Besluit van het College voor Toetsen en Examens van 8 februari 2021, nummer CvTE-21.00407, tot vaststelling van het Bestuursreglement College voor Toetsen en Examens (Bestuursreglement College voor Toetsen en Examens)

Type ZBO-regeling
Publication 2024-06-15
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikelen 10:3 en 10:9 van de Algemene wet bestuursrecht en 7 van de Wet College voor Toetsen en Examens;

Gezien de goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, gegeven op 23 maart 2021, nummer 27264001,

Besluit:

Hoofdstuk 1. Organisatie- en mandaatregeling

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Mandaat en machtiging

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van machtiging om in naam van het college handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 3. Organisatie van het College voor Toetsen en Examens

De organisatie van het bureau van het college wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage.

Artikel 4. Voorbehouden aan voorzitter en overige leden
1.

De voorzitter heeft mandaat voor al hetgeen het college betreft.

2.

Aan de voorzitter is voorbehouden het namens het college ondertekenen van:

3.

Aan een lid, niet zijnde de voorzitter, is voorbehouden het namens het college afdoen en ondertekenen van stukken houdende beslissingen op bezwaar of het indienen van beroepschriften, voor zover het besluiten betreft die zijn getekend door de voorzitter.

4.

Bij ontstentenis van de voorzitter oefent een van de overige leden diens taken uit. Hij handelt daarbij met het mandaat dat de voorzitter op grond van het eerste en tweede lid heeft.

Artikel 5. Mandaat secretaris-directeur
1.

De secretaris-directeur heeft, onverminderd het mandaat aan de voorzitter van het college, mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden voortvloeiend uit zijn functie.

2.

Tot de taak van de secretaris-directeur behoort in elk geval:

Artikel 6. Voorbehouden aan de secretaris-directeur
1.

Aan de secretaris-directeur is voorbehouden het namens het college afdoen en ondertekenen van stukken houdende de gehele of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek om informatie ingevolge de Wet open overheid.

2.

Een afdelingshoofd of teamleider kan de stukken bij afwezigheid van de secretaris-directeur afdoen en ondertekenen indien daarover afspraken zijn gemaakt tussen de secretaris-directeur en het betreffende afdelingshoofd of teamleider.

Artikel 7. Mandaat afdelingshoofden en clustermanagers

De afdelingshoofden en clustermanagers hebben, onverminderd het mandaat aan de voorzitter en de secretaris-directeur, mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden voortvloeiend uit hun functie.

Artikel 8. Mandaat directeur-generaal DUO
1.

Aan de directeur-generaal van DUO wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten op grond van artikel 2.82, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, de artikelen 4.1, 4.2 en 4.34 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, de artikelen 4, eerste lid, 9, eerste en tweede lid, en 20 van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal, de artikelen 3, 8, tweede lid, en 19 van het Staatsexamenbesluit Nederlands als vreemde taal BES en de Wet open overheid over informatie die verband houdt met de uitvoering van deze bevoegdheid.

2.

Aan de directeur-generaal van DUO wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van alle benodigde handelingen die betrekking hebben op bezwaar-, en (hoger) beroepsprocedures en klachten, voor zover deze verband houden met de uitoefening van de bevoegdheden, met dien verstande dat hij geen besluit neemt op een bezwaarschrift tegen een besluit dat hij in mandaat heeft genomen.

3.

De directeur-generaal van DUO kan zijn bevoegdheden, genoemd in het eerste en tweede lid, in een door hem te bepalen omvang mandateren aan onder hem ressorterende functionarissen, met dien verstande dat hij geen mandaat verleent tot het nemen van besluiten op bezwaar aan dezelfde functionaris aan wie mandaat is verleend tot het nemen van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt.

4.

Alvorens wordt beslist op een verzoek op grond van de Wet open overheid, dan wel op een bezwaarschrift, treedt de directeur-generaal van DUO in overleg met de secretaris-directeur.

Artikel 9. Mandaat vaststellingscommissies en vakcommissies
1.

De vaststellingscommissie of de vakcommissie heeft mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden met betrekking tot haar taak.

2.

Tot de taak van de vaststellingscommissie behoort in ieder geval het vaststellen van de opgaven en het vaststellen van de correctievoorschriften als bedoeld in artikel 2, vierde lid, onderdeel b, vijfde lid, onderdeel b, zesde lid, onderdelen c en d, van de wet, en artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB.

3.

Tot de taak van de vakcommissie behoort in ieder geval het vaststellen van de opgaven en het vaststellen van de correctievoorschriften als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Wet College voor toetsen en examens.

4.

De voorzitter van het college kan, nadat hij de voorzitter van de betreffende vaststellingscommissie of vakcommissie heeft gehoord, beslissen dat een of meer opgaven worden geneutraliseerd.

Hoofdstuk 2. Werkwijze en procedures

Artikel 10. Vergaderingen
1.

Het college vergadert ten minste vier maal per jaar en voorts wanneer een van de leden daarom verzoekt.

2.

De secretaris-directeur draagt er zorg voor dat uitnodiging, agenda en stukken ten minste twee weken voor de vergadering worden verzonden aan de leden en de plaatsvervangende leden.

3.

Een lid deelt tijdig mee aan de voorzitter of secretaris-directeur wanneer hij vervangen wordt door een plaatsvervangend lid.

4.

Vergaderingen kunnen ook telefonisch of via het internet plaatsvinden.

5.

De voorzitter kan degene die niet lid is van het college toelaten tot een vergadering of een gedeelte daarvan.

6.

De secretaris-directeur draagt er zorg voor dat de leden uiterlijk een week na de vergadering het conceptverslag en de besluitenlijst ontvangen.

7.

Vergaderingen zijn niet openbaar.

Artikel 11. Besluitvorming
1.

Ieder lid heeft het recht een voorstel te doen om een beslissing te nemen.

2.

Een voorstel om een beslissing te nemen wordt ten minste een week voordat het besproken wordt, schriftelijk aan de leden ter kennis gebracht.

3.

Een voorstel voor een beslissing is aangenomen als meer dan de helft van de leden voor het besluit heeft gestemd.

4.

Plaatsvervangende leden hebben stemrecht als het lid dat zij vervangen zijn afwezigheid aan de voorzitter heeft meegedeeld, dan wel als dat lid daartoe niet in staat is.

5.

Voor de bepaling van het aantal leden geldt het aantal leden dat in functie is, verminderd met het aantal leden dat zijn functie niet kan uitoefenen, waarvan ook de plaatsvervanger hen niet kan vervangen.

6.

Stemmen kan tijdens een bijeenkomst, telefonisch of via het internet.

7.

In spoedeisende gevallen kan de voorzitter besluiten van dit artikel af te wijken en bepalen op welke wijze een beslissing genomen wordt.

Artikel 12. Beslissingen van het college
1.

Het college stelt, zo mogelijk met algemeen goedvinden, de volgende stukken in een vergadering vast:

2.

Het college neemt voorts de volgende beslissingen of verricht de volgende handelingen:

Hoofdstuk 3. Klachten

Artikel 13. Reikwijdte

De artikelen 14 tot en met 17 zijn van toepassing op de behandeling van de klachten, bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 14. Klachtbehandeling
1.

De behandeling van de klacht geschiedt door een persoon die niet bij de gedraging waarop de klacht betrekking heeft, betrokken is geweest.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien de klacht betrekking heeft op een gedraging van het college zelf dan wel de voorzitter of een lid ervan.

Artikel 15. Klachtafdoening

Een klacht wordt onverlet artikel 8, tweede lid, afgedaan door de secretaris-directeur, tenzij de klacht naar aard of inhoud een zodanig gewicht heeft dat de voorzitter deze behoort af te doen.

Artikel 16. Klachtregistratie

De secretaris-directeur draagt zorg voor de registratie van de klachten. Een overzicht van de geregistreerde klachten wordt gepubliceerd in het jaarverslag.

Artikel 17. Klachtenprocedure

Het college stelt een procedure vast voor de behandeling en afdoening van klachten.

Hoofdstuk 4. Integriteit

Artikel 18. Nevenfuncties leden

Met nevenfuncties van een lid die ongewenst zijn voor een goede vervulling van zijn taak, als bedoeld in artikel 13 van de kaderwet, worden in elk geval bedoeld:

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 19. Intrekking eerder bestuursreglement

Het Bestuursreglement College voor Toetsen en Examens wordt ingetrokken.

Artikel 20. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 21. Citeertitel

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.