Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 19 maart, nr. PO/27075429, houdende regels voor de verstrekking van bijzondere bekostiging voor het primair onderwijs voor de professionalisering van personeel en de begeleiding van starters en schoolleiders voor de schooljaren 2021–2022 en 2022–2023 (Regeling bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders)
Gelet op artikel 123, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 120, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aanvullende bekostiging: aanvullende bekostiging als bedoeld in artikel 119, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 117, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra;
- bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
- medezeggenschapsraad: medezeggenschapsraad als bedoeld in de Wet medezeggenschap op scholen;
- school: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs of school voor speciaal onderwijs, school voor speciaal voortgezet onderwijs of school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra;
- schooljaar: tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaropvolgend;
- staatssecretaris: Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 2. Doel van de aanvullende bekostiging
Voor de schooljaren 2021–2022 en 2022–2023, kalenderjaren 2023, 2024 en 2025 verstrekt de staatssecretaris per schooljaar of kalenderjaar, of gedeelte daarvan, aan het bevoegd gezag van een school aanvullende bekostiging voor de professionalisering van personeel en de begeleiding van startende leraren en schoolleiders.
Artikel 3. Bekostiging en verdeling van de middelen
De aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 2, bestaat uit een bedrag per leerling.
De hoogte van de bekostiging voor de periode tot en met 31 december 2022 wordt berekend op grond van het aantal leerlingen dat is ingeschreven aan de school op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de bijzondere bekostiging wordt verstrekt, met dien verstande dat voor het schooljaar waarin een nieuwe school wordt geopend, het aantal leerlingen van de school op 1 oktober volgende op de opening geldt. De hoogte van de bekostiging voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 wordt berekend op grond van het aantal leerlingen dat is ingeschreven aan de school op 1 februari 2022, met dien verstande dat voor nieuwe scholen die op 1 augustus 2022 zijn geopend, het aantal leerlingen aan de school op 1 februari 2023 geldt.
De hoogte van de bekostiging per kalenderjaar wordt berekend op grond van het aantal leerlingen dat is ingeschreven op de school op 1 februari van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de bekostiging wordt verstrekt, met dien verstande dat voor nieuwe scholen die op 1 augustus van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de bekostiging wordt verstrekt zijn geopend, het aantal leerlingen op de school op 1 februari volgend op de opening geldt. Voor nieuwe scholen die op 1 augustus van het lopende bekostigingsjaar zijn geopend, wordt de hoogte van de bekostiging voor de eerste vijf maanden na de opening berekend op grond van het aantal leerlingen dat is ingeschreven op de school op 1 oktober volgend op de opening.
Het bedrag per leerling alsmede de wijze van betaling, worden jaarlijks bij ministeriële regeling vastgesteld.
Artikel 4. Besteding en verantwoording
De verantwoording van de besteding van de bekostiging, bedoeld in artikel 2, geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.
Artikel 5. Monitor en evaluatie
De staatssecretaris monitort jaarlijks de effecten van deze regeling op landelijk niveau. Uiterlijk in 2023 wordt deze regeling geëvalueerd.
Ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde monitor en evaluatie overlegt het bestuur van de school desgevraagd een samenhangend overzicht van de gepleegde inspanningen ten behoeve van de in artikel 2 bedoelde doelen.
Artikel 6. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2021 en vervalt met ingang van 1 januari 2029.
Artikel 7. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 5a. Omhangbepaling
Deze regeling is gebaseerd op artikel 119, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 117, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.