Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 16 februari 2021, kenmerk 1824481-216302-PG, houdende regels ter uitwerking van artikel 12a, derde lid, van de Wet publieke gezondheid (Regeling bevolkingsonderzoek ex artikel 12a, derde lid, Wet publieke gezondheid)

Type Ministeriële regeling
Publication 2021-04-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 12a, derde lid, van de Wet publieke gezondheid;

Besluit:

Hoofdstuk I. Neonatale hielprikscreening

Artikel 1
1.

De neonatale hielprikscreening omvat onderzoek bij pasgeborenen tot zes maanden naar bij beleidsregel van het RIVM vastgestelde ziekten. Deze beleidsregel wordt in de Staatscourant geplaatst en bevat de datum van ingang.

2.

De hielprik wordt zo spoedig mogelijk vanaf 72 uur en uiterlijk binnen 168 uur na de geboorte thuis of in het ziekenhuis uitgevoerd. In geval van een hielprikscreening in combinatie met een gehoorscreening wordt de hielprik zo spoedig mogelijk vanaf 96 uur na de geboorte uitgevoerd.

Artikel 2
1.

Het RIVM geeft opdracht tot uitvoering van de neonatale hielprikscreening en bewaakt, registreert en evalueert deze.

2.

Onze Minister stelt de tarieven voor de uitvoering vast.

3.

De uitvoering van de neonatale hielprikscreening vindt plaats volgens het door het RIVM, na genoegzaam overleg met relevante partijen, vastgestelde draaiboek, waarin zijn opgenomen de kwaliteitseisen, methoden inzake voorlichting over het programma en informed consent. Het draaiboek wordt afgestemd met inhoudelijk deskundigen uit relevante beroepsgroepen en vastgesteld in de programmacommissie, bedoeld in artikel 4.

Artikel 3

Het RIVM is referentielaboratorium voor de uitvoering van de neonatale hielprikscreening en stelt de onderzoeksmethoden vast.

Artikel 4

Het RIVM stelt een programmacommissie in, bestaande uit vertegenwoordigers van de beroepsbeoefenaren die bij de uitvoering van de neonatale hielprikscreening zijn betrokken, die tot taak heeft het RIVM te adviseren over de landelijke regie voor dit bevolkingsonderzoek.

Hoofdstuk II. Prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie (PSIE)

Artikel 5
1.

De prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie (PSIE), omvat bloedonderzoek naar bij beleidsregel van het RIVM vastgestelde ziekten/aandoeningen. Deze beleidsregel wordt in de Staatscourant geplaatst en bevat de datum van ingang.

2.

Na de eerste bloedafname die bij voorkeur voor week 13 wordt uitgevoerd kunnen er binnen het bevolkingsonderzoek verschillende vervolgacties in gang gezet worden als de resultaten daartoe aanleiding geven.

3.

Alle zwangere vrouwen die woonachtig zijn in Nederland komen in aanmerking voor de prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie.

Artikel 6
1.

Het RIVM is verantwoordelijk voor de landelijke uitvoering van de prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie en bewaakt, registreert en evalueert deze.

2.

Onze Minister stelt de tarieven voor de uitvoering vast.

3.

De uitvoering van de prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie vindt plaats volgens het door het RIVM, na genoegzaam overleg met relevante partijen, vastgestelde draaiboek, waarin o.a. zijn opgenomen de kwaliteitseisen, methoden inzake voorlichting over het programma en informed consent. Het draaiboek wordt afgestemd met inhoudelijk deskundigen uit relevante beroepsgroepen en vastgesteld in de programmacommissie, bedoeld in artikel 7.

Artikel 7

Het RIVM stelt een programmacommissie in, bestaande uit vertegenwoordigers van de beroepsbeoefenaren die bij de uitvoering van de prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie zijn betrokken, die tot taak heeft het RIVM te adviseren over de landelijke regie voor dit bevolkingsonderzoek.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2021.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bevolkingsonderzoek ex artikel 12a, derde lid, Wet publieke gezondheid.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.