Besluit van 17 juni 2021, houdende regels inzake aangewezen kunststofproducten voor eenmalig gebruik, producten van oxo-degradeerbare kunststoffen en kunststofhoudend vistuig en houdende wijziging van het Besluit beheer verpakkingen 2014 (Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik)

Type AMvB
Publication 2024-12-31
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 28 januari 2021, nr. IENW/BSK-2020/251277, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu (PbEU 2019, L 155) en gelet op artikel 9.5.2 van de Wet milieubeheer;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van, nr. W17.21.0036/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 14 juni 2021, nr. IENW/BSK-2021/123817, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. (begripsbepalingen)

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2. (handelsverbod)
1.

Het is verboden producten vervaardigd uit oxo-degradeerbare kunststoffen en de volgende kunststofproducten voor eenmalig gebruik in Nederland in de handel te brengen:

2.

De verkooppunten van rietjes die een medisch hulpmiddel zijn, kunnen in aantal, type of in de wijze van verkoop worden beperkt.

Artikel 3. (markeringsvoorschriften)
1.

Dit artikel is van toepassing op de producent van de volgende kunststofproducten voor eenmalig gebruik:

2.

De producent voorziet in overeenstemming met verordening (EU) 2020/2151 de verpakkingen van een product als bedoeld in het eerste lid van markeringen waarmee opvallende, duidelijk leesbare en onuitwisbare informatie wordt verstrekt over:

Artikel 4. (uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vochtige doekjes en ballonnen)
1.

Producenten van vochtige doekjes en van ballonnen die kunststof bevatten, niet zijnde ballonnen voor industriële of andere professionele toepassingen, zijn verantwoordelijk voor het bijdragen aan vermindering van het zwerfafval van die producten in het milieu en het dekken van de kosten van ten minste de volgende maatregelen:

2.

Een in Nederland gevestigde producent die producten als bedoeld in het eerste lid in een andere lidstaat verkoopt, wijst in die andere lidstaat een gemachtigde vertegenwoordiger aan, die verantwoordelijk is voor het naleven van de verplichtingen van de producent die voortvloeien uit de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ter implementatie van EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik in die andere lidstaat.

Artikel 5. (uitgebreide producentenverantwoordelijkheid tabaksproducten)
1.

Producenten van tabaksproducten met kunststofhoudende filters en kunststofhoudende filters die worden verkocht voor gebruik in combinatie met tabaksproducten zijn met ingang van 5 januari 2023 verantwoordelijk voor het bijdragen aan vermindering van het zwerfafval van die tabaksproducten in het milieu door de kosten te dekken van de overheidsmaatregelen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a en b, alsmede de kosten voor de openbare inzamelsystemen voor het afval van die producten, het plaatsen en exploiteren daarvan.

2.

Producenten als bedoeld in het eerste lid leveren met ingang van het daarvoor vastgestelde kalenderjaar aan Onze Minister gegevens over afval van die producten in overeenstemming met het daarvoor geldende format.

3.

Een in Nederland gevestigde producent die producten als bedoeld in het eerste lid in een andere lidstaat verkoopt, wijst in die andere lidstaat een gemachtigde vertegenwoordiger aan, die verantwoordelijk is voor het naleven van de verplichtingen van de producent die voortvloeien uit de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ter implementatie van EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik in die andere lidstaat.

Artikel 6. (minimum inzamelingspercentage voor kunststofhoudend vistuig)
1.

Producenten van kunststofhoudend vistuig zijn verantwoordelijk voor de inzameling van een jaarlijks minimumpercentage afval van kunststofhoudend vistuig, dat voor 2022 tenminste 23% bedraagt van door hen in dat jaar in Nederland in de handel gebracht kunststofhoudend vistuig en voor de jaren 2023 tot en met 2027 per jaar 3% hoger ligt.

2.

Onze Minister kan het percentage met ten hoogste 10% naar boven of naar beneden bijstellen voor 2022 en dat voor de jaren 2023 tot en met 2027 jaarlijks met ten hoogste 3%, indien de resultaten of verwachtingen van de haalbaarheid daarvan daartoe aanleiding geven.

3.

Het jaarlijks minimumpercentage afval van kunststofhoudend vistuig, bedoeld in het eerste lid, geldt na inwerkingtreding van artikel 7 ook als nationaal jaarlijks minimuminzamelingspercentage als bedoeld in artikel 8, achtste lid, van EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik.

Artikel 7. (uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor kunststofhoudend vistuig)
1.

De producenten van kunststofhoudend vistuig dekken de kosten van de volgende maatregelen:

2.

Een in Nederland gevestigde producent die kunststofhoudend vistuig in een andere lidstaat verkoopt, wijst in die lidstaat een gemachtigde vertegenwoordiger aan, die verantwoordelijk is voor het naleven van de verplichtingen van de producent die voortvloeien uit de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid ter implementatie van EU-richtlijn kunststofproducten voor eenmalig gebruik in die andere lidstaat.

3.

Producenten van kunststofhoudend vistuig leveren met ingang van het daarvoor vastgestelde kalenderjaar in overeenstemming met het daarvoor geldende format aan Onze Minister de gegevens aan over de door hen jaarlijks in Nederland in de handel gebrachte hoeveelheid kunststofhoudend vistuig en ingezameld afval van dat vistuig door havenontvangstvoorzieningen of door gelijkwaardige inzamelsystemen die niet onder de richtlijn havenontvangstvoorzieningen vallen.

Artikel 8

Wijzigt het Besluit beheer verpakkingen 2014.

Artikel 9. (inwerkingtreding)
1.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 3 juli 2021. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 2 juli 2021, treedt het besluit in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

2.

In afwijking van het eerste lid:

Artikel 10. (citeertitel)

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.