Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 18 juni 2021, nr. 28415868, houdende andere bijdragen van studenten in het hoger onderwijs (Regeling andere bijdragen van studenten in het hoger onderwijs)

Type Ministeriële regeling
Publication 2021-09-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 7.50 van Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Andere bijdragen aspirant-studenten in verband met de inschrijving
1.

Het instellingsbestuur kan een bijdrage bij de aspirant-student in rekening brengen ten aanzien van de met de inschrijving verband houdende kosten voor:

2.

De op grond van het eerste lid bij de aspirant-student in rekening te brengen bijdrage is ten hoogste kostendekkend, behoudens de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, waarvoor ten hoogste € 100,– in rekening wordt gebracht.

Artikel 3. Andere bijdragen studenten naast het collegegeld
1.

Het instellingsbestuur kan een bijdrage bij de student in rekening brengen ten aanzien van de uit de bijzondere aard van de opleiding voortvloeiende kosten met betrekking tot deelname aan:

2.

De op grond van het eerste lid bij de student in rekening te brengen bijdrage is ten hoogste kostendekkend.

3.

Het instellingsbestuur biedt een kosteloos alternatief aan voor de in het eerste lid genoemde onderwijsvoorzieningen, tenzij deze voorzieningen niet vervangbaar zijn door een kosteloos alternatief.

Artikel 4. Bijdrage voor een te late inschrijving voor een tentamen
1.

Het instellingsbestuur kan een bijdrage bij de student in rekening brengen ten aanzien van de inschrijving voor een tentamen na de reguliere inschrijfperiode van dit tentamen, bedoeld in artikel 7.13, tweede lid, onderdeel j, van de wet.

2.

Voor de bijdrage wordt ten hoogste € 20,– in rekening gebracht.

Artikel 5. Bijdrage voor een vervangend getuigschrift of vervangende verklaring
1.

Het instellingsbestuur kan een bijdrage bij de bezitter van een getuigschrift, als bedoeld in artikel 7.11, tweede lid, van de wet of een verklaring als bedoeld in artikel 7.11, vijfde lid, van de wet in rekening brengen voor kosten die direct verband houden met het verstrekken van een vervangend getuigschrift of een vervangende verklaring als bedoeld in artikel 7.11a, eerste lid, van de wet.

2.

De op grond van het eerste lid in rekening te brengen bijdrage is ten hoogste kostendekkend.

Artikel 6. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2021.

Artikel 7. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling andere bijdragen van studenten in het hoger onderwijs

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.