Wet van 16 december 2020 tot wijziging van enkele wetten houdende aanpassing van de belastingheffing over sparen en beleggen in de inkomstenbelasting (Wet aanpassing box 3)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is maatregelen te treffen waarmee het heffingvrije vermogen in de vermogensrendementsheffing wordt verhoogd, het belastingtarief van de vermogensrendementsheffing wordt verhoogd en, om ongewenste effecten te voorkomen naar inkomensafhankelijke regelingen die voor hun vermogenstoets aansluiten bij de rendementsgrondslag, de aangifteplicht voor de inkomstenbelasting wordt verruimd;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze
Artikel I
Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.
Artikel II
Wijzigt de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Artikel III
Wijzigt de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
Artikel IV
Wijzigt de Wet op de zorgtoeslag.
Artikel V
Wijzigt de Wet op het kindgebonden budget.
Artikel VI
Wijzigt de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
Artikel VII
Wijzigt de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.
Artikel VIII
Wijzigt de Wet op de rechtsbijstand.
Artikel IX
Wijzigt de Wet bevordering eigenwoningbezit.
Artikel X
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2021, met dien verstande dat:
- a. artikel I, onderdelen B tot en met E, en artikel III eerst toepassing vinden nadat artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2021 is toegepast;
- b. artikel I, onderdelen D en E, voor het eerst toepassing vindt op aanslagen over het belastingjaar 2021;
- c. artikel VIII, onderdeel A, voor zover dit van toepassing is op de artikelen 25 en 34 van de Wet op de rechtsbijstand, voor het eerst toepassing vindt met ingang van 1 januari 2023;
- d. artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, artikel 2a van de Wet op de zorgtoeslag, artikel 1, vierde lid, van de Wet op het kindgebonden budget en de artikelen 4 en 9 van de Wet bevordering eigenwoningbezit zoals deze artikelen luidden op 1 januari van een berekeningsjaar of peiljaar dat is aangevangen vóór 1 januari 2021, van toepassing blijven op dat berekeningsjaar of peiljaar.
In afwijking van het eerste lid treedt artikel VIII, onderdelen B en C, in werking met ingang van 1 januari 2023.
Artikel XI
Deze wet wordt aangehaald als: Wet aanpassing box 3.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.