Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid van 17 december 2020, nr 3146111, houdende een eenmalige specifieke uitkering voor gemeenten in verband met de ondersteuning van de toezichts- en handhavingstaak door tijdelijke arbeidskrachten (Regeling specifieke uitkering tijdelijke ondersteuning toezicht en handhaving)

Type Ministeriële regeling
Publication 2021-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële Verhoudingswet;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Specifieke uitkering

De minister kan op aanvraag aan een gemeente eenmalig een specifieke uitkering verstrekken ter bestrijding van de kosten die gemaakt worden voor het in dienst nemen van werknemers en voor de inhuur van ter beschikking gestelde arbeidskrachten om tijdelijk een deel van de toezicht- en handhavingstaken uit te voeren en daaraan rechtstreeks ondersteuning te bieden.

Artikel 3. Hoogte specifieke uitkering

De specifieke uitkering bedraagt ten hoogste het bedrag inclusief BTW, bij die gemeente opgenomen in de bijlage. Artikel 4:25, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4. Aanvraag
1.

Een aanvraag bevat in ieder geval:

2.

De aanvraag ziet op de kosten die gemaakt zijn of gemaakt worden in de periode van 15 december 2020 tot en met 30 september 2021.

3.

De aanvraag wordt uiterlijk op 30 september 2021 ingediend, met gebruikmaking van door de minister ter beschikking gesteld digitaal aanvraagformulier.

Artikel 5. Verlening en bevoorschotting
1.

De minister besluit over de aanvraag binnen dertien weken na ontvangst ervan.

2.

De minister verstrekt een voorschot van 100% van de specifieke uitkering.

Artikel 6. Voor vergoeding in aanmerking komende kosten
1.

De uitkering wordt alleen verstrekt ter bekostiging van de over de periode van 15 december 2020 tot en met 30 september 2021:

2.

Op grond van deze regeling wordt geen uitkering verstrekt voor:

Artikel 7. Verantwoording
1.

De gemeente legt aan de minister verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

De gemeente voert alleen daadwerkelijk gemaakte kosten op voor de financiële verantwoording.

3.

Indien de verantwoording, bedoeld in het eerste lid, naar het oordeel van de minister onvoldoende informatie bevat over de gedane uitgaven, stelt de minister binnen acht weken na de ontvangst van die verantwoording de gemeente binnen een door hem gestelde termijn in de gelegenheid die verantwoording aan te vullen.

4.

De gemeenten nemen de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie in acht bij de besteding van de specifieke uitkering.

Artikel 8. Vaststelling en terugvordering
1.

De minister stelt de uitkering vast binnen zesentwintig weken na de ontvangst van de in artikel 7, eerste lid, genoemde verantwoording, respectievelijk van de in het derde lid van dat artikel genoemde aanvulling.

2.

De minister stelt de uitkering overeenkomstig de verstrekking vast, tenzij:

3.

De minister kan onverschuldigd betaalde bedragen terugvorderen.

Artikel 9. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 10. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering tijdelijke ondersteuning toezicht en handhaving.

Bijlage. behorend bij artikel 3

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.