Regeling van de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven

Type Reglement
Publication 2021-03-31
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder:

Artikel 2. Vereisten verzoekschrift
1.

Een verzoekschrift dient te zijn ondertekend door de verzoeker of zijn gemachtigde, en ten minste te bevatten:

2.

Een verzoekschrift kan niet betrekking hebben op een aangelegenheid:

Artikel 3. Behandeling verzoekschrift
1.

De commissie neemt een verzoekschrift slechts in behandeling als het voldoet aan de daaraan gestelde vereisten, tenzij uitzonderlijke omstandigheden of het algemeen belang haar aanleiding geven anders te besluiten.

2.

Indien een verzoekschrift niet voldoet aan de vereisten, genoemd in artikel 2, eerste lid, stelt de commissie de verzoeker in de gelegenheid het verzoekschrift binnen een daartoe te stellen termijn aan te vullen om aan de vereisten te voldoen.

3.

De commissie kan een verzoekschrift dat voldoet aan de vereisten in ieder geval buiten behandeling laten als het betrekking heeft op een aangelegenheid waarover de Kamer reeds een beslissing heeft genomen naar aanleiding van een door de verzoeker ingediend eerder verzoekschrift, tenzij het verzoekschrift nadien bekend geworden nieuwe relevante feiten of omstandigheden bevat.

4.

De commissie geeft de verzoeker schriftelijk kennis van de beslissing over de behandeling. Indien is besloten niet tot behandeling over te gaan omdat niet is voldaan aan het vereiste, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder c of d, kan de commissie besluiten in de kennisgeving te wijzen op rechtsmiddelen die nog openstaan voor de verzoeker.

5.

Indien de commissie van oordeel is dat een verzoekschrift voor behandeling in aanmerking komt, zendt zij een afschrift daarvan aan de meest betrokken minister, met het verzoek om de commissie inlichtingen te verstrekken.

6.

De commissie zendt de ontvangen inlichtingen aan de verzoeker en stelt de verzoeker en de meest betrokken minister in de gelegenheid op elkaar te reageren.

Artikel 4. Vereisten burgerinitiatief
1.

Een burgerinitiatief kan slechts worden ingediend of ondersteund door natuurlijke personen die gerechtigd zijn tot verkiezing van de leden van de Tweede Kamer.

2.

Een burgerinitiatief dient te zijn ondertekend door de initiatiefnemers, en ten minste te bevatten:

3.

Een burgerinitiatief kan niet betrekking hebben op:

Artikel 5. Behandeling burgerinitiatief
1.

De commissie onderzoekt of een burgerinitiatief voldoet aan de daaraan gestelde vereisten en brengt daarover verslag uit aan de Kamer.

2.

De commissie geeft de initiatiefnemers schriftelijk kennis van de beslissing over de behandeling.

Artikel 6. Behandeling rapport
1.

De commissie kan een afschrift van een rapport zenden aan de meest betrokken minister, met het verzoek om de commissie inlichtingen te verstrekken.

2.

De commissie kan, voor zover het betreft de wijze waarop de overheid gevolgen verbindt aan rapporten, een rapport doorgeleiden naar de meest betrokken andere commissie van de Kamer.

Artikel 7. Reikwijdte behandeling
1.

De behandeling door de commissie van verzoekschriften strekt zich niet uit tot de taakvervulling van:

2.

De behandeling van verzoekschriften of rapporten kan zich mede uitstrekken tot de vraag of in bepaalde gevallen de overheid al dan niet een taak zal moeten gaan vervullen.

Artikel 8. Verslag over verzoekschrift, burgerinitiatief of rapport
1.

De commissie neemt in elk verslag als bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, van het Reglement van Orde, een duidelijke conclusie of behandelvoorstel op, alsmede de gronden waarop de conclusie of het behandelvoorstel steunt.

2.

De commissie zendt een verslag over een verzoekschrift of burgerinitiatief toe aan de verzoekers onderscheidenlijk initiatiefnemers.

Artikel 9. Jaarverslag commissie

De commissie brengt ieder vergaderjaar een verslag uit over haar werkzaamheden in het afgelopen vergaderjaar.

Artikel 10. Overgangsbepaling
2.

Het Reglement, genoemd in het eerste lid, blijft van toepassing op:

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van hetzelfde tijdstip waarop de algehele herziening van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken 35 322) in werking treedt.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.