Besluit vaststellen (gewijzigde) Eindtermen accountantsopleidingen 2016
1. Verantwoording
Dit document bevat de eindtermen voor de Nederlandse accountantsopleidingen als bedoeld in artikel 46 van de Wet op het accountantsberoep (hierna Wab). De Commissie Eindtermen Accountantsopleiding (hierna CEA) heeft op grond van artikel 49, tweede lid, onderdeel a, Wab de bevoegdheid eindtermen vast te stellen en maakt deze bekend door plaatsing in de Staatscourant. CEA herziet periodiek de eindtermen, zodat de vakbekwaamheidseisen van accountants blijven aansluiten op de (ontwikkelingen in de) beroepspraktijk, de verwachtingen van gebruikers van diensten van accountants en op de ontwikkelingen in het onderwijs.
De Eindtermen Accountantsopleidingen (2016) zijn in opdracht van CEA ontwikkeld door de Stuurgroep Herziening Eindtermen en van kracht geworden per 1 januari 2016. Voor een uitgebreide beschrijving van de uitgangspunten bij en aanpak van de ontwikkeling van de eindtermen wordt verwezen naar het oorspronkelijke rapport Eindtermen Accountantsopleidingen 2016 (versie 1.0) van december 2015. Deze eindtermen zijn voor het eerst gepubliceerd in de Staatscourant 2015-48003.
Per 1 januari 2017 zijn enkele tekstuele aanpassingen doorgevoerd in de eindtermen, die uitsluitend zagen op correcties en verduidelijkingen van de eindtermen respectievelijk de toelichtende tekst. Het betrof geen inhoudelijke wijzigingen. De aangepaste, integrale versie van de Eindtermen accountantsopleidingen 2016 (versie 1.1) is gepubliceerd in de Staatscourant 2017-3935. Per 9 november 2018 zijn de eindtermen die zien op de opleiding met oriëntatie Accountancy-Finance komen te vervallen (Staatscourant 2018-63242).
Eind 2018 heeft CEA een redactieraad ingesteld die CEA periodiek adviseert over aanpassing van de eindtermen en waar nodig nadere duiding en interpretatie geeft van specifieke eindtermen. Per 1 september 2019 is een beperkt aantal aanpassing in de eindtermen doorgevoerd (versie 1.2). In december 2019 heeft CEA, op advies van de redactieraad, wederom een beperkt aantal wijzigingen doorgevoerd die per 1 september 2020 van kracht zijn geworden (versie 1.3). Deze zijn gepubliceerd in de Staatscourant 2019-71073. Op advies van de redactieraad heeft CEA in december 2020 wederom een beperkt aantal inhoudelijke aanpassingen doorgevoerd. Tevens is de opzet van het rapport gewijzigd, waardoor de considerans en eindtermen per oriëntatie respectievelijk per vakgebied nu gegroepeerd zijn weergegeven. Dit rapport bevat de doorlopende tekst van de Eindtermen Accountantsopleidingen 2016 (versie 1.4), zoals die per 1 september 2021 van kracht zijn en zijn gepubliceerd in de Staatscourant 2021-2820.
De opbouw van het rapport is als volgt. Hoofdstuk 2 verwoordt de uitgangspunten en systematiek die ten grondslag liggen aan de eindtermen. Hoofdstuk 3 beschrijft het raamwerk voor de opzet en beschrijving van de eindtermen. In hoofdstuk 4 zijn de eindtermen opgenomen, voorafgegaan door een korte considerans per opleidingsoriëntatie en een considerans per vakgebied. Tot slot zijn enkele bijlagen toegevoegd.
2. Uitgangspunten en systematiek
2.1. Wettelijk kader
De Wab beschrijft de (minimale) eisen die aan de opleiding tot accountant worden gesteld, welke voortvloeien uit Richtlijn 2014/56/EU. De Wab bepaalt tevens dat bij de inschrijving van een accountant in het accountantsregister een aantekening wordt geplaatst als de opleiding van de accountant voldoet aan de eindtermen voor het uitvoeren van wettelijke controles, zoals bedoeld in de Wet toezicht accountantsorganisaties.
CEA heeft als taak om eindtermen vast te stellen voor de accountantsopleidingen, met inachtneming van de beroepsprofielen van de NBA en de vakgebieden in het Besluit accountantsopleiding 2013, aldus artikel 49, tweede lid, onder a, Wab.
2.2. Opleidingsmodel
In 2014 hebben CEA en NBA, vanuit een gezamenlijke visie op de accountantsopleiding, een nieuwe kwalificatiestructuur en een daarbij passend opleidingsmodel voor toekomstige accountants vastgesteld. Daarmee wordt de vakbekwaamheid van accountants op een hoog niveau geborgd.
Het opleidingsmodel is afgestemd op de pluriforme beroepspraktijk en op de behoeften vanuit de markt aan diensten van accountants. Er geldt een kwalificatiestructuur, waarin niet elke accountant op grond van zijn opleiding bevoegd is om alle soorten assurance-opdrachten te verrichten waaronder (wettelijke) controles van jaarrekeningen. Het mogen uitvoeren van wettelijke controles vereist in de huidige kwalificatiestructuur een aantekening van de gevolgde opleiding in het accountantsregister.
Het opleidingsmodel bevat een ‘Common body of knowledge’ die voor alle typen accountants gelijk is en een tweetal oriëntaties, die specifiek opleiden voor de (toekomstige) beroepspraktijk. Een student kan kiezen uit: (1) een oriëntatie ‘Assurance’ die vooral gericht is op het verschaffen van assurance en (de wettelijke) controle of (2) een meer algemene oriëntatie ‘Accountancy-MKB’, gericht op bedrijfsvoering en hiermee samenhangende advieswerkzaamheden.
Kenmerkend en onderscheidend voor de opleiding tot accountant is de te verwerven deskundigheid op het gebied van Auditing & Assurance. De opleiding geeft alle studenten een brede, gemeenschappelijke theoretische basis, die wordt aangevuld met één van de hierboven genoemde gerichte oriëntaties. Het model biedt ruimte voor inhoudelijke vernieuwing van het onderwijs, waarbij de theoretische- en de praktische vorming, hand in hand kunnen gaan. De eindtermen zijn gericht op de startbekwame accountant, die zich na het verwerven van de accountantstitel verder zal ontwikkelen en desgewenst zal specialiseren.
De opleiding bestaat uit een theoretische opleiding en een driejarige praktijkopleiding. Tijdens de praktijkopleiding, die zoveel mogelijk samenloopt met het laatste deel van de theorieopleiding, moeten studenten (trainees) aantonen dat zij de verworven theoretische kennis en vaardigheden ook daadwerkelijk in de beroepspraktijk kunnen toepassen. Evenals de theoretische opleiding kent ook de praktijkopleiding de hiervoor genoemde oriëntaties ‘Assurance’ en ‘Accountancy-MKB’. De inhoud van de oriëntaties verschilt, maar ook in de praktijkopleiding is er een gemeenschappelijke basis met betrekking tot het opdoen van ervaring in assurancewerkzaamheden.
Het opleidingsmodel ziet er schematisch als volgt uit:
2.3. Verordening op de beroepsprofielen
Bij het vaststellen van eindtermen heeft CEA de Verordening op de beroepsprofielen1Staatscourant 2015, 31706 – NBA Verordening op de beroepsprofielen, juni 2015 in acht genomen. Het beroepsprofiel beschrijft beknopt het werkveld, de functies en de werkzaamheden van accountants (AA en RA), een aantal aan de accountantsopleiding te stellen eisen en de belangrijkste competenties waarover accountants na afronding van hun opleiding moeten beschikken. De verordening vormt een uitwerking van het in de vorige paragraaf beschreven opleidingsmodel.
De beroepsprofielen van de NBA gaan uit van het pluriforme accountantsberoep waarin accountants verschillende functies (kunnen) vervullen. Binnen die functies moeten in verschillende rollen beroepstaken kunnen worden uitgevoerd. Aan de kwalificatie accountant zijn derhalve de volgende (in meer of mindere mate) te beheersen generieke rollen verbonden: (ethisch) professional en assurance provider, poortwachter, communicator, onderzoeker, klantregisseur, manager en samenwerker. Van deze rollen zijn kerncompetenties afgeleid waarover elke accountant moet beschikken. Deze kerncompetenties beschrijven zowel de vaktechnische deskundigheid als de professionele vaardigheden en het professionele gedrag dat van accountants verwacht wordt. De eindtermen zijn vervolgens van deze kerncompetenties afgeleid.
De kerncompetenties, die zien op de accountant als startbekwame accountant, omvatten het:
Zoals gezegd geldt voor alle kerncompetenties dat deze moeten worden bezien in de context van de startbekwame accountant die zich professioneel verder zal ontwikkelen (zie verder § 3.1).
2.4. Verantwoording totstandkoming eindtermen
2.4.1. Systematiek
De nieuwe eindtermen zijn geïnspireerd door het CanMEDS-model (Frank JR, 2005) uit Canada dat door de Nederlandse medische opleidingen als referentiemodel voor de ontwikkeling van eindtermen is gehanteerd. Dit model gaat uit van een indeling in rollen en competenties van de arts in verschillende beroepssituaties en was derhalve goed bruikbaar voor zowel het beroepsprofiel als de eindtermen.
Voor de uitwerking van eindtermen is gekozen voor de Tuning-methodologie2http://unideusto.org/tuningeu/ (hierna Tuning), die inmiddels wereldwijd gebruikt wordt voor het formuleren van eindtermen voor opleidingen in het hoger onderwijs en tevens goed toepasbaar is op beroepsopleidingen. Tuning is vanaf 2000 ontwikkeld met als doel om de Bologna-eisen te implementeren in het hoger onderwijs en de vergelijkbaarheid van opleidingsprogramma’s te bevorderen en daarmee ook de erkenning van andere kwalificaties. Het motto van Tuning is het ontwikkelen van opleidingsprogramma’s op basis van diversiteit en autonomie met als belangrijkste doel de aansluiting tussen beroepspraktijk en opleidingen te bewerkstelligen. Via de Tuning-methodologie worden opleidingsprogramma’s ontwikkeld van een hoog abstractieniveau (het opleidingsprofiel) naar een gedetailleerd niveau (de leerdoelen). Een nadere uiteenzetting van de Tuning-methodologie (in tien stappen) en de wijze waarop hiervan bij de ontwikkeling van de eindtermen gebruik is gemaakt is opgenomen in bijlage 1.
Bij de concrete uitwerking van competenties en eindtermen zijn de eindtermen van andere accountantsopleidingen in de wereld, waaronder die van IFAC, AICPA, CICA en Common Content, als referentiemodel gebruikt en zijn de Nederlandse eindtermen hieraan getoetst.
2.4.2. Accenten in de eindtermen
De eindtermen besteden specifieke aandacht aan de conceptuele vorming van accountants door het centraal stellen van kennis van – en inzicht in – theorieën en conceptuele modellen. Zodoende gaat minder aandacht uit naar de herhaalde toepassing van en oefening met bepaalde regels en standaarden. De eindtermen bieden daardoor ruimte om in de onderwijsprogramma’s vernieuwing in onderwijsmethoden en -technieken door te voeren en zowel integratie tussen vakken als tussen theorie- en praktijkopleiding te effectueren.
De eindtermen zijn, conform het opleidingsmodel, onderscheiden naar de oriëntaties ‘Assurance’ en ‘Accountancy-MKB’ om optimaal invulling te geven aan de diverse beroepsprofielen. De gemeenschappelijkheid van de opleidingen komt tot uitdrukking in de ‘Common body of knowledge’, terwijl in de oriëntaties de gewenste differentiatie is aangebracht. Daarnaast zijn er drie ‘streams’ die als een rode draad door de opleiding lopen. Dit betreffen: de maatschappelijke rol van accountants, IT en corporate governance. De eindtermen van deze ‘streams’ komen in diverse kernvakken en bedrijfseconomische vakken aan de orde en leiden tot een duidelijke accentversterking van de desbetreffende competenties in de opleiding.
De eindtermen vragen specifiek aandacht voor de beroepshouding van accountants waarbij een sterk bewustzijn van de maatschappelijke rol wordt ontwikkeld en reflectie plaatsvindt op maatschappelijke vraagstukken voor het eigen functioneren. De eindtermen vragen dan ook veel aandacht voor ethiek, onafhankelijkheid, professioneel kritische instelling, communicatieve vaardigheden en andere soft skills die onder meer in de generieke eindtermen tot uitdrukking komen. Een deel van deze eindtermen kan een accountant zich eigen maken door cognitieve kennisverwerving. Een ander deel heeft met ervaring te maken of de mogelijkheid zaken op een dieper niveau te overwegen en een eigen ethisch toetsingskader bij zijn werkzaamheden toe te passen. Ook moet een accountant zich goed realiseren aan welke psychologische verschijnselen hij blootstaat als hij met (morele) dilemma’s wordt geconfronteerd. Belangrijk in dit verband zijn de eindtermen voor het vakgebied Gedrag, Ethiek en Besluitvorming die onderdeel zijn van de ‘Common body of knowledge’.
De eindtermen besteden relatief veel aandacht aan IT. Om het belang van een geïntegreerde benadering van IT te benadrukken, is hiervoor geen zelfstandig basisvak opgenomen. Zo richt ICAIS zich op het inrichten van de informatieverzorgende processen en IT in een organisatie teneinde relevante en betrouwbare informatie te kunnen verstrekken. Terwijl bij Audit & Assurance de focus ligt op vraagstukken waar specifieke IT-toepassingen (zoals ERP-omgeving, internetverkopen en -betalingen, cloud-toepassingen) aan de orde komen.
Corporate governance is een thema dat bij alle kernvakgebieden, Management Accounting & Control, Strategie, Leiderschap en Organisatie, Recht en Financiering, aan de orde komt hetgeen niet wegneemt dat de betreffende eindtermen ook in een afzonderlijk vak kunnen worden ondergebracht.
3. Raamwerk eindtermen
3.1. Startbekwame accountant
Een student/trainee ontwikkelt zich tot startbekwame accountant en vervolgens tot ervaren beroepsbeoefenaar en eventueel tot specialist op een deelterrein. De juist afgestudeerde accountant kan zich in het register van de NBA laten inschrijven en is gekwalificeerd om bepaalde, aan accountants voorbehouden, werkzaamheden uit te voeren. De startbekwame accountant heeft de (vak)bekwaamheid om accountantswerkzaamheden te verrichten, maar is nog niet uitgeleerd. De primaire opleiding en vorming zijn onderdeel van een opleidingscontinuüm, waarin verschillende fasen worden onderscheiden. De ontwikkeling van een accountant in termen van competenties (kennis/kunde, vaardigheden en houding/gedrag) en de mate van begeleiding/supervisie kan als volgt worden weergegeven.
Bij afronding van de accountantsopleiding moet de accountant kunnen functioneren op het niveau van startbekwame accountant. Een startbekwame accountant dient:
Zoals te verwachten vertoont de definitie van startbekwame accountant overlap met de kerncompetenties uit het beroepsprofiel.
3.2. Niveau accountantsopleidingen
De uiteenlopende rollen en functies die accountants moeten kunnen vervullen in de professionele omgeving waarin zij functioneren en het kunnen realiseren van de eindtermen, vergen een hierop aansluitend opleidingsniveau. Kortweg kan dit worden samengevat als post-hbo of postacademisch. Het door de startbekwame accountant te bereiken niveau is verankerd in de Verordening op de beroepsprofielen van de NBA en is mede afhankelijk van de gekozen opleidingsoriëntatie.
Studenten volgen het theoretische gedeelte van de opleiding voor een groot deel binnen het bachelor-master-stelsel voor het hoger onderwijs. Een accountantsopleiding omvat na de bachelor- en/of de masterfase tevens een post-initieel gedeelte en een driejarige praktijkopleiding. In het opleidingsmodel is het in beginsel mogelijk zowel de opleiding met de oriëntatie ‘Assurance’ als de opleiding met de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ via een hbo- of via een universitaire route te doorlopen.
Een theoretische opleiding tot Accountant-Administratieconsulent wordt afgerond aan een hogeschool of vergelijkbare onderwijsinstelling die hoger beroepsonderwijs verzorgt en die beschikt over een aanwijzing van CEA. Een theoretische opleiding tot Registeraccountant wordt afgerond aan een universiteit of vergelijkbare onderwijsinstelling die wetenschappelijk onderwijs verzorgt en die beschikt over een aanwijzing van CEA. Voor een opleiding met de oriëntatie ‘Assurance’ geldt bovendien dat hiervoor een mastergraad moet zijn behaald.
De opleiding tot Registeraccountant met oriëntatie ‘Assurance’ vereist een geaccrediteerde masteropleiding binnen het wetenschappelijk onderwijs. De opleiding tot Accountant-Administratieconsulent met oriëntatie ‘Assurance’ vereist eveneens een geaccrediteerde masteropleiding, dit kan een hbo- of een wo-masterprogramma zijn. Een opleiding tot Accountant-Administratieconsulent met oriëntatie ‘Accountancy-MKB’, vereist (= uitstroomvereiste) minimaal een geaccrediteerde bacheloropleiding binnen het hoger beroepsonderwijs of het wetenschappelijk onderwijs. Een opleiding tot Registeraccountant met oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ vereist (= uitstroomvereiste) ten slotte minimaal een geaccrediteerde bacheloropleiding binnen het wetenschappelijk onderwijs.
3.3. Vakgebieden
Naast een aantal generieke eindtermen, zijn er eindtermen naar vakgebied. Een dergelijke weergave past in de traditie van de accountantsopleidingen en sluit aan op het wettelijk kader. Het opleidingsmodel voorziet ook in een drietal ‘streams’: maatschappelijke rol accountant, IT en corporate governance. Hiervoor zijn geen afzonderlijke eindtermen geformuleerd. Eindtermen die zien op die betreffende streams zijn geïntegreerd in de vakgebieden, zodat deze eindtermen niet geïsoleerd in de opleidingen aan de orde komen.
In de eindtermen worden de volgende vakgebieden onderscheiden:
3.4. Beheersingsniveau eindtermen
De eindtermen moeten borgen dat de juist afgestudeerde accountant het vereiste niveau heeft bereikt. Daartoe zijn er beheersingsniveaus gedefinieerd die zijn afgeleid van het Nederlandse Kwalificatieraamwerk NLQF3NLQF is een raamwerk voor inschaling van alle mogelijke kwalificaties, dat gebaseerd is op het European Qualifications Framework (EQF) zoals dat in EU-verband is vastgesteld. Het NLQF geeft beschrijvingen van de niveaus van kennis, vaardigheden en zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. NLQF maakt hiermee kwalificaties met elkaar vergelijkbaar. Een NLQF inschaling vertelt niet zozeer iets over de geleverde studie-inspanning of studie-inhoud, maar over wat iemand kan en weet als een bepaald leerproces is afgerond.. Er zijn drie beheersingsniveaus A, B en C, waarbij C het hoogste niveau representeert.
Bij het formuleren van eindtermen is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de volgende “typerende” werkwoorden die refereren aan de drie onderscheiden beheersingsniveaus.
3.5. Formulering en positionering eindtermen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.