Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In dit Reglement en de daarop berustende regelingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:
- –. bijzondere gedelegeerde: een door de Staten van Aruba, Curaçao of Sint Maarten afgevaardigde bijzondere gedelegeerde;
- –. commissiegriffier: de door de Griffier aangewezen plaatsvervangende griffier die een commissie bijstaat;
- –. commissie(onder)voorzitter: de (onder)voorzitter van een commissie;
- –. gevolmachtigde minister: de Gevolmachtigde Minister van Aruba, Curaçao of Sint Maarten;
- –. Griffier: de Griffier van de Kamer;
- –. minister: een bij koninklijk besluit benoemde minister of staatssecretaris;
- –. Ondervoorzitter: een Ondervoorzitter van de Kamer;
- –. openbaar maken: het voor een ieder beschikbaar stellen op een openbare website;
- –. oude samenstelling: de samenstelling van de Kamer, onmiddellijk voorafgaand aan de eerste vergadering van een nieuw gekozen Kamer;
- –. stukken: archiefbescheiden als bedoeld in de Archiefwet 1995;
- –. Voorzitter: de Voorzitter van de Kamer;
- –. zitting: de periode waarin een gekozen Kamer werkzaam is, welke duurt vanaf de eerste vergadering van een nieuw gekozen Kamer tot aan de eerste vergadering van de daaropvolgende nieuw gekozen Kamer.
Hoofdstuk 2. Begin en einde van het lidmaatschap
Artikel 2.1. Toelating leden
De Kamer beslist met inachtneming van de bij de wet gestelde regels of een nieuwbenoemd lid als lid van de Kamer wordt toegelaten.
De commissie, genoemd in artikel 7.6, is ten behoeve van de beslissing van de Kamer belast met het onderzoek van de geloofsbrief van elk nieuwbenoemd lid.
De geloofsbrief en de stukken die een nieuwbenoemd lid op grond van de wet dient over te leggen aan de Kamer, worden bij de griffie ter inzage gelegd van de leden.
De Kamer beslist, voor zover mogelijk, in oude samenstelling over de toelating van leden die meteen na verkiezingen voor de Kamer zijn benoemd.
Artikel 2.2. Verlies lidmaatschap
De Voorzitter waarschuwt een lid schriftelijk, indien hij van oordeel is dat dit lid een van de vereisten voor het lidmaatschap niet meer bezit of een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, en het lid de Kamer daarvan kennis had moeten geven.
Het lid kan de zaak binnen acht dagen na de waarschuwing aan het oordeel van de Kamer onderwerpen.
De Kamer oordeelt slechts over de zaak, nadat daarover verslag is uitgebracht door een daartoe in te stellen tijdelijke commissie.
De tijdelijke commissie hoort het lid, indien dat de wens daartoe te kennen geeft.
Hoofdstuk 3. De Voorzitter, de Ondervoorzitters en het Presidium
§ 3.1. De Voorzitter
Artikel 3.1. Benoeming Voorzitter
In de laatste vergadering van elke zitting stelt de Kamer in oude samenstelling een ontwerp vast voor een profielschets van de nieuw te benoemen Voorzitter.
De nieuw gekozen Kamer stelt in de eerste vergadering van een zitting de profielschets vast.
Na de vaststelling geeft de tijdelijk Voorzitter, bedoeld in artikel 3.3, gelegenheid tot het stellen van kandidaten voor het voorzitterschap.
Na de kandidaatstellingsprocedure gaat de Kamer over tot de benoeming van een Voorzitter.
Bij het tussentijds openvallen van het voorzitterschap stelt de Kamer zo spoedig mogelijk de profielschets van de nieuw te benoemen Voorzitter vast, en wordt vervolgens onder toepassing van het derde en vierde lid een Voorzitter benoemd.
Artikel 3.2. Taak Voorzitter
De Voorzitter is belast met:
- a. het leiden van de werkzaamheden van de Kamer en het Presidium;
- b. het doen naleven van dit Reglement;
- c. het uitvoeren van door de Kamer genomen besluiten;
- d. het vertegenwoordigen van de Kamer, met uitzondering van de vertegenwoordiging in rechte, bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, onder e;
- e. het namens de Kamer beslissen op een bezwaar tegen een besluit als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, onder c, dat is genomen zonder toepassing van ondermandaat;
- f. de overige taken die op grond van dit Reglement of de wet aan hem zijn toegedeeld.
Artikel 3.3. Tijdelijk Voorzitter
Zolang in een nieuwe zitting geen Voorzitter is benoemd, treedt als tijdelijk Voorzitter op:
- a. een oud-Voorzitter, waarbij de laatst afgetredene voorrang heeft;
- b. als geen oud-Voorzitters beschikbaar zijn: een oud-Ondervoorzitter, waarbij de laatst afgetredene voorrang heeft, en bij gelijktijdig afgetreden oud-Ondervoorzitters de hoogste in de rangorde, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, voorgaat;
- c. als evenmin oud-Ondervoorzitters beschikbaar zijn: het lid dat het langst in de Kamer zitting heeft, waarbij bij gelijke zittingsduur het oudste lid in leeftijd voorgaat.
Zolang bij het tussentijds openvallen van het Voorzitterschap geen Voorzitter is benoemd, treedt de hoogst beschikbare Ondervoorzitter in de rangorde, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, als tijdelijk Voorzitter op. Indien geen Ondervoorzitter beschikbaar is, wordt overeenkomstig het eerste lid vastgesteld wie tijdelijk Voorzitter is.
De tijdelijk Voorzitter heeft dezelfde taken en bevoegdheden als een Voorzitter.
Artikel 3.4. Waarnemend Voorzitter
Indien de Voorzitter niet beschikbaar is, wordt het voorzitterschap waargenomen door een van de Ondervoorzitters overeenkomstig de rangorde, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid.
Indien evenmin een Ondervoorzitter beschikbaar is:
- a. kan de Voorzitter het voorzitterschap in een vergadering laten waarnemen door andere leden; en
- b. wordt bij het langdurig niet beschikbaar zijn van de Voorzitter en de Ondervoorzitters overeenkomstig artikel 3.3, eerste lid, bepaald wie het voorzitterschap waarneemt.
Een waarnemend Voorzitter heeft de taken en bevoegdheden van de Voorzitter die vereist zijn voor de waarneming.
§ 3.2. De Ondervoorzitters
Artikel 3.5. Ondervoorzitters
De Kamer benoemt na elke voorzittersbenoeming een door haar te bepalen aantal Ondervoorzitters, en stelt daarbij hun onderlinge rangorde vast.
Bij het tussentijds openvallen van een positie, benoemt de Kamer een nieuwe Ondervoorzitter. Deze neemt in de rangorde de plaats in van de te vervangen Ondervoorzitter.
§ 3.3. Het Presidium
Artikel 3.6. Presidium
De Voorzitter en de Ondervoorzitters vormen samen het Presidium.
De Voorzitter benoemt voor ieder ander lid van het Presidium een plaatsvervanger, die dit lid kan vervangen indien het niet beschikbaar is. De Kamer kan besluiten de benoeming van een plaatsvervanger aan zich te houden.
Het Presidium kan slechts besluiten nemen, indien meer dan de helft van zijn leden of hun plaatsvervangers aanwezig is. Bij het staken van de stemmen beslist de Voorzitter.
De Voorzitter kan andere leden uitnodigen aan de vergaderingen van het Presidium deel te nemen. Deze leden nemen niet deel aan de stemmingen.
Indien het Presidium voor onderdelen van zijn werkzaamheden commissies van advies als bedoeld in artikel 7.9 heeft ingesteld, hoort hij deze voordat hij besluiten neemt ten aanzien van die onderdelen, tenzij dit in een zeer spoedeisend geval niet mogelijk is.
Het Presidium wordt bijgestaan door de Griffier en de directeuren.
Hoofdstuk 4. De raming
Artikel 4.1. Raming
Het Presidium maakt jaarlijks een ontwerp op voor de raming van de in het volgende jaar voor de Kamer benodigde uitgaven en ontvangsten en zendt deze tijdig aan de Kamer en aan de voor de begroting van de Staten-Generaal verantwoordelijke minister.
De Kamer stelt de raming vast.
Hoofdstuk 5. De fracties en groepen
Artikel 5.1. Fracties
De leden, die door het centraal stembureau op dezelfde lijst verkozen zijn verklaard, vormen bij aanvang van een zitting één fractie. Indien onder een lijstnummer slechts één lid is verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.
Nieuwe fracties kunnen gedurende een zitting slechts worden gevormd door:
- a. een samenvoeging van twee of meer fracties;
- b. een splitsing tot twee of meer fracties.
Een splitsing als bedoeld in het tweede lid, onder b, is slechts mogelijk, indien bij een afscheiding van leden van een fractie onduidelijk is welk deel van de leden als voortzetting van de oorspronkelijke fractie moet worden beschouwd, en het Presidium heeft besloten dat hierdoor twee of meer nieuwe fracties zijn gevormd.
Een fractie deelt de samenstelling van haar bestuur, en elke wijziging in haar samenstelling en die van haar bestuur, mee aan de Voorzitter.
Artikel 5.2. Groepen
Indien leden anders dan als gevolg van een splitsing als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder b, afgescheiden zijn van een fractie, worden zij ieder afzonderlijk, of twee of meer leden gezamenlijk als zij dit meedelen aan de Voorzitter, beschouwd als een groep.
Artikel 5.3. Financiële bijdrage
Bij afzonderlijke regeling, vast te stellen door de Kamer op voorstel van het Presidium, worden regels gesteld voor de toekenning en het beheer van een financiële bijdrage aan fracties en groepen ten behoeve van hun werkzaamheden.
Indien een nieuwe fractie ontstaat door samenvoeging, is de bijdrage aan de nieuwgevormde fractie ten hoogste de bijdrage die zou toekomen aan een fractie van gelijke grootte als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid.
Indien in een fractie een splitsing plaatsvindt, wordt de hoogte van de bijdragen aan de bij de splitsing betrokken nieuwe fracties vastgesteld door de bijdrage die aan de ongesplitste fractie zou toekomen, onder de nieuwe fracties te verdelen naar evenredigheid van de aantallen bij de splitsing betrokken leden.
De regeling, bedoeld in het eerste lid, bepaalt de gevolgen van de afscheiding van leden van een fractie in groepen, voor de bijdrage van die fractie.
Het Presidium kan tijdelijke maatregelen treffen die afwijken van het eerste tot en met vierde lid, om de voldoening mogelijk te maken van verplichtingen die tegenover de medewerkers van een oorspronkelijke fractie bestaan bij een samenvoeging of splitsing, of bij een afscheiding van een of meer groepen.
Hoofdstuk 6. Het personeel
§ 6.1. De Griffier
Artikel 6.1. Rechtspositie Griffier
De Kamer beslist over het aangaan en beëindigen van het dienstverband van de Griffier.
Het Presidium is belast met het uitoefenen van de overige rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van de Griffier.
Artikel 6.2. Taken Griffier
De Griffier heeft de leiding over de ambtelijke organisatie. Het Presidium oefent hierop toezicht uit.
De Griffier is voorts belast met:
- a. het namens de Kamer vervullen van haar wettelijke taken ten aanzien van haar begroting;
- b. het namens de Kamer vervullen van haar wettelijke taken ten aanzien van haar archiefbescheiden;
- c. het namens de Kamer besluiten op verzoeken op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie of de Wet open overheid;
- d. het namens de Kamer beslissen op een bezwaar tegen een besluit als bedoeld onder c, dat is genomen onder toepassing van ondermandaat als bedoeld in het vierde lid;
- e. het in rechte vertegenwoordigen van de Kamer in bezwaar- en beroepsprocedures over besluiten als bedoeld onder c, en handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten;
- f. de overige taken die op grond van dit Reglement of de wet aan hem zijn toegedeeld.
De Griffier kan ondermandaat verlenen tot het uitoefenen van zijn bevoegdheden op grond van het tweede lid, onder a en b.
De Griffier kan ondermandaat verlenen tot het uitoefenen van zijn bevoegdheden op grond het tweede lid, onder c en d, tenzij het besluit betrekking heeft op informatie die berust bij het Presidium of de Voorzitter.
De Griffier kan de taak, bedoeld in het tweede lid, onder e, opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.
§ 6.2. De overige ambtenaren
Artikel 6.3. Directeuren
Het Presidium is belast met het aangaan en beëindigen van het dienstverband van een of meer directeuren.
De Griffier is belast met het uitoefenen van de overige rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van de directeuren.
Artikel 6.4. Overige ambtenaren
De Griffier is belast met het aangaan en beëindigen van het dienstverband van de overige ambtenaren, en met het uitoefenen van de overige rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van hen.
Hoofdstuk 7. De commissies
§ 7.1. Soorten commissies
Artikel 7.1. Vaste commissies
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.