← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van de Minister voor Rechtsbescherming van 17 juni 2021 nr. BOACAT2021/018, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij regionale eenheid Oost-Brabant, afdeling gemeenschappelijke Bob-kamer

Geldende tekst a fecha 2024-07-10

Gelezen het verzoek van regionale eenheid Oost-Brabant van 3 mei 2021 en de adviezen van de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Brabant en de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;

Gelet op:

artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;

artikel 36, eerste lid, en artikel 41, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

artikel 17, eerste lid, aanhef en onder 2, van de Wet op de economische delicten;

de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar;

de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

Als buitengewoon opsporingsambtenaar worden aangewezen:

Artikel 3
1.

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein VI, Generieke Opsporing, als genoemd in onderdeel 11.4 van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.

2.

De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.

3.

De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.

Artikel 4

Op grond van dit besluit kunnen maximaal 15 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

Artikel 5
1.

Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Brabant.

2.

Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.

Artikel 6
1.

De korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012 brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:

2.

Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5 bedoelde toezichthouder en direct toezichthouder en aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid, Justis, afdeling V&T, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.

3.

Aan de buitengewoon opsporingsambtenaar wordt op grond van het gestelde in het onderdeel Beperkte opsporingsbevoegdheden van bijlage H van de Beleidsregels Buitengewoon opsporingsambtenaar, ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 7

De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 9 genoemde besluit, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van dit besluit.

Dit artikel brengt geen wijziging in de resterende looptijd van de afgegeven aktes.

Artikel 8

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale eenheid Oost-Brabant, afdeling gemeenschappelijke Bob-kamer 2017 van 25 januari 2017, nr. BOACAT2017/004 zal vervallen op 25 januari 2022.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 25 januari 2022 en vervalt met ingang van 25 januari 2027.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale eenheid Oost-Brabant, afdeling gemeenschappelijke Bob-kamer 2021.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.