Besluit van de Minister van Justitie en Veiligheid van 25 juni 2021, nr. 3364133, houdende instelling van de adviescommissie voor de Landelijke Eenheid (Instellingsbesluit adviescommissie voor de Landelijke Eenheid)

Type Ministeriële regeling
Publication 2021-07-07
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

BESLUIT:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Instelling en taak
1.

Er is een adviescommissie voor de Landelijke Eenheid.

2.

De commissie heeft tot taak:

Artikel 3. Samenstelling, benoeming, ontslag
1.

De commissie bestaat uit een voorzitter en vier andere leden.

2.

De voorzitter en de andere leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.

3.

De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd.

4.

De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

5.

Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.

6.

De voorzitter en de andere leden kunnen worden geschorst en ontslagen door de minister.

Artikel 4. Leden

Voor de duur van de commissie worden tot lid van de commissie benoemd:

Artikel 5. Instellingsduur
1.

De commissie wordt ingesteld met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

2.

De commissie wordt vier weken nadat het eindrapport is uitgebracht opgeheven.

Artikel 6. Secretariaat
1.

De minister voorziet in het secretariaat van de commissie.

2.

Het secretariaat is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan (de voorzitter van) de commissie.

3.

Aan het secretariaat kunnen medewerkers worden toegevoegd.

4.

De ambtenaren, in dienst van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, die tot secretaris of medewerker van het secretariaat worden benoemd, zijn tegenover anderen dan de commissie verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen in het verband van de werkzaamheden van de commissie bekend is geworden.

Artikel 7. Werkwijze
1.

De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

2.

De leden van de commissie zijn verplicht tot geheimhouding op basis van artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht.

3.

De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 8. Inwinnen van inlichtingen
1.

De commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen rechtstreeks te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de taakuitvoering van de commissie.

2.

Het Ministerie van Justitie en Veiligheid verleent de commissie de verlangde medewerking en toegang tot alle informatie die zij nodig voor de uitvoering van haar taak.

Artikel 9. Vergoeding
1.

Aan de voorzitter wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18, trede 10, zoals opgenomen in de bijlage bij de meest recente CAO Rijk en de arbeidsduurfactor op 16/36.

2.

Aan de andere leden wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18, trede 10, zoals opgenomen in de bijlage bij de meest recente CAO Rijk en de arbeidsduurfactor op 8/36.

3.

De leden ontvangen een vergoeding voor reiskosten gebaseerd op de voet van de regeling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies.

Artikel 10. Kosten van de commissie
1.

De kosten van de commissie komen, voor zover op basis van een door de minister goedgekeurde raming, voor rekening van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Onder kosten worden in ieder geval verstaan:

2.

De commissie biedt zo spoedig mogelijk na haar instelling een raming aan de minister aan.

Artikel 11. Uiterste datum voor oplevering eindrapport
1.

De commissie brengt vóór 1 juni 2022 haar eindrapport uit aan de minister.

2.

Indien de commissie daartoe aanleiding ziet, doet zij tussentijds verslag aan de minister.

3.

Indien onvoorziene omstandigheden naar oordeel van de commissie het tijdig uitbrengen van het eindrapport in de weg staan, dan stelt zijde minister daarvan onverwijld op de hoogte.

4.

De minister beslist over de eventuele verlenging van de termijn, bedoeld in het eerste lid, en brengt de commissie daarvan schriftelijke op de hoogte.

Artikel 12. Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Artikel 13. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 10 mei 2021.

Artikel 14. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit adviescommissie voor de Landelijke Eenheid.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.