Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 15 december 2020, nr. WJZ/ 20035882, tot vaststelling van regels met betrekking tot de aanvraag en veiling van vergunningen voor digitale radio-omroep DAB+ in laag 7 (Regeling aanvraag- en veilingprocedure digitale radio-omroep DAB+ laag 7)

Type Ministeriële regeling
Publication 2020-12-22
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 8, 9 en 10 van het Frequentiebesluit 2013;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepaling

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Beschikbare vergunningen

Artikel 2. Beschikbare vergunningen

Ingevolge het bekendmakingsbesluit zijn beschikbaar om op grond van deze regeling te worden verdeeld: twaalf vergunningen.

Hoofdstuk 3. De aanvraagfase

§ 1. Eisen aan de aanvraag en aanvrager

Artikel 3. Indiening van de aanvraag
1.

Degene die voor een vergunning in aanmerking wil komen, dient daartoe een aanvraag in bij de minister.

2.

De aanvraag kan van 19 januari 2021 tot en met uiterlijk 15 februari 2021 bij de minister worden ingediend per aangetekende post of door middel van persoonlijke overhandiging, op het volgende adres en met de volgende adressering:

Agentschap Telecom

t.a.v. Projectteam radio-omroepvergunningen

Emmasingel 1

9726 AH Groningen.

3.

De persoonlijke overhandiging, bedoeld in het tweede lid, vindt uitsluitend plaats op werkdagen tussen 10:00 uur en 12:00 uur of tussen 14:00 uur en 16:00 uur. Na de overhandiging geeft de minister een bewijs van ontvangst af dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst.

Artikel 4. Aanvrager is rechtspersoon
1.

De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

2.

De aanvrager voldoet verder aan de volgende eisen:

3.

Met de eisen, bedoeld in het tweede lid, worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Artikel 5. Toestemming van het Commissariaat voor de Media

De aanvrager beschikt over toestemming als bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008.

Artikel 6. Verklaring geen afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk kunnen doen aan de mededinging

De aanvraag gaat vergezeld van een door de aanvrager ondertekende verklaring zoals opgenomen in bijlage 1.

Artikel 7. Vorm en inhoud van de aanvraag
1.

Een rechtspersoon dient ten hoogste één aanvraag in.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid worden verbonden rechtspersonen tezamen aangemerkt als één rechtspersoon.

3.

In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen die ieder zelfstandig bevoegd zijn om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veiling en die daartoe beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht.

4.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage 2 opgenomen model en gaat, onverminderd de overige in deze regeling gestelde eisen, vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.

5.

De aanvraag wordt in de Nederlandse taal gesteld.

6.

Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vierde lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden die zijn opgesteld krachtens het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

7.

In afwijking van het vijfde lid, kunnen de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vierde lid, worden gesteld in één van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, mits zij vergezeld gaan van een Nederlandse vertaling.

8.

De aanvrager informeert de minister onmiddellijk over een wijziging met betrekking tot de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde, vierde en zesde lid, op de wijze, bedoeld in artikel 3, tweede lid.

§ 2. De zekerheidstelling

Artikel 8. Zekerheidstelling door de aanvrager
1.

De aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van zijn bod een waarborgsom of een bankgarantie ter grootte van € 50.000,– per vergunning die hij aanvraagt.

2.

De waarborgsom wordt verstrekt voor de periode tot en met:

3.

De aanvrager zorgt ervoor dat uiterlijk op het in artikel 3, tweede lid, bedoelde tijdstip:

Artikel 9. Terugstorten waarborgsom en teruggave bankgarantie aanvragen die niet worden behandeld, zijn afgewezen of geweigerd
1.

Binnen twee weken nadat de aanvrager zijn aanvraag heeft ingetrokken, dan wel nadat de minister overeenkomstig artikel 10 heeft besloten de aanvraag niet te behandelen, de aanvraag op grond van artikel 11 heeft afgewezen, of de aanvraag heeft geweigerd op grond van 3.18 van de wet:

2.

Indien de minister een waarborgsom terugstort als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, vergoedt hij tegelijkertijd de rente over de gestorte waarborgsom vanaf de dag na de dag dat de minister de waarborgsom heeft ontvangen tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de minister wordt teruggestort.

§ 3. Beslissingen tijdens de aanvraagfase

Artikel 10. Verzuim en verzuimherstel
1.

Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de in de artikelen 5, 6, 7, derde tot en met zevende lid, of 8 gestelde voorschriften, deelt de minister de aanvrager dit mee en stelt hij hem in de gelegenheid het verzuim te herstellen.

2.

De aanvrager heeft de gelegenheid het verzuim te herstellen tot en met 16:00 uur op de zevende werkdag na de dag waarop de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is verstuurd.

3.

De gegevens ten behoeve van het verzuimherstel worden ingediend op de wijze, bedoeld in artikel 3, tweede lid.

4.

Indien het verzuim niet is hersteld binnen de termijn en op de wijze, bedoeld in het tweede respectievelijk derde lid, kan de minister besluiten de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet te behandelen.

Artikel 11. Afwijzing aanvraag
1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 3.18 van de wet, wijst de minister de aanvraag:

2.

De minister kan een aanvraag afwijzen als:

Hoofdstuk 4. Vaststelling eventuele schaarste en vergunningverlening bij afwezigheid van schaarste

Artikel 12. Vaststelling schaarste

Indien de minister vaststelt dat, uitgezonderd de aanvragen die buiten behandeling zijn gesteld, geheel of gedeeltelijk zijn afgewezen of op grond van artikel 3.18 zijn geweigerd, het aantal vergunningen dat is aangevraagd hoger is dan het aantal vergunningen dat op grond van artikel 2 beschikbaar is, vindt de verdeling plaats met toepassing van de hoofdstukken 5 en 6.

Artikel 13. Vergunningverlening bij afwezigheid van schaarste
1.

Indien de verdeling niet plaatsvindt met toepassing van de hoofdstukken 5 en 6, wordt het aantal vergunningen dat is aangevraagd om niet verleend aan de betreffende aanvrager of aanvragers.

2.

Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing op de waarborgsom of bankgarantie van aanvragers als bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 5. De veilingfase

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.