Regeling van 21 juni 2021, nr. 3366665 houdende voorschriften voor de beveiliging op de luchthavens van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Regeling beveiliging burgerluchtvaart BES 2021)
Gelet op de Artikelen 22g, derde lid, 22l, 22p, 22q, eerste lid, onder c en d, 22s, 22x, tweede lid en 22y, tweede lid, van de Luchtvaartwet BES;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Uitvoeringswet EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder wet: de Luchtvaartwet BES.
Artikel 2
De aanvraag om instemming van de ingebruikname van detectieapparatuur, bedoeld in artikel 22l, vierde lid, van de wet, wordt door de exploitant van een luchtvaartterrein, door tussenkomst van de commandant van de Koninklijke marechaussee ingediend bij de Minister van Justitie en Veiligheid.
Met het oog op de instemming door de Minister van Justitie en Veiligheid adviseert de commandant van de Koninklijke marechaussee de Minister van Justitie en Veiligheid over de ingebruikname van de detectieapparatuur.
Artikel 3
Een beveiligingscontrole als bedoeld in artikel 22q, eerste lid, onder c en d, van de wet wordt verricht indien bij een verhoogde dreiging op grond van een risicoanalyse de Minister van Justitie en Veiligheid daartoe beslist.
Artikel 4
Verboden voorwerpen als bedoeld in artikel 22s, onder b, van de wet kunnen slechts aan boord van een luchtvaartuig worden gebracht indien:
- a. deze verboden voorwerpen zodanig zijn verpakt dat onmiddellijk gebruik onmogelijk is;
- b. deze verboden voorwerpen buiten het bereik van passagiers worden opgeborgen;
- c. de Minister van Justitie en Veiligheid toestemming heeft verleend om het voorwerp mee te nemen;
- d. de luchtvaartmaatschappij voordat de passagiers aan boord gaan van het luchtvaartuig informatie heeft ontvangen over de passagier die het betreffende voorwerp wil meenemen alsmede over het voorwerp zelf; en
- e. de toepasselijke veiligheidsregels, bedoeld in de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht BES, worden nageleefd.
Artikel 5
Indien ruimbagage van een passagier gescheiden is geraakt ten gevolge van buiten de wil van de passagier gelegen omstandigheden, is de luchtvaartmaatschappij vrijgesteld van de verplichting, bedoeld in artikel 22p, eerste lid, van de wet, mits deze ruimbagage is gecontroleerd.
Artikel 6
De Minister van Justitie en Veiligheid verleent mandaat en machtiging voor de uitoefening van de volgende bevoegdheden en het verrichten van daarbij behorende overige handelingen aan de commandant van de Koninklijke marechaussee:
- a. het bij wijze van bestuursdwang verbieden en beletten van het opstijgen van een luchtvaartuig, bedoeld in artikel 22g, tweede lid, van de wet;
- b. het opleggen van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 22x, eerste lid, van de wet;
- c. het behandelen van een klacht als bedoeld in artikel 22y, eerste lid, van de wet.
De commandant van de Koninklijke marechaussee kan voor de aangelegenheden bedoeld in het eerste lid, ondermandaat en machtiging verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen.
Artikel 7
De Regeling Beveiliging Burgerluchtvaart BES wordt ingetrokken.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beveiliging burgerluchtvaart BES 2021.
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop de Uitvoeringswet EG-verordening 300/2008 in werking treedt.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 2a
Tot de voorzieningen die zijn vereist ter beveiliging van de burgerluchtvaart, bedoeld in de artikelen 22l, derde lid, 22na, derde lid en 22nc, tweede lid, van de wet behoren tevens maatregelen die worden genomen ter bescherming van de voor de beveiliging van de burgerluchtvaart kritieke informatie- en communicatiesystemen. Aan het treffen van de maatregelen ligt een actuele risicoanalyse ten grondslag die door de exploitant van het luchtvaartterrein, de luchtvaartmaatschappij en de entiteit wordt uitgevoerd.
Artikel 6a
Voor zover hun toegang tot de om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zone als bedoeld in artikel 22k, eerste lid, onder c, van de wet noodzakelijk is voor de uitoefening van hun taken, zijn vrijgesteld van de controles, bedoeld in artikel 22o, eerste lid, onder c en d, van de wet, de bij aanwijzing als bedoeld in artikel 22c van de wet nader omschreven:
- a. ambtenaren met opsporingsbevoegdheid;
- b. ambtenaren met toezichthoudende taken; en
- c. medewerkers van hulpverleningsdiensten.
Bij de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, kunnen nadere voorschriften worden gegeven.
Artikel 6b
Personen, anders dan passagiers, die aan een beveiligingscontrole zijn onderworpen, en tijdelijk de om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones als bedoeld in artikel 22k, eerste lid, onder c, van de wet verlaten, worden vrijgesteld van een beveiligingscontrole bij hun terugkeer, indien deze personen onder constant toezicht hebben gestaan van beveiligingspersoneel en dit toezicht volstaat en redelijkerwijs kan worden aangenomen dat ze geen verboden voorwerpen in om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones zullen binnenbrengen.
Artikel 6c
Vrijgesteld van de controles, bedoeld in artikel 22o, eerste lid onder b en d, van de wet, zijn de bij aanwijzing als bedoeld in artikel 22c van de wet nader omschreven:
- a. hoogwaardigheidsbekleders; en
- b. diplomatieke en consulaire ambtenaren alsmede daaraan gelieerde personen.
Bij de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, kunnen nadere voorschriften worden gegeven.
Artikel 6d
Aan transitpassagiers wordt vrijstelling verleend van de controle, bedoeld in artikel 22o, eerste lid, onder b, van de wet, indien deze passagiers en hun bagage:
- a. zich niet mengen met andere vertrekkende passagiers die aan een beveiligingscontrole zijn onderworpen, anders dan die welke aan boord van hetzelfde luchtvaartuig gaan; of
- b. aan boord van het luchtvaartuig blijven.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.