Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 10 februari 2021, nr. WJZ/18085049, houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot plantgezondheid (Regeling plantgezondheid)
Gelet op de artikelen 9, 16 en 20, eerste lid, van de Plantgezondheidswet en de artikelen 6 en 8, tweede en derde lid, van het Besluit plantgezondheid;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemeen
§ 1.1. Begripsbepalingen
Artikel 1
- –. aardappel: een plant of plantaardig product van het geslacht Solanum tuberosum L.;
- –. aardappelopslag: aardappelplanten gegroeid uit op een terrein of perceel achtergebleven aardappelknollen of zaad;
- –. bacterievuur: de ziekte veroorzaakt door de bacterie Erwinia amylovora (Burrill) Winslow et al;
- –. bedrijfsmatige teelt: de teelt van planten in de uitoefening van een bedrijf;
- –. besluit: Besluit plantgezondheid; boomkwekerijgewassen en vaste planten: winterharde en half-winterharde houtgewassen, vaste planten en vaste planten en wortelstokken, uitgezonderd de gewassen die gerekend worden tot de bloembollensector, en als zodanig worden genoemd in bijlage II van de Landbouwkwaliteitsregeling 2007;
- –. bietenopslag: bladvorming aan of bietenplanten gegroeid uit resten of zaad van een voorgaande suiker-, voeder- of rode bietenteelt die op een productielocatie zijn achtergebleven;
- –. een door een schadelijk organisme aangetaste partij: een partij waarop of waarin op enigerlei wijze een schadelijk organisme voorkomt;
- –. dezelfde onderneming:
- 1°. het geheel van terreinen of percelen voor de teelt van zetmeelaardappelen dat de ondernemer in het in bijlage 11 aangewezen gebied beheert en voor eigen rekening en risico exploiteert,
- 2°. het geheel van terreinen of percelen voor de teelt van consumptieaardappelen dat de ondernemer op Nederlands grondgebied beheert en voor eigen rekening en risico exploiteert;
- –. goedgekeurde pootaardappelen: pootaardappelen die zijn goedgekeurd overeenkomstig artikel 63, eerste lid, van de Regeling verhandeling teeltmateriaal;
- –. in het verkeer brengen: voor het vrije verkeer ter beschikking of in voorraad houden, verkopen, te koop aanbieden of afleveren alsmede in- en uitvoeren van en naar lidstaten;
- –. knolcyperus: planten behorende tot de soort Cyperus esculentus L.;
- –. koprot: de schimmelziekte veroorzaakt door Botrytis alii;
- –. minister: de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
- –. NAK: de Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen;
- –. opplant: iedere handeling betreffende het plaatsen van planten ten einde hun verdere groei of vermeerdering te bewerkstelligen;
- –. partij: hoeveelheid planten of plantaardige producten, al dan niet met aanhangende grond of andere cultuurmedia, of resten daarvan of afval van deze planten of plantaardige producten;
- –. plantuien: uien, kennelijk bestemd voor wederuitplant;
- –. pootaardappelen: aardappelen die kennelijk bestemd zijn of gebruikt worden voor wederuitplant;
- –. pootaardappelen voor eigen gebruik: pootaardappelen, afkomstig van en bestemd voor de teelt binnen de eigen onderneming;
- –. pootgoedhandelingen: het telen, oogsten, opslaan, bewaren, sorteren en het transport van pootaardappelen;
- –. productielocatie: terrein, perceel of deel hiervan, waarop wordt geteeld of fytosanitaire maatregelen, voorschriften of beperkingen van toepassing zijn;
- –. uien: Allium cepa en Allium ascalonicum;
- –. uitvoeringsverordening 2019/2072: Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 van de Commissie van 28 november 2019 tot vaststelling van eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EU) 2016/2031 van het EuropeesParlement en de Raad, wat betreft beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, en tot intrekking vanVerordening (EG) nr. 690/2008 van de Commissie en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 van de Commissie (PbEU 2019, L 319);
- –. valse meeldauw: de schimmelziekte veroorzaakt door Peronospora destructor;
- –. werktuigen: machines, installaties, transportmiddelen, gereedschappen materialen of apparatuur die met grond in aanraking komen;
- –. wet: Plantgezondheidswet;
- –. zetmeelaardappelen: aardappelen bestemd om te worden verwerkt tot zetmeel met GN-code 11081300.
§ 1.2. Maatregelen
Artikel 2
Verkrijgen de in artikel 22, eerste lid, van de wet bedoelde ambtenaren of personen de wetenschap of het vermoeden van de aanwezigheid van schadelijke organismen dan kan de minister, in afwachting van bij of krachtens de wet voor te schrijven maatregelen, in individuele gevallen maximaal twee werkdagen of zoveel langer als naar het oordeel van de minister nodig is het vervoeren of verplaatsen van de schadelijke organismen, van planten, plantaardige producten of ander materiaal, verbieden of daaromtrent voorschriften geven of deze planten, plantaardige producten of ander materiaal kenmerken of onder verzegeling brengen waarbij het anderen dan de in artikel 22, eerste lid, van de wet bedoelde ambtenaren of personen verboden is de kenmerken en zegels te verwijderen, behoudens met toestemming van de minister.
Artikel 3
De minister kan fytosanitaire maatregelen treffen in een situatie als bedoeld in artikel 10, derde alinea, van verordening 2016/2031 met inachtneming van bijlage II van verordening 2016/2031 ten aanzien van:
- a. een EU-quarantaineorganisme indien dat organisme mogelijk aanwezig is in een deel van Nederland waarvan al bekend is dat het organisme er voorkomt;
- b. een schadelijk organisme dat onderworpen is aan de krachtens artikel 30, eerste lid, van verordening 2016/2031 vastgestelde maatregelen indien dat organisme mogelijk aanwezig is in een deel van Nederland waarvan al bekend is dat het organisme er voorkomt;
- c. een EU gereguleerd niet-quarantaineorganisme als bedoeld in artikel 36 van verordening 2016/2031, of
- d. een ZP-quarantaineorganisme als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van verordening 2016/2031.
De minister kan fytosanitaire maatregelen treffen indien een partij planten, plantaardige producten of andere materialen verdacht wordt door een schadelijk organisme te zijn aangetast maar dat niet officieel bevestigd is, met inachtneming van bijlage II, van verordening 2016/2031.
De minister kan fytosanitaire maatregelen treffen als bedoeld in bijlage II van verordening 2016/2031 in een situatie als bedoeld in artikel 17 van verordening 2016/2031 ten aanzien van:
- a. een EU-quarantaineorganisme indien dat organisme aanwezig is in Nederland of een deel van Nederland waarvan al bekend is dat het organisme er voorkomt;
- b. een schadelijk organisme dat onderworpen is aan de krachtens artikel 30, eerste lid, van verordening 2016/2031 vastgestelde maatregelen indien dat organisme aanwezig is in een deel van Nederland waarvan al bekend is dat het organisme er voorkomt;
- c. een EU gereguleerd niet-quarantaineorganisme als bedoeld in artikel 36 van verordening 2016/2031, of
- d. een ZP-quarantaineorganisme als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van verordening 2016/2031.
De fytosanitaire maatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen, indien zij een besluit zijn, voor één of meer afzonderlijke gevallen worden genomen.
Aan deze besluiten kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
Hoofdstuk 2. Uitvoeringsbepalingen verordening 2016/2031 en verordening 2017/625
Artikel 4
De kennisgeving, bedoeld in artikel 14, eerste lid, en artikel 15, eerste lid, van verordening 2016/2031 is niet vereist voor de volgende schadelijke organismen:
- a. Globodera pallida (Stone) Behrens
- b. Globodera rostochiensis (Wollenweber) Behrens
- c. Meloidogyne chitwoodi Golden et al
- d. Meloidogyne fallax Karssen.
Artikel 5
Er is sprake van de situatie, bedoeld in artikel 82, eerste alinea, van verordening 2016/2031 indien de bedrijfsruimten van een geregistreerde marktdeelnemer en de locatie van de door hem gebruikte percelen zich in Nederland bevinden.
Artikel 6
Bij de minister kan, met een door de minister ter beschikking gesteld middel, worden ingediend een aanvraag tot erkenning als:
- a. inspectiecentrum als bedoeld in artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1014 van de Commissie van 12 juni 2019 tot vaststelling van nadere regels betreffende minimumvoorschriften voor grenscontroleposten, met inbegrip van inspectiecentra, en voor de vorm, de categorieën en afkortingen voor het opstellen van lijsten van grenscontroleposten en controlepunten (PbEU 2019, L 165); of
- b. controlepunt als bedoeld in artikel 53, eerste lid, onder a, van verordening 2017/625.
Artikel 7
Een professionele marktdeelnemer kan een aanvraag tot erkenning voor de export naar derde landen waar bilaterale afspraken mee zijn gemaakt op grond waarvan fytosanitaire voorwaarden van toepassing zijn, bij de minister indienen met een door de minister ter beschikking gesteld middel.
De minister kan professionele marktdeelnemers erkennen voor deelname aan exportinspectie-vervangend systeemtoezicht ten behoeve van de afgifte van fytosanitaire certificaten.
Een bedrijfslaboratorium kan bij de minister een aanvraag tot erkenning indienen voor het nemen van monsters en het uitvoeren van tests als bedoeld in artikel 100, tweede lid, onderdeel a, van verordening 2016/2031 met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld middel.
Aan een door de minister te verlenen erkenning als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
Hoofdstuk 3. Preventie
§ 3.1. Bruinrot en ringrot
Artikel 8
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- –. besmet of waarschijnlijk besmet oppervlaktewater: oppervlaktewater waarin de bruinrotbacterie op grond van door de NVWA verrichte onderzoeken is aangetoond of waarvan wordt vermoed dat de bruinrot bacterie zich daarin bevindt;
- –. bronwater: water dat met gebruikmaking van een pomp aan de bodem wordt onttrokken;
- –. bruinrot: de ziekte veroorzaakt door de bacterie Ralstonia solanacearum (Smith 1896) Yabuuchi et al., 1996 emend. Safni et al., 2014 of Ralstonia pseudosolanacearumSafni et al., 2014;
- –. bruinrot veilige afwateringssloot: een met bronwater of kwelwater gevulde kavelsloot die vrij is van bruinrotwaardplanten alsmede van de afvalresten hiervan en die door zijn ligging het gehele jaar is gevrijwaard van de instroom van oppervlaktewater;
- –. bruinrot veilige infiltratiesloot: een met bronwater gevulde kavelsloot, die vrij is van bruinrotwaardplanten en afvalresten hiervan en die op het moment van vullen met bronwater vrij was van oppervlaktewater en vanaf dat moment waterdicht afgesloten is geweest van in andere watergangen aanwezig oppervlaktewater;
- –. bruinrotwaardplanten: nader omschreven planten en tot de nachtschadefamilie behorende waardplanten als bedoeld in artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1193;
- –. kwelwater: water dat op natuurlijke wijze onder druk door de ondergrond wordt geperst en op bepaalde plaatsen uit de bodem treedt;
- –. oppervlaktewater: een watermassa die in direct contact staat met het aardoppervlak en met de open lucht alsmede een watermassa die bij een eerdere opslag geheel of gedeeltelijk in direct contact heeft gestaan met het aardoppervlak;
- –. productieplaats: een gedeelte van een bedrijf waar pootgoedhandelingen plaats hebben;
- –. ringrot: de ziekte veroorzaakt door de bacterie Clavibacter sepedonicus (Spieckermann & Kotthoff 1914) Li et al., 2018;
- –. snijden: het verdelen van een knol van een pootaardappel in meerdere delen;
- uitvoeringsverordening 2022/1193: Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1193 van de Commissie van 11 juli 2022 tot vaststelling van maatregelen om Ralstonia solanacearum (Smith 1896) Yabuuchi et al. 1996 emend. Safni et al. 2014 uit te roeien en de verspreiding ervan te voorkomen (Pb EU 2022, L 185);
- uitvoeringsverordening 2022/1194: Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1194 van de Commissie van 11 juli 2022 tot vaststelling van maatregelen om Clavibacter sepedonicus (Spieckermann & Kotthoff 1914) Nouioui et al. 2018 uit te roeien en de verspreiding ervan te voorkomen (Pb EU 2022, L 185).
De minister wijst op kaarten met topografische achtergrond de gebieden aan waar besmet of vermoedelijk besmet oppervlaktewater voorkomt.
De gebieden, bedoeld in het tweede lid, zijn opgenomen in bijlage 1.
Artikel 9
Het is verboden om oppervlaktewater op zodanige wijze te gebruiken dat dit oppervlaktewater in contact kan komen met pootaardappelen.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is in de in bijlage 1 bedoelde gebieden eveneens van toepassing ten aanzien van andere bruinrotwaardplanten dan pootaardappelen.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing voor gebruik van water dat is opgeslagen in een bruinrot veilige infiltratiesloot die is gelegen buiten de in bijlage 1 bedoelde gebieden.
Het verbod, bedoeld in het eerste en tweede lid, is niet van toepassing voor gebruik van water dat is opgeslagen in een bruinrot veilige afwateringssloot.
Artikel 10
Het is verboden in Nederland geteelde aardappelen als pootaardappelen in het verkeer te brengen of als pootaardappelen te gebruiken.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.