Regeling van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 23 april 2021, nr. 3301921, houdende een eenmalige specifieke uitkering voor gemeenten in verband met het treffen van maatregelen ter vermindering van overlast en criminaliteit veroorzaakt door asielzoekers in 2021 en 2022

Type Ministeriële regeling
Publication 2021-05-18
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet;

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Specifieke uitkering

De staatssecretaris kan in 2021 op aanvraag van een of meer gemeenten eenmalig een specifieke uitkering verstrekken ten behoeve van het treffen van maatregelen ter vermindering van overlast en criminaliteit veroorzaakt door asielzoekers buiten de (COA-)opvanglocatie.

Artikel 3. Aanvraag
1.

Een aanvraag bevat in ieder geval:

2.

De aanvraag heeft betrekking op kosten die zijn gemaakt tussen 1 januari 2021 en 31 mei 2022.

3.

De aanvraag wordt voor 1 oktober 2021 ingediend, met gebruikmaking van een door de Minister ter beschikking gesteld digitaal aanvraagformulier.

Artikel 4. Hoogte specifieke uitkering en wijze van verstrekking
1.

Voor het verlenen van uitkeringen aan gemeenten met minimaal 1500 opvangplekken is ten hoogste € 300.000 beschikbaar. Voor het verlenen van uitkeringen aan gemeenten met minder dan 1500 opvangplekken is ten hoogste € 700.000 beschikbaar. Artikel 4:25, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

2.

Elke gemeente met minimaal 1500 opvangplekken kan maximaal € 150.000 inclusief BTW aan specifieke uitkering ontvangen.

3.

Elke gemeente met minder dan 1500 opvangplekken kan maximaal € 50.000 inclusief BTW aan specifieke uitkering ontvangen.

4.

Indien meerdere gemeenten gezamenlijk een aanvraag indienen, wordt het van toepassing zijnde maximale bedrag aan specifieke uitkering als bedoeld in het tweede of derde lid bij elkaar opgeteld.

5.

De aanvragen die voldoen aan de in artikel 3 genoemde vereisten worden behandeld op volgorde van binnenkomst, waarbij alleen volledige aanvragen in behandeling worden genomen.

Artikel 5. Meldingsplicht

De gemeente die een specifieke uitkering heeft ontvangen is verplicht om onverwijld een schriftelijke melding te doen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de specifieke voorwaarden verbonden verplichtingen als bedoeld in artikel 2 zal worden voldaan.

Artikel 6. Vaststelling en verantwoording
1.

Nadat de staatssecretaris de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft ontvangen, stelt de staatssecretaris de uitkering binnen 22 weken overeenkomstig de verlening vast.

2.

De staatssecretaris kan de uitkering lager vaststellen, indien:

3.

De gemeenten nemen de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie in acht bij de besteding van de specifieke uitkering.

Artikel 7. Terugvordering

De staatssecretaris kan onverschuldigd uitgekeerde bedragen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, terugvorderen.

Artikel 8. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.