Besluit van de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën van 7 april 2021, (nr. 2021-63951), houdende vaststelling van het Mandaatbesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-04-03
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 10:3, 10:9 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 4.6, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 en de artikelen 2, 3, 4, 7, 8, 10, 11 tot en met 16 van het Mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020, de hoofdstukken 5, 5A en 5B van het Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020 en het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021;

Besluit vast te stellen het navolgende Mandaatbesluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begrippen

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2. Volmacht en machtiging

Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:

Artikel 3. Mandaat bij afwezigheid/verhindering
1.

De taken en bevoegdheden van de gemandateerde kunnen ook worden uitgeoefend door een aangewezen plaatsvervanger. De aanwijzing van een plaatsvervanger geschiedt door de mandaatgever met inachtneming van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021 en in overeenstemming met de algemene leiding DGBD, de algemene leiding DGTSL of de algemene leiding DGD ten aanzien van de directeuren van de topstructuur DGBD, DGD en DGTSL.

De aanwijzing van een plaatsvervanger anders dan plaatsvervanger voor de directeuren van de topstructuur DGBD, DGD en DGTSL, geschiedt door de directeur van de topstructuur DGBD, DGD en DGTSL van het betreffende organisatieonderdeel met inachtneming van het Organisatiebesluit Directoraten-Generaal Belastingdienst, Toeslagen en Douane 2021.

2.

Bij gelijktijdige afwezigheid of verhindering van de gemandateerde en diens plaatsvervanger worden de taken volledig uitgeoefend door de naasthogere leidinggevende functionaris.

Artikel 4. Bevoegdheden bij het ontbreken van beslissingsbevoegde functionarissen

Indien beslissingsbevoegde functionarissen zoals bedoeld in dit besluit, in een onderdeel niet voorkomen behoren de bevoegdheden toe aan de naast hogere leidinggevende functionaris.

Artikel 5. Overleg met algemene leiding

Over vraagstukken die van politiek gevoelige of anderszins zwaarwegende aard zijn, treden mandaathouders in overleg met de algemene leiding DGBD, de algemene leiding DGTSL of de algemene leiding DGD, voordat van bevoegdheden gebruik wordt gemaakt.

Artikel 6. Ondertekening

De ondertekening van uitgaande stukken zal luiden als volgt:

Hoofdstuk 2. Mandaten

Artikel 7. Mandaat aan de directeuren van de topstructuur DGBD en de directie directeuren DGBD

De directeuren van de topstructuur DGBD en de directie directeuren DGBD hebben binnen het kader van de jaarcontracten en binnen eventueel door de staatssecretaris of namens de staatssecretaris door de algemene leiding van het ministerie of de algemene leiding DGBD gegeven richtlijnen mandaat ten aanzien van het nemen van besluiten en afdoen van stukken betreffende alle aangelegenheden die behoren tot hun werkterrein, tenzij bij wet anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.

Artikel 8. Budgethouderschap
1.

Conform het Mandaatbesluit Ministerie van Financiën 2020, verleent de DG voor de in artikelen 7 en 8 van het voornoemde mandaatbesluit genoemde bevoegdheden ondermandaat aan budgethouders.

2.

De directeuren van de topstructuur DGBD en directie directeuren DGBD worden gemandateerd door de DG om financiële verplichtingen aan te gaan. In een ondermandaat wordt de omvang ervan aangegeven.

3.

De directeuren DGD en DGTSL worden gemandateerd door de DGD respectievelijk de DGTSL om financiële verplichtingen aan te gaan. In een ondermandaat wordt de omvang ervan aangegeven.

4.

De leidinggevende functionarissen, zoals genoemd in bijlage 1, worden gemandateerd, voor zover het binnen het eigen werkterrein betreft, financiële verplichtingen aan te gaan. Deze verplichtingen zijn beperkt tot de maximumbedragen als genoemd in bijlage 1. Daarnaast geldt de restrictie dat een budgethouder niet meer mag verplichten dan het beschikbare budget.

5.

Verplichtingen van of boven het in artikel 4, aanhef en onder b, van Richtlijn 2014/24/EU genoemde bedrag exclusief btw worden alleen aangegaan mits er goedkeuring is van de (concern)controller van het DG of, ten aanzien van de DGBD, de (concern)directie Control & Financiën.

6.

Verplichtingen van of boven de € 10.000.000,– exclusief BTW worden alleen aangegaan mits er goedkeuring is van FEZ.

Artikel 9. Inkoop
1.

Raamovereenkomsten/overige verplichtingen: de budgethouder is bevoegd tot het aangaan van raamovereenkomsten zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012, alsmede tot het aangaan van andere financiële verplichtingen volgend uit de aanbestedingsprocedures zoals bedoeld in de Aanbestedingswet 2012. Het gunningsbesluit wordt door de budgethouder vastgesteld waarbij tevens machtiging wordt verleend aan de functionaris van de directie Inkoop van het DGBD conform de bevoegdheden genoemd in het tweede, derde en vierde lid.

2.

Overeenkomsten voortkomend uit een Europese aanbesteding (ongeacht het bedrag) worden ondertekend door de directeur van de de directie Inkoop van het DGBD, met uitzondering van diegenen die voortkomen uit Categoriemanagement. Het gunningsbesluit wordt door de budgethouder vastgesteld waarbij tevens machtiging wordt verleend aan de functionaris van de directie Inkoop van het DGBD.

3.

Overeenkomsten uit onderhandse aanbestedingen, mini-competities en contractmutaties worden ondertekend door een afdelingshoofd van de directie Inkoop van het DGBD of een teamleider van de afdeling Inkoopuitvoeringscentrum (hierna: ‘IUC’) na akkoord van de budgethouder. Een teamleider is bevoegd te ondertekenen tot het bedrag van een Europese aanbesteding. Overeenkomsten uit onderhandse aanbestedingen, mini-competities en contractmutaties met een bedrag hoger dan het bedrag van de Europese aanbesteding worden ondertekend door een afdelingshoofd van de directie Inkoop van het DGBD.

4.

Proces gerelateerde stukken worden door een afdelingshoofd van de directie Inkoop van het DGBD of de teamleider van de afdeling IUC getekend.

Artikel 10. Verplichtingen tot het leveren van dienstverlening

De directeuren van de organisatieonderdelen kunnen verplichtingen aangaan tot het leveren van dienstverlening door het DGBD, het DGTSL of het DGD onder de € 1 mln. inclusief eventuele BTW – materieel – aan externe partijen buiten de Belastingdienst (zowel aan partijen binnen de rechtspersoon Staat, als daarbuiten), na instemming met deze – aanvullende- dienstverlening door de DGBD, de DGTSL of de DGD conform de binnen de Rijksbelastingdienst geldende kaders daarvoor. Voor het aangaan van verplichtingen in de rol van concerndienstverlener (CDV) is het grensbedrag € 5 mln.

Het aangaan van verplichtingen tot het leveren van dienstverlening door het DGBD, het DGTSL of het DGD boven de € 1 mln., is voorbehouden aan de algemene leiding DGBD, de algemene leiding DGTSL of de algemene leiding DGD.

Artikel 11. Afwijkingen en uitzonderingen aanbestedingsprocedure

Aan de DG is voorbehouden te beslissen over het afwijken van de procedures als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012, alsmede over het toepassen van een uitzonderingsgrond als bedoeld in de artikelen 2.24 tot en met 2.24c van de Aanbestedingswet 2012.

Artikel 12. Personeelsbeslissingen
1.

Bij het maken van afspraken, afdoen van stukken en ondertekenen van uitgaande brieven door de verantwoordelijk leidinggevende met betrekking tot de in Bijlage 2 opgenomen personeelsaangelegenheden is voorafgaand advies van de directeur Organisatie & Personeel (O&P), of een door de directeur O&P aan te wijzen afdelingshoofd, vereist voor het DGBD, of is voorafgaand advies van de directeur Mensen & Middelen of een door de directeur Mensen & Middelen aan te wijzen afdelingshoofd vereist indien het het DGD betreft, of is voorafgaand advies van de directeur FIOD vereist indien het de FIOD betreft, of is voorafgaand advies van de directeur Mensen, Middelen & Communicatie of een door de directeur Mensen, Middelen & Communicatie aan te wijzen afdelingshoofd vereist indien het het DGTSL betreft.

2.

Bij het beslissen over verzoeken ten aanzien van het starten van een gerechtelijke procedure met betrekking tot personeelsaangelegenheden is voorafgaande goedkeuring door de directeur O&P voor het DGBD en FIOD vereist, of is voorafgaande goedkeuring door de directeur-generaal Toeslagen vereist indien het het DGTSL betreft, of is voorafgaande goedkeuring door de directeur-generaal Douane vereist indien het het DGD betreft

Artikel 13. Tijdelijke regeling ondermandaat voor DGTSL
1.

De directeur-generaal Toeslagen kan voor zijn werkterrein ondermandaat verlenen aan personen binnen het DGTSL.

2.

In een ondermandaat wordt de omvang ervan aangegeven.

Artikel 14. Mandaatregister

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.