Opleidings- en examenreglement vernieuwde beroepsopleiding advocaten, Besluit van de algemene raad van 7 december 2020, houdende de vaststelling van een opleidings- en examenreglement vernieuwde beroepsopleiding advocaten (OER vernieuwde BA)
gelet op artikel 9c van de Advocatenwet;
gelet op artikel 3.15, tweede en derde lid, en artikel 3.15a, eerste lid, van de Verordening op de advocatuur;
Stelt het volgende reglement vast:
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingsverordening beroepsopleiding advocaten 2020 in werking treedt (Stcrt. 2020/19758).
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
- aanbieder van de basistest: aanbieder van de basistest als bedoeld in artikel 3.23 van de Verordening;
- algemene raad: de algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten als bedoeld in artikel 18 van de Advocatenwet;
- basistest: de verplichte test als bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening;
- beoordelaar: degene die door de examencommissie is aangewezen om toetsen af te nemen en/of toetsen te beoordelen;
- beoordeling: de vaststelling door een beoordelaar of een stagiaire heeft voldaan aan de eisen die voor het behalen van een toets zijn geformuleerd;
- certificaat beroepsopleiding advocaten: het certificaat beroepsopleiding advocaten als bedoeld in artikel 3.21 van de Verordening;
- cohort : de groep stagiaires die in maart of september van enig kalenderjaar aan de beroepsopleiding advocaten is begonnen;
- curriculum: het curriculum als bedoeld in artikel 3.15, eerste lid, van de Verordening;
- docent: degene die namens een onderwijsaanbieder de opleiding verzorgt;
- eindtermen: de eindtermen van de beroepsopleiding advocaten zoals bedoeld in artikel 3.15 van de Verordening en opgenomen in bijlage B van het Kwaliteits- en accreditatiekader BA2020;
- examen : het examen van de beroepsopleiding advocaten als bedoeld in artikel 3.19, eerste lid, van de Verordening, bestaande uit de toets ethiek, en de eerste integratieve dag en de tweede integratieve dag;
- examencommissie: de examencommissie als bedoeld in artikel 3.15a van de Verordening;
- fraude: het handelen of nalaten van een stagiaire of derden met als gevolg dat het voor de examencommissie onmogelijk is of is geworden om zich een juist oordeel te vormen over de verworven kennis en kunde van een stagiaire;
- onderwijsaanbieder: de uitvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 3.24 van de Verordening of een geaccrediteerde opleidingsinstelling als bedoeld in artikel 3.25 van de Verordening;
- onderwijsonderdelen: de onderwijsonderdelen als bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Verordening;
- opdracht: de door de onderwijsaanbieder aan de stagiaire opgedragen werkzaamheden, die gelden als voorwaarde voor deelname aan of afsluiting van een onderwijsonderdeel;
- patroon: de advocaat onder wiens begeleiding de stagiaire de praktijk uitoefent;
- stagiaire: een advocaat die verplicht is zijn praktijk uit te oefenen onder begeleiding van een patroon en deelneemt aan de beroepsopleiding advocaten;
- surveillant : degene die namens de uitvoeringsorganisatie aanwezig is tijdens de afname van toetsen en erop toeziet dat deze afname conform de hieromtrent in dit reglement opgenomen regels gebeurt;
- studiebelasting: het aantal dagdelen dat een stagiaire aan de onderscheiden onderwijsonderdelen geacht wordt te besteden, waarbij een dagdeel staat voor drie klokuren;
- studeerbaarheid: de mate waarin het onderwijs, de onderwijsaanbieders, (de structuur van) het curriculum en de informatievoorziening binnen de beroepsopleiding advocaten stagiaires in staat stellen om de beroepsopleiding advocaten te volbrengen binnen de daarvoor gestelde tijd;
- toets: onderzoek naar kennis en kunde inzake de onderwijsonderdelen als bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, onder b, van de Verordening, en waarvan de uitkomst in een voldoende of een onvoldoende wordt uitgedrukt;
- toetsmatrijs: een tabel waarin de examencommissie vaststelt hoe de opgave(n) van de toets dienen te zijn verdeeld over de onderscheiden onderdelen van de leerstof;
- uitvoeringsorganisatie: de uitvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 3.23 van de Verordening;
- Verordening: de Verordening op de advocatuur.
Artikel 2. Reikwijdte Opleidings- en examenreglement
Dit reglement omvat het opleidingsreglement, bedoeld in artikel 3.15, tweede lid, van de Verordening, en het examenreglement, bedoeld in artikel 3.15a, eerste lid, van de Verordening, en is van toepassing op:
- a. de stagiaires die deelnemen aan de beroepsopleiding advocaten vanaf 1 maart 2021;
- b. de onderwijsaanbieders en de aanbieder van de basistest, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening;
- c. docenten, beoordelaars en andere bij het onderwijs en toetsing betrokkenen;
- d. de examencommissie;
- e. het examen en de toetsen die een onderdeel zijn van het examen.
Waar in de Verordening wordt verwezen naar het examenreglement, worden de paragrafen 1 en 2, en paragrafen 10 tot en met 15 bedoeld.
Waar in de Verordening wordt verwezen naar het opleidingsreglement, worden de paragraaf 1, paragrafen 3 tot en met 7, paragraaf 9 en paragraaf 15 bedoeld.
Paragraaf 2. Examencommissie
Artikel 3. Taken en bevoegdheden examencommissie
Er is een examencommissie voor de beroepsopleiding advocaten.
De examencommissie is een zelfstandig orgaan aan welke de algemene raad zijn bevoegdheden betreffende het examen heeft gedelegeerd.
De examencommissie:
- a. stelt de inhoud, opzet en invulling van (de beoordeling van) de toetsen vast, en indien van toepassing de toetsvragen en de daarbij behorende antwoordmodellen en beoordelingscriteria, binnen de context van de toetsmatrijs;
- b. stelt indien van toepassing een toetsmatrijs voor de toetsen conform de eindtermen vast;
- c. stelt een kader vast op grond waarvan de toets wordt beoordeeld met daaraan gekoppeld de beoordeling voldoende of onvoldoende;
- d. beslist over de deelname van een stagiaire aan de toetsen waarvoor de stagiaire is aangemeld;
- e. wijst beoordelaars aan;
- f. stelt het resultaat van de beoordeling van de toetsen vast;
- g. stelt de uitslag van het examen vast;
- h. stelt de landelijke toetsdata en de toetsduur vast;
- i. stelt de plaatsen waar de toetsen worden afgenomen, de wijze waarop de toetsen worden afgenomen en de toegelaten hulpmiddelen vast;
De examencommissie bewaakt de kwaliteit van de organisatie van toetsen en de protocollen voor zover deze de toetsen en het examen betreffen.
De examencommissie draagt zorg voor vermelding van de onder het derde lid, onder g en h bedoelde gegevens en de tijdige bekendmaking daarvan.
De examencommissie informeert en adviseert - gevraagd en ongevraagd - de algemene raad over aangelegenheden de examinering betreffende.
In het verlengde van artikel 3.19 van de Verordening strekken de taken en bevoegdheden van de examencommissie zich niet uit over de basistoets.
Artikel 4. Samenstelling examencommissie
De examencommissie bestaat uit door de algemene raad te benoemen leden. De omvang van de examencommissie is afhankelijk van de voorliggende werkzaamheden en wordt door de algemene raad bepaald na ingewonnen advies van de examencommissie.
In de examencommissie worden in ieder geval benoemd:
- a. op voordracht van de uitvoeringsorganisatie: twee leden;
- b. op voordracht van elke onderwijsaanbieder, de uitvoeringsorganisatie uitgezonderd: één lid.
De algemene raad wijst een van de leden aan als voorzitter alsmede twee andere leden die samen met de voorzitter het dagelijks bestuur vormen.
Bij de samenstelling van de examencommissie wordt rekening gehouden met deskundigheid op het gebied van vaardigheden, ethiek en juridische inhoud, alsmede ervaring met toetsing in de vorm van assessments. Daarnaast is ten minste één van de leden onderwijskundige.
Geen van de leden van de examencommissie is betrokken bij de ontwikkeling of de samenstelling van de toetsen of de onderwijsonderdelen.
De leden van de examencommissie worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Zij treden af volgens een door de examencommissie vast te stellen rooster van aftreden. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd.
De algemene raad kan plaatsvervangende leden benoemen. Op de benoeming van plaatsvervangende leden zijn het vierde lid en het zesde lid van overeenkomstige toepassing.
De uitvoeringsorganisatie is verantwoordelijk voor het beheer en de ondersteuning van de examencommissie, waaronder het voorzien in een secretariaat van de examencommissie.
Artikel 5. Werkwijze examencommissie
De examencommissie neemt rechtsgeldige besluiten indien meer dan de helft van het aantal leden, waaronder de voorzitter, aanwezig is. Bij staking van stemmen over besluiten beslist de voorzitter.
Een lid van de examencommissie neemt geen deel aan beraadslaging of besluitvorming over aangelegenheden waar hij, in een andere hoedanigheid, bij betrokken is of is geweest.
De examencommissie stelt ten behoeve van haar dagelijks functioneren een huishoudelijk reglement op in overleg met de algemene raad. Dit huishoudelijk reglement voorziet in ieder geval in een beschrijving van de mandatering van bevoegdheden van de examencommissie aan het dagelijks bestuur en de praktische verdeling van werkzaamheden in vakkamers.
Paragraaf 3. Vertrouwenspersoon bij een onderwijsaanbieder
Artikel 6. Vertrouwenspersoon stagiaires
Een onderwijsaanbieder heeft een vertrouwenspersoon.
De vertrouwenspersoon heeft tot taak om stagiaires een luisterend oor, advies en bemiddeling te bieden voor ervaringen en problemen met de voor of namens de onderwijsaanbieder werkzame personen, alsmede over de beroepsopleiding advocaten.
Contact met de vertrouwenspersoon is een eigen keuze van een stagiaire en laat de mogelijkheid van het indienen van een klacht onverlet.
Paragraaf 4. Klachten
Artikel 7. Klachten
Een stagiaire kan een klacht over de wijze waarop een onderwijsaanbieder of een onder zijn verantwoordelijkheid werkzame persoon zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem heeft gedragen voorleggen aan een onderwijsaanbieder. De onderwijsaanbieder probeert de klacht in der minne te schikken. Mocht de onderwijsaanbieder de klacht niet in der minne kunnen schikken, dan kan een stagiaire een klacht indienen bij de klachtencommissie, bedoeld in artikel 8.
Artikel 8. Klachtencommissie
Een onderwijsaanbieder stelt een klachtencommissie in voor klachten met betrekking tot:
- a. de onderwijsorganisatie;
- b. de onder de verantwoordelijkheid van de onderwijsaanbieder werkzame personen;
- c. de onderwijsinhoud;
- d. de onderwijsfaciliteiten;
- e. de digitale leeromgeving.
Paragraaf 5. Rol en positie van de patroon
Artikel 9. Samenwerking onderwijsaanbieder en patroon
De patroon van een stagiaire wordt uitgenodigd bij de door de uitvoeringsorganisatie georganiseerde start van de beroepsopleiding advocaten.
De patroon van een stagiaire is aanwezig bij de evaluatiegesprekken, tenzij een stagiaire om hem moverende redenen de aanwezigheid van zijn patroon niet wenselijk acht, waarvan de stagiaire de uitvoeringsorganisatie tijdig op de hoogte stelt.
De patroon levert, op verzoek van de uitvoeringsorganisatie, input voor een evaluatiegesprek.
De patroon begeleidt de stagiaire in de beroepsopleiding advocaten, bijvoorbeeld door middel van het geven van feedback op praktijkopdrachten, indien dit wordt gevraagd vanuit de beroepsopleiding advocaten.
Paragraaf 6. Omgangsvormen en geheimhouding
Artikel 10. Algemene omgangsvormen en vertrouwelijkheid
Eenieder die betrokken is bij de beroepsopleiding gedraagt zich naar de algemeen geldende normen en waarden van fatsoen en integriteit.
Stukken die betrekking hebben op de (persoonlijke) ontwikkeling van de stagiaires worden steeds vertrouwelijk behandeld.
Artikel 11. Omgangsvormen medewerkers van een onderwijsaanbieder
Medewerkers van de onderwijsaanbieder, waaronder docenten, zijn zich in hun omgang met stagiaires te allen tijde bewust van machtsverhoudingen en afhankelijkheid. Medewerkers bewaren gepaste afstand tot de stagiaires en vermijden de schijn van machtsmisbruik, (seksuele) intimidatie of discriminatie.
Medewerkers informeren de onderwijsaanbieder over incidenten, relaties en omgangsvormen die in strijd zijn met het eerste lid.
Artikel 12. Omgangsvormen stagiaires
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.