Beleidsregel van het bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit van 17 december 2020, nr. NEA-2020/21858, houdende regels met betrekking tot de handhaving van regels ter uitvoering van het Europese emissiehandelssysteem 2021 (Beleidsregel Nederlandse Emissieautoriteit ETS 2021)

Type ZBO-regeling
Publication 2024-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de handhavingsbevoegdheden van het bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit als bedoeld in de artikelen 18.6a en 18.16a van de Wet milieubeheer, artikel 16 van de ETS-richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2012, L 181), en artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht,

Besluit:

Artikel 1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Het bestuur bepaalt de hoogte van een dwangsom voor overtredingen als bedoeld in artikel 18.6a van de Wet milieubeheer, voor zover het een overtreding betreft bedoeld in Bijlage I, in overeenstemming met de in Bijlage II opgenomen indicatie van de hoogte van de dwangsom per overtreding.

2.

Bij het bepalen van de hoogte van een dwangsom voor overtredingen als bedoeld in artikel 18.6a van de Wet milieubeheer, anders dan bedoeld in Bijlage I, is Bijlage II zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 5

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Nederlandse Emissieautoriteit ETS 2021.

Bijlage I. behorend bij de artikelen 2 en 3 van de Beleidsregel Nederlandse Emissieautoriteit ETS 2021

Categorisering overtredingen

In de tabellen I en II is voor de meest waarschijnlijke overtredingen per overtreding de ernstfactor van de overtreding aangegeven.

De ernstfactor bepaalt de indicatieve hoogte van de dwangsombedragen, bedoeld in bijlage II, en maakt onderdeel uit van de berekening van de boetebedragen, bedoeld in bijlage III.

Tabel I vermeldt overtredingen met een kwantificeerbaar effect.

Tabel II vermeldt overtredingen zonder kwantificeerbaar effect.

De kwantificeerbaarheid van het effect maakt onderdeel uit van de berekening van de boetebedragen, bedoeld in Bijlage III.

Bijlage II. behorend bij artikel 2 van de Beleidsregel Nederlandse Emissieautoriteit ETS 2021

Hoogte dwangsombedragen

In onderstaande tabel is de indicatieve hoogte van de dwangsom per dag in euro aangegeven per ernstfactor als toegekend in Bijlage I van de Beleidsregel Nederlandse Emissieautoriteit ETS 2021.

Bijlage III. behorend bij artikel 3 van de Beleidsregel Nederlandse Emissieautoriteit ETS 2021

Vervallen

Hoogte boetebedragen

1. Formule boetebedrag

De hoogte van de bestuurlijke boete wordt bepaald op basis van de volgende formule:

Boete = Vast bedrag + Variabel bedrag x Correctiefactor + Economisch voordeel

2. Vast bedrag

Als onderdeel van de boete is een vast bedrag vastgesteld van: € 5.000,–.

3. Variabel bedrag

Voor het variabele bedrag in de boete wordt onderscheid gemaakt tussen overtredingen met een kwantificeerbaar en een niet-kwantificeerbaar effect.

3.1. Variabel bedrag voor kwantificeerbaar effect

In bijlage I, tabel I van de Beleidsregel Nederlandse Emissieautoriteit ETS 2021 zijn overtredingen gecategoriseerd waarvan het effect als kwantificeerbaar is aangemerkt. In die gevallen wordt de ernst van de overtreding bepaald door de omvang van het (potentiële) effect. Het variabele bedrag van de boete voor kwantificeerbare overtredingen wordt dan hierdoor bepaald, en door een marktgerelateerde boetewaarde en een inrichtingsfactor.

Formule variabel bedrag bij kwantificeerbaar effect:

Variabel bedrag = Effect van de overtreding x Marktgerelateerde boetewaarde x Inrichtingsfactor

Bij overtredingen met betrekking tot monitoring en rapportage van de CO2-emissies wordt het (potentiële) effect, mits dat kwantificeerbaar is, uitgedrukt in ton CO2. Een afwijking is een overtreding ongeacht of de afwijking positief of negatief is.

Bij overtredingen met betrekking tot de toewijzing van emissierechten wordt het effect bepaald door de hoeveelheid emissierechten die als gevolg van de overtreding achteraf gezien teveel zijn toegewezen.

Het variabele bedrag wordt onder andere bepaald door een marktgerelateerde boetewaarde. De Nederlandse Emissieautoriteit stelt jaarlijks op uiterlijk 31 december de gemiddelde veilingprijs van een emissierecht vast, die in dat jaar gerealiseerd is, en publiceert deze op haar website (www.emissieautoriteit.nl). De boetewaarde wordt bepaald door deze veilingprijs met een door de emissieautoriteit te bepalen generieke factor te vermenigvuldigen en vervolgens af te ronden in hele euro’s. De vaste generieke vermenigvuldigingsfactor is tenminste 1 en ten hoogste 4. De boetewaarde wordt toegepast op alle kwantificeerbare overtredingen begaan nadat, en in het jaar waarvoor, de boetewaarde is vastgesteld. Wanneer voor enig jaar nog geen boetewaarde is vastgesteld wordt de laatst vastgestelde boetewaarde toegepast. Als de duur van de overtreding meerdere kalenderjaren bestrijkt, wordt het ongewogen gemiddelde van de boetewaarden van die kalenderjaren toegepast.

Het bestuur kan bij het bepalen van het variabele bedrag nog differentiëren naar gelang van de omvang van de emissies van de broeikasgasinstallatie (bij luchtvaartexploitanten: omvang van de emissies van de vloot van de exploitant), in verband met de grotere of kleinere plaats die de broeikasgasinstallatie (c.q. vloot) inneemt in het systeem van handel in emissierechten. Daarmee kan het bestuur ook uitdrukking geven aan een grotere verantwoordelijkheid en grotere zorg die van een grotere emittent mag worden verwacht. Dat gebeurt dan met een ‘inrichtingsfactor’ die kan verschillen al naar gelang de emissies van de betrokken broeikasgasinstallatie c.q. vloot. Daarbij kan bijvoorbeeld voor wat betreft broeikasgasinstallaties aansluiting worden gezocht bij de categorieën A, B en C als bedoeld in artikel 19 van de MRV.

3.2. Variabel bedrag voor niet-kwantificeerbaar effect

In bijlage I, tabel II van de Beleidsregel Nederlandse Emissieautoriteit ETS 2021 zijn overtredingen gecategoriseerd waarvan het effect als niet-kwantificeerbaar is aangemerkt. In die gevallen wordt de omvang van de emissie gezien als belangrijke indicator voor de ernst van de overtreding en de (potentiële) gevolgen voor het systeem van de handel in emissierechten. Het variabele bedrag van de boete voor niet-kwantificeerbare overtredingen wordt dan met name hierdoor bepaald. Daarnaast wordt de ernst van de overtreding bepaald door de aard van de overtreding en de tijdsduur van de overtreding.

Formule variabel bedrag bij niet-kwantificeerbaar effect:

Variabel bedrag = Emissiegerelateerd bedrag x Ernstfactor aard x Ernstfactor tijdsduur

Het variabele bedrag wordt gerelateerd aan de omvang van de gerapporteerde emissies in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden en wordt berekend aan de hand van de totale emissie van de broeikasgasinstallatie en een schijvensysteem volgens onderstaande tabel I.

Wanneer er geen emissiegegevens over het voorgaande jaar bekend zijn, of de emissies ten tijde van de overtreding sterk afwijken van de emissies in het voorgaande jaar, maakt het bestuur voor het berekenen van het variabele bedrag gebruik van een redelijke vervangende waarde.

Indien de overtreding zonder kwantificeerbaar effect niet de emissies maar de toewijzing betreft, wordt het begrip ‘emissiegerelateerd bedrag’ vervangen door ‘toewijzingsgerelateerd bedrag’. De aantallen kiloton CO2 in de linkerkolom van tabel I worden dan vervangen door duizendtallen emissierechten; de bedragen in de rechterkolom worden dan gekoppeld aan de duizendtallen emissierechten in de linkerkolom.

In bijlage I van de Beleidsregel Nederlandse Emissieautoriteit ETS 2021 is aan de meest waarschijnlijke overtredingen een ernstfactor toegekend.

In tabel II is per ernstfactor de wegingsfactor aangegeven die daarvoor wordt toegepast bij het bepalen van het variabele bedrag.

3.3. Voorrang kwantificeerbaar effect

Wanneer een overtreding zowel een kwantificeerbaar als een niet-kwantificeerbaar effect heeft wordt het variabele bedrag bepaald door de methodiek voor een kwantificeerbaar effect. Wanneer het effect onvoldoende kan worden gekwantificeerd, wordt het variabele bedrag bepaald door de methodiek voor een niet-kwantificeerbaar effect.

4. Correctiefactor

Naast de ernst van de overtreding en de (potentiële) gevolgen voor de handel in emissierechten wordt het boetebedrag ook bepaald door de overige omstandigheden van het geval. Daartoe wordt door een totale correctiefactor in ieder geval rekening gehouden met de omstandigheden vermeld in tabel V op de daarin vermelde wijze.

Formule correctiefactor: Totale correctiefactor = C1 x C2 x C3

In onderstaande tabel V zijn de omstandigheden en daarvoor geldende correctiefactoren aangegeven waarmee in ieder geval rekening gehouden wordt bij het bepalen van de totale correctiefactor voor het totale boetebedrag.

5. Economisch voordeel

Als er sprake is van economisch voordeel dat niet gecorrigeerd kan worden door ambtshalve vaststelling van het emissiecijfer, door aanpassing van de toewijzing van emissierechten of door terugvordering van teveel verleende emissierechten, wordt de boete, onder aftrek van een eventueel nadeel dat rechtstreeks verband houdt met de overtreding, verhoogd met het saldo van het resterende voordeel. Wanneer er geen sprake is van een voordelig saldo is er geen sprake van economisch voordeel.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.