Beleidsregels van de Minister voor Rechtsbescherming van 28 juni 2021, kenmerk 2772918, betreffende de tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Beleidsregels tenuitvoerlegging strafrechtelijke en administratiefrechtelijke beslissingen 2021)

Type Beleidsregel
Publication 2024-04-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Titel 1.1. Algemene bepalingen

Artikel 1:1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Titel 1.2. Persoonsgericht werken

Artikel 1:2. Persoonsgericht werken

Bij de afwegingen voorafgaand aan iedere beslissing die tijdens de tenuitvoerlegging van één of meerdere strafrechtelijke beslissingen wordt genomen, worden in ieder geval betrokken:

Artikel 1:3. Gebruik adressen ten behoeve van de tenuitvoerlegging
1.

Natuurlijke personen die onderwerp zijn van de tenuitvoerlegging van één of meerdere sancties, worden per post aangeschreven op het tijdens de opsporing, vervolging of berechting opgegeven adres, dan wel op het adres uit de basisregistratie personen.

2.

Rechtspersonen die onderwerp zijn van de tenuitvoerlegging van (een) sanctie(s), worden aangeschreven op het adres zoals dit bij de Kamer van Koophandel geregistreerd staat.

3.

Indien een persoon niet kan worden bereikt op een adres als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan een adres worden gebruikt waarvan een indicatie bestaat dat die persoon daar wel kan worden bereikt.

Artikel 1:4. Niet geslaagde tenuitvoerlegging strafbeschikking

Het CJIB/AICE verzoekt de officier van justitie een beslissing te nemen over verdere vervolging, indien de tenuitvoerlegging van een strafbeschikking geheel of ten dele niet is geslaagd.

Artikel 1:5. Relaties tussen verschillende strafrechtelijke beslissingen
1.

Indien een maatregel opname psychiatrisch ziekenhuis, terbeschikkingstelling, plaatsing in een justitiële jeugdinrichting of opname in een inrichting voor stelselmatige daders ten uitvoer wordt gelegd, wordt afgezien van de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis dan wel gijzeling, en wordt afgezien van het indienen van een verzoek om omzetting van de vervangende hechtenis dan wel de (machtiging) gijzeling inzake geldelijke sancties.

2.

Indien de veroordeelde die een ISD-maatregel ondergaat geldelijke sancties open heeft staan, wordt hiervoor zoveel mogelijk een betalingsregeling getroffen in samenhang met andere openstaande schulden voorafgaand aan de tussentijdse toets.

Artikel 1:6. Verzoek tot weigering of vervallenverklaring van een paspoort
1.

Ter vaststelling van gegrond vermoeden als bedoeld in artikel 18, tweede lid, Paspoortwet, op basis waarvan het CJIB/AICE om de weigering of vervallenverklaring van het reisdocument van een veroordeelde kan verzoeken, gaat het CJIB/AICE ten minste na of die veroordeelde niet meewerkt of eerder niet heeft meegewerkt aan de tenuitvoerlegging van een strafrechtelijke beslissing, en of zich één van de andere, hierna volgende indicatoren voordoen die het in samenhang met andere ter zake relevante omstandigheden aannemelijk maken dat de veroordeelde zich door verblijf buiten de grenzen van een van de landen van het Koninkrijk zal onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de in dat artikel bedoelde straffen of maatregelen:

2.

Het CJIB/AICE verzoekt niet om opheffing van een paspoortsignalering als bedoeld in het eerste lid zo lang als het gegronde vermoeden bestaat dat de veroordeelde zich door verblijf in het buitenland aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken.

Hoofdstuk 2. Vrijheidsbenemende sancties

Titel 2.1. Detentie- en arrestatiegeschikt

Artikel 2:1. Detentiegeschiktheid
1.

De veroordeelde die van mening is dat hij om medische redenen niet detentiegeschikt is, kan een verzoek indienen om onderzoek te laten verrichten naar zijn detentiegeschiktheid.

2.

Het verzoek van de veroordeelde die zich moet melden in een inrichting als bedoeld in artikel 2:4, tweede lid, dient te worden voorzien van een ondertekende toestemmingsverklaring voor het opvragen van medische informatie.

3.

Het verzoek wordt niet in behandeling genomen, indien:

Artikel 2:2. Advies medisch adviseur
1.

Indien de medisch adviseur van DJI adviseert dat de veroordeelde die niet in detentie zit tijdelijk niet detentiegeschikt is, kan de selectiefunctionaris van DJI besluiten de tenuitvoerlegging op te schorten voor de termijn als vermeld in het advies van de medisch adviseur, tenzij zich feiten en omstandigheden voordoen die maken dat de afwezigheid van detentiegeschiktheid in twijfel moet worden getrokken. De veroordeelde wordt over de beslissing naar aanleiding van het advies geïnformeerd.

2.

Indien de veroordeelde in detentie zit, en de medisch adviseur van DJI adviseert op verzoek van DJI, de Dienst Justis of het Adviescollege levenslanggestraften, wordt het advies van de medisch adviseur betrokken bij een besluit inzake detentiefasering, het besluit op een gratieverzoek, of het advies van het Adviescollege levenslanggestraften aan de Minister.

3.

De veroordeelde die niet in detentie zit, dient er melding van te maken, indien de oorzaak voor de tijdelijke afwezigheid van detentiegeschiktheid is komen te vervallen voorafgaand aan de termijn, bedoeld in het eerste lid.

4.

Indien de persoon ten aanzien van wie een onderzoek naar detentiegeschiktheid is uitgevoerd, na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn van mening is dat nog immer geen sprake is van detentiegeschiktheid, dient de persoon een verzoek in te dienen als bedoeld in artikel 2:1, eerste lid, na ontvangst van de nieuwe oproep.

5.

Indien de medisch adviseur van DJI adviseert dat de veroordeelde blijvend niet detentiegeschikt is, kan deze veroordeelde een gratieverzoek indienen bij de Dienst Justis.

6.

De tenuitvoerlegging van de initiële vrijheidsbeperkende of geldelijke sanctie, waarbij is besloten tot vervangende hechtenis, jeugddetentie of gijzeling, wordt hervat, indien de medisch adviseur van DJI blijvende afwezigheid van detentiegeschiktheid adviseert waardoor die vrijheidsbenemende sancties niet ten uitvoer gelegd kan worden.

Artikel 2:3. Arrestatiegeschiktheid
1.

Indien aanhouding niet mogelijk is wegens persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde, kan op dat moment van aanhouding worden afgezien. Onder persoonlijke omstandigheden wordt in ieder geval verstaan dat de veroordeelde die gearresteerd moet worden:

2.

Indien ambtenaren van de politie bij de uitvoering van een last tot aanhouding van een persoon signaleren dat mogelijk sprake is van medische problematiek die aanleiding kan geven om de vrijheid van die persoon niet te ontnemen, wordt na de aanhouding op het politiebureau een arts geraadpleegd ten behoeve van medisch advies en, voor zover nodig, medische zorg.

3.

De vrijheidsbeneming van de in het tweede lid bedoelde aangehouden persoon wordt zonder nadere maatregelen voortgezet, indien de geraadpleegde arts constateert dat er geen sprake is van medische problematiek die vrijheidsbeneming in de weg staat.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.