← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 9 december 2020, Min-BuZa.2020.6279-19, houdende regels inzake mandaat, volmacht en machtiging voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken

Geldende tekst a fecha 2023-11-01

Handelende in overeenstemming met de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;

Gelet op de artikelen 10:3 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Algemeen mandaat, volmacht en machtiging

Artikel 2. Algemeen mandaat, volmacht en machtiging secretaris-generaal

Aan de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt algemeen mandaat, volmacht en machtiging verleend voor al hetgeen het ministerie van Buitenlandse Zaken betreft.

Artikel 3. Algemeen mandaat (plv) directeuren-generaal, (plv) directeuren en (plv) chefs de poste
1.

De secretaris-generaal verleent aan de directeuren-generaal, de plaatsvervangend directeuren-generaal, de directeuren, de plaatsvervangend directeuren, de chefs de poste en de plaatsvervangend chefs de poste mandaat voor het nemen van besluiten inzake aangelegenheden die verband houden met de taken, de verantwoordelijkheden en het werkterrein van de desbetreffende functionarissen.

2.

Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, omvat in ieder geval:

3.

Voor zover het gaat om het vaststellen van beleidsregels, wordt het mandaat, bedoeld in het eerste lid, slechts verleend aan de directeuren-generaal en de plaatsvervangend directeuren-generaal.

4.

De directeuren-generaal, de directeuren en de chefs de poste kunnen ondermandaat verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen voor het nemen van besluiten inzake aangelegenheden die verband houden met de taken, de verantwoordelijkheden en het werkterrein van laatstbedoelde functionarissen. Dit ondermandaat geschiedt schriftelijk.

5.

Van ondermandaten als bedoeld in het vierde lid wordt een afschrift gezonden naar de directie Juridische Zaken, afdeling Nederlands recht.

Artikel 4. Algemene volmacht en machtiging directeuren-generaal, directeuren en chefs de poste
1.

De secretaris-generaal verleent aan de directeuren-generaal, de directeuren en de chefs de poste volmacht en machtiging tot het verrichten van rechtshandelingen, respectievelijk tot het verrichten van handelingen die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, op het aan de desbetreffende functionarissen toegewezen werkterrein en conform hun goedgekeurde jaarplan en budget.

2.

De machtiging, bedoeld in het eerste lid, omvat in ieder geval het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht over gedragingen van onder hen ressorterende functionarissen.

3.

De functionarissen, genoemd in het eerste lid, leggen in de competentietabel die onderdeel uitmaakt van de administratieve organisatie, vast welke functionarissen bevoegd zijn tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen op het aan deze functionarissen toegewezen werkterrein en tot welk bedrag, alsmede welke functionarissen bevoegd zijn tot het verrichten van handelingen op het aan deze functionarissen toegewezen werkterrein die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 5. Absolute uitzonderingen mandaat, volmacht en machtiging
1.

Mandaat, volmacht en machtiging hebben geen betrekking op:

2.

Aangelegenheden waarvan de aard zich tegen verlening van mandaat, volmacht of machtiging verzet zijn in ieder geval:

3.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, kunnen stukken van louter informatieve aard of van ondergeschikt beleidsmatig of politiek belang, stukken die worden gewisseld in het kader van juridische procedures, dan wel in het kader van onderzoeken van de Nationale ombudsman, worden afgedaan door de secretaris-generaal of de plaatsvervangend secretaris-generaal.

4.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, kan in bijzondere gevallen aan de secretaris-generaal of de plaatsvervangend secretaris-generaal mandaat, volmacht of machtiging worden verleend voor bepaalde aangelegenheden.

Artikel 6. Relatieve uitzonderingen mandaat, volmacht en machtiging

Handelen krachtens bij deze regeling verleend mandaat, volmacht of machtiging is niet toegestaan bij:

§ 3. Specifieke mandaten en volmachten

Artikel 7. Specifieke volmacht directeur Financieel-Economische Zaken

De krachtens artikel 4, eerste lid, aan de directeur Financieel-Economische Zaken verleende volmacht omvat tevens:

Artikel 8. Uitzonderingen mandaat en volmacht directeuren-generaal

Het krachtens artikel 3, eerste lid, aan de directeuren-generaal en de plaatsvervangend directeuren-generaal verleende mandaat en het krachtens artikel 4, eerste lid, aan de directeuren-generaal verleende volmacht hebben geen betrekking op:

Artikel 9. Specifieke bevoegdheden hoofddirecteur Consulaire en Visumzaken, directeur Financieel-Economische Zaken, directeur 3W, hoofddirecteur Personeel en Organisatie en hoofddirecteur Postennet
1.

Aan de hoofddirecteur Consulaire en Visumzaken wordt volmacht verleend tot het verrichten van alle rechtshandelingen ten aanzien van de consulaire functies en ten aanzien van functionarissen met een consulaire functie. Aan de directeur Financieel-Economische Zaken wordt volmacht verleend tot het verrichten van alle rechtshandelingen ten aanzien van de financiële functies en ten aanzien van functionarissen met een financiële functie. Aan de hoofddirecteur Postennet wordt volmacht verleend tot het verrichten van alle rechtshandelingen ten aanzien van de functies op de vertegenwoordigingen van het Koninkrijk in het buitenland en ten aanzien van functionarissen werkzaam op die vertegenwoordigingen met uitzondering van de in de vorige twee volzinnen bedoelde functies en functionarissen.

2.

Van de volmachten, bedoeld in het eerste lid, is uitgezonderd de bevoegdheid rechtshandelingen te verrichten die in dit kader toekomen aan de secretaris-generaal, de directeur 3W en aan de hoofddirecteur Personeel en Organisatie.

Artikel 10. Regels, procedures en instructies mandaat, volmacht en machtiging
1.

Mandaat en volmacht worden uitgeoefend met inachtneming van:

2.

De ondertekening van krachtens mandaat, volmacht of machtiging genomen besluiten, privaatrechtelijke rechtshandelingen, respectievelijk andere handelingen, geschiedt op grond van de artikelen 10:10 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht als volgt:

De Minister van Buitenlandse Zaken/in voorkomend geval een van de overige bewindspersonen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, namens deze,

(functie)

(handtekening)

(naam functionaris)

en, op grond van artikel 3:60 van het Burgerlijk Wetboek als volgt:

De Staat der Nederlanden, namens deze, de Minister van Buitenlandse Zaken/in voorkomend geval een van de overige bewindspersonen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, namens deze,

vertegenwoordigd door (naam functionaris), (functie)

(handtekening)

§ 4. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 11. Intrekking

De Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2017 wordt ingetrokken.

Artikel 12. Overgangsrecht

Ondermandaatbesluiten, volmachten en competentietabellen die zijn vastgesteld op grond van de Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2017 gelden als besluiten inzake mandaat, volmacht en machtiging op grond van deze regeling.

Artikel 13. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2020 met uitzondering van artikel 9, eerste lid, derde volzin, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 14. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2021.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. Een afschrift van deze regeling wordt gezonden naar de Algemene Rekenkamer.