Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 29 april 2021, nr. 26561189, houdende beleid over de wijze waarop de bevoegdheid wordt uitgeoefend tot het verlenen van het recht op diploma-erkenning voor niet-bekostigde beroepsopleidingen als bedoeld in artikel 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs (Beleidsregel diploma-erkenning niet-bekostigde beroepsopleidingen (2021))
Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
Besluit:
Artikel 1. Beoordelingskader
Bij de beoordeling van aanvragen tot het verlenen van het recht op diploma-erkenning voor niet-bekostigde beroepsopleidingen, het verlengen en het intrekken daarvan, als bedoeld in artikel 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs wordt gehandeld overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2. Intrekking vorige beleidsregels
De beleidsregels:
- a. Aanvraagprocedure diploma-erkenning bol/bbl voor niet bekostigde instellingen voor het beroepsonderwijs (Staatscourant 2015, 3374); en
- b. Procedures van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor het aanvragen van diploma-erkenning voor een beroepsopleiding, als bedoeld in artikel 7.1.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs (Staatscourant 2018, 69651), worden ingetrokken.
Artikel 3. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 4. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel aanvraagprocedure diploma-erkenning voor niet-bekostigde beroepsopleidingen (2021).
Bijlage. bij artikel 1: Beoordelingskader diploma-erkenning niet-bekostigde beroepsopleidingen
In deze beleidsregel wordt uitleg gegeven over het aanvragen, verlengen en intrekken van een diploma-erkenning voor niet-bekostigde beroepsopleidingen. Met een diploma-erkenning mogen instellingen een aangevraagde opleiding aanbieden en voor de betreffende opleiding een erkend diploma of certificaat uitreiken als een student aan de eisen daarvoor voldoet.
Inleiding
Bekostigde mbo-instellingen mogen (conform hoofdstuk 7 titel 2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, hierna WEB) een opleiding uit de landelijke kwalificatiestructuur (art. 7.2.4. WEB) zowel bekostigd als niet-bekostigd verzorgen in de beroepsopleidende leerweg (bol) en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Voor een roc (art. 1.3.1 WEB) geldt dat het aanbod moet passen in het macrodoelmatigheidsbeleid. Voor beroepscolleges (art. 1.3.2 WEB) geldt daarnaast dat zij alleen beroepsopleidingen mogen verzorgen indien deze zijn gericht op en in het belang zijn van (een) specifieke bedrijfstak(ken). Willen deze instellingen de opleidingen die zij al in de bolofbbl aanbieden echter ook in de derde leerweg aanbieden dan moeten zij hiervoor een diploma-erkenning aanvragen. Deze leerweg is niet-bekostigd onderwijs. Een niet-bekostigde instelling moet voor het aanbieden van iedere opleiding ongeacht leerweg een diploma-erkenning aanvragen. Een bekostigde instelling wordt voor zover zij een niet-bekostigde beroepsopleiding verzorgen aangemerkt als een niet-bekostigde instelling (art. 1.4.1, achtste lid, WEB).
Voor het verkrijgen van een diploma-erkenning moet de instelling aantonen dat de opleiding die zij gaat aanbieden voldoet aan de eisen van de WEB (art. 1.4.1, eerste lid, WEB). Een diploma-erkenning is mogelijk in drie leerwegen, te weten: bol, bbl en de derde leerweg.1Op de digitale aanvraagformulieren voor diploma-erkenning wordt in plaats van derde leerweg ook wel de term ovo gebruikt. Zowel nieuwe als bestaande instellingen binnen de mbo-sector kunnen een aanvraag voor een diploma-erkenning indienen via de website van DUO. De Inspectie van het Onderwijs (hierna Inspectie) adviseert de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (hierna minister) over het al dan niet honoreren van de aanvraag voor een diploma-erkenning van een instelling.
Aanvragen kunnen gedurende het hele jaar worden ingediend. De wettelijke behandeltermijn van een aanvraag is ten hoogste drie maanden (artikel 1.4.1, tweede lid, WEB) na ontvangst van een volledige aanvraag (met uitzondering van de gevallen bedoeld in artikel 4:15 Algemene wet bestuursrecht, hierna Awb). Wanneer de aanvraag voor een diploma-erkenning wordt gehonoreerd, volgt een aanmelding voor registratie in het centraal register beroepsonderwijs (hierna: crebo). Wanneer aan een vernieuwd kwalificatiedossier een nieuw crebonummer wordt toegekend, dient de instelling hiervoor opnieuw diploma-erkenning aan te vragen.
Deze beleidsregel bevat achtereenvolgens een schematische weergave van de aanvraagprocedure (A), een toelichting op de schematische weergave (B), informatie betreffende het verlengen en intrekken van een diploma-erkenning (C), aanvullende informatie (D) en een begrippenlijst (E).
A). Schematische weergave van de aanvraagprocedure
B). Toelichting op de schematische weergave
Een nieuwe instelling (die nog geen andere erkende beroepsopleidingen verzorgt) begint de aanvraagprocedure bij stap 1.1. Verzorgt de instelling al wel erkende opleidingen, dan start de procedure bij stap 1.2. Een instelling dient altijd een aanvraag in te dienen voor een volledige opleiding, ook al wordt voorzien dat in de praktijk alleen een deel daarvan wordt aangeboden.
Aanvraagprocedure 1: nieuwe instellingen en instellingen met waarschuwing
1.1. Een aanvraag indienen door nieuwe instellingen
Op het moment van het aanvragen van een diploma-erkenning dient een opleiding volledig ontwikkeld te zijn. Bij het digitale formulier ‘diploma-erkenning beroepsonderwijs voor startende instellingen’2Dit digitale formulier staat op de website van DUO. Per 14-01-2021 is het formulier te vinden op: https://duo.nl/zakelijk/middelbaar-beroepsonderwijs/niet-bekostigd-onderwijs/diploma-erkenning-aanvragen/derde-leerweg.jsp. moeten in elk geval de volgende gegevens gevoegd worden:
Op basis van het ingediende formulier en de bijgevoegde documenten bepaalt de minister op advies van de Inspectie of aan de WEB wordt voldaan. Een volledige aanvraag voor een diploma-erkenning door een nieuwe instelling wordt altijd integraal getoetst (stap 1.5).
1.2. Een aanvraag indienen voor bestaande instellingen
Een bestaande instelling gebruikt het digitale aanvraagformulier ‘diploma-erkenning beroepsonderwijs’.3Dit digitale formulier staat op de website van DUO. Per 14-01-2021 is het formulier te vinden op: https://duo.nl/zakelijk/middelbaar-beroepsonderwijs/niet-bekostigd-onderwijs/diploma-erkenning-aanvragen/overige-educatie.jsp. Heeft de instelling nog geen start-kwaliteitsonderzoekgehad, dan voegt de aanvrager de documenten a t/m j toe (zie tabel hieronder en voor een toelichting stap 1.1). Bij een instelling met een diploma-erkenning voor onbepaalde tijd geldt dat de toe te voegen documenten afhangen van de situatie(s) die van toepassing is (zijn). De Inspectie kan bij twijfel over kwaliteitsrisico’s tijdens het aanvraagproces altijd via DUO aanvullende informatie opvragen.
Na het indienen van de aanvraag volgt de controle of de instelling de afgelopen drie jaar een waarschuwing heeft ontvangen in het domein van de huidige aanvraag (zie stap 1.3).
1.3. Heeft de instelling in de afgelopen drie jaar een waarschuwing ontvangen in het opleidingsdomein van de huidige aanvraag
Indien de instelling in het opleidingsdomein van de huidige aanvraag in de afgelopen drie jaar geen waarschuwing (als bedoeld in artikel 6.1.5. WEB of artikel 6.2.3. WEB) heeft ontvangen van de minister, dan volgt stap 2.1. Heeft de instelling wel een waarschuwing in het opleidingsdomein van de huidige aanvraag gehad, dan wordt gekeken of de waarschuwing nog relevant is (stap 1.4).
1.4. Een bestaande instelling met een waarschuwing in het opleidingsdomein van de huidige aanvraag in de afgelopen drie jaar
Bij een bestaande instelling die een aanvraag indient in een opleidingsdomein waarvoor in de afgelopen drie jaar een waarschuwing is gegeven wordt integraal getoetst of er gerede twijfel is over de kwaliteit (stap 1.5). Indien blijkt dat de waarschuwing niet langer relevant is, dan volgt stap 2.1.
1.5. Integrale toetsing
Integrale toetsing betekent een inhoudelijke toetsing door de Inspectie op kwalitatieve aspecten (zie a t/m j bij stap 1.1 en 1.2) om vast te stellen of de aanvraag aan artikel 1.4.1. WEB voldoet.
Dit onderzoek kan zowel betekenen dossieronderzoek als een bezoek aan de instelling, ook als de instelling nog geen opleidingen verzorgt. Daarnaast neemt de Inspectie – indien van toepassing – eerdere ervaringen met rechtsvoorgangers van de instelling of het bevoegd gezag daarvan in haar beoordeling mee. De Inspectie brengt op basis van deze onderzoeken een advies aan de minister uit.
Bij de integrale toetsing van een aanvraag kunnen aanvullende gegevens noodzakelijk zijn. In dit geval stelt DUO, op voorstel van de Inspectie, de aanvrager op de hoogte welke gegevens het betreft en binnen welke termijn de aanvrager deze dient te verstrekken. Indien aanvullende gegevens worden gevraagd, heeft dit invloed op de doorlooptijd van de beoordeling (artikel 4:15 Awb). Daarnaast kan een aanvraag buiten behandeling worden gesteld, indien de verstrekte gegevens en bescheiden niet tijdig worden verstrekt of onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking (artikel 4:5, eerste lid, onderdeel c, en vierde lid Awb).
De uitkomst van integrale toetsing voor nieuwe instellingen en bestaande instellingen met een (relevante) waarschuwing in de afgelopen drie jaren kan zijn:
Aanvraagprocedure 2: bestaande instelling zonder waarschuwing in de afgelopen 3 jaar
Aanvraagprocedure 2 is van toepassing op bestaande instellingen zonder waarschuwing in de afgelopen drie jaar. Instellingen uit procedure 1 met een waarschuwing die buiten het opleidingsdomein van de huidige aanvraag valt (stap 1.3) of met een waarschuwing die niet meer leidt tot gerede twijfel over de kwaliteit (stap 1.4) stromen ook door naar deze procedure.
2.1. Actueel oordeel op bestuursniveau voor het kwaliteitszorgstelsel
Bij een positief oordeel op bestuursniveau voor het kwaliteitszorgstelsel van de instelling volgt stap 2.2. Bij een negatief oordeel volgt integrale toetsing (stap 2.3).
2.2. Een opleiding binnen het opleidingsdomein van de huidige aanvraag
Als de aanvraag voor een diploma-erkenning betrekking heeft op een opleidingsdomein waarin de instelling al opleidingen aanbiedt in de bol of bbl, dan volstaat een marginale toets. Of de aanvraag door DUO of de Inspectie wordt beoordeeld hangt af van stap 2.4. Bij aanvragen voor opleidingen buiten opleidingsdomeinen waar instellingen reeds de diploma-erkenningen hebben verkregen, moet opnieuw aangetoond zijn dat wordt voldaan aan de vereisten in de WEB. Voor deze aanvragen is daarom ook integrale toetsing nodig (stap 2.3).
2.3. Integrale toetsing
Zie stap 1.5 voor een beschrijving van de integrale toetsing.
2.4. De instelling biedt de aangevraagde opleiding al aan in de bol/bbl
Indien stap 2.1 en 2.2 een “ja” opleveren en de instelling de aangevraagde opleiding ook al aanbiedt in de bol of bbl, dan volstaat een marginale toets door DUO (stap 2.6). Zo niet, dan volgt een marginale toetsing door de Inspectie (stap 2.5).
2.5. Marginale toetsing door de Inspectie
Een marginale toetsing door de Inspectie volgt als de instelling al andere opleidingen aanbiedt binnen het opleidingsdomein van de huidige aanvraag (stap 2.2), maar de instelling de specifieke opleiding waarvoor zij een diploma-erkenning aanvraagt nog niet in de bol of bbl aanbiedt (stap 2.4). Marginale toetsing door de Inspectie bestaat uit een risicoanalyse op basis van onder meer de volgende vragen:
Op basis van de marginale toetsing wordt beoordeeld of in redelijkheid uit de aanvraag blijkt dat wordt voldaan aan de eisen van de WEB, waarna de uitkomst is: ofwel de diploma-erkenning voor onbepaalde tijd (stap 5) ofwel een integrale beoordeling is nodig (stap 2.3), waarbij mogelijk nadere gegevens worden opgevraagd door DUO op voorstel van de Inspectie.
2.6. Marginale toetsing door DUO
Een marginale toetsing door DUO bestaat uit een risicoanalyse op basis van onder meer de volgende vragen:
De uitkomst kan zijn: integrale toetsing door Inspectie is nodig om tot een besluit te komen (stap 2.3) of het besluit tot een diploma-erkenning voor onbepaalde tijd (stap 5).
3. Erkenning voor bepaalde tijd
Op grond van artikel 1.4.1, derde lid, WEB bestaat de mogelijkheid om aan instellingen die in de afgelopen drie jaar een waarschuwing hebben gehad (art. 6.1.5 WEB of art. 6.2.3 WEB) of aan nieuwe instellingen een diploma-erkenning voor anderhalf jaar (bepaalde tijd) toe te kennen. Alleen bij gerede twijfel bij de Inspectie of de instelling in staat is opleidingen van voldoende kwaliteit te realiseren, maakt de minister van deze bevoegdheid gebruik.
Wanneer een instelling de diploma-erkenning voor bepaalde tijd voor een opleiding verkrijgt (art. 1.4.1, derde lid, WEB), betekent dit dat de aangevraagde opleiding gedurende anderhalf jaar mag worden aangeboden en dat een erkend diploma of certificaat (art. 7.2.3 WEB) kan worden uitgereikt aan een student die aan de eisen hiervoor voldoet. Als de aanvraag tot diploma-erkenning is goedgekeurd, volgt automatisch een aanmelding voor registratie in het crebo. Dit register is publiek toegankelijk.4Het crebo is in te zien via de website van DUO, d.d. 14 januari op de pagina https://duo.nl/open_onderwijsdata/databestanden/mbo/crebo/. De diploma-erkenning voor bepaalde tijd, wordt na de periode van anderhalf jaar van rechtswege verlengd tot een diploma-erkenning voor onbepaalde tijd, tenzij de minister twee maanden voor het aflopen van de anderhalf jaar besluit om de diploma-erkenning in te trekken (art. 1.4.1, vierde lid, WEB). Zie hoofdstuk C voor meer informatie.
4. fwijzing
Bij een afwijzend besluit is er geen diploma-erkenning en geen bevoegdheid voor de instelling om voor de aangevraagde opleidingen diploma’s of certificaten uit te reiken voor (een onderdeel van) de opleiding, waarvoor de aanvraag is gedaan. Het bevoegd gezag van de instelling kan tegen dit besluit in bezwaar gaan.
5. Erkenning voor onbepaalde tijd
Wanneer een instelling de diploma-erkenning voor een opleiding verkrijgt, betekent dit dat de aangevraagde opleiding mag worden aangeboden en dat een erkend diploma (artikel 7.4.6 WEB) of certificaat (artikel 7.2.3 WEB) kan worden uitgereikt aan een student die aan de eisen hiervoor voldoet. Als de aanvraag voor de diploma-erkenning is goedgekeurd, volgt automatisch een registratie in het crebo. Onder hoofdstuk C wordt beschreven waar een instelling aan moet voldoen voor het verlengen van een diploma-erkenning voor onbepaalde tijd.
C). Verlengen en intrekken van een diploma-erkenning
De opleiding dient binnen één jaar na afgifte van de diploma-erkenning voor bepaalde tijd te starten, zodat de Inspectie tijdig de kwaliteit kan beoordelen. Om vast te stellen of een opleiding wordt verzorgd, wordt gekeken naar de inschrijving van studenten in het register onderwijsdeelnemers. Indien een opleiding niet binnen een jaar is gestart kan de minister uiterlijk twee maanden voordat de periode van anderhalf jaar is verstreken besluiten om de diploma-erkenning in te trekken (artikel 1.4.1, vierde lid, onderdeel c, WEB). Dit bevordert dat in het crebo alleen actieve opleidingen staan opgenomen. Inactieve opleidingen kunnen namelijk niet door de Inspectie worden beoordeeld. Uitgezonderd is een opleiding die tijdelijk niet verzorgd wordt. Daarvan heeft de Inspectie een historisch beeld van de kwaliteit. Zie verderop de paragraaf ‘Intrekken diploma-erkenning bij (tijdelijk) niet verzorgen opleiding’.
Na de periode van anderhalf jaar wordt de voorlopige diploma-erkenning automatisch (van rechtswege) verlengd naar onbepaalde tijd, tenzij er sprake is van een van de volgende situaties (art. 1.4.1, vierde lid, onderdelen a tot en met c, WEB):
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.