor het einde van de looptijd maakt het Fonds op de website www.filmfonds.nl bekend of de looptijd wordt verlengd onder vermelding van de duur van de verlenging.”

Artikel c

Voor zover daarvan in artikel A en B en in het puntensysteem niet uitdrukkelijk is afgeweken, zijn de bepalingen van het Reglement terzake filmproducties van overeenkomstige toepassing op televisieseries.

Bijlage 2. Puntensysteem

Het puntensysteem voor televisieseries is identiek in opbouw aan dat voor filmproducties, waarbij punten kunnen worden toegekend in drie serie-categorieën: dramaseries (2.4), documentaireseries (2.5) en animatieseries (2.6). In het geval van een televisieserie met een minderheidsaandeel in de financiering vanuit Nederland waarbij de kwalificerende productiekosten die in Nederland worden besteed tenminste 1 miljoen euro bedragen is minimaal één hoofdfunctie vereist en kunnen daarnaast andere functies meetellen indien deze hoofdverantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de productie in Nederland. De uitvoering kan dan zowel betrekking hebben op een single episode die zich afspeelt in Nederland als op een serie afleveringen met als onderdeel een verhaallijn die zich Nederland afspeelt. In het geval van een animatieserie met een minderheidsaandeel in de financiering vanuit Nederland tellen de functies mee indien deze hoofdverantwoordelijk zijn voor de productie in Nederland.

Op het onderdeel Creatief talent en bepalende crew kan maximaal 75 punten behaald worden, zo ook op het onderdeel Productie en financiering. Voor de internationale status van de regisseur, scenarist en de hoofdrolspelers kunnen in totaal 15 punten behaald worden en onder Impact maximaal 45 punten.

2.4. Puntensysteem / Categorie Dramaseries * = zie wijziging punt 4.1

2.5. Puntensysteem / Categorie Documentaireseries * = zie wijziging punt 4.1

2.6. Puntensysteem / Categorie Animatieseries * = zie wijziging punt 4.1

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.