Besluit van 17 maart 2021, houdende regels ter uitvoering van de Wet toetreding zorgaanbieders (Uitvoeringsbesluit Wtza)

Type AMvB
Publication 2025-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister voor Medische Zorg van 18 december 2020, kenmerk 1793312-215180-WJZ;

Gelet op de artikelen 2, derde lid, 3, tweede en vierde lid, 4, vijfde lid, 5, vierde lid, 7, tweede lid, en 17, tweede lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders en de artikelen 4.0.1, derde lid, en 10.0, tweede lid, van de Jeugdwet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 17 februari 2021, no.W13.20.0498/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Medische Zorg van 15 maart 2021, kenmerk 1793305-215180-WJZ;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Toetreding zorgaanbieders

Paragraaf 1. meldplicht

Artikel 2

De meldplicht, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, is niet van toepassing op:

Paragraaf 2. toelatingsvergunning

Artikel 3

De verplichting om te beschikken over een toelatingsvergunning is niet van toepassing op:

Artikel 4
1.

Onze Minister kan een zorgaanbieder verzoeken een verklaring omtrent het gedrag te verstrekken, indien Onze Minister kennis heeft van feiten of omstandigheden op grond waarvan hij redelijkerwijs kan vermoeden dat niet of niet langer wordt voldaan aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag.

2.

Een verklaring omtrent het gedrag ten behoeve van een natuurlijke persoon kan betrekking hebben op:

Paragraaf 3. bestuursstructuur

Artikel 5

Artikel 3, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op:

Artikel 6
1.

De interne toezichthouder bestaat uit ten minste drie natuurlijke personen.

2.

Een persoon wordt voor ten hoogste vier jaar aangesteld als lid van de interne toezichthouder van de instelling. Deze periode kan eenmaal met ten hoogste vier jaar worden verlengd. De al dan niet aaneengesloten totale periode waarin een persoon lid is van de interne toezichthouder van de instelling is ten hoogste acht jaar.

Artikel 7
1.

De instelling borgt de onafhankelijke taakvervulling door de interne toezichthouder. Dit betekent in ieder geval dat:

2.

Onder instelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en onderdeel b, wordt mede verstaan een dochtermaatschappij van de instelling als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek alsmede met de instelling in een groep verbonden rechtspersonen of vennootschappen als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

3.

Onder lid van de dagelijkse of algemene leiding als bedoeld in de subonderdelen 1°, 5° en 7° van onderdeel b van het eerste lid, wordt mede verstaan de natuurlijke persoon die het beleid van de instelling heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij lid van de dagelijkse of algemene leiding van de instelling.

Artikel 8
1.

De interne toezichthouder richt zich bij de vervulling van zijn taak naar het belang van de instelling, het te behartigen maatschappelijke belang en het belang van de betrokken belanghebbenden.

2.

De interne toezichthouder stelt een profielschets op voor de leden van de interne toezichthouder rekening houdend met de aard van de instelling, diens activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de leden van de interne toezichthouder.

Artikel 9

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.