← Geldende tekst · Geschiedenis

Tijdelijke deelregeling programmeringsbijdrage Drenthe, Flevoland en Zeeland

Geldende tekst a fecha 2021-06-29

Gelet op artikel 10 lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid en artikel 2 van het Algemeen Reglement van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Aanvraag
1.

De aanvraag wordt digitaal ingediend.

2.

De aanvrager maakt gebruik van door het bestuur opgestelde formulieren.

3.

Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier tijdig is ontvangen door het Fonds Podiumkunsten en vergezeld gaat van de op het formulier vermelde bijlagen.

Artikel 1.3. Procedure
1.

Het bestuur kan advies vragen over ingediende aanvragen. Adviseurs beoordelen de aan hen voorgelegde aanvragen en verzoeken met inachtneming van het bepaalde in deze regeling.

2.

Het bestuur informeert de aanvrager binnen 13 weken na de uiterlijke indiendatum schriftelijk over zijn besluit. Als voor de motivering van het besluit wordt verwezen naar een over de aanvraag uitgebracht advies wordt de tekst van het advies aan de aanvrager toegezonden.

Artikel 1.4. Subsidieplafond
1.

Het bestuur kan een of meer subsidieplafonds vaststellen.

2.

Het bestuur kan eerder vastgestelde subsidieplafonds verhogen of verlagen.

3.

Besluiten als bedoeld in het eerste en tweede lid worden bekendgemaakt via de website van het Fonds Podiumkunsten.

Artikel 1.5. Verdeling budget

Op basis van de criteria worden per provincie maximaal twee aanvragen gehonoreerd.

Artikel 1.6. Algemene weigeringsgronden

Het bestuur kan, onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, subsidie weigeren:

Paragraaf 2. Programmeringsbijdrage Drenthe, Flevoland en Zeeland

Artikel 2.1. Doel

Het bestuur verstrekt de programmeringsbijdrage voor voorstellingen in theaters om bij te dragen aan een kwalitatief goed en veelzijdig podiumkunstenaanbod in delen van het land waar het Fonds nog geen of weinig theaters voor dit doel ondersteunt.

Artikel 2.2. Aanvrager

Een aanvraag kan worden gedaan door een rechtspersoon die artistiek en financieel eindverantwoordelijk is voor de programmering van een of meer theaterzalen in Drenthe, Flevoland of Zeeland.

Artikel 2.3. Subsidieaanvraag
1.

Een aanvraag kan worden gedaan voor het programmeren van een of meer theaterzalen waarin dans, theater of muziektheater wordt getoond, eventueel in combinatie met muziek.

2.

Het indienen van een aanvraag is alleen mogelijk als de aanvrager kan aantonen dat

3.

Het bestuur kan besluiten om een aanvraag in behandeling te nemen die niet voldoet aan de vereisten uit lid 2 als de aanvrager slechts in zeer beperkte mate niet voldoet aan die vereisten.

4.

Als peiljaar geldt het kalenderjaar 2019.

5.

Een aanvraag heeft betrekking op het kalenderjaar 2022.

6.

Aanvragen worden in één gezamenlijke ronde behandeld.

Artikel 2.4. Beoordeling

Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

Artikel 2.5. Hoogte subsidie
1.

De subsidie bedraagt minimaal € 26.250 en maximaal € 52.500 per jaar.

2.

De hoogte van de subsidie wordt vastgesteld op basis van de aard en omvang van de activiteiten.

Paragraaf 3. Overige bepalingen

Artikel 3.1. Aan de subsidie verbonden verplichtingen
1.

De ontvanger van de subsidie meldt onverwijld aan het bestuur van het Fonds Podiumkunsten als:

2.

De ontvanger van de subsidie plaatst het logo of de naam van het Fonds Podiumkunsten op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten en stuurt exemplaren van drukwerk dat betrekking heeft op de officiële programmagegevens aan het Fonds Podiumkunsten.

3.

Het bestuur kan bij beschikking andere dan de in het eerste en tweede lid opgenomen verplichtingen aan de subsidie verbinden.

Artikel 3.2. Intrekking van de subsidie
1.

Als op enig moment blijkt dat niet is voldaan aan een enige verplichting, kan het bestuur de subsidie lager vaststellen of intrekken.

2.

De instelling wordt vooraf geïnformeerd over een voornemen tot lagere vaststelling of intrekking van de subsidie.

Artikel 3.3. Begrotingsvoorbehoud

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 3.4. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 3.5. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke deelregeling programmeringsbijdrage Drenthe, Flevoland en Zeeland.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.