Beleidsregels van de Minister voor Rechtsbescherming van 28 juni 2021, kenmerk 2772918, betreffende de tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Beleidsregels tenuitvoerlegging strafrechtelijke en administratiefrechtelijke beslissingen 2021)
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Titel 1.1. Algemene bepalingen
Artikel 1:1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- –. administratiekosten: de kosten bedoeld in artikel 4.11 van het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen of 11a van het Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 1994;
- –. administratieve sanctie: administratieve sanctie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften;
- –. besluit: het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen;
- –. betalingsregeling: verlening van uitstel van betaling of het toestaan van betaling in termijnen bedoeld in artikel 6:4:1, tweede lid, van de wet met betrekking tot geldelijke sancties, alsmede met betrekking tot administratieve sancties;
- –. betalingsplichtige: degene aan wie een geldelijke sanctie is opgelegd;
- –. CJIB: het Centraal Justitieel Incassobureau, onderdeel van het Ministerie van Justitie en Veiligheid;
- –. CJIB/AICE: het Administratie- en Informatiecentrum voor de Executieketen, onderdeel van het CJIB;
- –. DJI: de Dienst Justitiële Inrichtingen, onderdeel van het Ministerie van Justitie en Veiligheid;
- –. geldelijke sanctie: een opgelegde sanctie, inhoudende de verplichting tot betaling van een geldsom bedoeld in artikel 23, 36e, 36f en 77h, vierde lid, onder e, van het Wetboek van Strafrecht of een geldelijke sanctie die is opgelegd in het buitenland en die in Nederland ten uitvoer wordt gelegd op grond van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie, of de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen;
- –. geldboete: een geldboete opgelegd bij strafbeschikking, vonnis of arrest;
- –. incassofase: de fase die intreedt indien in de inningsfase geen volledige betaling is verricht en waarin met of zonder dwangbevel verhaal kan worden genomen op onder meer inkomsten, tegoeden en (onroerende) goederen van de betalingsplichtige;
- –. inningsfase: de fase die intreedt bij het verzenden van een aanschrijving, beschikking of strafbeschikking dan wel aanmaningen en eindigt op het moment dat de toegestane termijn voor betaling is verstreken;
- –. ISD-maatregel: de maatregel, bedoeld in artikel 38m, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
- –. inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Penitentiaire beginselenwet, artikel 1 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden of artikel 1 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
- –. last tot aanhouding: last tot tenuitvoerlegging die strekt tot aanhouding van een verdachte of veroordeelde als bedoeld in artikel 6:1:6, eerste lid, van de wet;
- –. Minister: de Minister voor Rechtsbescherming;
- –. OM: het openbaar ministerie;
- –. onder toezicht gestelde: degene die vanwege een strafrechtelijke beslissing algemene of bijzondere voorwaarden moet naleven;
- –. ontnemingsmaatregel: de maatregel tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel zoals bedoeld in de artikelen 36e en 77h, vierde lid, onder d, van het Wetboek van Strafrecht;
- –. regeling: de Regeling tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen;
- –. sanctie: straf of maatregel;
- –. schadevergoedingsmaatregel: maatregel als bedoeld in artikel 36f of 77h, vierde lid, onder e, van het Wetboek van Strafrecht, of artikel 257a, tweede lid, onder d, van de wet;
- –. slachtoffer: het slachtoffer als bedoeld in artikel 51a van de wet;
- –. strafbeschikking: strafbeschikking als bedoeld in artikel 257a, eerste lid, 257b, eerste lid, of 257ba, eerste lid, van de wet;
- –. taakgestrafte: degene aan wie een taakstraf is opgelegd;
- –. uitvoerder taakstraffen: de uitvoerder van een taakstraf als bedoeld in artikel 1:1 van het besluit;
- –. uitvoerder toezicht: de medewerker van de (jeugd)reclassering die is belast met begeleiding en toezicht in het kader van de tenuitvoerlegging van (bijzondere) voorwaarden;
- –. verhaal zonder dwangbevel: verhaal als bedoeld in artikel 6:4:6, eerste lid, van de wet of artikel 27 Wahv;
- –. verhaal met dwangbevel: verhaal als bedoeld in artikel 6:4:5, eerste lid, van de wet of artikel 26 Wahv;
- –. voorwaardelijke veroordeling: veroordeling waarbij de straf of maatregel onder voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet zal worden ten uitvoer gelegd;
- –. wet: het Wetboek van Strafvordering.
Titel 1.2. Persoonsgericht werken
Artikel 1:2. Persoonsgericht werken
Bij de afwegingen voorafgaand aan iedere beslissing die tijdens de tenuitvoerlegging van één of meerdere strafrechtelijke beslissingen wordt genomen, worden in ieder geval betrokken:
- a. de actuele informatie over de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissing(en) zoals die bekend is bij het CJIB/AICE;
- b. het advies van de officier van justitie of de rechter ten aanzien van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissing(en), voor zover dit advies is gegeven.
Artikel 1:3. Gebruik adressen ten behoeve van de tenuitvoerlegging
Natuurlijke personen die onderwerp zijn van de tenuitvoerlegging van één of meerdere sancties, worden per post aangeschreven op het tijdens de opsporing, vervolging of berechting opgegeven adres, dan wel op het adres uit de basisregistratie personen.
Rechtspersonen die onderwerp zijn van de tenuitvoerlegging van (een) sanctie(s), worden aangeschreven op het adres zoals dit bij de Kamer van Koophandel geregistreerd staat.
Indien een persoon niet kan worden bereikt op een adres als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan een adres worden gebruikt waarvan een indicatie bestaat dat die persoon daar wel kan worden bereikt.
Artikel 1:4. Niet geslaagde tenuitvoerlegging strafbeschikking
Het CJIB/AICE verzoekt de officier van justitie een beslissing te nemen over verdere vervolging, indien de tenuitvoerlegging van een strafbeschikking geheel of ten dele niet is geslaagd.
Artikel 1:5. Relaties tussen verschillende strafrechtelijke beslissingen
Indien een maatregel opname psychiatrisch ziekenhuis, terbeschikkingstelling, plaatsing in een justitiële jeugdinrichting of opname in een inrichting voor stelselmatige daders ten uitvoer wordt gelegd, wordt afgezien van de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis dan wel gijzeling, en wordt afgezien van het indienen van een verzoek om omzetting van de vervangende hechtenis dan wel de (machtiging) gijzeling inzake geldelijke sancties.
Indien de veroordeelde die een ISD-maatregel ondergaat geldelijke sancties open heeft staan, wordt hiervoor zoveel mogelijk een betalingsregeling getroffen in samenhang met andere openstaande schulden voorafgaand aan de tussentijdse toets.
Artikel 1:6. Verzoek tot weigering of vervallenverklaring van een paspoort
Ter vaststelling van gegrond vermoeden als bedoeld in artikel 18, tweede lid, Paspoortwet, op basis waarvan het CJIB/AICE om de weigering of vervallenverklaring van het reisdocument van een veroordeelde kan verzoeken, gaat het CJIB/AICE ten minste na of die veroordeelde niet meewerkt of eerder niet heeft meegewerkt aan de tenuitvoerlegging van een strafrechtelijke beslissing, en of zich één van de andere, hierna volgende indicatoren voordoen die het in samenhang met andere ter zake relevante omstandigheden aannemelijk maken dat de veroordeelde zich door verblijf buiten de grenzen van een van de landen van het Koninkrijk zal onttrekken aan de tenuitvoerlegging van de in dat artikel bedoelde straffen of maatregelen:
- a. de veroordeelde heeft geen of geringe sociaaleconomische binding met het Koninkrijk;
- b. de veroordeelde heeft een sterke sociaaleconomische binding met een land buiten het Koninkrijk;
- c. de veroordeelde heeft geen voor de tenuitvoerlegging bruikbaar verblijf- of inschrijfadres in één van de landen van het Koninkrijk;
- d. andere indicatoren die een vlucht naar of verblijf in een land buiten het Koninkrijk aannemelijk maken.
Het CJIB/AICE verzoekt niet om opheffing van een paspoortsignalering als bedoeld in het eerste lid zo lang als het gegronde vermoeden bestaat dat de veroordeelde zich door verblijf in het buitenland aan de tenuitvoerlegging van de straf zal onttrekken.
Hoofdstuk 2. Vrijheidsbenemende sancties
Titel 2.1. Detentie- en arrestatiegeschikt
Artikel 2:1. Detentiegeschiktheid
De veroordeelde die van mening is dat hij om medische redenen niet detentiegeschikt is, kan een verzoek indienen om onderzoek te laten verrichten naar zijn detentiegeschiktheid.
Het verzoek van de veroordeelde die zich moet melden in een inrichting als bedoeld in artikel 2:4, tweede lid, dient te worden voorzien van een ondertekende toestemmingsverklaring voor het opvragen van medische informatie.
Het verzoek wordt niet in behandeling genomen, indien:
- a. het verzoek van de veroordeelde die zich moet melden in een inrichting als bedoeld in artikel 2:4, tweede lid, niet overeenkomstig het tweede lid is ingediend;
- b. ten behoeve van het verzoek van de veroordeelde, niet zijnde de veroordeelde die zich moet melden in een inrichting als bedoeld in artikel 2:4, tweede lid, de toestemmingsverklaring niet binnen zeven dagen na verzending door de medisch adviseur van DJI is ontvangen.
Artikel 2:2. Advies medisch adviseur
Indien de medisch adviseur van DJI adviseert dat de veroordeelde die niet in detentie zit tijdelijk niet detentiegeschikt is, kan de selectiefunctionaris van DJI besluiten de tenuitvoerlegging op te schorten voor de termijn als vermeld in het advies van de medisch adviseur, tenzij zich feiten en omstandigheden voordoen die maken dat de afwezigheid van detentiegeschiktheid in twijfel moet worden getrokken. De veroordeelde wordt over de beslissing naar aanleiding van het advies geïnformeerd.
Indien de veroordeelde in detentie zit, en de medisch adviseur van DJI adviseert op verzoek van DJI, de Dienst Justis of het Adviescollege levenslanggestraften, wordt het advies van de medisch adviseur betrokken bij een besluit inzake detentiefasering, het besluit op een gratieverzoek, of het advies van het Adviescollege levenslanggestraften aan de Minister.
De veroordeelde die niet in detentie zit, dient er melding van te maken, indien de oorzaak voor de tijdelijke afwezigheid van detentiegeschiktheid is komen te vervallen voorafgaand aan de termijn, bedoeld in het eerste lid.
Indien de persoon ten aanzien van wie een onderzoek naar detentiegeschiktheid is uitgevoerd, na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn van mening is dat nog immer geen sprake is van detentiegeschiktheid, dient de persoon een verzoek in te dienen als bedoeld in artikel 2:1, eerste lid, na ontvangst van de nieuwe oproep.
Indien de medisch adviseur van DJI adviseert dat de veroordeelde blijvend niet detentiegeschikt is, kan deze veroordeelde een gratieverzoek indienen bij de Dienst Justis.
De tenuitvoerlegging van de initiële vrijheidsbeperkende of geldelijke sanctie, waarbij is besloten tot vervangende hechtenis, jeugddetentie of gijzeling, wordt hervat, indien de medisch adviseur van DJI blijvende afwezigheid van detentiegeschiktheid adviseert waardoor die vrijheidsbenemende sancties niet ten uitvoer gelegd kan worden.
Artikel 2:3. Arrestatiegeschiktheid
Indien aanhouding niet mogelijk is wegens persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde, kan op dat moment van aanhouding worden afgezien. Onder persoonlijke omstandigheden wordt in ieder geval verstaan dat de veroordeelde die gearresteerd moet worden:
- a. in het ziekenhuis ligt en de benodigde zorg binnen detentie niet geleverd kan worden;
- b. de zorg draagt over één of meer minderjarige kinderen en deze zorg niet direct kan worden overgedragen.
Indien ambtenaren van de politie bij de uitvoering van een last tot aanhouding van een persoon signaleren dat mogelijk sprake is van medische problematiek die aanleiding kan geven om de vrijheid van die persoon niet te ontnemen, wordt na de aanhouding op het politiebureau een arts geraadpleegd ten behoeve van medisch advies en, voor zover nodig, medische zorg.
De vrijheidsbeneming van de in het tweede lid bedoelde aangehouden persoon wordt zonder nadere maatregelen voortgezet, indien de geraadpleegde arts constateert dat er geen sprake is van medische problematiek die vrijheidsbeneming in de weg staat.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.