← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 3 juni 2021, houdende regels ter uitvoering van de Alcoholwet

Geldende tekst a fecha 2022-11-29

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 1 maart 2021, kenmerk 1818247-217500-WJZ, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Veiligheid;

Gelet op de artikelen de artikelen 1, eerste lid, 8, tweede lid, 20a, eerste lid, 25e en 44b, eerste en vierde lid, van de Alcoholwet, artikel 257b van het Wetboek van Strafvordering, artikel 2, tweede lid, en 9, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, artikel 18, eerste lid, van de Wet politiegegevens, artikel 30c, derde lid, en 30d, vierde lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 10, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 4.3, eerste lid, van de Omgevingswet1Stb. 2016, 156.;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 21 april 2021, no. W13.21.0052/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 31 mei 2021, kenmerk 2363368-1006301-WJZ, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Veiligheid;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1

In dit besluit en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Omschrijving slijtersbedrijf

Artikel 2.1

Als handelingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder slijtersbedrijf, van de wet worden aangewezen: het bedrijfsmatig aan particulieren verkopen van drinkglaswerk, schenkmandjes, kurkentrekkers, wijnrekjes, afsluitmiddelen voor flessen, koolzuurflessen, koolzuurcapsules, wijnkoelers, shakers, draagtassen, koelboxen en -tassen, onderzetters, papieren servetten, cocktailprikkers, schenkkurken, alsmede van voorlichtingsmaterialen over wijn, cocktails, longdrinks en borrelhapjes en van andere dergelijke voorlichtingsmaterialen, een en ander voor zover die verkoop geen overwegend bestanddeel van de bedrijfsuitoefening in de inrichting uitmaakt.

Artikel 2.2

Als handeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder slijtersbedrijf, van de wet, wordt eveneens aangewezen het bedrijfsmatig verhuren van biertapinstallaties, glaswerk en party-meubilair, een en ander voor zover die verhuur geen overwegend bestanddeel van de bedrijfsuitoefening in de inrichting uitmaakt.

Hoofdstuk 3. Eisen zedelijk gedrag leidinggevende

Artikel 3.1
1.

Een leidinggevende voldoet aan de in dit hoofdstuk gestelde eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag.

2.

Met de eisen ter zake van het zedelijk gedrag als bedoeld in dit besluit worden gelijkgesteld de eisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een niveau van zedelijk gedrag waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.

Artikel 3.2

Een leidinggevende is niet met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld.

Artikel 3.3
1.

Een leidinggevende is niet binnen de laatste vijf jaar wegens een misdrijf onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden door de rechter in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten.

2.

Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld een onherroepelijke veroordeling tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten.

3.

Met een veroordeling tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke vrijheidsstraf.

4.

De periode van vijf jaar, genoemd in het eerste lid, wordt:

Artikel 3.4
1.

Onverminderd artikel 3.3, is een leidinggevende niet binnen de laatste vijf jaar bij meer dan één uitspraak onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,– of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, onder a, van het Wetboek van Strafrecht wegens dan wel mede wegens overtreding van:

2.

Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ter zake van een overtreding als bedoeld in het eerste lid, tenzij de geldsom € 375,– of minder bedraagt.

3.

Met een veroordeling tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,– of meer als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf.

4.

Artikel 3.3, vierde lid, is van toepassing.

5.

De bedragen, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, worden elke twee jaar, met ingang van 1 januari van een jaar, bij ministeriële regeling, aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex sinds de vorige aanpassing van deze bedragen. Bij deze aanpassing wordt het geldbedrag op een veelvoud van € 5,– naar beneden afgerond.

Artikel 3.5
1.

Een leidinggevende is binnen de laatste vijf jaar geen leidinggevende geweest van een inrichting waarvan de vergunning is ingetrokken op grond van artikel 31, eerste lid, onder c, van de wet of die voor ten minste een maand is gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet of van artikel 174 Gemeentewet of van een op grond van artikel 149 van de Gemeentewet vastgestelde verordening, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.

2.

Artikel 3.3, vierde lid, is van toepassing.

Artikel 3.6

Voor de berekening van de laatste vijf jaar, bedoeld in artikel 3.3, 3.4 en 3.5, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee.

Hoofstuk 4. Sociale hygiëne

Artikel 4.1

Leidinggevenden beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot:

Artikel 4.2

Leidinggevenden beschikken over de kennis en het inzicht nodig om hun bedrijfsvoering af te stemmen op hun doelgroepen en het bedrijf te exploiteren met inachtneming van de bijzondere maatschappelijke verantwoordelijkheid die zij hebben.

Hoofdstuk 5. Verkoop op afstand

Artikel 5.1

Een leeftijdsverificatiesysteem als bedoeld in artikel 20a, eerste lid, onderdeel a, van de wet:

Artikel 5.2
1.

Een geborgde werkwijze als bedoeld in artikel 20a, eerste lid, onderdeel b, van de wet bevat ten minste een concrete beschrijving van de wijze waarop:

2.

De beschrijving van de geborgde werkwijze is op elk moment actueel.

Hoofdstuk 6. Proeverijen in slijtlokaliteiten

Artikel 6.1
1.

Een proeverij als bedoeld in artikel 25e van de wet voldoet aan de volgende eisen:

2.

Tijdens een proeverij is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende en alcoholvrije drank te verstrekken voor gebruik elders dan ter plaatse, met uitzondering van alcoholhoudende en alcoholvrije drank die in het kader van die proeverij is verstrekt voor gebruik ter plaatse aan de deelnemers van de proeverij.

Hoofdstuk 7. Bestuurlijke boete

Artikel 7.1

Als bijlage als bedoeld in artikel 44b, eerste lid, van de wet wordt vastgesteld de bij dit besluit behorende bijlage.

Artikel 7.2
1.

Voor in de bijlage omschreven overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens de wet, bepaalt het in de kolommen I en II opgenomen bedrag de bestuurlijke boete die opgelegd kan worden.

2.

Het bedrag van de op te leggen boete wordt elke twee jaar, met ingang van 1 januari van een jaar, bij ministeriele regeling aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex sinds de vorige aanpassing van dit bedrag. Bij deze aanpassing wordt dit bedrag op een veelvoud van € 5 naar beneden afgerond.

Artikel 7.3
1.

Het in kolom I van de bijlage genoemde bedrag geldt voor de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op de dag waarop de overtreding is begaan minder dan vijftig werknemers telde.

2.

Het in kolom II van de bijlage genoemde bedrag geldt voor de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op de dag waarop de overtreding is begaan vijftig of meer werknemers telde.

3.

Het in de kolommen I en II opgenomen bedrag van de bestuurlijke boete wordt met 50% verhoogd, indien aan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend, door de burgemeester of Onze Minister een bestuurlijke boete is opgelegd wegens overtreding van hetzelfde artikel van de wet en er nog geen twaalf maanden zijn verlopen sinds die eerdere bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.

4.

Het in de kolommen I en II opgenomen bedrag van de bestuurlijke boete wordt met 100% verhoogd, indien aan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend, door de burgemeester of Onze Minister tweemaal of vaker een bestuurlijke boete is opgelegd wegens overtreding van hetzelfde artikel van de wet en er nog geen twaalf maanden zijn verlopen sinds de eerste van die bestuurlijke boetes onherroepelijk is geworden.

Hoofdstuk 8. Overige bepalingen

Artikel 8.1

Wijzigt het Besluit OM-afdoening.

Artikel 8.2

Wijzigt het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens.

Artikel 8.3

Wijzigt het Besluit politiegegevens.

Artikel 8.4

Wijzigt het Speelautomatenbesluit 2000.

Artikel 8.5

Wijzigt het Vreemdelingenbesluit 2000.

Artikel 8.6

Wijzigt het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 8.7

Wijzigt het Bouwbesluit 2012.

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 9.1

De volgende besluiten worden ingetrokken:

Artikel 9.2

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2021.

Artikel 9.3

Dit besluit wordt aangehaald als: Alcoholbesluit.

Bijlage. als bedoeld in artikel 7.1

Overtreding Boetebedrag (€) Boetebedrag (€)
I II
Categorie A Artikel 3 (als de vergunning nog niet is verleend) Artikel 4, vijfde lid Artikel 9, derde lid Artikel 9, vierde lid Artikel 20, derde lid Artikel 29, derde lid Artikel 35, vierde lid 680 1360
Categorie B Artikel 4, eerste lid Artikel 12, eerste lid Artikel 12, tweede lid Artikel 14, eerste lid Artikel 14, tweede lid Artikel 14a Artikel 15, eerste lid Artikel 15, tweede lid Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18, derde lid Artikel 19, eerste lid Artikel 19, tweede lid Artikel 24, eerste lid Artikel 24, tweede lid Artikel 24, derde lid Artikel 25a, eerste lid Artikel 25b, eerste lid Artikel 25c, eerste lid Artikel 25d, eerste lid Artikel 35, tweede lid 1020 2040
Categorie C Artikel 2, tweede lid Artikel 2a, eerste lid Artikel 2a, tweede lid Artikel 3 (als de vergunning niet is aangevraagd of is geweigerd) Artikel 13, eerste lid Artikel 13, tweede lid Artikel 18, eerste lid Artikel 20, eerste lid Artikel 20, tweede lid Artikel 20a, derde lid Artikel 20a, vierde lid Artikel 22, eerste lid, onder a Artikel 22, eerste lid, onder b Artikel 22, eerste lid, onder c Artikel 22, tweede lid, onder a Artikel 22, tweede lid, onder b Artikel 25, eerste lid, onder a Artikel 25, eerste lid, onder b Artikel 25, tweede lid Artikel 25, derde lid Artikel 38 1360 2720

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.