Regeling van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 9 maart 2021, houdende nadere regels inzake participatieraden (Regeling participatieraden BES)

Type Ministeriele Regeling Bes
Publication 2021-07-06
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 72q van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Grootte en samenstelling participatieraden
1.

In het instellingsbesluit wordt met inachtneming van het tweede lid het aantal leden van de participatieraad vastgesteld. Dit aantal kan, onverminderd het derde lid en met inachtneming van het tweede lid, in het reglement worden gewijzigd.

2.

Het aantal leden van een participatieraad bedraagt bij een organisatie-eenheid:

3.

Tijdens een zittingsperiode wordt geen wijziging gebracht in het aantal leden van de participatieraad op grond van vermeerdering of vermindering van het aantal in de organisatie-eenheid werkzame personen.

4.

De participatieraad van een organisatie-eenheid die geografisch verspreid is over verschillende openbare lichamen, kan in het instellingsbesluit of het reglement worden ingedeeld in geografische zetels voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het daarbij vastgestelde aantal geografische zetels per eiland wordt gedurende een zittingsperiode van de participatieraad niet gewijzigd. In het reglement worden regels gesteld met betrekking tot de samenwerking tussen de leden die de onderscheiden geografische zetels innemen.

5.

Indien er geen kandidaten voor een geografische zetel beschikbaar zijn, kan die zetel worden ingenomen door een kandidaat vanuit een ander eiland die volgens de laatst gehouden verkiezing daarvoor in aanmerking komt.

6.

Een participatieraad kiest uit haar leden een voorzitter, een of meer plaatsvervangende voorzitters en een secretaris.

Artikel 3. Kiesrecht
1.

Kiesgerechtigd voor de leden van de participatieraad zijn de bij de desbetreffende organisatie-eenheid werkzame personen. Personen die in meerdere organisatie-eenheden werkzaam zijn, zijn alleen kiesgerechtigd voor de participatieraad voor de organisatie-eenheid van waaruit hun werkzaamheden worden geleid.

2.

Verkiesbaar tot lid van de participatieraad zijn de werkzame personen die gedurende ten minste zes maanden in de desbetreffende organisatie-eenheid werkzaam zijn. Personen die in meerdere organisatie-eenheden werkzaam zijn, zijn alleen verkiesbaar voor de participatieraad voor de organisatie-eenheid van waaruit hun werkzaamheden worden geleid.

3.

In geval van geografische zetelindeling op grond van artikel 2, vierde lid, is iemand slechts verkiesbaar voor een zetel voor het eiland waar hij duurzaam werkzaam is.

4.

In afwijking van het eerste en tweede lid is het diensthoofd niet kiesgerechtigd of verkiesbaar.

5.

Aftredende leden van een participatieraad of leden waarvan de zittingstermijn eindigt, zijn terstond herkiesbaar.

Artikel 4. Verkiezingen
1.

Het diensthoofd bepaalt namens de minister op voordracht van de participatieraad de datum waarop de verkiezingen voor die raad zullen plaatsvinden.

2.

De verkiezing van leden van de participatieraad geschiedt bij geheime schriftelijke of elektronische stemming en aan de hand van stembiljetten of overzichten waarop de kandidaten of kandidatenlijsten zijn vermeld.

3.

Iemand kan gelijktijdig met het uitbrengen van zijn eigen stem voor ten hoogste twee andere kiesgerechtigden bij schriftelijke volmacht stemmen.

4.

Indien het aantal kandidaten kleiner of gelijk is aan het aantal beschikbare zetels, wordt de verkiezing niet gehouden en worden de kandidaten als gekozen beschouwd.

5.

Indien er minder dan drie, of wanneer het een organisatie-eenheid betreft als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder c, minder dan vijf kandidaten zijn, worden voor de resterende zetels nieuwe verkiezingen gehouden.

Artikel 5. Kandidaatstelling
1.

Kandidaatstelling voor het lidmaatschap van de participatieraad kan plaatsvinden door aanmelding als kandidaat door de verkiesbare persoon zelf of door indiening van een kandidatenlijst.

2.

Een kandidatenlijst kan worden ingediend door:

Artikel 6. Uitslag verkiezingen

Een participatieraad draagt er zorg voor dat de uitslag van de verkiezingen, onder vermelding van de namen en functies van de gekozenen, bekend wordt gemaakt aan alle bij de organisatie-eenheid werkzame personen en aan degenen die kandidatenlijsten hebben ingediend.

Artikel 7. Rooster van aftreden en einde lidmaatschap
1.

De leden van een participatieraad treden om de twee jaar gelijktijdig af.

2.

In afwijking van het eerste lid kan in het reglement worden bepaald dat de leden om de vier jaar gelijktijdig aftreden dan wel dat om de twee jaar de helft van de leden aftreedt.

3.

Wanneer een lid van de participatieraad ophoudt werkzaam te zijn binnen de desbetreffende organisatie-eenheid, eindigt zijn lidmaatschap van die raad van rechtswege.

4.

De leden van de participatieraad kunnen te allen tijde hun lidmaatschap beëindigen. Zij geven daarvan schriftelijk kennis aan het diensthoofd en, als dit een andere is, aan de voorzitter van de participatieraad.

Artikel 8. Tussentijdse vacatures
1.

Een zetel die vrijkomt tijdens de zittingsduur van de participatieraad, wordt voor de resterende periode waarvoor die raad is ingesteld, vervuld door de eerstvolgende niet gekozen kandidaat volgens de uitslag van de laatst gehouden verkiezingen.

2.

Indien geen kandidaten meer beschikbaar zijn en de participatieraad minder leden telt dan het op grond van artikel 2, tweede lid, ten minste vereiste aantal, worden met overeenkomstige toepassing van de artikelen 4, 5 en 6 voor de vrijgekomen zetels tussentijdse verkiezingen gehouden.

3.

Een zetel die vrijkomt als gevolg van verhindering gedurende meer dan twee maanden, wordt voor de duur van de periode van verhindering vervuld. De participatieraad regelt de wijze waarop een zetel bij langdurige verhindering zal worden vervuld.

Artikel 9. Uitsluiting leden
1.

Op verzoek van het diensthoofd, kan het college van advies en geschillen een lid van de participatieraad voor een bepaalde periode uitsluiten van deelneming aan het overleg op grond van het feit dat het betrokken lid het overleg ernstig belemmert.

2.

Op verzoek van de participatieraad kan het college van advies en geschillen een lid van die raad voor een bepaalde periode uitsluiten van alle of bepaalde werkzaamheden van die raad op grond van het feit dat het betrokken lid de werkzaamheden van de participatieraad ernstig belemmert.

3.

Alvorens een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid in te dienen, wordt de betrokkene in de gelegenheid gesteld over het voorgenomen verzoek te worden gehoord. Betrokkene kan zich hierbij door een deskundige laten bijstaan. De redelijke kosten van de deskundige komen voor rekening van de desbetreffende organisatie-eenheid, indien het diensthoofd van die organisatie-eenheid daarmee vooraf heeft ingestemd.

4.

Het diensthoofd en de participatieraad stellen elkaar onverwijld in kennis van een op grond van het eerste of tweede lid ingediend verzoek. De Sectorale Overlegcommissie BES wordt onverwijld in kennis gesteld van een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid.

5.

De uitsluiting geschiedt niet dan nadat het bestuur van de betrokken vakorganisatie of de groep werkzame personen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder b, en de overige leden van de participatieraad over het voornemen daartoe zijn gehoord.

Artikel 10. Reglement
1.

Een participatieraad stelt een reglement op waarin de onderwerpen worden geregeld die bij deze regeling aan hem zijn opgedragen of overgelaten.

2.

Een participatieraad stelt regels of nadere regels met betrekking tot zijn werkwijze, de kandidaatstelling, de inrichting van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag daarvan en de wijze waarop een vacature bij langdurige verhindering zal worden ingenomen.

3.

Vaststelling of wijziging van het reglement geschiedt met instemming van ten minste twee derde van het aantal leden van de participatieraad.

4.

Voordat een participatieraad het reglement vaststelt of wijzigt, wordt het diensthoofd in de gelegenheid gesteld zijn standpunt daarover kenbaar te maken.

5.

Het reglement bevat geen bepalingen die in strijd zijn met wettelijke voorschriften of die een goede toepassing van deze regeling in de weg staan.

Artikel 11. Werkgroepen
1.

Een participatieraad kan werkgroepen instellen die hij voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig acht.

2.

De participatieraad legt zijn voornemen om een werkgroep in te stellen schriftelijk voor aan het diensthoofd met vermelding van de taak, samenstelling, bevoegdheden en werkwijze van de in te stellen werkgroep.

3.

In een werkgroep kunnen naast leden van de participatieraad ook andere bij die organisatie-eenheid werkzame personen zitting hebben. Het voorzitterschap berust bij een lid van de participatieraad.

4.

Ten aanzien van de leden van door de participatieraad ingestelde werkgroepen, die geen lid zijn van die raad, is artikel 9 alsmede artikel 72p van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES van overeenkomstige toepassing.

5.

De participatieraad kan bij het besluit tot instelling van een werkgroep, zijn bevoegdheid met betrekking tot het voeren van overleg geheel of gedeeltelijk aan die werkgroep overdragen.

Artikel 12. Deskundigen
1.

De participatieraad of een werkgroep kan een of meerdere deskundigen uitnodigen tot het bijwonen van een vergadering van die raad met het oog op de behandeling van een bepaald onderwerp. De leden van de participatieraad kunnen in die vergadering aan de deskundigen inlichtingen en advies vragen. Een deskundige kan eveneens worden gevraagd een schriftelijk advies uit te brengen.

2.

Het diensthoofd en de participatieraad of een werkgroep kunnen een of meerdere deskundigen uitnodigen tot het bijwonen van een overlegvergadering met het oog op de behandeling van een bepaald onderwerp.

Artikel 13. Geheimhouding
1.

De leden van de participatieraad en de leden van een werkgroep als bedoeld in artikel 11 zijn gehouden tot geheimhouding van alle vertrouwelijke informatie die zij in die hoedanigheid vernemen, en van alle aangelegenheden ten aanzien waarvan het diensthoofd dan wel de participatieraad geheimhouding heeft opgelegd of waarvan zij het vertrouwelijk karakter moeten begrijpen. Het voornemen om geheimhouding op te leggen alsmede de reikwijdte van de geheimhouding wordt voor de behandeling van de desbetreffende aangelegenheid medegedeeld.

2.

Alvorens met een deskundige als bedoeld in artikel 12 vertrouwelijke informatie wordt gedeeld of voor aanvang van de overlegvergadering, ondertekent de deskundige een verklaring van geheimhouding, op grond waarvan het eerste lid van overeenkomstige toepassing op hem is.

Artikel 14. Faciliteiten
1.

De leden van de participatieraad of een werkgroep worden door het diensthoofd in de gelegenheid gesteld gebruik te maken van de binnen de organisatie-eenheid aanwezige voorzieningen die zij voor de uitoefening van hun taak in redelijkheid nodig hebben.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.