Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 15 december 2020, nr. WJZ/ 20169624, tot uitvoering van de CO2-heffing industrie

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 2
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën;

Gelet op artikelen 16b.3, derde lid, 16b.5, tweede lid, 16b.7, vierde en vijfde lid, 16b.8, tweede lid, 16b.10, derde lid, 16b.12, tweede lid, 16b.13, tweede lid, 16b.14, tweede lid, 16b.17, 16b.19, vierde lid, van de Wet milieubeheer;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassingsbereik

Deze regeling heeft het toepassingsbereik van artikel 16b.2 van de wet.

Artikel 3. Relatie Verordening monitoring en rapportage emissiehandel

Voor zover in deze regeling artikelen uit de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel van overeenkomstige toepassing zijn verklaard, geldt het volgende:

Artikel 4. Relatie bijlagen Verordening monitoring en rapportage emissiehandel

Voor zover in deze regeling artikelen uit de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel van overeenkomstige toepassing zijn verklaard die verwijzen naar een bijlage bij die Verordening is die bijlage van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor lachgasinstallaties in ieder geval het volgende geldt:

Artikel 5. Definities Verordening monitoring en rapportage emissiehandel

Artikel 3 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Monitoring en verslaglegging emissies industriële installatie

Artikel 6. Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Afdeling 2.1. Monitoring emissies industriële installatie

Artikel 7. Industrieel monitoringsplan
1.

De monitoring op basis van een industrieel monitoringsplan is in ieder geval noodzakelijk:

2.

Het opstellen en indienen van een industrieel monitoringsplan is voor een exploitant van een startende broeikasgasinstallatie niet noodzakelijk.

Artikel 8. Inhoud industrieel monitoringsplan voor lachgasinstallaties

De artikelen 5, 6, 7, 8 en 69 en de hoofdstukken II, III, V en VII van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel zijn van overeenkomstige toepassing op de monitoring van lachgasinstallaties met dien verstande dat:

Artikel 9. Inhoud industrieel monitoringsplan voor broeikasgasinstallatie zonder aanvraag gratis toewijzing EU-ETS
1.

Dit artikel is van toepassing op broeikasgasinstallaties zonder een aanvraag om kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten, met uitzondering van broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval, indien een industrieel monitoringsplan noodzakelijk is doordat de exploitant van de broeikasgasinstallatie geen aanvraag voor kosteloze toewijzing heeft ingediend, als bedoeld in artikel 4 van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten, dan wel na aanvraag heeft afgezien van kosteloze toewijzing.

2.

De artikelen 7, 8, eerste, tweede en derde lid, 9, 11 en 12, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor ‘monitoringsmethodiekplan’ wordt gelezen, ‘industrieel monitoringsplan’.

3.

In afwijking van artikel 8, eerste lid, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten bevat het industrieel monitoringsplan de volgende elementen die zijn opgenomen in bijlage VI: Onderdelen 1, 3, 4b, 4c, 4d, 4e, 4f, met dien verstande dat in onderdeel 4 voor ‘subinstallatie’ wordt gelezen ‘installatie’.

4.

In afwijking van artikel 8, tweede lid, van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten kiest de exploitant een monitoringsmethode voor de volgende parameters, genoemd in bijlage IV van die verordening:

Artikel 10. Standaardformulier industrieel monitoringsplan
1.

Het industrieel monitoringsplan wordt opgesteld met gebruikmaking van een door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gesteld standaardformulier.

2.

Het bestuur van de emissieautoriteit bepaalt de wijze waarop de aanvraag om een goedkeuring van een industrieel monitoringsplan moet geschieden, de gegevens en de bescheiden die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag, en de wijze waarop die gegevens moeten worden verkregen.

Artikel 11. Wijzigingen industrieel monitoringsplan
1.

Onder significante wijzigingen als bedoeld in artikel 15, derde lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel worden tevens verstaan veranderingen van de wijze waarop activiteitsgegevens en berekeningsfactoren worden bepaald.

2.

De melding van wijzigingen van het industrieel monitoringsplan die niet significant zijn, wordt gedaan vóór 31 december van de verslagperiode, bedoeld in artikel 3, twaalfde lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, waarin de wijziging zich heeft voorgedaan.

3.

Tijdelijke wijzigingen van het industrieel monitoringsplan als bedoeld in artikel 23 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, worden binnen vijf dagen, na het ontstaan van de tijdelijke wijziging gemeld aan het bestuur van de emissieautoriteit.

4.

Voor de meldingen wordt gebruik gemaakt van door het bestuur van de emissieautoriteit beschikbaar gestelde standaardformulieren.

Afdeling 2.2. Bepaling en registratie industriële jaarvracht

Artikel 12. Berekening industriële jaarvracht broeikasgasinstallaties

De industriële jaarvracht voor broeikasgasinstallaties wordt berekend volgens de formule:

industriële jaarvracht = EMinstallatieEMelektriciteitEMstadsverwarming

Waarbij:

EMinstallatie staat voor: de totale emissie uitgedrukt in tCO2(e) per jaar als vermeld in het emissieverslag;

EMelektriciteit staat voor de som van (a), (b) en (c):

EMstadsverwarming staat voor: emissie uitgedrukt in tCO2(e) ten gevolge van de productie van warmte voor stadsverwarming als bedoeld in artikel 2, vierde lid, in samenhang met Bijlage IV, onderdeel 2.2 van de Verordening kosteloze toewijzing emissierechten als vermeld in het verslag over het activiteitsniveau of het industrieel emissieverslag. Indien driekwart of minder dan driekwart van de totaal geproduceerde meetbare warmte in dat kalenderjaar is uitgevoerd ten behoeve van stadsverwarming dan staat EMstadsverwarming gelijk aan nul;

EMstadsverwarming en EMelektriciteit voor broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval gelijk aan nul zijn.

Artikel 13. Opwekking van elektriciteit met warmtekrachtkoppelingen

De bepaling van de industriële jaarvracht bij warmtekrachtkoppelingen in broeikasgasinstallaties gebeurt met in achtneming van het volgende:

Artikel 14. Restgassen

Bij de inzet van restgassen voor de opwekking van elektriciteit wordt voor de bepaling van de gewogen gemiddelde emissiefactor voor brandstoffen die zijn ingezet voor de opwekking van elektriciteit de emissiefactor van de restgassen als volgt bepaald: 56,1 wordt vermenigvuldigd met de factor die het rendementsverschil tussen het verbruik van restgassen en het verbruik van de referentiebrandstof aardgas tot uitdrukking brengt. De standaardwaarde van deze factor is gelijk aan 0,667.

Artikel 15. Berekening industriële jaarvracht lachgasinstallaties

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.