← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken van 18 december 2020, nr. 4169072, tot vaststelling van een kader houdende de organisatie-inrichting van het BVA-stelsel binnen de Rijksdienst (Besluit BVA-stelsel Rijksdienst 2021)

Geldende tekst a fecha 2021-01-01

Besluit:

§ 1. Algemeen

Artikel 1. Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Reikwijdte
1.

Dit voorschrift geldt voor de Rijksdienst, waartoe gerekend worden de kerndepartementen en de daaronder ressorterende dienstonderdelen.

2.

De secretaris-generaal kan voor zijn eigen ministerie bepalen dat deze regeling op (delen van) dienstonderdelen met een bijzondere taak niet van toepassing is.

Het Ministerie van Defensie heeft een eigenstandige positie op de door het Ministerie van Defensie te bepalen onderdelen van integrale beveiliging.

§ 2. BVA en BVC

Artikel 3. BVA - functie
1.

De minister die belast is met de leiding van een ministerie draagt zorg voor de aanstelling van een BVA. De BVA heeft een kaderstellende, adviserende en toezichthoudende rol over de integrale beveiliging van het departement. Er kan voor twee of meer ministeries één BVA aangesteld worden.

2.

De secretaris-generaal die belast is met de ambtelijke leiding van een ministerie, is eindverantwoordelijk voor de integrale beveiliging en de inrichting en werking van het departementale beveiligingsstelsel. Deze secretaris-generaal stelt, binnen de rijksbrede kaders, het departementale integrale beveiligingsbeleid vast.

3.

De BVA heeft een onafhankelijke positie en rechtstreeks toegang tot de secretaris-generaal van het ministerie. De onafhankelijke positie is nodig voor het systeemtoezicht op de opzet, bestaan en werking van de integrale beveiliging van het departement.

4.

De benoeming en het ontslag van een BVA geschiedt na overleg met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

5.

De BVA is verantwoordelijk voor het inrichten van de BVA-functie voor het ministerie en de onder haar ressorterende dienstonderdelen.

6.

De BVA is agendalid van de Bestuursraad van het ministerie.

7.

De BVA neemt, namens het ministerie, deel aan het BVA-beraad, bedoeld in artikel 10.

8.

De BVA is standaard lid van het departementale Kerncalamiteitenteam dat bijeengeroepen wordt in geval van een calamiteit die gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering en veiligheid van de aanwezigen.

9.

De BVA-functie wordt zodanig ingericht dat over voldoende kennis en ervaring wordt beschikt om de taken, bedoeld in artikel 4, uit te voeren.

Artikel 4. BVA - taken

De secretaris-generaal die belast is met de ambtelijke leiding van een ministerie draagt aan de BVA met betrekking tot het ministerie, in ieder geval de volgende taken op:

Artikel 5. BVA - bevoegdheden
1.

De dienstonderdelen van het ministerie en de aan integrale beveiliging gerelateerde functies zoals CIO en CISO verstrekken de BVA de informatie die redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn taken op grond van dit besluit.

2.

De BVA kan namens de secretaris-generaal in het geval van een (mogelijke) ernstige en/of acute inbreuk op de beveiliging van personen, gebouwen, materieel, goederen en overige objecten, of een risico daarop:

3.

De BVA is bevoegd tot het aanvragen van wijzigingen in of het laten wijzigen van de lijst met vertrouwensfuncties van een departement.

4.

De BVA adviseert de secretaris-generaal en bereidt het besluit voor om (vooraf) toestemming te verlenen voor het verwerken van de nationale bijzondere informatie met de rubricering Departementaal Vertrouwelijk of hoger en voor het verwerken van internationale informatie van de EU en NAVO.

Artikel 6. BVC-functie en BVC-rol
1.

De secretaris-generaal die belast is met de ambtelijke leiding van een ministerie, draagt er zorg voor dat voor dienstonderdelen met een substantiële integrale beveiligingscomponent een BVC-functie wordt ingesteld. Benoeming en ontslag van de BVC-functie geschiedt in afstemming met de BVA.

2.

Voor dienstonderdelen met een kleinere of minder complexe integrale beveiligingscomponent wordt door de ambtelijke leiding van het betreffende dienstonderdeel een BVC-rol toegewezen aan een functionaris. Toewijzing van de BVC-rol geschiedt in afstemming met de BVA.

3.

De taken en bevoegdheden van de BVC zijn direct afgeleid van de taken en bevoegdheden van de BVA en worden vastgelegd in het BVA-stelsel van het ministerie.

4.

De BVC is gepositioneerd in het dienstonderdeel en legt verantwoording af aan het bevoegd gezag van het dienstonderdeel.

5.

De BVC heeft een functionele relatie met de BVA. De BVC verstrekt de BVA de informatie die naar zijn oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn taken op grond van dit besluit.

§ 3. BVA Rijk

Artikel 7. BVA Rijk - functie
1.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties stelt een BVA Rijk aan.

2.

De BVA Rijk is belast met het bewaken van het integrale karakter en de consistentie van rijksbrede kaders voor integrale beveiliging, het bevorderen van een interdepartementale aanpak van beveiligingsissues, alsmede het toezicht op de werking van de integrale beveiliging van de Rijksdienst.

3.

De BVA Rijk heeft een onafhankelijke positie en rechtstreeks toegang tot de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De onafhankelijke positie is nodig voor het rijksbrede toezicht, en voor de implementatie en werking van de rijksbrede kaders van integrale beveiliging.

Artikel 8. Taken BVA Rijk

De BVA Rijk is belast met de volgende taken:

Artikel 9. Bevoegdheden BVA Rijk
1.

De BVA Rijk kan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties rechtstreeks informeren, indien zijn taakuitoefening op grond van dit besluit daartoe aanleiding geeft. Dit gebeurt na overleg met de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

2.

De BVA’s, de CIO Rijk en de CISO Rijk verstrekken de BVA Rijk de informatie die naar zijn oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn taken op grond van dit besluit.

3.

De BVA Rijk heeft een interdepartementale coördinatierol bij rijksbrede beveiligingscalamiteiten. De BVA Rijk kan, na afstemming met de departementale BVA’s, in het geval van een (mogelijke) ernstige en/of acute inbreuk op de beveiliging van personen, gebouwen, materieel, goederen en overige objecten, of een risico daarop, onder verwijzing naar artikel 8, dertiende lid:

4.

Voor de bevoegdheden genoemd in het derde lid, heeft de BVA Rijk, na afstemming met de BVA, indien nodig direct toegang tot de secretaris-generaal van ministeries.

5.

De BVA Rijk kan een secretaris-generaal van een departement rechtstreeks informeren over de integrale beveiliging van het departement, indien zijn taakuitoefening op grond van dit besluit hiertoe aanleiding geeft. Dit gebeurt in overleg met de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, tenzij de omstandigheden dat niet toelaten.

§ 4. BVA-beraad

Artikel 10. BVA-beraad
1.

Er is een BVA-beraad dat op strategisch niveau de beveiliging van de gehele Rijksdienst bespreekt om opzet, bestaan en werking van de integrale beveiliging van de Rijksdienst te borgen en verbeteren. Het BVA-beraad coördineert centraal en in gezamenlijk overleg de beveiliging van de Rijksdienst en adviseert zo nodig aan interdepartementale besluitvormingsorganen.

2.

Het BVA-beraad wordt voorgezeten door de BVA Rijk.

3.

Het BVA-beraad is in formele zin een voorportaal voor besluitvorming in het overleg van secretarissen-generaal (SGO). Voorstellen van het BVA-beraad worden eerst besproken in de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijk (ICBR).

4.

Het BVA-beraad doet (mede) voorstellen voor het rijksbrede integrale beveiligingsbeleid en een meerjarige visie, afgestemd op maatschappelijke en politiek-bestuurlijke ontwikkelingen en dreigingen, op voorspraak van BVA Rijk.

5.

Het BVA-beraad doet (mede) voorstellen voor de kaders en normen voor integrale beveiliging en risicomanagement voor de ministeries en de daaronder ressorterende dienstonderdelen, op voorspraak van BVA Rijk.

6.

Het BVA-beraad heeft tevens als doel kennisdeling en samenwerking te bevorderen.

7.

Vaste leden van het BVA-beraad zijn de BVA Rijk en de BVA’s. Zij vertegenwoordigen het departement en de daaronder ressorterende dienstonderdelen.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 11. Evaluatie

Dit besluit wordt drie jaar na inwerkingtreding geëvalueerd en vervolgens elke drie jaar.

Artikel 12. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.

Het beveiligingsvoorschrift Rijksdienst 2013 wordt ingetrokken.

Artikel 13. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit BVA-stelsel Rijksdienst 2021.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.