Besluit van 18 maart 2021, houdende regels voor de toepassing en afwijking van de bij of krachtens de Wet voortgezet onderwijs BES vastgestelde voorschriften over onder meer de inrichting van het onderwijs aan de Saba Comprehensive School op Saba en Gwendoline van Puttenschool op Sint Eustatius (Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES)

Type Amvb Bes
Publication 2022-08-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, van 6 november 2020, nr.25978357(9296) directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op artikel 117, eerste en tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES en artikel 1, onderdeel f, van de Leerplichtwet BES;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 16 december 2020, nr. No.W05.20.0409/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 15 maart 2021, nr. 270804203(9296)Z, directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2. Aanwijzing

De Gwendoline van Puttenschool en de Saba Comprehensive School worden aangewezen als inrichting als bedoeld in artikel 2.86, eerste lid, van de wet.

Artikel 3. Bekostigingsvoorwaarden

Onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde, zijn de bepalingen in dit besluit voorwaarden voor bekostiging.

Hoofdstuk 2. Onderwijs

Artikel 4. Vormen van onderwijs
1.

Het bevoegd gezag biedt onderwijs aan gericht op CSEC, CVQ, alsmede praktijkonderwijs.

2.

Het bevoegd gezag kan onderwijs aanbieden gericht op CAPE.

Artikel 5. Cxc eisen

Het bevoegd gezag leeft de regels na die CXC stelt met betrekking tot:

Artikel 6. Instructietaal en bestrijding taalachterstand
1.

Het onderwijs wordt gegeven en de examens worden afgenomen in het Engels.

2.

Bij het geven van onderwijs kan een andere taal dan het Engels worden gebruikt als:

3.

Het bevoegd gezag stelt voor de school een gedragscode vast voor het gebruik van een andere taal dan het Engels bij het geven van onderwijs in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c. De gedragscode wordt aan de inspectie gestuurd.

4.

In afwijking van artikel 2.34 van de wet is de aandacht voor de bestrijding van taalachterstanden in het bijzonder gericht op de beheersing van de Engelse taal.

Artikel 7. Onderwijs in het vak Nederlands
1.

Een basisvak Nederlands maakt deel uit van alle onderwijsprogramma’s op de school, met uitzondering van dat van CAPE onderwijs.

2.

Het bevoegd gezag neemt bij de leerling een schoolexamen in het basisvak Nederlands af.

3.

Het bevoegd gezag stelt de leerling in de gelegenheid om een verdiepend vak Nederlands te volgen.

4.

Het bevoegd gezag stelt de leerling in de gelegenheid om een examen in het verdiepende vak Nederlands af te leggen. Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld welke examens kunnen worden afgelegd.

5.

De ERK niveaus voor het basisvak Nederlands zijn voor:

6.

De ERK niveaus voor het verdiepende vak Nederlands zijn voor:

7.

Het bevoegd gezag richt het onderwijs zo in dat de leerling optimaal in de gelegenheid gesteld wordt om de niveaus behorende bij de betreffende onderwijssoort te halen. Het bevoegd gezag bewaakt de voortgang in de ontwikkeling van de leerling.

Artikel 8. Onderwijsprogramma in de eerste drie leerjaren

In de eerste drie leerjaren wordt door het bevoegd gezag een samenhangend onderwijsprogramma ingericht, dat is gebaseerd op CCSLC onderwijs, het basisvak Nederlands, bedoeld in artikel 7, eerste lid, omvat, en dat, met behoud van keuzevrijheid, de doorstroming van de leerlingen naar CSEC onderwijs of CVQ onderwijs bevordert.

Artikel 9. Onderwijs CSEC
1.

CSEC onderwijs is het onderwijs, volgend op het onderwijs, bedoeld in artikel 8, dat is ingericht ter voorbereiding op aansluitend beroepsonderwijs.

2.

Het onderwijs omvat het basisvak Nederlands, bedoeld in artikel 7, eerste lid, en ten minste vijf CSEC vakken, waaronder in ieder geval:

3.

Het onderwijs omvat, samen met het onderwijs, bedoeld in artikel 8, ten minste 4.700 klokuren verdeeld over een cursusduur van vijf jaar. Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens over de invulling en over de spreiding van de uren over de verschillende leerjaren.

Artikel 10. Onderwijs CVQ
1.

CVQ onderwijs is het onderwijs, volgend op het onderwijs, bedoeld in artikel 8, dat is ingericht ter voorbereiding op aansluitend beroepsonderwijs of op het uitoefenen van een beroep, waarvoor een beroepskwalificerende opleiding is vereist of dienstig kan zijn.

2.

Het onderwijs omvat, samen met onderwijs, bedoeld in artikel 8, en het basisvak Nederlands, bedoeld in artikel 7, eerste lid, ten minste 4.700 klokuren verdeeld over een cursusduur van vijf jaar. Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens over de invulling en over de spreiding van de uren over de verschillende leerjaren.

Artikel 11. Buitenschools praktijkgedeelte CVQ
1.

Ten minste een vijfde deel van het CVQ onderwijs is onderricht in de praktijk van het beroep.

2.

Op het buitenschoolse praktijkgedeelte CVQ onderwijs zijn de artikelen 11.30, 11.31, 11.58, en 2.103, vijfde lid, van de wet en artikel 2.64 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 van overeenkomstige toepassing.

3.

De wijze waarop het buitenschoolse praktijkgedeelte binnen de CVQ opleidingen wordt ingericht, wordt opgenomen in het schoolplan.

Artikel 12. Onderwijs CAPE
1.

CAPE onderwijs is het onderwijs, volgend op het CSEC onderwijs, bedoeld in artikel 9, dat is ingericht ter voorbereiding op wetenschappelijk onderwijs.

2.

Het onderwijs omvat ten minste zes CAPE vakken, waaronder in ieder geval:

3.

Het onderwijs heeft een cursusduur van twee jaar en omvat ten minste 1.700 klokuren. Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens over de invulling en over de spreiding van de uren over de verschillende leerjaren.

Artikel 13. Praktijkonderwijs
1.

Praktijkonderwijs is onderwijs bedoeld voor leerlingen voor wie:

2.

Het onderwijs bestaat uit een gedeelte waarin aangepast theoretisch onderwijs, persoonlijkheidsvorming en het aanleren van sociale vaardigheden worden verzorgd, en een gedeelte waarin de leerling wordt voorbereid op het uitoefenen van functies op de arbeidsmarkt op een niveau dat ligt onder het niveau van CVQ 1.

3.

Het onderwijs sluit zo veel mogelijk aan bij de inhoud van CVQ 1. Artikel 2.38, zevende lid, van de wet en de artikelen 2.34 tot en met 2.36 en 2.39 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 3. Toelating, schorsing en verwijdering

Artikel 14. Toelating onderwijssoorten
1.

Met in achtneming van de regels van CXC beslist het bevoegd gezag tot welke vorm van onderwijs en tot welk leerjaar de leerling wordt toegelaten op grond van criteria die in de schoolgids worden opgenomen.

2.

Aan de ouders van een leerling van wie het bevoegd gezag redelijkerwijs kan aannemen dat deze niet in staat is onderwijs CSEC of CVQ 2 met een certificaat af te sluiten, kan het bevoegd gezag voorstellen deze leerling in plaats daarvan praktijkonderwijs te doen volgen. Het tweede en derde lid van artikel 11.8 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15. Ontheffing onderdelen onderwijsprogramma
1.

Met inachtneming van de regels van CXC kan het bevoegd gezag na overleg met de ouders een leerling ontheffing verlenen voor onderdelen van het onderwijsprogramma. Het bevoegd gezag bepaalt bij de ontheffing welk onderwijs voor de leerling in de plaats komt voor de onderdelen waarvoor ontheffing is verleend.

2.

Het bevoegd gezag kan een leerling uitsluitend ontheffing verlenen van het volgen van het onderwijs in het vak lichamelijke opvoeding indien de leerling vanwege diens lichamelijke gesteldheid niet in staat is dit onderwijs te volgen.

Artikel 16. Schorsing
1.

Het bevoegd gezag kan met opgave van redenen een leerling voor een periode van ten hoogste één week schorsen.

2.

Het besluit tot schorsing wordt schriftelijk aan de betrokkene en, indien deze nog niet meerderjarig is, ook aan de ouders, voogden of verzorgers van de betrokkene bekendgemaakt.

3.

Het bevoegd gezag stelt de inspectie van een schorsing voor een periode langer dan één dag schriftelijk en met opgave van redenen in kennis.

Artikel 17. Definitieve verwijdering
1.

Het bevoegd gezag kan besluiten tot definitieve verwijdering van een leerling nadat deze en, indien de leerling nog niet meerderjarig is, ook diens ouders, voogden of verzorgers, in de gelegenheid is onderscheidenlijk zijn gesteld hierover te worden gehoord. Een leerling wordt op grond van onvoldoende vorderingen niet in de loop van een schooljaar verwijderd.

2.

Definitieve verwijdering van een leerplichtige leerling geschiedt slechts na overleg met de inspectie. Hangende dit overleg kan de leerling worden geschorst. Het overleg strekt er mede toe, na te gaan op welke andere wijze de betrokken leerling onderwijs zal kunnen volgen.

3.

Het bevoegd gezag stelt de inspectie van een definitieve verwijdering schriftelijk en met opgave van redenen in kennis.

Artikel 18. Beslistermijn bij bezwaar
1.

De besluiten tot weigering van de toelating van een kandidaat-leerling of tot definitieve verwijdering van een leerling worden schriftelijk en met opgave van redenen aan de leerling en, indien deze nog niet meerderjarig is, ook aan diens ouders, voogden of verzorgers, bekendgemaakt, waarbij tevens de inhoud van het tweede lid wordt vermeld.

2.

Binnen zes weken na de bekendmaking kunnen belanghebbenden bezwaar maken bij het bevoegd gezag.

3.

Het bevoegd gezag beslist in overeenstemming met artikel 8.8, zesde lid, van de wet binnen vier weken na ontvangst van het bezwaarschrift, doch niet eerder dan nadat de kandidaat-leerling, onderscheidenlijk de leerling en, indien deze nog niet meerderjarig is, ook diens ouders, voogden of verzorgers, in de gelegenheid is, onderscheidenlijk zijn gesteld, te worden gehoord en kennis heeft onderscheidenlijk hebben kunnen nemen van de op die besluiten betrekking hebbende adviezen of rapporten.

4.

Het bevoegd gezag kan de desbetreffende leerling, gedurende de behandeling van het bezwaar tegen een besluit tot definitieve verwijdering de toegang tot de school ontzeggen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.