Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 25 mei 2021 nr. MBO/25782734, houdende beleid over de wijze waarop de bevoegdheid wordt uitgeoefend tot het verlenen van het recht op diploma-erkenning als bedoeld in artikel 1.4a.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor opleidingen overige educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b tot en met f, van de Wet educatie en beroepsonderwijs (Beleidsregel diploma-erkenning opleidingen overige educatie (2021))
Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 1.4a.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021 in werking treedt.
Artikel 1. Beleidsregel
De beleidsregel voor het beslissen op aanvragen tot het verlenen van het recht op diploma-erkenning als bedoeld in artikel 1.4a.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor opleidingen overige educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b tot en met f, van de Wet educatie en beroepsonderwijs wordt vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2. Intrekking vorige beleidsregel
De Aanvraagprocedure diploma-erkenning voor opleidingen Nederlandse taal en/of rekenen en digitale vaardigheden (overige educatie) van 5 oktober 2018 (Staatscourant 2018, 55481) wordt ingetrokken.
Artikel 3. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021 in werking treedt.
Artikel 4. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel diploma-erkenning opleidingen overige educatie (2021).
Bijlage. behorend bij artikel 1
Aanleiding
In deze beleidsregel wordt uitleg gegeven over de procedure voor het aanvragen van het recht op diploma-erkenning voor opleidingen overige educatie. Met opleidingen overige educatie worden de opleidingen als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b tot en met f, van de Wet educatie en beroepsonderwijs (hierna: WEB) bedoeld. Voor deze opleidingen kunnen op grond van artikel 7.3.3, eerste lid, van de WEB eindtermen worden vastgesteld. In dat geval kan voor die opleidingen ook een door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW) erkend diploma worden uitgereikt. Een instelling heeft hiervoor op grond van artikel 1.4a.1, eerste lid, van de WEB het recht op diploma-erkenning nodig.1Alleen voor de opleidingen ‘Nederlands als tweede taal I en II die opleiden voor het diploma Nederlands als tweede taal, bedoeld in het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal’ als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder c, van de WEB kan op dit moment geen diploma-erkenning worden aangevraagd. Zie ook onder paragraaf 1. Voor welke opleidingen overige educatie kan diploma-erkenning worden aangevraagd?, onder ‘Uitsluitingen’.
De eerdere Aanvraagprocedure diploma-erkenning voor opleidingen Nederlandse taal en/of rekenen en digitale vaardigheden (overige educatie) van 5 oktober 2018 (Staatscourant 2018, 55481) komt te vervallen, omdat er een aantal nieuwe opleidingen overige educatie is aangewezen: de taalschakeltrajecten.2Dit is gedaan door de Regeling digitale vaardigheden educatie 2018 te wijzigen. Daarbij is ook de citeertitel van deze regeling veranderd in: ‘Regeling aanwijzing opleidingen educatie’. Deze wijzigingsregeling wordt naar verwachting in mei 2021 gepubliceerd. Dit zijn opleidingen gericht op het begeleiden van anderstaligen (veelal inburgeringsplichtigen) richting het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), hoger beroepsonderwijs (hbo) of wetenschappelijk onderwijs (wo). De taalschakeltrajecten zijn aan deze nieuwe aanvraagprocedure toegevoegd. Daarnaast is in deze nieuwe aanvraagprocedure een aantal inhoudelijke en redactionele verduidelijkingen aangebracht ten opzichte van de vorige aanvraagprocedure.
1. Voor welke opleidingen overige educatie kan diploma-erkenning worden aangevraagd?
De opleidingen waarvoor een aanvraag ingediend kan worden, zijn:
De eindtermen voor deze opleidingen zijn opgenomen in bijlage 6 van de Regeling eindtermen 2013.
De eindtermen voor deze opleidingen zijn opgenomen in bijlage 7 van de Regeling eindtermen 2013.
De eindtermen voor deze opleidingen zijn opgenomen in bijlage 9 van de Regeling eindtermen 2013.
Voor de opleidingen ‘Nederlands als tweede taal I en II die opleiden voor het diploma Nederlands als tweede taal, bedoeld in het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal’ kan op dit moment geen diploma-erkenning worden aangevraagd. Dit zijn opleidingen overige educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder c, van de WEB. Op grond van artikel 12.5.2 van de WEB is artikel 7.4.11 van de WEB wat de examens van deze opleidingen betreft namelijk nog niet in werking getreden. Dit betekent dat de examens tot die tijd alleen kunnen worden afgenomen door het College voor Toetsen en Examens, dat vervolgens ook de diploma’s en certificaten uitreikt.
Verder vallen de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) niet onder het begrip ‘overige educatie’ en dus ook niet onder deze beleidsregel. Voor het aanvragen van het recht op diploma-erkenning voor een opleiding vavo geldt een separate aanvraagprocedure.3Een opleiding vavo is een opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder a, van de WEB en gericht op het halen van een diploma mavo, havo of vwo. Zie de Aanvraagprocedure diploma-erkenning voor opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo), Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Staatscourant 2015, 3460, te vinden op https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2015-3460.html.
2. Wie kan diploma-erkenning aanvragen?
Degene die eindverantwoordelijk is voor de opleiding vraagt de diploma-erkenning aan. De WEB noemt dit het ‘bevoegd gezag’ van een instelling.
Dit kan een uit ’s Rijks kas bekostigde mbo-instelling zijn die naast haar wettelijke taak een of meer opleidingen overige educatie wil verzorgen.4Artikel 1.4a.1, tweede lid, WEB. In dat geval is het bevoegd gezag de rechtspersoon die de instelling in stand houdt.
Het kan ook om een andere instelling dan een uit ’s Rijks kas bekostigde mbo-instelling gaan.5Artikel 1.4a.1, tweede lid, WEB. Meestal betreft deze categorie private ofwel niet-bekostigde instellingen, maar het kan bijvoorbeeld ook om een uit ’s Rijks kas bekostigde ho-instelling gaan. In dat geval is het bevoegd gezag eveneens de rechtspersoon die de instelling in stand houdt. Hierbij kan men denken aan het bestuur van een BV of, in het voorbeeld van de uit ’s Rijks kas bekostigde ho-instelling, het bestuur van een stichting. Een niet-bekostigde instelling kan ook in stand worden gehouden door een natuurlijke persoon in plaats van een rechtspersoon. Dan is deze natuurlijke persoon het bevoegd gezag.
3. Aanvraagformulier, inzend- en beslistermijn
Aanvragen voor diploma-erkenning moeten worden ingediend via het hiervoor bestemde aanvraagformulier op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO).6Te vinden op https://duo.nl/zakelijk/middelbaar-beroepsonderwijs/niet-bekostigd-onderwijs/diploma-erkenning-aanvragen/overige-educatie.jsp. Er zijn aparte aanvraagformulieren voor nieuwe instellingen die nog niet beschikken over een instellingscode en bestaande instellingen die al wel beschikken over een instellingscode. Een instellingscode is een code die door DUO aan een instelling wordt toegekend zodra deze een of meer erkende opleidingen mag verzorgen, (voorheen) ook bekend als BRIN-nummer.
Per aanvraagformulier kan diploma-erkenning aangevraagd worden voor meerdere opleidingen overige educatie tegelijk. Wel moeten in dat geval per opleiding de benodigde gegevens ingezonden worden (zie onder paragraaf 4. Verplicht in te zenden informatie).
Aanvragen kunnen gedurende het hele jaar worden ingediend en worden door DUO namens de minister van OCW in behandeling genomen. De wettelijke behandeltermijn van een aanvraag is ten hoogste drie maanden na ontvangst van de aanvraag.7Artikel 1.4a.1, vijfde lid, van de WEB. Wanneer de aanvraag niet binnen deze termijn kan worden afgehandeld, stelt DUO de instelling hiervan vóór het aflopen van de genoemde termijn op de hoogte en vermeldt daarbij de termijn waarbinnen de instelling het besluit wel tegemoet kan zien.8De beslistermijn wordt dan verdaagd op grond van artikel 4:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De beslistermijn kan bovendien worden opgeschort in de gevallen genoemd in artikel 4:5 en 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht.
4. Verplicht in te zenden informatie
Om voor diploma-erkenning in aanmerking te komen, moet de instelling informatie overleggen waaruit blijkt dat de instelling aan alle wettelijke eisen genoemd in artikel 1.4a.1, eerste lid, van de WEB zal voldoen. Het gaat hierbij om:
Hieronder is nader uitgewerkt welke informatie instellingen, naast een ingevuld aanvraagformulier, bij hun aanvraag dienen mee te zenden. Daarbij wordt een verschil gemaakt tussen nieuwe instellingen, bestaande instellingen die nog geen erkende opleiding overige educatie verzorgen en bestaande instellingen die al wel een of meer erkende opleidingen educatie verzorgen. Van bestaande instellingen zijn namelijk al meer gegevens bekend en heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) meestal al een beeld van de instelling.
Zoals gezegd kan per aanvraagformulier diploma-erkenning aangevraagd worden voor meerdere opleidingen overige educatie tegelijk. Wel moet in dat geval per opleiding de benodigde informatie worden meegezonden. Sommige documenten kunnen echter een algemeen of ‘opleidingsoverstijgend’ karakter hebben. Deze documenten hoeven maar één keer te worden meegezonden. De mee te zenden informatie is hieronder weergegeven in tabellen met daarin een aantal categorieën. De informatie hoeft echter niet per se op die manier te zijn gecategoriseerd of afgebakend; zo kan een deel van de informatie van de examencommissie bijvoorbeeld zijn opgenomen in de onderwijs- en examenregeling.
Nieuwe instellingen zijn instellingen die nog geen erkende opleidingen verzorgen en dus ook nog geen instellingscode hebben. Zij moeten de volgende informatie met de aanvraag meezenden:
1 Voor de taalschakeltrajecten geldt dat de instelling de examens voor Nederlands als tweede taal (Nt2) en Kennis van de Nederlandse maatschappij (KNM) niet zelf kan afnemen. Deze worden afgenomen door het College voor toetsen en examens respectievelijk het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Verder hoeven de leervaardigheden en vaardigheden voor opleidings- en beroepskeuze niet te worden geëxamineerd, maar is het aan de instelling om te bepalen of de deelnemer aan de betreffende eindtermen voldoet.
Met deze categorie instellingen worden instellingen bedoeld die reeds een of meer erkende opleidingen verzorgen en dus ook al een instellingscode hebben, maar nog géén erkende opleiding overige educatie verzorgen. Denk bijvoorbeeld aan een mbo- of ho-instelling die dit voor het eerst wil doen. Zij moeten de volgende informatie meezenden:
1 Voor de taalschakeltrajecten geldt dat de instelling de examens voor Nederlands als tweede taal (Nt2) en Kennis van de Nederlandse maatschappij (KNM) niet zelf kan afnemen. Deze worden afgenomen door het College voor toetsen en examens respectievelijk het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Verder hoeven de leervaardigheden en vaardigheden voor opleidings- en beroepskeuze niet te worden geëxamineerd, maar is het aan de instelling om te bepalen of de deelnemer aan de betreffende eindtermen voldoet.
Met deze categorie instellingen worden instellingen bedoeld die reeds een of meer erkende opleidingen overige educatie verzorgen en dus ook al een instellingscode hebben. Zij moeten de volgende informatie meezenden:
1 Voor de taalschakeltrajecten geldt dat de instelling de examens voor Nederlands als tweede taal (Nt2) en Kennis van de Nederlandse maatschappij (KNM) niet zelf kan afnemen. Deze worden afgenomen door het College voor toetsen en examens respectievelijk het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Verder hoeven de leervaardigheden en vaardigheden voor opleidings- en beroepskeuze niet te worden geëxamineerd, maar is het aan de instelling om te bepalen of de deelnemer aan de betreffende eindtermen voldoet.
5. Beoordeling aanvragen
Een aanvraag voor diploma-erkenning wordt per opleiding beoordeeld. De aanvraag wordt zoals gezegd door DUO namens de minister van OCW in behandeling genomen. Voorafgaand aan een beschikking wordt de aanvraag voor advies voorgelegd aan de inspectie. Na ontvangst van het advies van de inspectie beslist DUO over de aanvraag. De inspectie toetst de aanvraag integraal of marginaal. Voor welke toetsing de inspectie kiest, hangt ervan af of de inspectie zich een goed beeld kan vormen van en kan vertrouwen op de kwaliteit van de opleiding in de praktijk. De marginale toetsing gaat meestal iets sneller dan de integrale toetsing.
De informatie die u bij de aanvraag dient mee te zenden, is bij beide soorten toetsing hetzelfde (zie paragraaf onder 4. Verplicht in te zenden informatie). Ook kan de inspectie bij beide soorten toetsing om meer informatie vragen.
Bij een integrale toetsing beoordeelt de inspectie de bij de aanvraag meegezonden informatie uitgebreid en legt zij een bezoek aan de instelling af. De inspectie kan een integrale toetsing doen als:
De inspectie kan een marginale toetsing doen als een integrale toetsing op grond van de hiervoor genoemde situaties niet nodig is. Bij een marginale toetsing voert de inspectie in samenwerking met DUO een globale risicoanalyse uit door middel van dossieronderzoek. De inspectie kan dan bijvoorbeeld kijken naar de bij de aanvraag meegezonden informatie, maar ook naar eventuele signalen, de toezichtshistorie (inclusief die van een eventuele rechtsvoorganger), et cetera. De inspectie kan op basis van deze risicoanalyse alsnog besluiten om (op onderdelen) tot een integrale toetsing over te gaan en/of meer informatie op te vragen.
6.. Instellingscode en Registratie Instellingen en Opleidingen
Indien een nieuwe instelling een positieve beschikking ontvangt op een eerste aanvraag voor diploma-erkenning voor een opleiding, dan wordt door DUO een instellingscode toegekend.
Verder houdt DUO in het register Registratie Instellingen en Opleidingen (RIO) een aantal gegevens bij over instellingen die erkende opleidingen overige educatie verzorgen. Deze gegevens zijn voor iedereen te raadplegen op https://www.rio-onderwijs.nl. Het gaat om ten minste de volgende gegevens9Zie voor de precieze opsomming artikel 6a.1.1 van de WEB.:
7. Voorwaarden behouden diploma-erkenning en beëindiging diploma-erkenning van rechtswege
De inspectie zal na de start van de opleiding de uitvoering van het onderwijs, de examens en het stelsel van kwaliteitszorg en/of de naleving van (overige) wettelijke vereisten in de praktijk toetsen. Zoals gezegd is het bevoegd gezag hiervoor eindverantwoordelijk.10Dit geldt ook als het bevoegd gezag onderdelen van het onderwijsprogramma in de praktijk laat uitvoeren door derden. Om de diploma-erkenning te behouden, dient het bevoegd gezag ervoor te zorgen dat de opleiding altijd van voldoende kwaliteit is en voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 1.4a.1, eerste en zesde lid, van de WEB. Doet het bevoegd gezag dit niet, kan de minister na een waarschuwing de diploma-erkenning intrekken op grond van artikel 6a.1.2 en 6a.1.3 van de WEB. Een beschikking tot het intrekken van de diploma-erkenning houdt in dat aan de examens van de opleiding geen erkende diploma’s als bedoeld in artikel 7.4.6 van de WEB meer zijn verbonden. In de communicatie naar buiten toe zal de instelling dit dan ook kenbaar moeten maken.
Op grond van artikel 1.4a.1, zesde lid, van de WEB dient het bevoegd gezag jaarlijks vóór 15 oktober een opgave te verstrekken van de opleidingen overige educatie die zij verzorgt in het lopende studiejaar en heeft verzorgd in het daaraan voorafgaande studiejaar. Deze opgave kunnen instellingen doen bij de inspectie via het e-mailadres mbo_erkenningen@owinsp.nl. De inspectie geeft de informatie ook door aan DUO, die op basis daarvan eventueel het RIO kan bijwerken.
Indien een instelling langer dan een studiejaar een opleiding overige educatie niet heeft verzorgd, vervalt op grond van artikel 6a.1.4 van de WEB van rechtswege het recht op diploma-erkenning voor die opleiding. Indien een opleiding niet langer wordt aangeboden, dient de instelling dat zo spoedig te melden bij het Informatiecentrum onderwijs (Ico) van DUO via het e-mailadres ico@duo.nl.
8. Fusie en overdracht van rechten
Diploma-erkenning wordt verleend aan het bevoegd gezag van een instelling. Als de relatie tussen dat bevoegd gezag en de instelling dan wel de opleiding waarvoor diploma-erkenning verleend is, verbroken wordt, vervalt daarmee de diploma-erkenning. In dat geval wordt de registratie van de diploma-erkenning uit het RIO verwijderd en moet er door het nieuwe bevoegd gezag opnieuw diploma-erkenning worden aangevraagd. De volgende situaties kunnen zich voordoen, waarbij telkens is aangegeven of er wel of niet opnieuw diploma-erkenning moet worden aangevraagd:
Deze beleidsregel zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.