Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 10 februari 2021, nr. WJZ/ 21033622, houdende regels inzake het verlenen van mandaat, volmacht en machtiging aan de (technisch) directeuren van de keuringsdiensten (Besluit mandaat, volmacht en machtiging keuringsdiensten 2021)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-02-24
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht;

Gezien de schriftelijke instemming van de technisch directeur Stichting Kwaliteits-Controle-Bureau, de directeur Stichting Bloembollenkeuringsdienst, de directeur Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw en de directeur Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed voor landbouwgewassen;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

§ 2. Mandaat, volmacht en machtiging

Artikel 2
1.

Aan de technisch directeur KCB, de directeur BKD, de directeur Naktuinbouw en de directeur NAK wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

2.

Aan de directeur BKD, de directeur Naktuinbouw en de directeur NAK wordt tevens, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de verklaring, bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de regeling.

3.

Aan de directeur BKD wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het geven van een ontheffing als bedoeld in artikel 41 van de regeling van het verbod in de artikelen 26, 27, 28 en 29 van de regeling.

4.

Aan de directeur Naktuinbouw wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

5.

Aan de directeur NAK wordt voorts mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

6.

Aan de technisch directeur KCB wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het uitvoeren van controles in het kader van fytosanitaire doorvoer als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van verordening 2016/2031.

Artikel 3
1.

Aan de technisch directeur KCB wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 28 van de Plantgezondheidswet aangaande planten, plantaardige producten, voor opplant bestemde planten en ander materiaal.

2.

Aan de directeur van de BKD wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 28 van de Plantgezondheidswet, aangaande bloembollen.

3.

Aan de directeur van Naktuinbouw wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 28 van de Plantgezondheidswet, aangaande tuinbouw- en bosbouwgewassen.

4.

Aan de directeur van NAK wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 28 van de Plantgezondheidswet, aangaande landbouwgewassen.

5.

Aan de technisch directeur KCB wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 19 van de Landbouwkwaliteitswet, aangaande groenten, fruit, bananen, krenten en rozijnen, alsmede de hiermee samenhangende besluiten.

6.

Aan de directeur van de BKD wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 19 van de Landbouwkwaliteitswet, aangaande het teeltmateriaal van bloembollen, alsmede de hiermee samenhangende besluiten.

7.

Aan de directeur Skal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 19 van de Landbouwkwaliteitswet, aangaande biologische productie en etikettering van biologische producten, alsmede de hiermee samenhangende besluiten.

8.

Aan de directeur van Naktuinbouw wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 93 van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005, aangaande het teeltmateriaal van tuinbouwgewassen, alsmede de hiermee samenhangende besluiten.

9.

Aan de directeur van NAK wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 93 van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005, aangaande het teeltmateriaal en de teelt van landbouwgewassen, alsmede de hiermee samenhangende besluiten.

10.

Het mandaat, de volmacht en machtiging in het eerste tot en met negende lid omvat tevens de bevoegdheid tot het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder dwangsom op grond van het in het betreffende lid genoemde artikel.

11.

Bij gebreke van de volledige betaling binnen de gestelde termijn kunnen de kosten verband houdend met de bestuursdwang, bedoeld in het eerste tot en met negende lid, alsmede een dwangsom als bedoeld in het tiende lid, indien die verbeurd is verhoogd met de invorderingskosten, door de technisch directeur KCB, de directeur BKD, de directeur Naktuinbouw, de directeur NAK, respectievelijk de directeur Skal worden ingevorderd bij dwangbevel.

Artikel 4
1.

Aan de technisch directeur KCB, de directeur BKD, de directeur Naktuinbouw en de directeur NAK wordt, ieder voor zich, machtiging verleend voor het opleggen van het verbod tot vervoeren of verplaatsen en het kenmerken of het onder verzegeling brengen als bedoeld in artikel 2 van de regeling.

2.

Aan de technisch directeur KCB, de directeur BKD, de directeur Naktuinbouw, de directeur NAK en de directeur Skal wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen de besluiten als bedoeld in de artikelen 2 en 3, voor zover in ondermandaat genomen door functionarissen werkzaam in hun organisatie, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep.

3.

In het geval de minister een mededeling doet dat een aangelegenheid als bedoeld in het tweede lid door hem zal worden behandeld, wordt ten aanzien van die aangelegenheid mandaat en machtiging verleend aan de algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

§ 3. Ondermandaat

Artikel 5
1.

De technisch directeur KCB, de directeur BKD, de directeur Naktuinbouw en de directeur NAK kunnen, ieder voor zich, voor de in de artikelen 2 tot en met 4 bedoelde aangelegenheden ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de functionarissen werkzaam in zijn organisatie.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.