Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 12 april 2021, nr. WJZ/21076966 , houdende regels ter voorkoming van specifieke besmettelijke dierziekten of zoönosen (Regeling veterinaire maatregelen specifieke dierziekten of zoönosen)
Gelet op artikel 5.1, eerste lid, in samenhang met artikel 5.4 en 5.10, en op artikel 5.7 van de Wet dieren;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- minister: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
- verordening (EU) nr. 2016/429: verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (‘diergezondheidswetgeving’) (PbEU 2016, L 84);
- wet: Wet dieren.
De begripsbepalingen van artikel 4 van verordening (EU) nr. 2016/429 zijn van toepassing.
Hoofdstuk 2. Preventieve maatregelen afrikaanse varkenspest
Artikel 2.1. Grondslag
Dit hoofdstuk berust op verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (‘diergezondheidswetgeving’) (PbEU 2016, L 84), uitvoeringsverordening (EU) 2023/594 van de Commissie van 16 maart 2023 tot vaststelling van bijzondere maatregelen ter bestrijding Afrikaanse varkenspest en tot intrekking van uitvoeringsverordening (EU) 2021/605 (PbEU 2023, L 79), en op de artikelen 5.1, eerste lid, in samenhang met artikel 5.4, eerste lid, in samenhang met het vierde lid, onderdeel d, en op artikel 5.7 van de Wet dieren.
Artikel 2.2. Afwijking verbod drijfmethode bij doden wilde varkens
In afwijking van het verbod op het drijven van dieren in omgevingsvergunningen voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving of in voorkomend geval een programma of omgevingsverordening als bedoeld in de artikelen 11.55 en 11.56 van het Besluit activiteiten leefomgeving, is het toegestaan om wilde varkens te vangen en te doden door middel van een methode waarbij tussen zonsopgang en zonsondergang hoogstens zes personen, in aanwezigheid van ten hoogste drie aangelijnde honden, voor wilde varkens hoorbaar in het gebied aanwezig zijn zonder deze opzettelijk te verontrusten, met het oogmerk om deze dieren binnen het schootsveld van hoogstens zes geweerdragers te bewegen, opdat zij deze dieren kunnen doden.
Het eerste lid is alleen van toepassing in het grondgebied van de provincies:
- a. Gelderland, met uitzondering van het gebied, aangeduid op kaart 1 in bijlage 1;
- b. Limburg, met uitzondering van de gebieden, aangeduid op kaart 2 in bijlage 1;
- c. Noord-Brabant; en
- d. Overijssel.
Hoofdstuk 3. Preventieve maatregelen aviaire influenza
§ 2.2. Beheer wilde varkens
Artikel 3.1. Grondslag
Dit hoofdstuk berust op:
- –. verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (‘diergezondheidswetgeving’) (PbEU 2016, L 84); en
- –. gedelegeerde verordening (EU) 2023/361 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor het gebruik van bepaalde diergeneesmiddelen voor de preventie en bestrijding van bepaalde in de lijst opgenomen ziekten (Pb EU 2023, L 52);
- –. de artikelen 5.1, eerste lid, in samenhang met de artikelen 5.4, 5.5 en 5.6 van de wet;
Artikel 3.2. Begripsbepalingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- commercieel gehouden vogels: pluimvee of in gevangenschap levende vogels die worden gekweekt of gehouden met de bedoeling geld te verdienen;
- dierentuin: dierentuin als bedoeld in artikel 4.1 van het besluit houders van dieren;
- eendagskuiken: kip die nog geen 72 uur oud is;
- hygiëneprotocol: set praktische hygiëneregels ter bevordering van de bioveiligheid in een specifieke situatie, zoals bekendgemaakt op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
- loopvogels: Struthioniformes (struisvogels), Rheiformes (nandoes), Casuariiformes (kasuarissen en emoes) en Apterygiformes (kiwi's);
- risicovogels: hoenderachtigen, watervogels of loopvogels, in gevangenschap gefokt of gehouden;
- sierwatervogels: watervogels die worden gehouden met een ander doel dan de productie van vlees of eieren;
- vervoer: vervoer over de openbare weg, met of zonder vervoermiddel;
- vogelverblijfplaats: kooi, volière, terrein of gebouw met uitzondering van woonruimte, waar risicovogels aanwezig zijn of gewoonlijk worden gehouden en aanverwante ruimtes waar materiaal ten behoeve van risicovogels is opgeslagen of gewoonlijk wordt opgeslagen;
- watervogels: zwanen, ganzen, eenden, duikers, aalscholvers, reigers, ooievaars, ibissen, flamingo’s, futen, kraanvogels, rallen, steltlopers, meeuwen en sterns.
Onder vervoer wordt mede verstaan: aanvoer en afvoer.
Artikel 3.3
De artikelen 3.6, 3.7, 3.8, 3.10 en 3.11 zijn niet van toepassing op slachthuizen, vervoermiddelen, quarantainevoorzieningen, quarantainestations, grenscontroleposten en laboratoria die met officiële toestemming aviaire influenzavirussen bewaren.
§ 3.2. Algemene maatregelen
Artikel 3.4. Afscherm- en ophokplicht
Een exploitant van commercieel gehouden vogels of een exploitant van risicovogels neemt passende maatregelen om zo veel mogelijk te voorkomen dat de vogels in contact komen met in het wild levende dieren of hun uitwerpselen.
Een passende maatregel als bedoeld in het eerste lid is voor een exploitant van commercieel gehouden vogels, met uitzondering van vogels, behorende tot fazanten (Phasianidae), loopvogels of sierwatervogels, ten minste het binnen een gebouw brengen en daar houden van de vogels.
Het tweede lid is niet van toepassing op een dierentuin.
Artikel 3.5. Verbod wedstrijden en tentoonstellingen met risicovogels
Jaarbeurzen, markten, wedvluchten, culturele evenementen, tentoonstellingen, keuringen of andere tijdelijke verzamelingen zijn verboden, wanneer daar risicovogels op een plaats worden verzameld.
§ 3.3. Maatregelen strooisel eenden
Artikel 3.6. Afdekken strooisel eenden
Een exploitant van commercieel gehouden eenden dekt de op zijn inrichting aanwezige voorraad strooisel ten behoeve van de bodembedekking van vogelverblijfplaatsen af.
Artikel 3.7. Aanbrengen strooisel eenden
Het is verboden strooisel in vogelverblijfplaatsen aan te brengen op een inrichting met commercieel gehouden eenden.
Het eerste lid is niet van toepassing indien het aanbrengen van strooisel overeenkomstig een hygiëneprotocol plaatsvindt.
§ 3.1. Algemeen
Artikel 3.8. Bezoekverbod vogelverblijfplaatsen
Het is bezoekers verboden een vogelverblijfplaats die onderdeel is van een inrichting met commercieel gehouden vogels of een niet deugdelijk fysiek van die verblijfplaats afgescheiden woonruimte of een ander deel van een inrichting te betreden.
In afwijking van het eerste lid is het toegestaan een vogelverblijfplaats te betreden, indien:
- a. er geen risicovogels in de vogelverblijfplaats aanwezig zijn;
- b. sprake is van een acute noodsituatie die het betreden noodzaakt; of
- c. het bezoek noodzakelijk is in het kader van volksgezondheid, diergezondheid, dierenwelzijn of gezondheid van aanwezige personen, het bezoek plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol en de bezoeker zich registreert;
- d. het bezoek plaatsvindt door personeel van de desbetreffende inrichting overeenkomstig een hygiëneprotocol.
Het is een exploitant van vogels verboden om een bezoeker toe te laten tot de in het eerste lid bedoelde ruimtes, tenzij het bezoek op grond van het tweede lid is toegestaan.
Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het vervoermiddel van een bezoeker.
Artikel 3.9. Afwijking bezoekverbod dierentuinen
In afwijking van artikel 3.8 is het toegestaan een vogelverblijfplaats van een dierentuin te betreden.
Artikel 3.10. Bezoekverbod commerciële inrichting
Onverminderd artikel 3.8 is het bezoekers verboden een inrichting te betreden waar vogels commercieel worden gehouden.
In afwijking van het eerste lid is het toegestaan de inrichting te betreden, indien:
- a. er geen risicovogels in de inrichting aanwezig zijn;
- b. sprake is van een acute noodsituatie die het betreden noodzaakt; of
- c. het bezoek plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol en de bezoeker, indien die geen onderdeel uitmaakt van het personeel van de inrichting, zich registreert.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op het vervoermiddel van de bezoeker.
Een exploitant van commercieel gehouden vogels brengt duidelijk zichtbare afscheidingen aan langs de grenzen van de inrichting.
Het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op een dierentuin.
Artikel 3.11. Registratieplicht
Een exploitant van vogels houdt een register bij van bezoeken aan een vogelverblijfplaats die onderdeel is van een inrichting met commercieel gehouden vogels, niet deugdelijk fysiek van die verblijfplaats afgescheiden woonruimte of ander deel van een inrichting, waarin ten minste zijn opgenomen:
- a. de naam, het adres de en woonplaats van de bezoeker;
- b. wanneer de bezoeker een vervoermiddel heeft gebruikt, de soort en het kenteken van het vervoermiddel;
- c. de reden van het bezoek; en
- d. de datum en het tijdstip van aankomst en vertrek van de bezoeker.
Het eerste lid is niet van toepassing op een dierentuin.
De exploitant bewaart het register ten minste drie maanden vanaf het tijdstip van bezoek.
§ 3.2. Algemene maatregelen
Artikel 3.12. Vervoer van commercieel gehouden hoenderachtigen, ganzen of eenden
Het is verboden hoenderachtigen, ganzen of eenden, met uitzondering van eendagskuikens van die diersoorten, te vervoeren tussen inrichtingen in Nederland waar deze vogels commercieel worden gehouden.
In afwijking van het eerste lid is het vervoer toegestaan indien:
- a. het vervoer rechtstreeks plaatsvindt;
- b. het vervoer plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol; en
- c. de vogels vergezeld gaan van een verklaring die minder dan 24 uur oud is van een dierenarts waaruit blijkt dat deze dieren op basis van een klinische inspectie geen ziekteverschijnselen vertonen.
De verklaring, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, bevat in elk geval:
- a. de datum en het tijdstip van de klinische inspectie;
- b. de contactgegevens en het subregistratienummer, bedoeld in artikel 5a.1, derde lid, van de Regeling houders van dieren, van de inrichting waarvandaan het vervoer plaatsvindt;
- c. de bevindingen van de klinische inspectie; en
- d. de naam en de handtekening van de dierenarts.
De exploitant van de inrichting waar de vogels, bedoeld in het eerste lid, onder toepassing van het tweede lid worden afgeleverd, bewaart de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde verklaring gedurende zes maanden.
Artikel 3.13. Vervoer van eenden en kalkoenen naar een slachthuis
Het is verboden eenden of kalkoenen te vervoeren tussen een inrichting waar eenden of kalkoenen commercieel worden gehouden en een slachthuis in Nederland.
In afwijking van het eerste lid is het vervoer toegestaan indien:
- a. het vervoer rechtstreeks plaatsvindt; en
- b. het vervoer plaatsvindt overeenkomstig een hygiëneprotocol.
Artikel 3.14. Meldingsplicht ziekteverschijnselen aviaire influenza eenden, leghennen, vermeerderingsdieren en vleeskuikens
Als andere aangewezen ziekteverschijnselen als bedoeld in artikel 1.31, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit houders van dieren worden aangewezen:
- a. verhoogde sterfte van eenden, vanaf de zevende dag na de dag van opzet, in de volgende gevallen:
- 1°. 0,15% of meer uitval per dag gedurende twee opeenvolgende dagen; of;
- 2°. 0,5% of meer uitval op een dag en gelijktijdig een voeropnamedaling van 5%;
- b. verhoogde sterfte van leghennen, vermeerderingsdieren of vleeskuikens, wanneer die dieren ouder zijn dan tien dagen en indien het aantal dieren van de onderscheiden categorieën dat sterft gedurende twee achtereenvolgende dagen groter is dan drie maal het gemiddelde sterftecijfer van het desbetreffende koppel in de week voorafgaand aan de sterfte.
§ 3.6. Maatregel meldingsplicht
Artikel 3.15. Meldingsplicht verschijnselen aviaire influenza eendenhouderijen
Vervallen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.