Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 19 april 2021, nr. WJZ/ 21105834, houdende regels voor het verstrekken van eenmalige specifieke uitkeringen in verband met de uitvoering van het Uitvoeringsprogramma Natuur (Regeling specifieke uitkering Programma Natuur)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-01-11
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet nationale EZK- en LNV-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Specifieke uitkering
1.

De minister kan een eenmalige specifieke uitkering voor uitvoeringsactiviteiten verstrekken aan een provincie.

2.

Er wordt per provincie één specifieke uitkering verstrekt.

3.

De specifieke uitkering wordt verstrekt voor de kosten, inclusief de apparaatskosten, die zijn gemaakt voor de uitvoeringsactiviteiten in de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2026, en waarvoor bestuurlijke verplichtingen zijn aangegaan in de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025.

4.

De apparaatskosten zijn inclusief die apparaatskosten, die in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2026 worden gemaakt voor de regievoering van voorbereiding en uitvoering van uitvoeringsactiviteiten in de periode 1 januari 2024 tot en met 31 december 2030.

5.

De apparaatskosten maken voor ten hoogste 15 procent onderdeel uit van de specifieke uitkering over de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023.

Artikel 3. Hoogte van de uitkering

De specifieke uitkering bedraagt ten hoogste het bedrag, inclusief de BTW, opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Artikel 4. Aanvraag tot verlening
1.

Een specifieke uitkering wordt op aanvraag verstrekt.

2.

De aanvraag bevat in ieder geval:

3.

De aanvraag per provincie gaat vergezeld van een Provinciaal Uitvoeringsprogramma, inclusief begroting. De begroting geeft tevens inzicht in de omvang van de apparaatskosten.

4.

Het Provinciaal Uitvoeringsprogramma bevat in ieder geval:

5.

De uitvoeringsactiviteiten zijn additioneel aan de uitvoeringsactiviteiten, die worden uitgevoerd in het kader van het Natuurpact.

6.

De provincies kunnen aanvullende uitvoeringsactiviteiten opnemen in het Provinciaal Uitvoeringsprogramma. Deze kunnen in de plaats treden van uitvoeringsactiviteiten, die gedurende de looptijd geen doorgang kunnen vinden of pas na de looptijd kunnen worden uitgevoerd.

7.

De aanvraag tot verlening van een specifieke uitkering wordt ingediend in de periode vanaf de inwerkingtreding van deze regeling tot en met 18 juni 2021.

Artikel 5. Beslistermijn

De minister verleent de specifieke uitkering binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 6. Verplichtingen
1.

De provincie draagt er zorg voor dat de specifieke uitkering uitsluitend ten behoeve van uitvoeringsactiviteiten wordt besteed.

2.

De provincie besteedt de specifieke uitkering in de in de beschikking tot verlening opgenomen periode.

Artikel 7. Voorschot

De minister kan bij de verlening ambtshalve of op aanvraag besluiten tot het verstrekken van een of meerdere voorschotten voor de specifieke uitkering.

Artikel 8. Verantwoording en terugvordering
1.

De provincie legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

Indien uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de specifieke uitkering niet volledig is besteed aan uitvoeringsactiviteiten waarvoor deze is verstrekt, of onrechtmatig is besteed, kan de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door de minister worden teruggevorderd. De minister doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan de ontvanger van de specifieke uitkering.

3.

De provincie rapporteert jaarlijks op 1 mei over het voorafgaande jaar aan de minister. De rapportage bevat:

4.

De provincie draagt zorg voor monitoring van de categorieën maatregelen conform de afspraken in het Uitvoeringsprogramma Natuur. De provincie maakt hiertoe afspraken met de overige provincie en het Rijk, zodat eenduidige, optelbare informatie wordt verzameld en gerapporteerd over de toestand van de natuur en over het programmaverloop.

Artikel 9. Inwerkingtreding
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op aanvragen die op grond van deze regeling zijn ingediend en op specifieke uitkeringen die op grond van deze regeling zijn verleend of vastgesteld.

Artikel 10. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering Programma Natuur.

Bijlage. behorende bij artikel 3

Uitvoeringsprogramma Natuur Maximale bijdrage 2021 (inclusief BTW) Maximale bijdrage 2022 (inclusief BTW) Maximale bijdrage 2023 (inclusief BTW)
Groningen € 3.005.002 € 3.936.933 € 4.450.446
Fryslân € 11.861.850 € 15.540.525 € 17.567.550
Drenthe € 18.504.486 € 24.243.219 € 27.405.378
Overijssel € 18.504.486 € 24.243.219 € 27.405.378
Gelderland € 40.804.764 € 53.459.406 € 60.432.372
Flevoland € 2.530.528 € 3.315.312 € 3.747.744
Utrecht € 4.428.424 € 5.801.796 € 6.558.552
Noord-Holland € 11.071.060 € 14.504.490 € 16.396.380
Zuid-Holland € 7.433.426 € 9.738.729 € 11.008.998
Zeeland € 5.219.214 € 6.837.831 € 7.729.722
Noord-Brabant € 18.504.486 € 24.243.219 € 27.405.378
Limburg € 16.290.274 € 21.342.321 € 24.126.102
TOTAAL € 158.158.000 € 207.207.000 € 234.234.000
Uitvoeringsprogramma Natuur Maximale bijdrage 2021 (inclusief BTW) Maximale bijdrage 2022 (inclusief BTW) Maximale bijdrage 2023 (inclusief BTW)
--- --- --- ---
Groningen € 0 € 0 € 0
Fryslân € 0 € 0 € 0
Drenthe € 575.391 € 575.391 € 1.208.321
Overijssel € 4.131.012 € 4.131.012 € 8.675.126
Gelderland € 1.794.040 € 1.794.040 € 3.767.483
Flevoland € 0 € 0 € 0
Utrecht € 153.438 € 153.438 € 322.219
Noord-Holland € 457.362 € 457.362 € 960.460
Zuid-Holland € 41.310 € 41.310 € 86.751
Zeeland € 11.803 € 11.803 € 24.786
Noord-Brabant € 2.393.036 € 2.393.036 € 5.025.376
Limburg € 442.609 € 442.609 € 929.478
TOTAAL € 10.000.000 € 10.000.000 € 21.000.000

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.