Beleidsregel Natuurschoonwet 1928
De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
Dit besluit vervangt het besluit van 29 juni 2011, nr. BLKB2011/310M 1 Gewijzigd bij besluit van 19 augustus 2015, nr. BLKB2015/449M. en bevat het beleid over de fiscale faciliteiten in de Natuurschoonwet 1928. De voorwaarden in onderdeel 3 zijn aangepast aan de elektronische wijze van registreren van notariële akten. Onderdeel 4 is nieuw en omschrijft de voorwaarden waaronder aandelen in een landgoed BV/NV gecertificeerd kunnen worden. De onderdelen 5, 8 en 9 zijn herschreven, zonder dat een inhoudelijke wijziging is bedoeld.
1. Inleiding
Landgoederen kunnen op verzoek van de eigenaar worden aangemerkt (gerangschikt) als landgoed in de zin van de Natuurschoonwet 1928 (NSW). De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en de Minister van Financiën geven gezamenlijk aan de eigenaar van het NSW-landgoed een beschikking af. Het nemen van deze gezamenlijke beschikkingen is aan de onderscheidene uitvoerende diensten gemandateerd. De beschikkingen worden namens de beide ministers ondertekend door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). In het Rangschikkingsbesluit NSW zijn nadere voorwaarden opgenomen voor de rangschikking als NSW-landgoed.
De NSW voorziet in fiscale faciliteiten (schenk- en erfbelasting en overdrachtsbelasting) voor de verkrijgers van gerangschikte NSW-landgoederen. Op deze faciliteiten kan gedurende 25 jaar na de verkrijging worden teruggekomen. In dit besluit wordt ingegaan op de fiscale faciliteiten in de NSW en er zijn goedkeuringen in opgenomen.
In onderdeel 3.1. en 3.2. zijn goedkeuringen opgenomen voor de toepassing van artikel 9a NSW. Een voorwaarde bij deze goedkeuringen is aangepast aan de gewijzigde wijze van registreren van notariële akten. Omdat deze akten op elektronische wijze worden geregistreerd en daardoor niet meer fysiek ter registratie worden aangeboden, is het niet meer mogelijk om een kopie van het verzoek om rangschikking bij de notariële akte te overleggen.
Onderdeel 4 is nieuw en bevat een goedkeuring onder voorwaarden voor de certificering van aandelen in een NSW-NV/BV voor de toepassing van artikel 7a NSW.
De onderdelen 5 (overdracht landgoed gevolgd door kwijtschelding koopsom), 8 (opstalrechten) en 9 (mandatering) zijn herschreven, zonder dat een inhoudelijke wijziging is bedoeld. Verder zijn in andere onderdelen redactionele aanpassingen aangebracht zonder inhoudelijke gevolgen.
De goedkeuringen in dit besluit zijn gebaseerd op artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule), tenzij anders vermeld.
1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
2. Te laat ingediend verzoek om handhaving rangschikking
Door een gebeurtenis als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, NSW verliest (een gedeelte van) het NSW-landgoed zijn status en zal als gevolg daarvan aan de NSW-rangschikking worden onttrokken. Dit statusverlies treedt ook op bij beëindiging van de in artikel 1, tweede lid, onderdeel a, NSW bedoelde aanleun- of samenwerkingsregeling (artikel 3, eerste lid, onderdeel d, NSW). Op verzoek van de (nieuwe) eigenaar kan het landgoed als NSW-landgoed aangemerkt blijven (artikel 3, tweede en zesde lid, NSW). Bij inwilliging van een tijdig ingediend verzoek treedt er dan geen statusverlies op.
Het niet tijdig indienen van het verzoek leidt ertoe dat het landgoed aan de NSW-rangschikking wordt onttrokken. Rangschikking van het landgoed kan dan pas weer plaatsvinden met ingang van de datum van ontvangst van het (niet tijdig) ingediende verzoek. Hierdoor ontstaat er een onderbreking in de periode waarin het landgoed is gerangschikt en wordt als gevolg daarvan op de eerder verleende fiscale faciliteiten teruggekomen (zie de artikelen 8, 8a en 9c NSW).
2.1. Statusverlies door toepassing van artikel 3, eerste lid, onderdeel c, NSW
Als een landgoed zijn NSW-status verliest vanwege een niet tijdig ingediend verzoek om de onroerende zaak als NSW-landgoed aangemerkt te laten blijven, wordt de belasting alsnog ingevorderd of alsnog verschuldigd. Het bedrag aan in te vorderen of alsnog verschuldigde belasting kan in dat geval echter in een scheve verhouding staan tot de overschrijding van de termijn waarbinnen het verzoek had moeten worden ingediend. Dit acht ik niet gewenst. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur onder voorwaarden goed dat bij statusverlies op grond van een gebeurtenis als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, NSW op verzoek de invordering van schenk- of erfbelasting gedeeltelijk achterwege blijft dan wel de overdrachtsbelasting gedeeltelijk niet verschuldigd wordt (hierna kortweg: de invordering van belasting achterwege blijft).
Voor deze goedkeuring gelden de volgende zes voorwaarden:
Op 1 juli 2012 verkrijgt X een landgoed. Het landgoed wordt met ingang van die datum aangemerkt als NSW-landgoed. X is geen overdrachtsbelasting verschuldigd door toepassing van de vrijstelling van artikel 9a NSW.
Op 1 maart 2019 verkoopt X het landgoed aan Z. In de akte van levering wordt een beroep gedaan op de vrijstelling overdrachtsbelasting van artikel 9a NSW.
Z verzoekt pas op 1 februari 2020 om voortzetting van de NSW-rangschikking van het landgoed. Dat verzoek is gedaan buiten de zesmaandstermijn van artikel 3, tweede lid, NSW. Er zijn geen bijzondere omstandigheden als bedoeld in de laatste volzin van die bepaling.
Doordat de nieuwe eigenaar Z het verzoek niet tijdig heeft ingediend wordt X de over zijn verkrijging op 1 juli 2012 niet geheven overdrachtsbelasting alsnog verschuldigd en geldt voor Z de vrijstelling overdrachtsbelasting van artikel 9a NSW niet. Echter op grond van de goedkeuring wordt de verschuldigde overdrachtsbelasting beperkt en is zowel X als Z niet meer dan € 1.000 aan overdrachtsbelasting verschuldigd.
2.2. Statusverlies door toepassing van artikel 3, eerste lid, onderdeel d, van de NSW
Als er een NSW-rangschikking heeft plaatsgevonden met toepassing van het bepaalde in artikel 1, tweede lid, onderdeel a, NSW (de zogenoemde aanleun- of samenwerkingsrangschikking), dan kan deze rangschikking vervallen, bijvoorbeeld als de eigenaar van de aangrenzende onroerende zaak, met wie wordt samengewerkt, zijn onroerende zaak in eigendom overdraagt.
De eigenaar van de onroerende zaak (de aanleuner of de samenwerker) krijgt in dat geval een kennisgeving dat zijn onroerende zaak, ten gevolge van de overdracht door de eigenaar van de aangrenzende onroerende zaak, niet langer als NSW-landgoed wordt aangemerkt (artikel 3, vijfde lid, NSW). Hij kan dan binnen zes maanden na de datum van de kennisgeving het verzoek doen om zijn onroerende zaak als NSW-landgoed aangemerkt te laten blijven (artikel 3, zesde lid, NSW). Daarmee kan hij voorkomen dat statusverlies optreedt. Bij een te laat verzoek kan, zoals in onderdeel 2.1. van dit besluit is vermeld, het bedrag van de alsnog in te vorderen, of de alsnog verschuldigde belasting, in een scheve verhouding staan tot de overschrijding van de termijn waarbinnen het verzoek had moeten worden ingediend. In een voorkomende situatie kan een betrokkene bij mij een verzoek om toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (de hardheidsclausule) indienen. Dit verzoek wordt met overeenkomstige toepassing van onderdeel 2.1. beoordeeld.
3. Verkrijging van onroerende zaken die nog niet als NSW-landgoed zijn gerangschikt
In de onderdelen 3.1. en 3.2. zijn goedkeuringen opgenomen voor de toepassing van artikel 9a NSW voor de verkrijging van onroerende zaken die op het tijdstip van de verkrijging nog niet zijn gerangschikt als NSW-landgoed.
3.1. Ten tijde van de verkrijging nog niet onder de NSW gerangschikte onroerende zaak
Voor de toepassing van de vrijstelling van overdrachtsbelasting als bedoeld in artikel 9a NSW moet de verkregen onroerende zaak ten tijde van de verkrijging zijn gerangschikt als NSW-landgoed. Dit betekent dat de vrijstelling niet van toepassing is als de verkrijging plaatsvindt voordat de bedoelde rangschikking heeft plaatsgevonden. Ik vind dit in bepaalde situaties niet redelijk. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur onder voorwaarden goed dat de vrijstelling van artikel 9a NSW ook kan worden toegepast als het landgoed op het moment van verkrijging daarvan nog niet is gerangschikt.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende vier voorwaarden:
Als achteraf blijkt dat de onroerende zaak ten tijde van de verkrijging niet rangschikkingswaardig was, of als de rangschikking niet tot stand komt, dan geldt de goedkeuring niet en is de overdrachtsbelasting alsnog verschuldigd.
3.2. Gefaseerde verkrijging van onroerende zaken
Een enkele verkrijging van een onroerende zaak kan op zich onvoldoende zijn om tot een voor de NSW rangschikkingswaardig landgoed te komen. Dit is bijvoorbeeld het geval als de verkregen onroerende zaak een te kleine oppervlakte heeft. Het kan echter voorkomen dat na de samenvoeging van kort na elkaar verkregen onroerende zaken een rangschikkingswaardig landgoed ontstaat. De verkrijgingen die gezamenlijk een rangschikkingswaardig landgoed vormen, kunnen het gevolg zijn van samenhangende rechtshandelingen. De vrijstelling van artikel 9a NSW kan echter alleen worden toegepast op de afrondende verkrijging waarmee een rangschikkingswaardig landgoed wordt verkregen en niet op de eerste verkrijging(en). Dit acht ik niet redelijk in gevallen dat sprake is van samenhangende rechtshandelingen. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur onder voorwaarden goed dat de vrijstelling van artikel 9a NSW kan worden toegepast op verkrijgingen waardoor als gevolg van samenhangende rechtshandelingen een rangschikkingswaardige onroerende zaak ontstaat.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende vier voorwaarden:
Als achteraf blijkt dat de onroerende zaak ten tijde van de laatste verkrijging niet rangschikkingswaardig was, of als de rangschikking niet tot stand komt, dan geldt de goedkeuring niet en is de overdrachtsbelasting alsnog verschuldigd.
4. Certificering van aandelen in een NSW-NV/BV
Op grond van artikel 7a NSW kunnen de bezittingen en schulden van de NSW-NV/BV worden toegerekend aan de aandeelhouders (fiscale transparantie). Als aandelen worden ondergebracht bij een administratiekantoor tegen uitreiking van certificaten van aandelen kan dit worden gezien als een vervreemding van de aandelen en daarmee door de transparantie dus ook van het landgoed. De genoemde wettelijke toerekening geldt voor aandeelhouders en niet voor houders van certificaten van aandelen in de NSW-NV/BV. Door de certificering zou de NSW-faciliteit voor de schenk- en erfbelasting niet meer van toepassing zijn of teruggenomen moeten worden. In de situatie dat de certificaten en de certificaathouders te vereenzelvigen zijn met respectievelijk de aandelen en de aandeelhouders acht ik dat niet in alle gevallen wenselijk. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur onder voorwaarden goed dat de certificering van aandelen in een NSW-NV/BV niet leidt tot het terugnemen van de NSW-faciliteit voor de schenk- en erfbelasting en dat de certificaathouders worden aangemerkt als aandeelhouders voor de toepassing van artikel 7a NSW. Voor de toepassing van deze goedkeuring geldt dat de aandeelhouder van de gecertificeerde aandelen (het administratiekantoor) niet wordt aangemerkt als aandeelhouder en daardoor niet meetelt voor de toepassing van artikel 7a, eerste lid, onderdelen b en c, NSW.
Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:
5. Overdracht landgoed gevolgd door kwijtschelding koopsom
Als een NSW-landgoed wordt overgedragen tegen een koopsom en de schuldig gebleven koopsom wordt vervolgens (gedeeltelijk) kwijtgescholden, dan wordt geen NSW-landgoed (krachtens schenking) verkregen. Om deze reden is de NSW-faciliteit bij deze schenking niet van toepassing. Ik vind dit in bepaalde situaties niet redelijk. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur goed dat een (gedeeltelijke) kwijtschelding van een koopsom, die onmiddellijk volgt op de overdracht van een NSW-landgoed, voor de NSW wordt aangemerkt als (gedeeltelijke) verkrijging van een NSW-landgoed. Van een onmiddellijke op de overdracht volgende kwijtschelding is sprake als de kwijtschelding uiterlijk plaatsvindt op de dag van de juridische levering van het NSW-landgoed. Bij een gefaseerde kwijtschelding geldt deze goedkeuring niet voor de tweede of volgende kwijtschelding.
6. Herrekening van belasting bij gedeeltelijk verlies NSW-status
Als een NSW-landgoed krachtens erfrecht of schenking wordt verkregen blijft invordering van erf- en schenkbelasting (gedeeltelijk) achterwege (artikel 7 NSW). Binnen een tijdvak van 25 jaren na het overlijden of de schenking kan de buiten invordering gebleven belasting (gedeeltelijk) alsnog worden ingevorderd (artikel 8 NSW).
Als het gehele landgoed zijn status als landgoed heeft verloren en daardoor aan de NSW-rangschikking wordt onttrokken, wordt het gehele bedrag ingevorderd dat buiten invordering is gebleven. Dit bedrag wordt verhoogd met invorderingsrente. Bij een gedeeltelijk statusverlies met een gedeeltelijke onttrekking dient volgens artikel 8, tweede lid, NSW de belasting te worden herrekend.
Door een waardestijging kan een (gedeeltelijk) statusverlies van een relatief klein gedeelte van het NSW-landgoed ertoe leiden dat een onevenredig groot deel van de buiten invordering gebleven belasting alsnog moet worden ingevorderd. Dit acht ik niet wenselijk. Daarom keur ik op grond van artikel 8, zevende lid, NSW het volgende goed.
Ik keur goed dat bij gedeeltelijke onttrekking van een landgoed aan de NSW-rangschikking op verzoek een evenredig gedeelte van de belasting die op grond van artikel 7 NSW buiten invordering is gebleven wordt ingevorderd. Dit in te vorderen bedrag wordt verhoogd met invorderingsrente. Het evenredig gedeelte wordt volgens de volgende breuk berekend. De teller is gelijk aan de waarde van het onttrokken gedeelte van het landgoed. De noemer is gelijk aan de waarde van het gehele landgoed. Voor teller en noemer gelden daarbij de waarden op het moment van onttrekking.
7. Bloot eigenaar
De eigenaar van een onroerende zaak waarop een recht van vruchtgebruik of recht van erfpacht is gevestigd (de bloot eigenaar) heeft op grond van de NSW geen recht op de daarin opgenomen faciliteiten. Hij wordt niet als eigenaar aangemerkt in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel b, NSW (met uitzondering van gevallen waarin artikel 1, derde lid, NSW van toepassing is). Ik acht dit gevolg niet in alle gevallen redelijk. Daarom keur ik het volgende goed.
Ik keur onder een voorwaarde goed dat de bloot eigenaar op verzoek ook recht heeft op de faciliteiten van de artikelen 7 en 9a NSW.
Voor deze goedkeuring geldt de volgende voorwaarde.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.