Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 27 februari 2021, nr. WJZ/20120093, tot vaststelling van een regeling voor de verstrekking van subsidie voor het lokaal en gezamenlijk opwekken van hernieuwbare elektriciteit (Subsidieregeling coöperatieve energieopwekking)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en 3 van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies en artikel 77, tweede lid, onderdeel e, van de Elektriciteitswet 1998;

Besluit:

§ 1. Algemeen

Artikel 1. (begripsbepalingen)

In deze regeling en voor zover van toepassing in de besluiten, bedoeld in de artikelen 2, derde lid, 4, derde lid, 5, eerste lid, 6, tweede lid, 8, derde lid, en 9, wordt verstaan onder:

§ 2. Criteria voor subsidieverstrekking

Artikel 2. (verstrekking subsidie)
1.

De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met een productie-installatie aan:

2.

Met het verstrekken van de subsidie wordt gedurende vijftien jaar het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van deze hernieuwbare elektriciteit en de relevante gemiddelde marktprijs van elektriciteit geheel of gedeeltelijk gecompenseerd.

3.

De subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de minister de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag tot subsidieverlening heeft opengesteld voor daarbij aan te wijzen categorieën productie-installaties, door vaststelling van een subsidieplafond en een periode voor indiening van de aanvraag.

4.

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, heeft als enkel statutair doel het realiseren en exploiteren van een specifieke productie-installatie ten behoeve van de coöperatie waarmee de aanvraag wordt ingediend, waarbij het volledige eigendom van en de volledige zeggenschap over deze besloten vennootschap rust bij de coöperatie.

§ 3. Wijze van berekenen en subsidiebedrag

Artikel 3. (berekeningswijze subsidie)
1.

Voor het bepalen van de subsidie wordt met elkaar vermenigvuldigd:

2.

De subsidie bedraagt de som van de voor ieder kalenderjaar volgens het eerste lid berekende bedragen over de hele subsidieperiode.

3.

Indien de productie-installatie is aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersinstallatie:

4.

Indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, negatief is, bedraagt het bedrag nul.

Artikel 4. (aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt)
1.

Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, en derde lid, bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening voor een kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh.

2.

Het maximum aantal kWh is gebaseerd op het vermogen van de productie-installatie en het voor die categorie productie-installaties geldende maximum aantal vollasturen.

3.

Voor het berekenen van het maximum aantal kWh stelt de minister per aan te wijzen categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen vast.

Artikel 5. (basisbedrag)
1.

De minister stelt per aan te wijzen categorie productie-installaties een basisbedrag per kWh vast.

2.

Het basisbedrag bedraagt ten hoogste de gemiddelde kosten per kWh voor het produceren van hernieuwbare elektriciteit per categorie productie-installaties.

3.

Het basisbedrag dat geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de hele subsidieperiode.

Artikel 6. (correctie met definitief correctiebedrag)
1.

Het definitieve correctiebedrag bedraagt de som van:

2.

De minister stelt jaarlijks voor 1 april per categorie productie-installaties het definitieve correctiebedrag voor het voorgaande kalenderjaar vast.

3.

Indien de productie-installatie is aangesloten op het elektriciteitsnet met een grootverbruikersaansluiting, geldt voor het aantal kWh dat niet op een elektriciteitsnet is ingevoed, bij toepassing van het eerste lid, onderdeel a, de elektriciteitsprijs voor elektriciteit die niet op het elektriciteitsnet is ingevoed.

Artikel 7. (elektriciteitsprijs)

De elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, bedraagt voor:

Artikel 8. (basiselektriciteitsprijs)
1.

Indien de elektriciteitsprijs voor elektriciteit die wordt ingevoed op het elektriciteitsnet lager is dan de basiselektriciteitsprijs wordt in afwijking van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, in plaats van met de elektriciteitsprijs gerekend met die basiselektriciteitsprijs.

2.

Indien de elektriciteitsprijs voor elektriciteit die niet wordt ingevoed op het elektriciteitsnet lager is dan de basiselektriciteitsprijs wordt in afwijking van artikel 6, eerste lid, onderdeel a, in plaats van met de elektriciteitsprijs gerekend met die basiselektriciteitsprijs.

3.

Voor de toepassing van het eerste en tweede lid, en voor de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in artikel 11, stelt de minister per aan te wijzen categorie productie-installaties een basiselektriciteitsprijs voor elektriciteit vast die kan verschillen voor:

4.

De basiselektriciteitsprijs bedraagt voor:

5.

De basiselektriciteitsprijs voor elektriciteit die wordt ingevoed op het elektriciteitsnet en de basiselektriciteitsprijs voor elektriciteit die niet wordt ingevoed op het elektriciteitsnet die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de hele subsidieperiode.

Artikel 9. (voorschotverlening voorlopig correctiebedrag)
1.

Voor de voorschotverlening stelt de minister jaarlijks voor 1 november een voorlopig correctiebedrag per categorie productie-installaties vast voor het daaropvolgende kalenderjaar, waarbij:

2.

Voor de voorschotverlening stelt de minister, in afwijking van het eerste lid, een voorlopig correctiebedrag vast voor de op grond van artikel 2, derde lid, aangewezen categorieën productie-installaties, waarmee het voorschot voor die categorieën productie-installaties wordt bepaald indien er voor die categorieën productie-installaties nog geen voorlopige correctiebedragen op grond van het eerste lid gelden.

Artikel 10. (banking)
1.

Indien in een kalenderjaar minder kWh is geproduceerd dan het aantal kWh dat in het betreffende kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, wordt het verschil in kWh opgeteld bij het aantal kWh dat het daaropvolgende kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.