Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 31 mei 2021, nr. 2021-0000136391, houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van subsidie aan gebouweigenaren in het aardbevingsgebied in de provincie Groningen ten behoeve van verduurzaming, onderhoud en verbetering van het gebouw (Subsidieregeling verduurzaming, onderhoud en verbetering gebouwen aardbevingsgebied Groningen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-04-02
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 2, eerste lid, onderdeel e, van de Kaderwet overige BZK-subsidies, de artikelen 6, vierde en vijfde lid, onderdeel b, zevende lid, 8, eerste en tweede lid, 11, eerste tot en met derde lid, 13, onderdeel c, 14, 16, eerste lid van het Kaderbesluit BZK-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Subsidieverstrekking
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de kosten van een verduurzamingsmaatregel aan de eigenaar van een gebouw, voor zover dat gebouw:

2.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de kosten van een verduurzamingsmaatregel, voor onderhoud of voor verbetering aan de eigenaar van een gebouw, voor zover dat gebouw:

3.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de kosten van een verduurzamingsmaatregel, voor onderhoud of voor verbetering aan de eigenaar van een gebouw, voor zover dat gebouw:

4.

De subsidie, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, wordt verstrekt per adres zoals dat bestond op 6 november 2020.

5.

Per adres kan meerdere keren subsidie op grond van deze regeling worden verstrekt, met dien verstande dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan het toepasselijke bedrag, genoemd in artikel 8, eerste, tweede of derde lid.

6.

Op grond van deze regeling kan ook subsidie worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in het eerste tot en met derde lid die ook uit anderen hoofde zijn of worden gesubsidieerd of gefinancierd.

7.

Aanvragen om subsidie op grond van het eerste en tweede lid kunnen worden ingediend vanaf 1 juni 2021 tot en met 31 mei 2031.

8.

Aanvragen om subsidie op grond van het derde lid kunnen worden ingediend vanaf 1 juli 2021 tot en met 5 juli 2021 en vervolgens op 10 januari 2022.

9.

Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met een formulier dat beschikbaar is gesteld op de website van Samenwerkingsverband Noord-Nederland.

Artikel 3. De aanvraag

In plaats van de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 11, derde lid, van het Kaderbesluit, bevat een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste, tweede of derde lid, of artikel 2a ten minste:

Artikel 4. Subsidiabele kosten bij verduurzaming

De subsidiabele kosten voor een verduurzamingsmaatregel zijn de kosten voor de volgende verduurzamingsmaatregelen in of aan het gebouw en voor zover relevant, met inbegrip van bijgebouwen op het erf van de aanvrager:

Artikel 5. Subsidiabele kosten voor onderhoud

De subsidiabele kosten voor onderhoud zijn de kosten voor onderhoud in of aan het gebouw en voor zover relevant, met inbegrip van bijgebouwen op het erf van de aanvrager.

Artikel 6. Subsidiabele kosten voor verbetering

De subsidiabele kosten voor verbetering van het gebouw zijn de kosten voor verbeteringen in of aan een gebouw en voor zover relevant, met inbegrip van bijgebouwen op het erf van de aanvrager, die niet tot de inboedel behoren.

Artikel 7. Subsidiabele kosten vóór indiening van de aanvraag

In afwijking van artikel 6, vijfde lid, onderdeel a, van het Kaderbesluit, komen de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste tot en met het derde lid en artikel 2a, tevens voor subsidie in aanmerking indien deze zijn betaald vóór de indiening van de aanvraag doch na 6 november 2020.

Artikel 8. Hoogte van de subsidie
1.

De subsidie op grond van artikel 2, eerste lid, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 7.000,–.

2.

De subsidie op grond van artikel 2, tweede lid, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 17.000,–.

3.

De subsidie op grond van artikel 2, derde lid, of artikel 2a bedraagt 100% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 10.000,–.

Artikel 9. Vaststelling van de subsidie
1.

Bij de verstrekking van een subsidie op grond van deze regeling wordt toepassing gegeven aan artikel 16, tweede lid, onderdeel b, van het Kaderbesluit.

2.

In afwijking van het eerste lid wordt bij de subsidieverstrekking toepassing gegeven aan artikel 16, tweede lid, onderdeel a, van het Kaderbesluit, indien de activiteiten waarvoor de subsidie met toepassing van artikel 7 wordt verstrekt ten tijde van de aanvraag reeds zijn afgerond.

Artikel 10. Afwijzingsgronden

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 12 en 13 van het Kaderbesluit, wijst de minister een aanvraag gedeeltelijk af, indien de toe te kennen subsidie samen met andere subsidies die de aanvrager heeft ontvangen of nog zal ontvangen het maximum van 100% van de subsidiabele kosten van de betreffende activiteit overstijgt.

Artikel 11. Subsidieplafonds
1.

Het subsidieplafond voor aanvragen op grond van artikel 2, eerste en tweede lid is € 261.884.000.

2.

Het subsidieplafond voor aanvragen op grond van artikel 2, derde lid, is:

3.

Het subsidieplafond voor aanvragen op grond van de artikelen 2a en 2b, is van 6 juli 2022 tot en met 31 december 2030: € 232.800.000.

4.

De minister verdeelt de subsidieplafonds, genoemd in het eerste en het tweede lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.