Aanwijzing voorwaardelijke straffen en schorsing van voorlopige hechtenis onder voorwaarden
Samenvatting
Deze aanwijzing geeft regels voor de taken en verantwoordelijkheden van het openbaar ministerie (OM) bij:
Deze aanwijzing beoogt te bevorderen dat bijzondere voorwaarden adequaat worden toegepast met het oog op het terugdringen van recidive en het beschermen van de samenleving en het slachtoffer. Daarnaast beoogt de aanwijzing een goede aansluiting van de verschillende schakels binnen de executieketen te bewerkstelligen.
Het vorderen van bijzondere voorwaarden is aan de orde indien:
De in de wet genoemde bijzondere voorwaarden kunnen, op enkele voorwaarden na, onderdeel zijn van zowel de schorsingsbeschikking (voorlopige hechtenis) als het vonnis.
Achtergrond
Enerzijds bieden bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijke veroordeling of een schorsing van de voorlopige hechtenis ruimte voor een op de persoon toegesneden interventie met als doel gedragsverandering bij de veroordeelde of verdachte en bescherming van de maatschappij en het slachtoffer in het bijzonder. Anderzijds vormt de dreiging van het voorwaardelijke strafdeel of herleving van de voorlopige hechtenis een stevige stok achter de deur.
Het OM heeft als partij in het primaire proces een rol in de tenuitvoerlegging van de straffen en maatregelen die zijn opgelegd door de rechter of de officier van justitie.2Waar in de aanwijzing wordt gesproken over ‘officier van justitie’, ‘rechter’, ‘rechtbank’ en ‘vonnis’, wordt daarmee tevens ‘advocaat-generaal’, ‘raadsheer’, ‘gerechtshof’ respectievelijk ‘arrest’ bedoeld, tenzij anders is aangegeven De minister is echter eindverantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen en is belast met de feitelijke uitvoering van het toezicht op de naleving van de algemene en bijzondere voorwaarden. Het OM is belast met het toezicht op de naleving van de algemene en bijzondere voorwaarden in verband met het nemen van vervolgbeslissingen en komt dus in beginsel pas in beeld wanneer sprake is van een schending van voorwaarden. De reclassering licht met het oog daarop volgens art. 6:3:14 Sv het OM in over het gehouden toezicht. Bij een overtreding van voorwaarden doet de reclasseringsinstelling daarvan onverwijld melding aan CJIB/AICE3Administratie- en Informatiecentrum voor de Executieketen, onderdeel van het CJIB.4Art. 6:3:14 Sv.en het OM (al dan niet via het CJIB/AICE). Met de inwerkingtreding van de wet USB5Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen, Stb. 2017, 82.zijn de artikelen over de tenuitvoerlegging, die eerst verspreid stonden over het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering, gecentraliseerd in het nieuwe Boek 6 van het Wetboek van Strafvordering.
1. Algemene en bijzondere voorwaarden
1.1. Toepassingsbereik
De aanwijzing richt zich op het toepassen van algemene en bijzondere voorwaarden bij de schorsing van de voorlopige hechtenis (art. 80, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv)) en de voorwaardelijke straf. Alle in de wet genoemde bijzondere voorwaarden kunnen onderdeel zijn van zowel de schorsingsbeschikking als het vonnis, met uitzondering van enkele herstellende voorwaarden als bedoeld in paragraaf 2.3 van deze aanwijzing, die niet bij de schorsingsbeschikking kunnen worden gevorderd.
1.2. Algemene voorwaarden
Bij de voorwaardelijke straf geldt de volgende algemene voorwaarde: de veroordeelde maakt zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig aan een strafbaar feit;
Bij een schorsing onder voorwaarden wordt steeds opgenomen:
1.3. Bijzondere voorwaarden
De wet onderscheidt veertien verschillende bijzondere voorwaarden. Deze kunnen we indelen in vijf
categorieën:
In combinatie met een bijzondere voorwaarde kan de rechter de reclassering 7Met ‘de reclassering’ worden in deze aanwijzing de drie erkende reclasseringsorganisaties bedoeld: Reclassering Nederland, Stichting Verslavingsreclassering GGZ, Leger des Heils Reclassering. opdracht geven om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. In het geval van vrijheidsbeperkende voorwaarden heeft de politie een handhavende taak.
Aan een bijzondere voorwaarde kan tevens elektronisch toezicht worden verbonden (art. 14c lid 4 Sr).
Wanneer de rechter bijzondere voorwaarden oplegt en opdracht geeft tot reclasseringstoezicht, geldt van rechtswege, dat de veroordeelde
2. Het vorderen van bijzondere voorwaarden
2.1. ‘Niemand weg zonder overleg’
Een aangehouden verdachte van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, wordt alleen met toestemming van de officier van justitie in vrijheid gesteld. Indien de (hulp)officier van justitie geen gronden ziet om een verdachte in verzekering te stellen, gaat het OM na of er gronden zijn voor het vorderen van voorlopige tenuitvoerlegging (tul) van eerder opgelegde sancties.
Lokaal maken OM, politie en reclassering afspraken in het kader van de vroeghulp en de mogelijkheid van vroeghulpbezoek (ook in het weekend). Zoveel mogelijk vindt dit plaats in het kader van de ZSM-werkwijze, waarbij de betrokken ketenorganisaties zo snel mogelijk na aanhouding hun informatie over de verdachte(n) delen, zodat een vlotte beoordeling van het strafrechtelijke vervolg en interventies ‘op maat’ kunnen plaatsvinden.
Op lokaal of regionaal niveau kunnen nadere afspraken worden gemaakt op basis van overeengekomen prioritaire thema’s of doelgroepen.
2.2. Het voorbereiden van de vordering van bijzondere voorwaarden
De officier van justitie die overweegt om te verzoeken om schorsing van de voorlopige hechtenis onder voorwaarden of om bijzondere voorwaarden te vorderen op zitting, vraagt in een vroegtijdig stadium aan de reclassering advies daarover, ook indien sprake is van een lopend reclasseringstoezicht. Indien sprake is van een lopend reclasseringstoezicht verwerkt de reclassering de informatie over het verloop hiervan in het reclasseringsadvies. De reclassering betrekt tevens relevante informatie van ketenpartners (bijvoorbeeld via het Veiligheidshuis/Actiecentrum Zorg en Veiligheid), die betrokken zijn bij de verdachte en/of zijn maatschappelijk netwerk (bijvoorbeeld gezin, school).
In geval van een mogelijke stoornis vraagt de officier van justitie advies van het NIFP. Termijnen voor het aanleveren van reclasseringsrapporten zijn opgenomen in het landelijk strafprocesreglement. 8Het landelijke strafprocesreglement is opgesteld door de Raad voor de Rechtspraak in overleg met het OM en is laatstelijk 1 januari 2019 in werking getreden. Het reglement uniformeert de wijze van behandeling van strafzaken door ZM en OM.
Het OM maakt de zittingsdatum zo spoedig mogelijk aan de reclassering bekend om tijdige levering van het reclasseringsadvies mogelijk te maken. In de vordering worden de bijzondere voorwaarden specifiek benoemd. Voor het vorderen van voorwaarden met reclasseringstoezicht, is het voor de uitvoerbaarheid nodig dat de reclassering heeft geadviseerd. Het vorderen van voorwaarden met reclasseringstoezicht zonder dat de reclassering een advies heeft uitgebracht, kan slechts na instemming van de reclasseringsofficier of bij diens afwezigheid een senior officier van justitie. Het OM is terughoudend met het eisen van bijzondere voorwaarden die niet door de reclassering in het advies zijn geadviseerd. Sommige voorwaarden kunnen bovendien slechts op advies van de reclassering of na instemming van de reclasseringsofficier of bij diens afwezigheid een senior officier van justitie (hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 2.7 van deze aanwijzing).
Een contra-indicatie voor het vorderen van een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden is aanwezig als:
Voor de wijze waarop bijzonder voorwaarden dienen te worden gevorderd wordt verwezen naar de Aanwijzing kader voor toepassing van voorwaarden, gedragsaanwijzingen en maatregelen.
2.3. Herstellende voorwaarden
Deze voorwaarden worden gevorderd ten behoeve van financiële of materiële tegemoetkoming aan de slachtoffers van misdrijven. Bij gewelddadige vermogensdelicten als (woning)overvallen, straatroven en woninginbraken is in beginsel altijd sprake van schade. De officier van justitie overweegt in deze gevallen nadrukkelijk de vordering van een financiële of materiële tegemoetkoming ten behoeve van de slachtoffers van deze misdrijven.
Storting van een door de rechter vast te stellen geldbedrag in het schadefonds geweldsmisdrijven kan worden gevorderd met name indien het slachtoffer zelf geen prijs stelt op schadevergoeding.
Geheel of gedeeltelijk herstel van de door het strafbare feit veroorzaakte schade kan aan de orde zijn in het geval dat de veroordeelde bereid is de schade te herstellen. Niet alle slachtoffers stellen het daarvoor noodzakelijke contact met de dader op prijs. Hiermee moet bij de vordering rekening worden gehouden.
Storting van een door de rechter vast te stellen waarborgsom kan worden gevorderd wanneer er gegronde vrees voor herhaling bestaat.
In het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis kan geen schadevergoeding, schadeherstel of storting in een schadefonds worden gevorderd. Het is wel mogelijk om storting van een waarborgsom te vorderen op grond van art. 80 lid 1 Sv.
2.4. Vrijheidsbeperkende voorwaarden
Een vrijheidsbeperkende voorwaarde wordt als bijzondere voorwaarde 9De officier van justitie (art. 509hh Sv), de rechter (art. 38v Sr) en de burgemeester (art. 172a Gemeentewet) hebben tevens een eigenstandige bevoegdheid om een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen. gevorderd ter bescherming van de slachtoffers of de wijk waar het misdrijf is gepleegd. Een locatieverbod (waarbij de veroordeelde wordt verboden zich op een bepaalde locatie te bevinden), een locatiegebod (waarbij de veroordeelde bijvoorbeeld wordt verplicht om ’s nachts thuis te zijn), en een meldplicht (waarbij de veroordeelde zich op bepaalde momenten op een bepaalde plaats moet melden), dienen dit doel indirect.
Een vrijheidsbeperkende voorwaarde kan in combinatie met elektronisch toezicht worden gevorderd (zie § 2.9 hierna).
Een (combinatie van) vrijheidsbeperkende voorwaarde(n) kan onder andere passend zijn bij een veroordeling voor openbare geweldpleging (uitgaansgeweld, geweld bij voetbalwedstrijden) of een zedenmisdrijf.
De handhaving van een contactverbod kan versterkt worden door tevens een locatieverbod te vorderen voor bijvoorbeeld de leefomgeving van het slachtoffer. Vanuit het oogpunt van bescherming van het slachtoffer, is het van belang om rondom (de woon- of verblijfplaats van) degene met wie het contactverboden is, een gebied aan te wijzen dat niet betreden mag worden door degene die het contactverbod opgelegd heeft gekregen.
Het handhaven van een contactverbod, locatieverbod of locatiegebod is een gezamenlijke taak van de politie en de reclassering.
2.5. Gedragsbeïnvloedende voorwaarden
Deze bijzondere voorwaarden zien op het deelnemen van de veroordeelde aan bepaalde cursussen, opleidingen of andere gedragsinterventies. 10De Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie beoordeelt op basis van evidence-based criteria of gedragsinterventies leiden tot vermindering van recidive. Voor een overzicht van erkende interventies kan de site geraadpleegd worden: http://www.erkenningscommissie.nl. Dit zijn interventies gericht op bijvoorbeeld sociale en cognitieve vaardigheden, agressieregulatie, alcohol- en drugsgebruik of arbeidsvaardigheden. In de vordering moet - bijvoorbeeld door te verwijzen naar openbaar toegankelijke informatie van de reclassering - worden gespecificeerd wat een interventie inhoudt en waarop de interventie zich richt.
2.6. Op zorg gerichte voorwaarden
Aan het vorderen van de op zorg gerichte voorwaarden ligt een indicatiestelling forensische zorg ten grondslag, waarin de aard en te verwachten duur van de behandeling en het beveiligingsniveau worden aangegeven. Voor de klinische (24-uurs) zorg geeft het NIFP een indicatiestelling af, voor de ambulante zorg de reclassering.
Het opnemen van deze indicatiestelling in de vordering volstaat. Indien de rechter een specifieke instelling of behandelaar wil noemen, dient aan de vordering tot zorg in een bepaalde instelling toegevoegd te worden ‘of een soortgelijke instelling, ter beoordeling van de reclassering’ (bij een ambulante behandeling en bij opname in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang) danwel ‘of een soortgelijke instelling, ter beoordeling van DJI/DIZ na indicatiestelling door het NIFP/IFZ’ (bij een klinische opname). Indien de beoogde instelling bijvoorbeeld een lange wachttijd kent, kan dan de behandeling in een soortgelijke instelling plaatsvinden zonder tussenkomst van de rechter.
Bij een klinische opname geldt dat elke beslissing over de aard en duur exclusief aan de rechter is voorbehouden. 11HR 6 november 1990, NJ 1991, 274; HR 30 januari 2007, LJN AZ0262. De officier kan in een vordering tot ambulante behandeling meenemen dat de rechter in het vonnis opneemt dat de verdachte een korte klinische opname kan ondergaan zonder nadere tussenkomst van de rechter. Dit kan de orde zijn bij bijvoorbeeld een ernstige verslaving of persoonlijkheidsstoornis. Deze korte opname kan uitsluitend onder bepaalde voorwaarden worden geëffectueerd, bijvoorbeeld bij terugval in verslaving.
Een behandeling kan ook het innemen van medicatie met zich brengen. Indien het gaat om behandeling van een verslaving, dan kan het meewerken aan middelencontrole onderdeel zijn van de behandeling. De weigering medicijnen in te nemen die de behandelaar nodig acht, of het weigeren mee te werken aan middelencontrole kan dan beschouwd worden als het niet voldoen aan de behandelvoorwaarde.
2.7. Overige voorwaarden
Deze ‘restcategorie’ is opgenomen om maatwerk te kunnen leveren ten aanzien van de invulling van de bijzondere voorwaarden in geval de standaardvoorwaarden niet toereikend zijn.
In het kader van de schorsingsbeschikking kunnen alleen voorwaarden worden gevorderd die te relateren zijn aan een specifieke grond voor de voorlopige hechtenis ex art. 67a Sv (te weten: vluchtgevaar, een geschokte rechtsorde 12Voor schorsing van de voorlopige hechtenis zal bij deze grond weinig ruimte zijn. , gevaar voor recidive, collusiegevaar) dan wel aan het algemene doel van de voorlopige hechtenis, namelijk het onder bereik van justitie houden van de verdachte en het verzekeren van de uitvoering van de mogelijk op te leggen vrijheidsstraf (de doelcriteria).
Dit betekent in concreto dat in het kader van de schorsingsbeslissing van de ‘restcategorie’ de navolgende bijzondere voorwaarden kunnen worden gevorderd:
Andere voorwaarden kunnen alleen worden gevorderd indien deze aansluiten bij de doelcriteria van de schorsing van de voorlopige hechtenis en slechts op advies van de reclassering (wanneer sprake moet zijn van reclasseringstoezicht) of nadat de lokale reclasseringsofficier (of bij diens afwezigheid een senior officier van justitie) daarmee heeft ingestemd (ongeacht of er sprake moet zijn van reclasseringstoezicht).
In het kader van de voorwaardelijke straf kunnen alleen voorwaarden worden gevorderd die strekken tot het voorkomen van strafbare feiten, dan wel een gedraging te betreffen waartoe de verdachte uit oogpunt van maatschappelijke betamelijkheid gehouden moet worden geacht. Bij deze modaliteit kunnen van de ‘restcategorie’ de navolgende bijzondere voorwaarden worden gevorderd:
Andere voorwaarden kunnen alleen worden gevorderd indien deze aansluiten bij de doelcriteria van de voorwaardelijke veroordeling en slechts op advies van de reclassering (wanneer sprake moet zijn van reclasseringstoezicht) of nadat de reclasseringsofficier (of bij diens afwezigheid een senior of officier van justitie) daarmee heeft ingestemd (ongeacht of er sprake moet zijn van reclasseringstoezicht).
2.8. Reclasseringstoezicht
Het (meewerken aan) reclasseringstoezicht houdt in dat:
De officier van justitie dient bij het vorderen duidelijk te maken wat het reclasseringstoezicht inhoudt.
Bij de vordering dient de officier nadrukkelijk de toevoeging ‘toezicht te houden zolang de reclassering dat nodig acht’ te overwegen. Indien dit niet in het vonnis wordt opgenomen, kan het toezicht slechts voortijdig worden gestaakt door de rechter, op vordering van het OM of op verzoek van de veroordeelde (art. 6:6:19 Sv) door de opheffing van de opdracht aan de reclassering of verwijdering van de voorwaarden.
2.9. Elektronisch toezicht
Met het oog op het toezicht op of de ondersteuning van de naleving van de bijzondere voorwaarde(n) kan de officier van justitie elektronisch toezicht (ET) vorderen (art. 14c lid 4 Sr). 13Elektronisch toezicht is de wettelijke term. In de praktijk wordt voornamelijk elektronische monitoring en soms elektronische controle gebruikt. Internationaal is ‘electronic monitoring’ een gebruikelijke term. Dat geeft beter weer dat er niet alleen sprake is van controle of toezicht, maar bovenal begeleiding en inzet van de enkelbanddata ter ondersteuning van gedragsverandering. Dit houdt in dat met een technisch hulpmiddel, te weten een ‘enkelband’ (zender) in combinatie met een ontvanger, kan worden nagegaan waar de veroordeelde zich bevindt danwel of de veroordeelde zich binnen een bepaalde straal van een vast punt bevindt . ET is alleen zinvol in combinatie met (een) vrijheidsbeperkende voorwaarde(n), bijvoorbeeld een stadionverbod, een straat- of contactverbod of een locatiegebod (meestal het huisadres). In geval van verdenking van een ernstig zeden- of geweldsdelict (waaronder ernstig huiselijk geweld), overweegt de officier van justitie nadrukkelijk de toepassing van ET ter naleving van de gestelde (algemene en bijzondere) voorwaarden die beogen recidive te voorkomen. Voorts wordt hierbij meegewogen de dreiging die slachtoffers (kunnen) ondervinden. Ook bij (door jeugdigen of jongvolwassenen gepleegde) gewelddadige vermogensdelicten (waaronder (woning)overvallen, straatroven en woninginbraken) overweegt de officier van justitie nadrukkelijk de toepassing van ET ter naleving van de vrijheidsbeperkende voorwaarden. In dergelijke gevallen kan ET ingezet worden om een niet-crimineel dagritme te bevorderen (bijvoorbeeld overdag naar school, ’s nachts thuis) en/of (mogelijke) dreiging voor slachtoffers af te wenden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.